Die Zauberflöte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ouverture
Vista-kmixdocked.png
Ouverture van Die Zauberflöte (download·info)

Die Zauberflöte (Nederlands: De toverfluit) (KV 620) is een 'Singspiel' in twee bedrijven van Wolfgang Amadeus Mozart naar een libretto van de vrije theaterproducent Emanuel Schikaneder. Het behoort tot de bekendste en vaakst opgevoerde opera's uit het repertoire. In 1792, een jaar na de wereldpremière in Wenen, ging het Singspiel reeds naar Amsterdam ('De Tooverfluyt') en werd daar voor het eerst in Nederland opgevoerd. Het libretto is gebaseerd op talrijke bronnen, waarvan het sprookje "Lulu oder die Zauberflöte" van August Jacob Liebeskind (verschenen in de sprookjesbundel 'Dschinnistan' van Christoph Wieland) de belangrijkste is. De première vond plaats op 30 september 1791 in Wenen, in het Theater auf der Wieden. Die Zauberflöte is één van de weinige populaire sprookjesopera's die de status van meesterwerk hebben behaald en kent talrijke interpretaties. Het werk wordt wel beschouwd als de eerste musical in de muziekgeschiedenis, onder andere vanwege de verschillende themalijnen en een grote mate van afwisseling van scenes en affecten.

Rolverdeling[bewerken]

"Ach, ich fühl's" uit Die Zauberflöte. Orchester des Deutschen Opernhauses, Berlin. Opname van 21 April 1938 in Berlijn.
  • Tamino, een prins - lyrische tenor;
  • Papageno, een vogelvanger - buffo-bariton
  • Koningin van de Nacht - coloratuursopraan
  • Pamina, haar dochter - sopraan
  • Sarastro, priester van de zon - diepe bas, basso profondo
  • Drie dames - sopraan, mezzosopraan, alt
  • Drie jongens - begeleiding, twee sopranen, alt
  • Spreker - bas
  • Drie priesters - tenor, bas en spreker
  • Twee geharnasten - tenor, bas
  • Monostatos, een Moor, dienaar van Sarastro - tenor
  • Een oude vrouw (Papagena) - sopraan
  • Drie slaven - spreekrol
  • Koor van priesters, slaven en gevolg

Synopsis[bewerken]

"De Koningin van de Nacht" verschijnt. Decor van Karl Friedrich Schinkel

Prins Tamino gaat voor de weduwe "de Koningin van de Nacht" op zoek naar haar dochter Pamina, die door de priester Sarastro gevangen wordt gehouden. De Koningin van de Nacht draagt Papageno op om Tamino te vergezellen. Net als Tamino is hij op zoek naar zijn vrouwelijke wederhelft. Van de drie dames krijgen ze een toverfluit (voor Tamino) en een klokkenspel (voor Papageno) mee. Ook zullen drie knapen hen begeleiden op de reis.

Als Pamina gevonden wordt, blijkt Sarastro haar weliswaar gevangen te hebben, maar met als doel om haar te bevrijden uit de macht van haar overheersende moeder. Haar moeder beheerst de krachten van de Nacht, maar daarnaast is ze ook uit op de macht van de zevenvoudige zonnekrans. Sarastro heeft die zevenvoudige zonnekrans geërfd van de man van de Koningin van de Nacht. Nu is hij opperpriester van de Tempel van de Wijsheid. Hij laat Tamino, Papageno en Pamina een aantal beproevingen ondergaan om ze te testen of ze in staat zijn een "inwijding" te kunnen doorstaan.

