Wolfgang Amadeus Mozart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wolfgang Amadeus Mozart
Mozart, detail van portret door Johann Nepomuk della Croce, 1780
Mozart, detail van portret door Johann Nepomuk della Croce, 1780
Volledige naam Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart
Bijnaam Amadé, Amadeo (zo noemde Mozart zichzelf vaak)
Geboren 27 januari 1756
Overleden 5 december 1791
Land Flag of the Habsburg Monarchy.svg Oostenrijk
Religie Rooms-katholiek
Jaren actief 32
Stijl Classicisme
Nevenberoep Pianist, dirigent, violist
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Beluister

(info)

Wolfgang Amadeus Mozart[1] (Salzburg, 27 januari 1756Wenen, 5 december 1791), eigenlijk Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart, was een uit het prinsaartsbisdom Salzburg (in het tegenwoordige Oostenrijk) afkomstige componist, pianist, violist en dirigent.

Mozart was een wonderkind, dat op uitzonderlijk jonge leeftijd viool, klavecimbel en orgel speelde en kwalitatief hoogstaand werk componeerde. Mozart wordt naast Johan Sebastian Bach en Ludwig van Beethoven gerekend tot de componisten die binnen een traditie nieuwe muzikale concepten bedachten en die diepgaande invloed uitoefenden op alle na hen komende componisten.

Mozarts werk wordt gerekend tot de muziek van de klassieke periode. Samen met Joseph Haydn en Ludwig van Beethoven vormt hij, muziekhistorisch gezien, de Eerste Weense School.

Naam[bewerken]

Mozart gebruikte de eerste twee voornamen (Joannes Chrysostomus) nooit. Als jongeman ondertekende hij zijn brieven bij voorkeur met Amadé.[2] Later gaf hij de voorkeur aan Wolfgang Amadé, soms Amade, maar slechts drie keer gebruikte hij in intieme familiebrieven de naam Amadeus, maar dan louter om humoristische redenen ('Amadeus Wolfgangus Mozartus'). In enkele gevallen gebruikte hij de naam Wolfgang Gottlieb of alleen Wolfgang, WA of eenvoudigweg Mozart, WMZT of MZT. In Italië schreef hij soms Wolfgango Amadeo. In officiële aankondigingen is de meest gebruikte vorm W.A. Mozart, Wolfgang Mozart en Wolfgang Amade Mozart. Zijn namen als kind waren Wolfgangerl en Wolferl. Zijn vrouw Constanze gebruikte de koosnaam Wolfi.[3]

Amadeus en Gottlieb zijn de Latijnse, respectievelijk de Duitse vorm van het Griekse Theophilus. Theophilus is de persoon aan wie het Evangelie volgens Lucas en de Handelingen van de Apostelen zijn opgedragen.

Biografie[bewerken]

Jeugdjaren[bewerken]

Geboortehuis van Mozart, Getreidegasse 9, Salzburg

Mozart werd op 27 januari 1756 geboren in de Getreidegasse op nummer 9 in Salzburg, dat destijds tot het Heilige Roomse Rijk behoorde. Zijn ouders waren componist en violist Leopold Mozart en Anna Maria Pertl, die niet kon lezen.

De Grand Tour van de Mozarts[bewerken]

De jonge Mozart door Jean-Baptiste Greuze ca. (1764)
Portret van Mozart in Dresden door Doris Stock, 1789
Portret van Mozart door Joseph Lange (1751–1831). Detail van onvoltooid portret, 1790 (?)
Mozart en Schikaneder tijdens een inwijding in de Vrijmetselarij
Beeld van Mozart in Wenen. Foto 2003

In juni 1763 vangt de familie Mozart een grote rondreis in Europa aan die meer dan drie jaar zal duren en die begint met een bezoek aan Beieren, Zwaben, Württemberg, de Palts en Rijnland. In september doen ze onder meer Luik, Tienen en Leuven aan. In oktober arriveren ze in Brussel waar ze hopen op een recital in de aanwezigheid van landvoogd Karel Alexander van Lotharingen (broer van keizer Frans I Stefan). De landvoogd is echter meer geïnteresseerd in de jacht dan in de muziek en stelt het geduld van vader Leopold zwaar op de proef. Uiteindelijk vertrekt de familie naar Parijs waar een concert wordt gegeven voor koning Lodewijk XV. Hier werd Mozarts muziek voor het eerst gepubliceerd. Via de oversteek naar Dover gaat het in april 1764 richting Londen waar ze ontvangen worden door koning George III. Tijdens hun verblijf aldaar ontmoet de jonge Wolfgang Johann Christian Bach, bijgenaamd de "Londense Bach". In augustus keert de hele familie terug naar het vasteland. Ze overnachten in Gent en reizen verder naar Antwerpen waar de jonge Mozart het orgel in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal bespeelt. Per trekschuit varen ze van Rotterdam naar Den Haag. Daar worden Wolfgang en zijn zus Nannerl allebei ernstig ziek en het duurt enkele weken voor ze voldoende hersteld zijn om recitals te geven. In maart 1766 wonen de Mozarts de plechtige inhuldiging bij van stadhouder Willem V in Den Haag. Voor de gelegenheid componeert Mozart er een reeks variaties op het Wilhelmus (KV 25).[4] De familie Mozart reist vervolgens via Amsterdam en Haarlem naar Utrecht, waar Wolfgang en Nannerl op 21 april een concert geven in het Bijlhouwersgildehuis (aan het Vredenburg). In mei is de familie opnieuw in Parijs vanwaar ze via onder meer München naar Salzburg terugkeren.

