Lucifer (religie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lucifer (Le génie du mal) door Willem Geefs (Sint-Pauluskathedraal, Luik)

Lucifer is een Latijns woord dat letterlijk “lichtbrenger” betekent. In het Latijn duidt het meestal op de morgenster, terwijl het in het Nederlands vooral gebruikt wordt als aanduiding voor de duivel of, preciezer, de duivel voor zijn val.

In de Bijbel wordt de duivel nergens Lucifer genoemd. Dit gebruik van het woord “lucifer” is waarschijnlijk ontstaan door het samenvloeien van twee afzonderlijke mythen: de joodse mythe over gevallen engelen en de klassieke mythe over de morgenster. Een gangbare opvatting is dat de Bijbelse passage Jesaja 14:3–20, die over een zekere Babylonische koning gaat, in vers 12 aan de aldus ontstane mythe refereert. Deze passage is daarmee de belangrijkste grondslag geworden voor het gebruik van “Lucifer” als aanduiding voor de duivel.

In de Nederlandse Bijbelvertalingen komt het woord “lucifer” niet voor. In de Vulgaat komt het woord zesmaal voor en betekent dan “dageraad”[1], “sterrenbeelden”[2] of “morgenster”[3]. In 2 Petrus 1:19 wordt met “lucifer” (morgenster) Jezus bedoeld.

Etymologie[bewerken]

“Lucifer” is van oorsprong een Latijns woord. Het is een samentrekking van de woorden “lux” (licht) en “ferre” (dragen/brengen). Het Griekse equivalent is “phosphoros”, wat op dezelfde manier is opgebouwd en exact hetzelfde betekent.

Grieks: φῶς [foos]  –  φέρω [fero]  –  φωσφόρος [foosforos]
Latijn: lux  –  ferre  –  lucifer
Nederlands: licht  –  dragen/brengen  –  lichtdrager/lichtbrenger

De morgenster[bewerken]

De morgenster (Venus) en de maan

In het Latijn slaat “lucifer” meestal op de morgenster, een andere naam voor de planeet Venus. Na de zon en de maan is deze planeet het helderste van alle hemellichamen. Venus is in perioden van 584 dagen afwisselend 's ochtends of 's avonds te zien.[4]

Reliëf op een altaar uit de 2e eeuw AD met in het midden de maangodin Selene geflankeerd door Phosphoros en Hesperos. (Louvre, Parijs)

In de periode dat de planeet 's ochtends te zien is, komt ze kort voor zonsopgang op in het oosten. Dit verklaart de naam “morgenster” of “lichtbrenger”, omdat het verschijnen van de planeet de zon aankondigt. Naast “phosphoros” is “eosphoros” (ἐωσφόρος) een Grieks woord voor de morgenster. Dit betekent “brenger van dageraad”.

In de periode dat Venus 's avonds te zien is, staat ze bij het ondergaan van de zon in de westelijke hemel om daar zelf iets later ook onder te gaan. In die verschijningsvorm wordt ze de avondster genoemd. De Grieken noemden de avondster “hesperos” (ἕσπερος), wat “ster van de avond” betekent. De Latijnse vertaling van dit Griekse woord is “vesper”.

In de oudheid werden sterren en planeten gezien als levende, goddelijke wezens. De oude Egyptenaren dachten dat de morgenster en de avondster twee verschillende hemellichamen waren. De oude Grieken dachten dit aanvankelijk ook. Pythagoras (ca. 570–495 v. Chr.) geldt doorgaans als degene die heeft ontdekt dat het om één en hetzelfde object gaat.[5] Bij de Babyloniërs was dit toen reeds bekend en zij noemden de planeet Isjtar, hun godin van vrouwelijkheid en vruchtbaarheid.[6] Waarschijnlijk in navolging hierop, wijdden de Grieken de planeet aan hun godin van liefde en schoonheid: Aphrodite. De Romeinen, die hun pantheon grotendeels op dat van de Grieken baseerden, noemden deze godin en de planeet “Venus”.