De Koningin van de Nacht probeert eerst nog haar dochter aan te zetten tot moord op Sarastro, maar die doorziet het complot: hij weet alles en de Koningin van de Nacht wordt teruggestuurd naar de Nacht. Papageno faalt bij zijn inwijdingstesten en wordt veroordeeld om eeuwig op aarde te blijven ronddolen: hij vindt zijn bruid Papagena en samen blijven ze voortbestaan in hun vele kleine Papagena's en Papageno's. Tamino en Pamina slagen wel voor de testen en worden ingewijd door tezamen door de poorten des doods te gaan. Tamino en Pamina worden voor eeuwig met elkaar verenigd en gaan deel uitmaken van de ingewijden in de tempel der wijsheid: de Zon komt op en het Licht verdrijft de Duisternis.

Verhaal[bewerken]

Emanuel Schikaneder als eerste Papageno

Het verhaal speelt zich af in een gefantaseerd oud Egypte. De prins Tamino wordt aangevallen door een slang. Hij bezwijmt maar wordt gered doordat de drie dames van de "Koningin van de Nacht" de slang doden. De drie dames vinden Tamino zo knap dat ze aan de Koningin van de Nacht gaan melden dat ze hem hebben gezien.

Als Tamino weer bijkomt is de vogelvanger Papageno bij hem. Hij speelt op een panfluit om vogels te lokken. Papageno beweert de slang gedood te hebben omdat hij reuzenkracht bezit, en vanwege deze leugen straffen de dames hem. Zijn mond wordt met een gouden hangslot vergrendeld. De drie dames tonen Tamino het portret van Pamina, de dochter van de Koningin van de Nacht, die door de boze tovenaar Sarastro is ontvoerd. Tamino wordt verliefd op Pamina en belooft haar te bevrijden. Hiervoor krijgt hij van de Koningin van de Nacht een toverfluit. Papageno wordt van het hangslot bevrijd en krijgt een toverklokkenspel. Hij wordt verplicht Tamino te begeleiden naar het paleis van Sarastro. Ze krijgen als hulp drie wijze knapen die rond hen zweven en zullen helpen op hun weg.

Bij Sarastro hoort een zwarte Moor met de naam Monostatos, als hoofd van een aantal slaven. Ze houden Pamina gevangen en Monostatos probeert haar te verkrachten. Ze valt flauw en op dat moment komt Papageno op het toneel. Monostatos en Papageno schrikken heftig van elkaar. Ze denken ieder dat de andere de duivel is en vluchten weg. Na een tijdje keert Papageno terug in het vertrek waar Pamina gevangen wordt gehouden. Hij vertelt haar dat een prins Tamino verliefd op haar is en haar komt bevrijden en dat hijzelf zijn helper is. Ze wordt onmiddellijk verliefd op Tamino en ontsnapt samen met Papageno om Tamino te zoeken. Papageno speelt op zijn panfluit en Tamino antwoordt met zijn toverfluit. Helaas wordt dat korte fluitcontact even later verbroken wanneer Papageno en Pamina door Monostatos en zijn slaven gevangen worden genomen, maar dan laat Papageno zijn toverklokkenspel horen: Monostatos en zijn slaven worden betoverd en dansen op de maat van de muziek weg.

Tijdens deze belevenissen van Papageno zoekt Tamino alleen en zonder resultaat Pamina. Op zijn zoektocht komt Tamino aan bij de Isistempel. Twee deuren zijn op slot, de 'Rede' en de 'Natuur'. Één deur is niet op slot: ‘de wijsheid’. Tamino klopt aan en er wordt opengedaan. Een priester vertelt dat Sarastro geen boosaardige tovenaar is. Hij is de heerser over de tempel van de 'Wijsheid’. Hij wil Pamina aan de negatieve invloed van haar moeder onttrekken. Tamino wordt geplaagd door twijfel en vraagt zich af of Pamina nog leeft. Dan hoort hij stemmen om zich heen die hem ervan verzekeren dat Pamina nog leeft. Hij raakt ontroerd en speelt als dank vol liefde op zijn toverfluit. Dat is het moment dat hij even kort in contact komt met Pamina middels het panfluitspel van Papageno. Alle dieren dansen en zelfs wilde dieren voelen dan vrede.