Italiaanse reis[bewerken]

In 1769 wordt Mozart benoemd tot onbezoldigd concertmeester aan het hof van aartsbisschop Hieronymus von Colloredo van Salzburg. Vanaf dan reizen vader en zoon Mozart samen en treedt Wolfgang solo op. Op 11 april hoort de jonge Mozart in de Sint-Pietersbasiliek in Rome het beroemde Miserere van Gregorio Allegri dat nooit ter inzage wordt gegeven en hij weet de compositie nadien feilloos op papier te zetten. In juli 1770 ontvangt hij in Rome uit handen van de paus de Orde van het Gulden Spoor. Kort daarna begint hij te werken aan zijn opera seria Mitridate (KV 87) die in december in première gaat in het Teatro Ducal in Milaan. De opera oogst er veel succes. Op 5 januari 1771 behaalt hij het diploma van de Accademia Filarmonica in Verona nadat hij eerder al een soortgelijk getuigschrift had ontvangen van de Accademia te Bologna (10 oktober 1770). In januari 1773 componeert Mozart het motet Exsultate, jubilate (KV 165) voor de castraatzanger Venanzio Rauzzini, als dank voor zijn verdiensten in Mitridate.

Reis naar Parijs[bewerken]

De reislust van Leopold Mozart is in 1777 de oorzaak van zowel zijn ontslag als dat van Wolfgang. Leopold vertrekt met moeder Anna Maria Pertl en Wolfgang richting Parijs, in de hoop aldaar een aanstelling te krijgen voor zijn zoon. Eerst verblijven ze kort in München. Zonder succes reizen ze verder naar Leopolds familie in Augsburg. In oktober ontmoet Mozart hier zijn nichtje Maria Anna Thekla ('das Bäsle'), met wie hij een intieme relatie heeft en met wie hij een pikante correspondentie voert, die latere biografen in verlegenheid heeft gebracht. Tijdens hun verblijf in Mannheim wordt hij door Fridolin Weber uitgenodigd. Mozart geeft bij de familie Weber zanglessen aan de oudste van vijf dochters Aloysia, op wie hij verliefd wordt. Zijzelf heeft nauwelijks zangervaring, maar bezit een wondermooie stem, aldus Wolfgang. Na een boze brief van Leopold Mozart, reist hij samen met zijn moeder tot in Parijs. Tijdens hun verblijf bij baron Grimm in Parijs brengt de moeder haar dagen door in een slecht geluchte, kille en vuile kamer. Ze voelt zich eenzaam en wordt ziek. Mozart verdient nauwelijks geld, maar wordt overal uitgenodigd om 'gratis' te spelen. In deze periode schrijft Mozart zijn balletmuziek Les Petits Riens (KV 299b) en de bekende Parijse symfonie in D groot (KV 297). De symfonie beleeft haar triomfantelijke openbare première tijdens de zogenoemde Concerts Spirituels op 18 juni. Op 3 juli 1778, na een wekenlange ziekte, sterft Mozarts moeder. Na een verblijf van zes maanden in Parijs keert Mozart, alleen, naar München terug. Daar biedt de familie Weber, die kort daarvoor Mannheim had verlaten, hem onderdak. Aloysia negeert Mozarts avances. Op dat moment beseft Wolfgang dat het nooit iets zal worden tussen hun beiden.

Terugkeer in Salzburg[bewerken]

Op aandringen van vader Leopold keert Mozart uiteindelijk naar Salzburg terug waar hij voor een salaris van 450 gulden opnieuw wordt aangesteld aan het bisschoppelijk hof. Zijn taken zijn divers: musiceren, het knapenkoor onderrichten en zowel geestelijke als wereldlijke muziek componeren. In januari 1780 gaat zijn opera Idomeneo (KV 366) in première in het Residenz Theater te München, bijgewoond door vader Leopold en zus Nannerl.

