Heinrich Heine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de gelijknamige trein, zie Heinrich Heine (trein).
Heinrich Heine
Heinrich Heine 1837

Christian Johann Heinrich Heine (Düsseldorf, 13 december 1797- Parijs, 17 februari 1856) was een Duitse dichter van Joodse afkomst. Hij werd geboren als Harry Heine, maar werd als schrijver bekend onder de naam Heinrich Heine. In 1825 trad hij toe tot de Lutherse kerk, maar een meer innerlijke band met het christelijk geloof kreeg hij pas toen hij aan het eind van zijn leven verlamd op zijn ziekbed in Parijs lag, waar hij sinds 1831 woonde. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Montmartre.

Heine behoorde tot de Romantiek en maakte vele ironische en spitsvondige gedichten die ook heden ten dage nog aanspreken. Hij werkte soms samen met zijn tijdgenoot Karl Marx.

Innerlijk was Heine een tegenstrijdig mens, enerzijds voelde hij zich Duitser, anderzijds wereldburger; dezelfde soort dubbele gevoelens had hij ook ten aanzien van het jodendom en de romantiek.

Beroemd is zijn uitspraak "wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen" ("waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen"[1]) die als een profetische vooruitblik geldt voor wat er later in het 'Derde Rijk' van Hitler zou plaatsvinden.

Een beroemde dichtbundel van hem is Das Buch der Lieder (Het Liederenboek) met onder andere Die Lorelei en Im wunderschönen Monat Mai.

Naar hem is in 1988 de Heinrich Heine-Universiteit in zijn geboortestad Düsseldorf vernoemd en in Berlijn een straat.

Bibliografie[bewerken]

Eigen uitgaven[bewerken]

  • 1821: Gedichte
  • 1823: Tragödien nebst einem lyrischen Intermezzo (met hierin: William Ratcliff, Almansor und Lyrisches Intermezzo)
  • 1824: Dreiunddreißig Gedichte
  • 1826: Reisebilder. Erster Teil (met hierin: Die Harzreise, Die Heimkehr, Die Nordsee. Erste Abteilung en verscheidene gedichten)
  • 1827: Buch der Lieder en Reisebilder. Zweiter Teil (met hierin: Die Nordsee. Zweite und dritte Abteilung, Ideen. Das Buch Le Grand en Briefe aus Berlin)
  • 1830: Reisebilder. Dritter Teil (met hierin: Die Reise von München nach Genua en Die Bäder von Lucca)
  • 1831: Inleiding tot Kahldorf über den Adel en Reisebilder. Vierter Teil (met hierin: Die Stadt Lucca en Englische Fragmente)
  • 1832: Französische Zustände
  • 1833: Über den Denunzianten. Eine Vorrede zum dritten Teil des Salons., Inleiding tot Don Quixote en Der Salon. Dritter Teil (met hierin: Florentinische Nächte en Elementargeister)
  • 1834: Der Salon. Erster Teil (met hierin: Französische Maler, Aus den Memoiren des Herren von Schnabelewopski en verscheidene gedichten)
  • 1835: Der Salon. Zweiter Teil (met hierin: Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland en de gedichtencyclus Neuer Frühling)
  • 1836: Der Salon. Dritter Teil
  • 1836: Die romantische Schule
  • 1838: Der Schwabenspiegel
  • 1839: Shakespeares Mädchen und Frauen en Schriftstellernöten
  • 1840: Ludwig Börne. Eine Denkschrift en Der Salon. Vierter Teil (met hierin: Der Rabbi von Bacherach, Über die französische Bühne en verschillende gedichten)
  • 1844: Neue Gedichte (met hierin: Deutschland. Ein Wintermärchen)
  • 1847: Atta Troll – Ein Sommernachtstraum
  • 1851: Romanzero en Der Doktor Faust. Ein Tanzpoem
  • 1854: Vermischte Schriften, 3 boeken
    (met hierin: Geständnisse, Die Götter im Exil, Die Göttin Diana, Ludwig Marcus, Gedichte 1853 und 1854, Lutetia. Erster Teil en Lutetia. Zweiter Teil)
  • 1857 (postuum): Tragödien
  • 1869 (postuum): Letzte Gedichte und Gedanken
  • 1884 (postuum): Memoiren
  • 1892 (postuum): Heinrich Heines Familienleben. 122 Familienbriefe des Dichters und 4 Bilder.

Trivia[bewerken]

  • In nazi-Duitsland (1933-1945) was Heine als zoon van een Joodse vader en een niet-Joodse moeder alsook progressief vrijdenker taboe. Zijn lied over de "Lorelei" was echter zo populair dat het onmogelijk uit populaire liederenbundels kon worden geweerd. Men liet het dus staan met de vermelding "Dichter: unbekannt" (nl: Dichter onbekend).
  • Nacht liegt auf den fremden Wegen werd voorzien van muziek door Johannes Brahms in zijn Zes liederen opus 85 en in Frank Bridges Night lies on the silent highways.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. In het toneelstuk Almansor naar aanleiding van de verbranding van een Koran door de Inquisitie.
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Heinrich Heine.