In het volgend toneel komt Sarastro op. Het is indrukwekkend en Papageno wenste dat hij zo klein als een muis was. Hij weet niet wat hij zou moeten zeggen, maar Pamina zingt: "De waarheid al zou het het opbiechten van een misdaad zijn." Pamina verklaart aan Sarastro dat ze hem wilde ontvluchten, omdat Monostatos haar liefde verlangde. Ze wil terug naar haar moeder. Sarastro geeft aan dat hij Pamina niet tot liefde zal dwingen, maar dat ze toch niet de vrijheid krijgt. Ze zou er beter aan doen haar hart aan een man dan aan haar moeder te geven. Op dat moment brengt Monostatos de prins Tamino op. Pamina en Tamino zien elkaar nu voor het eerst en vallen in elkaars armen.

Iedereen is ontzet: Sarastro, Monostatos, de slaven en het koor. Ze worden uit elkaar gehaald. Ze moeten eerst bewijzen dat ze edel genoeg zijn om zich met elkaar te kunnen verbinden. Ook wordt Papageno een vrouw in het vooruitzicht gesteld: Papagena.

Tamino en Papageno moeten twee proeven doorstaan met zwijgen, eerst worden ze beproefd door emoties en angsten vanwege de roddels door de drie dames van de Koningin van de Nacht. Tamino slaagt maar Papageno faalt. Dan worden ze beproefd middels hun vrouwelijke wederhelft, Pamina en Papagena; de laatste, Papagena, in de gedaante van een oude vrouw van achttien jaar en twee minuten. De liefde vlamt op, maar Tamino beheerst zich en blijft zwijgen, doch Papageno faalt weer. Daarna belooft Papageno eeuwig trouw aan die oude vrouw, die daarop in een aantrekkelijke jonge vrouw, Papagena, verandert.

Tamino en Pamina gaan uiteindelijk met behulp van de toverfluit door de poorten der doods: door water en vuur.

De Koningin van de Nacht voelt zich verraden en wil tezamen met Monostatos, Sarastro vermoorden. Maar boven hen in de tempel worden Tamino en Pamina verenigd en de zon komt op. Het Licht verdrijft de Duisternis, een aardbeving splijt de aarde open en Monostatos en de Koningin van de Nacht verdwijnen met haar drie dames in de duisternis van de kloof.

Sarastro en zijn priesters en in hun midden Tamino en Pamina vieren de geslaagde inwijding: de overwinning van het licht op de duisternis.

Achtergronden[bewerken]

Koningin van de Nacht
Vista-kmixdocked.png
De tweede aria van Koningin van de Nacht: "Der Hölle Rache" (Sandra Partridge, sopraan) (download·info)

'Die Zauberflöte' kent talrijke interpretaties. Het stuk werd gecreëerd in de tijd van de Verlichting en de sporen daarvan zijn zeker terug te vinden, b.v. in de symboliek van het licht, maar één van de meest terugkerende, alhoewel zeker niet de enige relevante voor het muziektheater, vertrekt vanuit Mozarts en Schikaneders engagement voor de vrijmetselarij.

Vanuit die zichtwijze beschrijft deze opera enkele inwijdingsrites. Ook de spreuk "sei standhaft, duldsam, und verschwiegen" is een letterlijk citaat uit deze rituelen. Het wordt gezongen door de drie wijze knapen die Tamino zullen helpen op zijn reis. Het feit dat Papageno en Tamino voordat ze de tempel betreden, een zak over het hoofd wordt getrokken, die hen het zicht ontneemt, is ook een directe verwijzing naar het inwijdingsritueel dat wordt uitgevoerd bij de eerste graad van de Vrijmetselarij. De tempel van Zarastro is gelijk een vrijmetselaarstempel. De hoofdgedachte in Die Zauberflöte is: de ontwikkeling van de menselijke psyche volgens esoterische principes, namelijk de animus en anima die op verschillende niveaus tot synthese komen en de androgyne mens vormen. Dit wordt verbeeld in het huwelijk tussen Tamino en Pamina, en het vinden van een vrouw voor Papageno, namelijk Papagena.