Volwassenheid[bewerken]

Wenen[bewerken]

In zijn geboortestad Salzburg voelt Mozart zich echter weinig gewaardeerd. Het ongenoegen en de ergernis stapelen zich op. Het komt tenslotte tot een uitbarsting waarbij de componist op staande voet ontslagen wordt tijdens een bezoek aan het hof van keizer Jozef II in Wenen (1781). Door graaf Arco wordt hij de deur uit getrapt. Hij reist naar Wenen en vindt er onderdak bij de familie Weber (intussen verhuisd van Mannheim via München naar Wenen), waar hij ditmaal verliefd wordt op de tweede dochter, de zangeres Constanze. De gevoelens zijn wederzijds. Vader Leopold is boos dat Wolfgang bij de Webers verblijft, en ziet hierin een tweede poging van mevrouw Weber (intussen weduwe) om haar dochters uit te huwelijken. Hij schrijft Wolfgang onmiddellijk zijn bevelen op te volgen en uit de buurt van de Webers te blijven. Muzikaal gaat het hem inmiddels voor de wind: de uitvoering op 16 juli 1782 van het Singspiel Die Entführung aus dem Serail (KV 384) in het Weense Burgtheater is een eclatant succes. In dezelfde maand componeert Mozart zijn Haffner-symfonie in D groot (KV 385). Mozarts gevoelens voor Constanze worden serieuzer. De smeekbedes kunnen Leopold echter niet vermurwen zodat uiteindelijk, zonder vaderlijke zegen, Mozart op 4 augustus 1782 huwt met Constanze in de St. Stevens Kathedraal te Wenen. Leopolds schriftelijke toestemming arriveert uiteindelijk nadat het huwelijk al voltrokken is. Het zijn voor Mozart persoonlijk gelukkige jaren: hij geeft muzieklessen en zijn concerten worden door het publiek gesmaakt. De muziekuitgever Artaria overweegt zijn composities uit te geven en voor het eerst wordt er in een muziektijdschrift (Magazin der Musik) over een van zijn concerten geschreven. Mozart wordt ondersteund en gestimuleerd door baron Gottfried van Swieten, die hem laat kennismaken met oude muziek van Bach en Händel. In de lente van 1783 werd zijn eerste zoon, Raimund Leopold, geboren, die echter een paar weken later overlijdt.

In oktober 1783 wordt de (onvoltooide) Mis in c-klein (KV 427) in Salzburg opgevoerd. Constanze zingt er een van de sopraanpartijen. Tijdens de terugtocht naar Wenen wordt halt gehouden in Linz, waar Mozart een nieuwe symfonie in C-groot componeert (KV 425, Linzer symfonie). In februari 1784 begint hij met het aanleggen van een chronologische catalogus van zijn werk, de Verzeichnüss, die hij tot zijn dood nauwgezet bijhoudt. Op 21 september 1784 ziet zijn tweede zoon, Carl Thomas, het levenslicht.

Drie maanden later treedt Mozart toe als lid van de vrijmetselaarsloge 'Zur Wohlthätigkeit'. Enige tijd later ontmoet hij de componist Joseph Haydn, die hoog opgaf van Mozarts muzikale kwaliteiten. Die bewondering is wederzijds: Mozart zou later zes in die tijd gecomponeerde strijkkwartetten (KV 387, 421, 428, 458, 464 en 465) aan Haydn opdragen. In april 1785, een maand na de eerste uitvoering van Mozarts oratorium Davidde penitente (KV 469), meldt ook vader Leopold zich aan bij de vrijmetselaars, op aandringen van Wolfgang. Kort daarna schrijft Mozart de vijf minuten durende Maurerische Trauermusik in c-klein (KV 477) ter nagedachtenis van twee overleden logebroeders.

In februari 1786 vindt op het Schloss Schönbrunn in aanwezigheid van keizer Jozef II een bijzondere wedstrijd plaats: Mozarts Der Schauspieldirektor (KV 486) en Salieri's Prima la musica e poi le parole dingen er om de eerste prijs. Salieri wint, Mozart krijgt de troostprijs van 50 dukaten. In april speelt Mozart zijn nieuwe (en thans bekendste) pianoconcert in c-klein (KV 491, nr. 24), een werk dat door Ludwig van Beethoven bewonderd werd en waarvoor hij cadensen schreef. Op 1 mei van hetzelfde jaar vindt in het Burgtheater te Wenen de eerste uitvoering plaats van de opera buffa Le nozze di Figaro (KV 492). Het libretto is van de hand van Lorenzo da Ponte die zich daarvoor baseerde op het Franse, door Jozef II verboden, toneelstuk Le mariage de Figaro van Pierre Beaumarchais. Ook in Praag wordt Figaro enthousiast onthaald. Mozart, vergezeld van zijn vrouw Constanze, reist in januari 1787 naar de stad om er persoonlijk een opvoering van de opera te dirigeren. Tijdens zijn verblijf aldaar beleeft de Praagse symfonie in D-groot (KV 504, Symfonie nr. 38) haar première. Dit artistieke succes komt slechts een paar weken na de dood van hun derde zoon, Johann Thomas Leopold, die in november 1786, amper een maand oud, stierf.

