La clemenza di Tito

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

La clemenza di Tito (KV621) is een opera van Wolfgang Amadeus Mozart in twee bedrijven naar een libretto van Pietro Metastasio aangepast door Caterino Mazzolà. Het is de laatste opera die Mozart heeft geschreven.

De opera is op 6 september 1791 voor het eerst opgevoerd in Praag ter gelegenheid van de kroning van keizer Leopold II. De opdracht werd pas in juli 1791 verstrekt en Mozart voltooide de opera pas de dag voor de opvoering, getuige de datum die hij toevoegde in zijn eigen muziekcatalogus.

Van 1830 tot de jaren zestig van de 20e eeuw is de opera niet vaak opgevoerd. Velen beschouwden de opera, in tegenstelling tot ander werk van Mozart, als tijdgebonden. Dit was zeker het geval in het begin van de negentiende eeuw toen andere componisten zoals Rossini het operapubliek nieuwe muziekstijlen en verhalen voorschotelde en La clemenza di Tito daar ouderwets tegen afstak. Het komt niet vaak voor dat een vergeten opera opnieuw wordt ingestudeerd, maar de opinie sloeg echter toch om en vanaf 1980 is de opera in meer dan twintig wereldsteden opgevoerd.

Rolverdeling[bewerken]

  • Titus Vespasiano, Romeins keizer - tenor
  • Sextus, vriend van Tito - mezzosopraan
  • Vitellia, dochter van keizer Vitellius - sopraan
  • Servilia, zuster van Sextus - sopraan
  • Annius, vriend van Sextus - mezzosopraan
  • Publius, commandeur van de Praetoriaanse garde - bas

Synopsis[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Inleiding[bewerken]

Het verhaal speelt zich af in het jaar 79 in Rome en is gebaseerd op echt bestaande personen. Vitellia, dochter van keizer Vitellius die een aantal jaren geleden opzij is gezet door de vader van Titus Vespasiano, hoopt om toch de troon te bereiken door keizer Titus te verleiden. Maar Titus heeft een oogje op Berenice, prinses van Judea. De beste vriend van Titus , Sextus, heeft daarentegen gevoelens voor Vitellia. Zij misbruikt zijn gevoelens om hem op te zetten tegen zijn vriend Titus de keizer en een opstand te leiden tegen zijn vriend.

Eerste bedrijf[bewerken]

Sextus en Vitellia bespreken hun plan van aanpak om Tito van de troon te werpen, hoewel Sextus nog bedenkingen heeft. Dan meldt Annius dat Titus zijn relatie met Berenice heeft verbroken omdat er in het land te veel onrust ontstond door het idee van een buitenlandse prinses op de troon. Vitellia ziet nog een kans en vraagt Sextus om de opstand nog even uit te stellen.

Titus vertelt aan Sextus dat hij van plan is om Servilia te trouwen nu de relatie met Berenice stukgelopen is. Annius probeert Servillia vast in te lichten over deze plannen van de keizer, maar hij verspreekt zich en noemt haar 'mijn geliefde', waarop Servilia zijn liefde beantwoordt. Zij gaat naar de keizer Titus om te melden dat zij niet wil trouwen met hem omdat zij van Annius houdt. Titus is zeer te spreken over haar eerlijkheid en moed, en ziet af van verdere stappen. De volgende op wie zijn keuze valt is nu toch eindelijk Vitellia.

Sextus voelt zich schuldig voor het opzetten van een opstand tegen zijn vriend Titus, en wil uit de samenzwering stappen. Maar op dat moment breekt een brand uit in het Capitool als teken dat de staatsgreep is begonnen. Sextus gaat op onderzoek uit en komt terug met het gerucht dat Titus is vermoord en wil bijna zijn aandeel in de opstand bekennen tegenover Annius, Servilia en Publius maar Vitellia weet dit net te voorkomen.

Tweede bedrijf[bewerken]

In de tuinen van het paleis vertelt Annius aan Sextus dat de opstand is neergeslagen en dat Titus ongedeerd is. Sextus bekent nu zijn schuld tegenover Annius en vertelt dat hij Rome wil ontvluchten. Annius raadt hem aan om alles eerlijk te bekennen tegenover Titus en hij vertrekt. Vitellia komt de tuin binnen en raadt Sextus precies het tegenovergestelde aan omdat ze bang is dat hij haar inmenging ter sprake brengt wat de kans om met Titus te trouwen aanzienlijk verkleint. Dan komt Publius om Sextus te arresteren.

Titus, dankbaar omdat hij de opstand heeft overleefd, wacht op nieuws over de rechtszaak tegen zijn vriend en verrader Sextus. Annius brengt het nieuws dat Sextus alles heeft bekend en schuldig is bevonden. De doodstraf hoeft alleen nog ondertekend te worden door Titus maar deze wil Sextus eerst zelf spreken. Sextus wordt daarom voorgeleid aan Titus die hem vriendelijk ontvangt. Sextus smeekt om de doodstraf, uit schaamte voor zijn verraderlijke karakter en omdat hij niet kan kiezen tussen gratie van zijn vriend en het verloochenen van de vrouw van wie hij houdt, Vitellia.

Titus, na lang aarzelen, besluit om de doodstraf niet te ondertekenen en zijn vriend gratie te verlenen. Vitellia die bang is dat Sextus alles heeft verteld over de samenzwering voelt wroeging en besluit om alles op te biechten tegenover Titus, ook al verliest ze hiermee waarschijnlijk de kans om met hem te trouwen en op de troon plaats te nemen. Het verhaal eindigt in het amphitheater waar Titus ten overstaan van het volk zijn ware milde karakter toont en zowel Sextus als Vitellia de vrijheid schenkt.