De opera speelt zich af op het toneel van het antieke Egypte. Er zijn speculaties dat de vrijmetselarij de inwijdingsriten uit het oude Egypte kent en praktiseert.[1] Daar zijn echter geen directe bewijzen voor. Toch is er een relatie, maar die relatie is bij alle inwijdingsriten in alle culturen en alle tijden te leggen. Het centrale thema bij inwijdingen is het vraagstuk van leven en dood. Neem alleen maar de cultus van Mithras, Mithra en de overeenkomsten met de dood van Jezus en de opstanding van Christus. Het is een vorm van syncretisme. Ieder mens wordt geconfronteerd met een innerlijk gevoel van eeuwigheid en het inzicht dat hij een tijdelijk wezen is. Hoe dan ook, Mozart werd in zijn tijd door veel vrijmetselaren als een verrader van inwijdingsgeheimen beticht.

Isis, Osiris en Horus zijn Egyptische goden. De overeenkomst met respectievelijk de Koningin van de Nacht, de vader van Pamina en Tamino is duidelijk. Minder duidelijk kan de overeenkomst zijn met respectievelijk (1) "natuur", in de hoedanigheid van Maya of nacht, (2) de essentie van de "Geest of het bewustzijn" of dag en (3) het "wezen mens" (zie Lichaam-geestprobleem). De mythe van Osiris vertelt over de doodskist met daarin het lijk van Osiris binnen in een boom. In Die Zauberflöte wordt in herinnering gebracht dat de vader van Pamina de toverfluit gesneden heeft uit het binnenste, de ziel, van een duizendjarige eik,[2] terwijl Tamino die toverfluit bespeelt. (Zie ook de begrippen atman en emanatie.)

Het einde van de Opera is de "verlichting", inzicht, wijsheid: de opkomende zon. Het einde van de nacht (illusie) en begin van de dag. Hier ziet men duidelijk de belangrijke thema's: Stärke, Schönheit und Weisheit.

Het koor zingt als slot van de Opera:

Heil sei euch Geweihten!
Ihr dränget durch Nacht.
Dank sei dir, Osiris,
Dank dir, Isis, gebracht!
Es siegte die Stärke
Und krönet zum Lohn
Die Schönheit und Weisheit
Mit ewiger Kron.
[3]

Symboliek[bewerken]

Die Zauberflöte kent verschillende lagen van symboliek. Zie ook Vrijmetselaarssymboliek.

Moralisme[bewerken]

Deugdzaamheid, oprechtheid, sympathie. Het meest direct in het libretto is de moralistische boodschap te horen: dat de mens hier op aarde een hemelrijk krijgt als hij deugdzaam is door bijvoorbeeld niet meer te liegen. Papageno krijgt van de schikgodinnen een slot op zijn mond nadat hij heeft gelogen. En later in de opera, wanneer Papageno vraagt wat hij zou moeten spreken, zingt Pamina: "De waarheid". De drie knaapjes zingen als wijsheidsleer: "wees geduldig, standvastig en zwijgzaam/verstild". Wanneer Papageno met zijn toverklokkenspel Monostatos en zijn slaven betovert, wordt gezongen: "Kon elke goede man zulk klokkenspel vinden, dan zouden al zijn vijanden zonder moeite verdwijnen. (...) Zonder deze sympathie bestaat er geen geluk op aarde". In de tekst wordt de sleutel al gegeven: het klokkenspel is sympathie. De symboliek van fluit en klokkenspel refereert aan vruchtbaarheid en levenskracht.

Symbolen voor de eigenschappen in de mens zelf[bewerken]

Op de poort van de vrijmetselaarstempel staat: "Ken uzelve".