In 1787 reist Ludwig van Beethoven naar Wenen om les te krijgen van Mozart. Van een persoonlijke ontmoeting tussen beide componisten is echter niets bekend. Op 28 mei sterft vader Leopold Mozart. In datzelfde jaar verkrijgt Mozart van de muziekminnende dubbelmonarch Jozef II de titel van königlich und kaiserlich of k.k. Kammerkompositeur. Hij is zodanig in de wolken dat hij aan een vriend schrijft: "Nu sta ik voor de poorten van het geluk". Deze keizerlijke benoeming betekende voor de componist een aanzienlijke statusverhoging. Deze betaalde aanstelling zonder al te veel verplichtingen met voldoende bewegingsvrijheid voorzag hem voor altijd van het officiële stempel van hofcomponist. Na deze aanstelling vond er een uitbarsting van creativiteit en vernieuwing plaats van Mozarts compositorisch kunnen. Mozartbiograaf Christoph Wolff stelt in dit verband dat men vanaf dan kan gewagen van een imperial style in zijn muziek.

In het najaar zijn de Mozarts opnieuw te Praag waar de opera Don Giovanni wordt opgevoerd op 29 oktober. Voor het libretto had Mozart andermaal kunnen rekenen op het vakmanschap van Da Ponte. In december van dat jaar krijgt Wolfgang een aanstelling als kamermusicus aan het hof van keizer Jozef II, alweer tegen een mager salaris dat niet volstaat om zijn schulden te voldoen. De opera Don Giovanni wordt in Wenen maar matig gewaardeerd. Op 29 juni 1788 sterft zijn zes maanden oude dochtertje Theresia. In november 1789 overlijdt zijn tweede dochtertje, Anna, vrijwel direct na de geboorte.

Op 26 januari 1790 — een dag voor Mozarts vierendertigste verjaardag — vindt in Wenen met veel bijval de eerste uitvoering plaats van de opera Così fan tutte (KV 588). Dit is de derde (en laatste) Mozart-opera waarvoor Da Ponte het libretto schreef. Maar in 1790 sterft Jozef II (13 maart 1741 – 20 februari 1790), keizer van het Heilige Roomse Rijk (van 1765 tot 1790). Hij wordt opgevolgd door Leopold II die niet zo in muziek is geïnteresseerd als zijn voorganger.

Op 4 maart 1791 geeft Mozart zijn laatste publieke optreden in de Jahnsche Saal als componist en pianovirtuoos met een uitvoering van het pianoconcert in Bes-groot (KV 595, nr. 27). In zijn streven uiteindelijk kapelmeester te worden solliciteert hij in april 1791 met succes voor het baantje als onbetaald assistent van L. Hofmann, de kapelmeester van de Stephansdom in Wenen met recht van opvolging. In juni schrijft hij in Baden de muziek van het Ave Verum. Tijdens de zomer legt hij zich toe op de werken van Georg Friedrich Händel, waarvan hij bewerkingen maakt (onder meer Alexander's Feast en Ode for St. Cecilia's Day[bron?]). Op 26 juli wordt Mozarts vierde zoon, Franz Xaver Wolfgang, geboren, die later een bescheiden carrière zal maken als componist onder de naam van zijn vader (Wolfgang Mozart junior). In augustus reist de familie Mozart naar Praag voor de kroning van Leopold II als koning van Bohemen. Voor die gelegenheid componeert hij een bestelde opera: La clemenza di Tito. Mozart bezoekt er de Praagse vrijmetselaarsloge Zur Wahrheit und Einigkeit waar zijn cantate Die Maurerfreude uitgevoerd wordt. Medio september voltooit de componist de door E. Schikaneder bestelde opera: Die Zauberflöte. Bij de première op 30 september dirigeert hij zelf de opera die een groot succes kende en 20 uitvoeringen beleeft.

Ziekte en dood, eind 1791[bewerken]

Grafteken voor Mozart op de begraafplaats St. Marx in Wenen. Pas in 1855 werd de waarschijnlijke locatie van Mozarts graf vastgesteld, maar absolute zekerheid bestaat daarover nog steeds niet.

Hoewel hij uitgeput is door het vele werk, aanvaardt hij toch een geheime opdracht van graaf Franz von Walsegg: een Requiem (KV 626). Overwerkt wordt Mozart gekweld door een depressie en door de waanvoorstelling dat hij vergiftigd is. Door het succes van zijn Kleine Freimaurer-Kantate (Laut verkünde unsre Freude, KV 623) die wordt uitgevoerd bij de opening van de nieuwe Weense loge Zur gekrönten Hoffnung, raakt hij wat opgemonterd.