Indien de personages in het libretto letterlijker en/of symbolisch genomen worden, zoals voor de hand ligt, dan opent zich een merkwaardige symboliek. De rollen, de personages, veranderen van mensen in bepaalde eigenschappen van de natuur en van de mens zelf. Op die manier kan de opera inzicht geven in het wezen van de mens zelf. Dit is de methode van de esoterie. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

  • Het symbool Sarastro

Sarastro letterlijk, als naam, verwijst natuurlijk direct naar de naam Zaratoestra. Dat is een indirecte verwijzing naar Zaratustra als middelaar naar Ahura Mazda. Sarastro, als opperpriester in de tempel van Isis en Osiris, is de plaatsvervanger van de dode Osiris. Bij de komst van Sarastro wordt over wijsheid gezongen: Sarastro IS goddelijke wijsheid. Hij is letterlijk in het libretto: "onze afgod" en doet "het leven zich steeds verheugen in grotere wijsheid". Het koor zingt: "Es lebe Sarastro, der göttliche Weise! Er lohnet und strafet in ähnlichem Kreise."[3] Sarastro staat symbool voor de goddelijke wijsheid die diep in ieder mens (ontwikkeld of niet) aanwezig is.

  • Het symbool Papageno

Papageno zegt van zichzelf dat hij een natuurmens is, die niet naar wijsheid zoekt en aan slapen, eten en drinken genoeg heeft en een wijfje zoekt. Dat zijn typische dierlijke eigenschappen. Papageno symboliseert het dierlijke in de mens. Papageno is dan ook één met de natuur en in volledige harmonie met de natuur. Hij bespeelt niet voor niets een "Pan"-fluit. De panfluit in Die Zauberflöte heeft slechts vijf tonen. Dat verwijst naar de vijf zintuigen en het pentagram of de vlammende ster.

  • Het symbool Monostatos

Letterlijk is "Mono-statos" datgene wat "alleen staat". Het is dus het gevoel van afgescheidenheid van het andere, de mening bijvoorbeeld dat "ik" niet deel uitmaakt van een groter totaal. Dat geldt voor een mens als "ik ben ik" in zijn totaal, maar ook van de identificatie met een deel van de mens (ik ben mijn ego, lichaam, persoonlijkheid, denken, emoties, dierlijkheid, of het kan gelden voor de overtuiging "ik ben een aparte ziel die gebruikmaakt van dit lichaam"). Monostatos is een zwarte Moor. Het onderscheid tussen zwart en wit geeft een dualiteit aan, dus het opdelen van het totaal in paren van tegenstellingen. Vrijmetselaarstempels hebben daarom zwart-wit geblokte vloeren: zie ook het yin-en-yangsymbool[4] voor het idee daarachter. Tegenwoordig is het inzetten van een zwarte operazanger op het toneel een probleem, omdat dit al te gemakkelijk als discriminatie wordt geïnterpreteerd. Het schrikken van Papageno en Monostatos die elkaar als duivel zien, is dus de ervaring van een mens, een mens die in zichzelf de totale tegenstelling ontdekt van de harmonieuze dierlijkheid aan de ene kant en haar afgescheiden "ikheid" aan de andere kant. Egoïsme en dierlijkheid leiden vanzelfsprekend tot perversie (letterlijk in de zin van tegen-natuurlijk). Veelzeggend is de tekst van Papageno als hij van de eerste schrik is bekomen: "Ach, er zijn ook zwarte vogels in de wereld, waarom dan ook niet zwarte mensen?". Monostatos staat dus voor egoïsme ("ego"-isme).

  • De symboliek van de "slaven".

Monostatos staat aan het hoofd van een aantal slaven. Een slaaf wordt beheerst door een ander. Hij is geen meester over zichzelf. De verslavingen van een mens (of het nu geld, macht, aanzien, alcohol, eten, tabak, drugs, seks, gokken of iets anders is) ontnemen een mens de vrije beschikking over zijn menszijn. Dan wordt de mens slaaf van het object van zijn gehechtheid. Daarom staan de slaven ten dienste van Monostatos (egoïsme), die Pamina (liefde) met kettingen vastlegt wanneer zij wil ontsnappen naar menselijkheid (Tamino) of haar oorsprong (haar moeder).

  • Het symbool Tamino

Bij het overleg in de wijsheidstempel wordt van Tamino gezegd dat hij deugdzaam, zwijgzaam en weldadig is. Ondanks dat wordt betwijfeld of hij de inwijdingsbeproevingen kan doorstaan. Er wordt opgemerkt dat hij een prins is! Als antwoord zegt Sarastro dat hij méér is dan een prins. Hij is "een mens". Deze dialoog is in eerste instantie gezien de tijdgeest zeer revolutionair, gevaarlijk en not done. Het heeft echter een driedubbele bodem die ons veel kan leren over het symbool "Tamino". In eerste instantie lijkt het een sneer naar de edelen als plezier voor het volk, maar de boodschap daaronder is "Noblesse oblige". Tamino is edel en dient dus zuiverheid uit te stralen, maar het gaat niet om zuiverheid alleen. Menselijkheid gaat daar bovenuit: wijsheid en doorzettingsvermogen. Hij kan pas slagen voor de beproevingen van de inwijding als hij afstand doet van alles wat hem in het gewone leven aanzien en macht verschaft. Hij zal nederig moeten zijn, opdat elk spoor van ijdelheid in de kiem gesmoord wordt, en hij zal klaar moeten staan ten dienste van anderen. De typische menselijke eigenschappen, het eeuwigheidsgevoel (het woord "eeuwig" komt vaak bij Tamino voor), de zich opofferende liefde (voor Pamina) en de strijd met de dood vergezellen Tamino. Tamino volgt de wijsheidsleer van de knaapjes en niet het fatum van de natuur: de Koningin der nacht en haar schikgodinnen. Tamino symboliseert de "menselijke wijsheid in wording" en alle typische eigenschappen die de mens tot mens maken.

  • Het symbool Pamina

Pamina is de liefde zelf (letterlijk: Steh auf, erheitre dich, o Liebe!),[3] eerst de liefde voor haar moeder (de Koningin van de Nacht). Daarna vraagt Monostatos Pamina's liefde. Later verklaart Pamina dat ze dat Sarastro (goddelijke wijsheid) verlaten heeft omdat Monostatos (egoïsme) haar liefde verlangde. Pamina (de liefde of begeertekracht) wordt gevangen gehouden door Monostatos en Sarastro tegelijk: de liefde in de mens wordt beproefd door de keuze tussen enerzijds egoïsme en anderzijds wijsbegeerte. Pamina kiest noch voor Monostatos (zie ook Ahriman), noch voor Sarastro (zie ook Lucifer) maar Pamina verbindt zich met menselijkheid (Tamino dus).

  • Het symbool van de eenheid Tamino en Pamina

Als beiden, Pamina en Tamino, gezamenlijk door de poorten des doods gaan dan treft hen (letterlijk in het libretto) geen (nood)lot meer! De wijsheidsmens (de eenheid Pamina-Tamino de androgyne mens, integratie van anima) is ontworsteld aan de natuurinvloeden (de koningin der nacht). De Koningin van de Nacht heeft de banden der natuur van haar dochter afgesneden! De maan (schijngestalten in de duisternis: -illusie -onwetendheid) wordt vervangen door de zon (inzicht, verlichting).

Diepere lagen van symboliek[bewerken]

Het is duidelijk dat er ook diepere lagen van esoterische symboliek aanwezig is. Zie ook de relatie met "mysteriecultus" en bedenk dat zowel Mozart en Schikaneder vrijmetselaren waren van dezelfde loge en daar een alchemistisch[5] laboratorium hadden.