Aan zijn ziekbed gaat een repetitie door van vocale partijen van reeds voltooide delen van het grotelijks nog onvoltooide requiem. Daarbij vervullen de vrienden van het Freihaustheater de zangpartijen terwijl Mozart zelf de altpartij voor zich neemt. Vanaf 20 november wordt hij ernstig ziek en blijft in bed. Daarna overleggen de artsen Closset en Sallaba over de toe te passen behandeling. Begin december is hij aan de beterende hand. De avond van de vierde december is hij zeer helder van geest. Mozart overlijdt om vijf minuten voor één uur op 5 december 1791. Het Requiem blijft daardoor onvoltooid. Mozart heeft dan nog veel muziek schetsmatig gecomponeerd maar niet volledig uitgeschreven.[5]

Na een korte uitvaartmis in de Stephansdom wordt Mozart begraven op de begraafplaats St. Marx te Wenen in een eenvoudig, algemeen graf. Enkele dagen later, op 10 december 1791, wordt in de St. Michaelskerk een mis gezongen te zijner nagedachtenis, waarbij de door Mozart voltooide delen van het Requiem worden uitgevoerd. Over de doodsoorzaak wordt zelfs tot op heden gediscussieerd. Twee serieuze werken die dit onderwerp behandelen zijn: Mozarts Tod: ein Rätsel wird gelöst van Ludwig Köppen en Der Fall Mozart van Helmuth Perl.

In 1823 vertelde Constanze dat Mozart in de maanden voor zijn dood had gezegd dat hij "met Aqua Tofana vergiftigd zou zijn".[6] Daarvoor bestaan geen concrete aanwijzingen. Mozarts doodsoorzaak is niet bekend; mogelijk stierf hij aan een nierziekte of aan een hitziges Friesel Fieber wat neerkomt op een zware infectie.

In 2009 werd epidemiologisch onderzoek gepubliceerd dat als doodsoorzaak een infectie met streptokokken aanwijst. De onderzoekers bestudeerden alle beschrijvingen van Mozarts aandoening en keken in de Weense archieven waaraan jonge mannen dood gingen, in de jaren voor en na Mozarts dood. Deze gegevens wijzen erop dat ten tijde van Mozarts dood een streptokokepidemie heerste. De vermoedelijke haard was een militair hospitaal en omdat soldaten vaak bijverdienden als muzikant, is het waarschijnlijk dat Mozart de bacterie opliep "via een soldaat die speelde in het orkest dat hij twee dagen voor zijn ziekte nog dirigeerde." Onderzoeksleider Zegers benadrukt dat zekerheid na tweehonderd jaar niet meer te krijgen is. "Maar we hebben wel als eersten een doodsoorzaak op twee verschillende pijlers gebaseerd. Het zal heel wat jaren duren voor iemand met iets sterkers kan komen."[7]

Uiterlijk en persoonlijkheid[bewerken]

Mozarts uiterlijk en persoonlijkheid is al sinds zijn dood een onderwerp van discussie tussen historici en Mozartliefhebbers. Authentieke portretten van Mozart zijn relatief gering in aantal en omdat bijna elk schilderij dat van hem gemaakt is duidelijke verschillen vertoont, kan niemand met zekerheid zeggen hoe Mozart eruit heeft gezien. Het bekendste schilderij van Mozart is gemaakt in 1819 door Barbara Krafft, dertig jaar na zijn dood. Hoewel Mozarts zus Nannerl gezegd heeft dat het schilderij veel weg heeft van de echte Mozart, is het waarschijnlijk niet een heel betrouwbaar portret van Mozart, hoewel de afbeelding voor zowel cd-hoesjes, boeken en posters vaak gebruikt wordt. Ook bestaan er portretten van de componist waarvan niet zeker is of het wel echt om Mozart gaat, of om een ander persoon uit die tijd. Wat wel op elk schilderij terugkeert, is Mozarts grote neus en grote, uitpuilende ogen met dikke oogleden. Wat ook een feit is, is dat Mozart van zichzelf golvend, donkerblond haar had, en het elke morgen door een friseur naar achteren liet borstelen, over de oren gekapt. Mozart had blauwe ogen, toch is er ten minste één portret van hem bekend waarop hij bruine ogen heeft.

Het dodenmasker van Mozart is volgens zijn vrouw Constanze op de grond gebroken. Een later opgedoken dodenmasker wordt door wetenschappers niet als echt beschouwd. Het linkeroor van Mozart was misvormd, de bovenste rand van het oor ontbrak. In de medische wereld wordt tegenwoordig ook wel over het Mozart-oor gesproken. Toen Mozarts zuster Nannerl gevraagd werd hoe haar jongere broer eruit had gezien, omschreef ze hem als bleek, tenger en klein. Mozart zou tussen 1,54 m tot 1,65 m lang zijn geweest.