Niet voor niets speelt de opera in Egypte, er is een directe relatie met de mythe van Isis en Osiris. De overeenkomst van Isis met de Koningin van de Nacht ligt voor de hand. De man van de Koningin van de Nacht, de vader van Pamina, is dood: net zoals Osiris dood is. Het hoogtepunt van de Opera is de vereniging van de Tamino en Pamina. Op dat moment zingt Pamina over de maker van de toverfluit, haar overleden vader:

"Es schnitt in einer Zauberstunde, mein Vater, Sie aus tiefstem Grunde der tausendjähr'gen Eiche aus, bei Blitz und Donner, Sturm und Braus. Nun komm und spiel' die Flöte an, sie leite uns auf grauser Bahn." [3]

Tamino en Pamina ondergaan hun laatste beproeving; waterverf door Max Slevogt (1868–1932)

Een rijkdom aan symboliek ligt in deze zin besloten. Voor het eerst wordt Pamina's vader in positieve zin genoemd (symbolisch als een vader - een geestelijke oorzakelijkheid - zoals ook Osiris dat is). Hij sneed de toverfluit uit het diepste kernhout van de duizendjarige eik (zie Boomheiligdom of de "Levensboom") bij de verhevigde aanwezigheid van de vier elementen. En dat wordt juist op het moment gezongen, wanneer Tamino en Pamina de vuur en waterinwijding ondergaan. Soms wordt dan door hartstocht verterende en vallende mensen in een rode gloed vertoond, terwijl Tamino en Pamino gelijkmoedig en fluitspelend overeind blijven.

De toverfluit, de titel van de opera, blijkt niet van goud maar van levend "hout" en hij wordt in liefde door de levende "adem" bespeeld. Het is het beleven van het leven zelf en dat is "meer dan goud en kronen waard".[3]

Muziek[bewerken]

De opera bevat enkele zeer beroemde aria's, waarvan die van de Koningin van de Nacht ("O zittre nicht, mein lieber Sohn" en "der Hölle Rache kocht in meinem Herzen") door de haast onzingbaar virtuoze coloratuurpartij misschien de bekendste zijn. Als ze goed wordt gezongen is het effect echter elektriserend. Deze aria van de Koningin van de Nacht bevat de op één na hoogst geschreven noot ooit voor een opera: de F3. Alleen de G3 in de opera 'Esclarmonde' van Jules Massenet overtreft deze hoogte. Ook de basaria 'In diesen Heil'gen Hallen' van Sarastro is geliefd, en de 'komische noot'-aria's van Papageno. Maar eigenlijk wordt iedere aria in deze opera beschouwd als een klassieker.

Verfilmingen[bewerken]

In 1975 verscheen van de hand van Ingmar Bergman een Zweedse versie van Die Zauberflöte onder de titel Trollflöjten. Het is een door Bergman licht bewerkte uitvoering van de opera. Komisch werkt daarbij de benadrukking van moraliserende teksten, doordat die als leesbare teksten op een bord omhoog worden gehouden.

The Magic Flute is een film die in 2006 verscheen onder regie van Kenneth Branagh en script van Stephen Fry. De film is gebaseerd op de muziek van Die Zauberflöte. Het verhaal speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog. De film werd gepresenteerd tijdens het filmfestival van Venetië in september 2006.

Herbewerking[bewerken]

Frank Groothof speelde De Toverfluit als operavoorstelling gericht op een kinderpubliek.

Het Trans-Siberian Orchestra maakte voor hun album The Lost Christmas Eve, uit 2004, een herbewerking van de muziek uit de Die Zauberflöte-aria Der Hölle Rache kocht in meinem Herzen in de vorm van het nummer "Queen Of The Winter Night", gezongen door Wendy Eggers.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De wortels en de oude mythen
  2. Zie ook in dit verband dezelfde betekenis van de acacia (histoportal.nl)
  3. a b c d e Uit het libretto, www.studio-mozart.com
  4. www.freedom-ministries.nl (vijfde uitspraak van onderen).
  5. Die Zauberflöte: een alchemistische allegorie, ISBN 9789021138732 M.F.M. Van den Berk.