Ook Mozarts karakter was een onderwerp van discussie. Hoewel hij volwassen was, was hij nog altijd erg afhankelijk van zijn ouders. Uit de vele brieven die Mozart schreef is gebleken dat hij gevoel voor humor had, regelmatig iemand in de maling nam en het leven niet heel erg serieus nam. Mozart zou een kinderlijk, vulgair, bijdehand persoon zijn geweest, wat waarschijnlijk de reden was geweest dat hij in Salzburg niet erg gewaardeerd werd.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Op 4 augustus 1782 trouwde hij met Constanze Weber (5 januari 1762 - 6 maart 1842). Ze kregen zes kinderen van wie er slechts twee volwassen werden, namelijk Carl en Franz:

Geldzorgen[bewerken]

Mozart werd bijna zijn hele leven gekweld door geldzorgen, niet zozeer door gebrek aan inkomsten, maar door een dure levensstijl.

Vanwege zijn snel ontdekte muzikale hoogbegaafdheid werd Mozart - samen met zijn zus - al vroeg door zijn vader voor de grootste hoven van de toenmalige Europese leiders gebracht. Zij werden in zowel geld als (waardevolle) natura (allerhande 'mooie' voorwerpen zoals snuifdozen, medailles) betaald. Tijdens zijn laatste levensjaren, ten tijde van Le Nozze di Figaro en Die Zauberflöte, verdiende hij omgerekend zo'n 75.000 euro per jaar. Mozart was, naar men zei, de best betaalde musicus van de late 18e eeuw. De jaarlijkse keizerlijke toelage bedroeg 800 florijnen en hij verdiende daarnaast als pianist, componist en dirigent. Zijn buitensporige, aristocratisch aandoende levensstijl, kostte meer dan hij bezat. Zijn echtgenote wist de leningen tot bepaalde hoogte te saneren. Zij heeft na zijn dood veel werken laten uitgeven en op die manier in haar onderhoud kunnen voorzien. Na haar huwelijk met de oud-ambassadeur Von Nissen gaven zij samen een Mozart-biografie uit.

De Köchel-Verzeichnis en andere catalogi[bewerken]

Mozart heeft een groot aantal composities nagelaten die gerangschikt zijn in de numerieke Köchel-Verzeichnis (KV). Deze lijst is genoemd naar de Oostenrijkse botanicus en muziekliefhebber Ludwig von Köchel (1800-1877). Een handzame samenvatting van Mozarts oeuvre werd in 1951 uitgegeven onder de titel Der kleine Köchel. Er wordt gewerkt aan een herziene versie van de Köchel.

Een onschatbare bron is de Verzeichnüss, wat staat voor Verzeichnüss aller meiner Werke (1784-1791), een overzicht dat de componist zelf bijhield. Op de rechterpagina noteerde Mozart de openingsmaten van elk nieuw werk (de incipit) en voegde op de linkerpagina verdere gegevens toe zoals datum, titel, voorgeschreven instrumenten, opdrachten, enzovoort. Deze catalogus wordt in de British Library bewaard.

Ook wordt soms het systeem van de AMA (Alte Mozart-Ausgabe) en de NMA (Neue Mozart-Ausgabe) gehanteerd. Dit geeft de plaats aan van een compositie in een van de boekdelen van het verzamelde werk.

Oeuvre van Mozart[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Oeuvre van Wolfgang Amadeus Mozart voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Pianoconcerten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Concerten voor een of meer klavierinstrumenten en orkest van Mozart voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Mozart schreef in totaal 27 pianoconcerten.

Overige soloconcerten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van concerten voor een of meer solo-instrumenten en orkest van Mozart (zonder de klavierconcerten) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Vioolconcerten

Mozart heeft vijf vioolconcerten geschreven die zijn voltooid in een tijdspanne van twee jaar. Het gaat respectievelijk om het Vioolconcert in Bes majeur (nr. 1, KV 207), het concert in D majeur (nr. 2, KV 211), het concert in G majeur (nr. 3, KV 216), het concert in D majeur (nr. 4, KV 218) en het concert in A majeur (nr. 5, KV 219). Recent onderzoek heeft de ontstaansdatum van Vioolconcert nr. 1 verschoven van 1775 naar 1773, waarmee het meteen de status heeft verworven van Mozarts allereerste oorspronkelijke soloconcert. Van de vijf werken worden nr. 3 en nr. 5 het meest uitgevoerd. Verder is er nog de Sinfonia concertante voor viool, altviool en orkest in Es majeur, KV 364, geschreven in 1779.

  • Hoornconcerten

Symfonieën[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van symfonieën van Mozart voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Mozarts eerste symfonieën dateren van 1764 en werden in Londen gecomponeerd. Deze jeugdwerken zijn gemodelleerd naar de voorbeelden van Johann Christian Bach en Karl Friedrich Abel. In de periode december 1771 - zomer 1774 schrijft Mozart 17 symfonieën, zeer verschillend van vorm en met zowel Italiaanse als Salzburgse en Mannheimer invloeden. Tot deze groep behoort de zogenaamde kleine Symfonie in g-klein (nr. 25, KV 183), met kenmerkende Sturm und Drang-elementen. De bekende Parijse Symfonie in D-groot (nr. 31, KV 297), die begint met de door de Parijzenaars gewaardeerde 'coup d'archet', dateert van vijf jaar later (juni 1778). Toen zijn Salzburgse vriend Siegmund Haffner in de adelstand werd verheven, componeerde Mozart de Haffner symfonie in D-groot (nr. 35, KV 385). Aan de drie laatste en bekendste symfonieën gaat de Praagse symfonie in D-groot vooraf (nr. 38, KV 504). Het werk opent met een donker, opstandig adagio dat herinnert aan de opera Don Giovanni die omstreeks die tijd gereed kwam. De reeks symfonieën die Mozarts bijdrage in dit genre afsluit wordt gerekend tot de hoogtepunten van deze muziekvorm. De meer pastorale Symfonie in Es-groot (nr. 39, KV 543), wordt gevolgd door de "grote" Symfonie in g-klein (nr. 40, KV 550), een van de bekendste werken uit de westerse muziek. De magistrale Jupiter-symfonie in C-groot (nr. 41, KV 551) combineert een classicistische stijl met streng en inventief contrapunt. Deze drie symfonieën, die onderling erg verschillen in stijl en karakter, werden in nog geen twee maanden tijd op papier gezet (zomer 1788).

Strijkkwartetten[bewerken]

Mozart schreef in totaal 25 strijkkwartetten die in diverse perioden ingedeeld kunnen worden. De Milanese kwartetten ontstonden tijdens zijn reizen naar Milaan, Bolzano en Verona en werden gecomponeerd tussen eind 1772 en begin 1773 (KV 155-160). Ze bestaan elk uit drie delen. Een nieuwe reeks van zes kwartetten volgde in het najaar van 1773 (KV 168-173). Ze ontstonden te Wenen en tellen ditmaal vier delen (zoals de kwartetten van Joseph Haydn). In de finale van het eerste (KV 168) en het laatste kwartet (KV 173) in deze reeks gebruikt Mozart voor het eerst de fugavorm buiten zijn kerkelijke composities.

Het hoogtepunt van Mozarts bijdragen aan dit genre zijn de zes kwartetten opgedragen aan Joseph Haydn (KV 387, 421, 428, 458, 464 en 465). Deze cyclus is het resultaat van een lang compositieproces, ongewoon voor Mozart. Bekende werken in deze serie zijn het Jagd-Quartett (KV 458) en het Dissonanzen-Quartett (KV 465), zo genoemd naar de zeer modern aandoende dissonanten in de openingsmaten.

Mozarts laatste drie kwartetten dragen de naam Pruisische kwartetten en zijn opgedragen aan de koning van Pruisen, Frederik Willem II (KV 575, 589 en 590) die zelf cello speelde.

Pianosonates[bewerken]

Mozarts pianosonate in A, KV 331

Mozart was zelf een uitstekend pianist en heeft 17 pianosonates nagelaten. Deze zijn geschreven tussen 1777 en 1789. Later zijn er nog twee sonates aan toegevoegd, gebaseerd op afzonderlijke delen. Deze twee laatste sonates zijn enkele van de meest bekende.

We kunnen stellen dat Mozart twee soorten pianosonates heeft geschreven: tot en met de 11e sonate werkt hij tamelijk sober en klassiek, vanaf de twaalfde wordt het duidelijk dat de romantiek er begint door te komen: er komt ook plaats voor meer dissonante akkoorden (zoals de dominant-none).

Vooral de elfde sonate in A groot, K. 331 is erg bekend. Het was één van Mozarts lievelingssonates. Het eerste deel, een Andante con Varazioni (grazioso), klinkt alle muziekliefhebbers ongetwijfeld bekend in de oren. Vooral het derde deel is bekend: het beroemde Rondo Alla Turca.

Mozarts sonates zijn over het algemeen driedelig, al kunnen we hier en daar een tweedelige sonate ontdekken (bv. de 19e). Het eerste deel is meestal een Allegro, daarna volgt vaak een Adagio, en als derde deel wordt dikwijls het rondo gebruikt, al is het Allegretto ook populair. De klassieke vorm voor een sonate dus.

Requiem[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Requiem (Mozart) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de zomer van 1791 werd Mozart door een onbekende man benaderd die een requiem wilde bestellen. De reden en zijn identiteit wilde de man niet bekendmaken. Later bleek de mysterieuze man (misschien Franz Anton Leitgeb) in opdracht te handelen van graaf Franz von Walsegg. Deze graaf had de gewoonte van tijd tot tijd stukken te bestellen om deze vervolgens over te schrijven en als zijn eigen werk uit te geven. Graaf Von Walsegg wilde van Mozart een dodenmis ter nagedachtenis van zijn overleden echtgenote.

Op het moment dat Mozart de opdracht aannam, had hij al te kampen met gezondheidsproblemen. Door een aantal andere werkzaamheden (waaronder aan Die Zauberflöte) kon hij pas aan het requiem beginnen toen zijn gezondheidstoestand nog verder was verslechterd. Voor zijn dood gaf hij Franz Xaver Süssmayr aanwijzingen over hoe de nog niet afgewerkte delen dienden te worden ingevuld. Hoewel Constanze zich na het overlijden van Mozart in eerste instantie tot anderen wendde, was het uiteindelijk deze Süssmayr die het werk heeft voltooid zoals we het nu kennen. Of hij daarbij gebruik heeft kunnen maken van schetsen van Mozarts hand is nog steeds een onderwerp van discussie.[8]

De film Amadeus[bewerken]

In 1984 verscheen de bioscoopfilm Amadeus, geregisseerd door Milos Forman. De film won 8 Academy Awards, onder meer voor beste film. De film was gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Peter Shaffer uit 1980, geïnspireerd door een toneelstuk Mozart i Salieri (Моцарт и Сальери, 1830) van de Russische schrijver Aleksandr Poesjkin. In dit verhaal wordt gesuggereerd dat de jaloezie van zijn Italiaanse rivaal Antonio Salieri (1750-1825) zou hebben geleid tot Mozarts overlijden.

Mozartjaren[bewerken]

Mozart met zijn Orde van het Gulden Spoor op een portret waarvoor hij heeft geposeerd

Ter herdenking van Mozarts 200ste sterfjaar werd 1991 uitgeroepen tot internationaal Mozartjaar. Ook 2006 werd uitgeroepen tot internationaal Mozartjaar, deze keer omdat het 250 jaar geleden was dat Mozart werd geboren. Op de eerste dag van dit nieuwe Mozartjaar werd het Klarinetconcert in A (KV 622) door de luisteraars van de Britse Classic FM-zender gekozen tot zijn allerbeste compositie.

Trivia[bewerken]

Op de Oostenrijkse munt van 1 euro prijkt de beeltenis van Mozart.

Literatuur[bewerken]

Ondoenlijk is het om alle naslagwerken over Mozart te noemen. Al is geen enkele biografie als 'het' standaardwerk te noemen, toch worden bepaalde biografieën zeer frequent genoemd:

  • Einstein, Alfred (1947), MOZART, Sein Charakter Sein Werk (Fischer Verlag)
  • Hildesheimer, Wolfgang (1980), Mozart (Suhrkamp Taschenbuch)
  • Gutman, Robert W. (1999), Mozart. A Cultural Biography, New York, Harcourt Brace & Company
  • Niemetscheks, Frans Xavier (1798), Leben des k.k. Kapellmeisters Wolfgang Gottlieb Mozart (de eerste Mozartbiografie)
  • Robbins Landon, H.C. (2001, red.), Wolfgang Amadeus Mozart. Volledig overzicht van zijn leven en muziek, Baarn, Tirion
  • Sadie, Stanley (2006), Mozart. The Early Years 1756-1781, New York, Norton
  • Wolff, Christoph (2012), Mozart at the gateway to his fortune, W.W. Norton Co, 272 blz.[5]

Zie ook[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Wolfgang Amadeus Mozart.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Amadé, Amadeus en Amadeo zijn omzettingen van Mozarts 4e naam Theophilus (vertaling: vriend van God)
  2. Mozart haalde regelmatig grappen uit bij de ondertekening van brieven. Soms ondertekende hij met Amadeo of Wolfgango. Ook gebruikte hij eens "GNAGFLOW TRAZOM" (een kreeftgang van zijn naam). Zie de brieven van Mozart op Project Gutenberg.
  3. Sadie, p. 16 en Gutman, p. 53
  4. Een later aangebrachte gedenkplaat op de hoek van de Kalvermarkt herinnert aan het bezoek van de familie Mozart aan Den Haag
  5. a b Onafgemaakte partituren kamermuziek van Mozart
  6. A Mozart Pilgrimage: being the Travel Diaris of Vincent and Mary Novello in the year 1829, transkribiert und zusammengestellt von Nerina Medici di Marignano, bearbeitet von Rosemary Hughes, London, Novello, 1955.
  7. Sander Becker, 'Voorlopig is Mozart bezweken aan streptokok.' In Trouw, 20 augustus 2009. Geraadpleegd op 24 april 2014.
  8. Meer over het Requiem