De Romeinse schrijver Plinius de Oudere (1e eeuw AD) identificeerde Venus met de Egyptische moedergodin Isis.[7] Isis is de zus en vrouw van Osiris, de moeder van Horus en de godin van vruchtbaarheid en magie. Voordien identificeerden de Grieken hun Aphrodite met de godin Hathor, maar Hathor en Isis werden ook door de Egyptenaren zelf al vereenzelvigd.

In de Metamorphosen van Ovidius komt Lucifer, de morgenster, voor als de vader van Ceyx.[8] Daarnaast wordt ook het verhaal over Phaëton in verband gebracht met de morgenster. Phaëton wilde de zonnewagen van zijn vader Helios berijden om zo zijn grootheid te bewijzen. Deze hoogmoed resulteerde erin dat de oppergod Zeus hem uit de hemel neerwierp. Vlak voor Phaëton zijn fatale rit maakt, beschrijft Ovidius Lucifer, die als laatste van alle sterren uit de hemel verdwijnt nadat de zon is opgekomen.[9] Deze eigenschap van de morgenster wordt vaak gezien als kenmerkend voor zijn arrogante streven om de zon naar de kroon te steken.

Lucifer in de Bijbel[bewerken]

In de gangbare Nederlandstalige Bijbelvertalingen komt het woord “lucifer” niet voor. In de Vulgaat (de Latijnse Bijbelvertaling door St. Hiëronymus) komt het woord zesmaal voor, waarvan eenmaal in het deuterocanonieke boek Sirach. Daar bovenop wordt eenmaal in het boek Job en tweemaal in het boek Openbaring van Johannes expliciet aan de morgenster gerefereerd. Verder zijn er meerdere passages die aan sterren refereren, of die op indirecte wijze over de (een) brenger van het licht spreken. De ster in het oosten, ten slotte, die de wijzen uit het oosten naar Jezus' wieg leidde, zou ook op de morgenster kunnen slaan, omdat die in het oosten te zien is. Dit is echter geen gebruikelijke interpretatie.

Het woord “morgenster(ren)” komt in de gangbare Nederlandstalige Bijbels vijf- of zesmaal voor, waarvan eenmaal in het boek Sirach.

Alle voorkomens van de woorden “lucifer” en “morgenster”
Vers Vulgaat Nederlandse vertaling
Job 11:17 lucifer dageraad, morgenstond
Job 38:7 astra matutina morgensterren, ochtendsterren
Job 38:32 lucifer sterrenbeelden, dierenriem
Psalmen 110:3 lucifer dageraad
Sirach 50:6 lucifer morgenster
Jesaja 14:12 lucifer morgenster
2 Petrus 1:19 lucifer morgenster
Openbaring 2:28 stella matutina morgenster
Openbaring 22:16 stella splendida et matutina stralende morgenster

In Job 11:17 wordt met “lucifer” de dageraad bedoeld. In Job 38:32 is het de vertaling van het Hebreeuwse woord “mazarot” (מַזָּרֹות), waarvan de betekenis niet vaststaat. Meestal wordt het vertaald als “sterrenbeelden”. In Psalmen 110:3 slaat het wederom op de dageraad en in Sirach 50:6 wordt de hogepriester Simon, zoon van Onias, vergeleken met de morgenster om zijn grote deugdelijkheid te benadrukken.[10]

De satan op weg om de val van Adam tot stand te brengen (Gustave Doré, Illustratie bij John Miltons Paradise Lost)

Jesaja 14:12[bewerken]

In Jesaja 14:12 wordt in de Nederlandstalige Bijbels het woord “morgenster” gebruikt. De Hebreeuwse grondtekst gebruikt het woord “hêlēl” (הילל), wat “de stralende” betekent en waarschijnlijk via het woord “eosphoros” uit de Septuagint, in de Vulgaat naar “lucifer” vertaald is. De Engelstalige King Jamesvertaling gebruikt hier “Lucifer”, met hoofdletter.

Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! (Jesaja 14:12)[11]

Het woord “morgenster” verwijst hier spottend naar een zekere koning van Babylonië.[12] Vers 14:12 is onderdeel van een spotlied over deze koning, dat in vers 14:4 begint:

En wanneer de Heer u rust verleent na al uw lijden, uw beproevingen en de harde slavernij die u werd opgelegd, zult u dit spotlied zingen over de koning van Babel: “Gedaan is het nu met de verdrukker, gedaan met zijn dwingelandij! … (Jesaja 14:3–4)[13]

Volgens Jesaja onderwierp deze koning vele volkeren, waaronder de Joden. Hij wilde zijn troon hoger bouwen dan de sterren en stelde zichzelf in zijn gedachten gelijk aan God.

U hebt bij uzelf gedacht: ‘Ik klim naar de hemel, hoog boven Gods sterren plaats ik mijn troon; op de berg waar de goden samenkomen zal ik zetelen, op de hoogste toppen van de Safon. Ik stijg hoog op de wolken, en word aan de Allerhoogste gelijk.’ Maar nu bent u in het dodenrijk geworpen, in het diepst van de afgrond. Wie u ziet, staart u aan en volgt u met aandacht: ‘Is dat nu de man voor wie de aarde beefde en alle koninkrijken sidderden, die de aarde veranderde in een woestijn en alle steden verwoestte, die nooit een gevangene naar huis liet teruggaan?’ (Jesaja 14:13–17)[13]

2 Petrus 1:19[bewerken]

Ook hier wordt in de Nederlandstalige Bijbels het woord “morgenster” gebruikt. De Griekse grondtekst leest “phosphoros” en de Vulgaat “lucifer”.

Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. (2 Petrus 1:19)[13]

Het woord “morgenster” refereert hier aan Jezus.[10] Om deze reden wordt het in de Statenvertaling met een hoofdletter geschreven. Direct voorafgaand aan 1:19 staat:

Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen, maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie. Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’ En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven. (2 Petrus 1:16–18)[13]

Openbaring 2:28[bewerken]

In de Nederlandstalige Bijbels staat hier het woord “morgenster”. In de Vulgaat staat hier echter niet “lucifer”, maar “stella matutina”, wat “de ster van de morgen” betekent. Dit is een letterlijke vertaling van de Griekse grondtekst, waar “ὁ ἀστὴρ ὁ πρωϊνός” staat.

En wie overwint en mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht geven over de heidenen; en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf, als aardewerk worden zij verbrijzeld, gelijk ook Ik van mijn Vader ontvangen heb, en Ik zal hem de morgenster geven. Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. (Openbaring 2:26–29)[11]

Openbaring 22:16[bewerken]

Wederom staat hier in de Nederlandstalige Bijbels het woord “morgenster”. In de Griekse grondtekst staat er “ὁ ἀστὴρ ὁ λαμπρος ὁ πρωϊνός” en de Vulgaat leest “stella splendida et matutina”. De letterlijke vertaling hiervan is: “de ster, stralend en van de morgen”.

‘Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze getuigenissen over de gemeenten bekend te maken. Ik ben de wortel uit het geslacht van David, de stralende morgenster.’ (Openbaring 22:16)[13]

Hier verwijst Jezus met het woord “morgenster” aan zichzelf.[10] In de Statenvertaling staat het dan ook met een hoofdletter geschreven.

Matteüs 2:2[bewerken]

Deze passage gaat over de magiërs/wijzen[14] uit het oosten, die de pasgeboren Jezus geschenken komen brengen.

Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen. (Matteüs 2:2)[11]

Hoewel de morgenster in het oosten te zien is, is de interpretatie dat het hier om de morgenster gaat niet gebruikelijk. Bovendien zou “in het oosten” ook op de magiërs kunnen slaan, in plaats van op de ster. In de grondtekst van deze passage is het Griekse woord voor “het oosten” echter in het enkelvoud gesteld, terwijl Mattheüs het meervoud gebruikt wanneer hij naar de thuislanden van de magiërs verwijst. Dit duidt erop dat “in het oosten” als plaatsbepaling bij de ster bedoeld is.[15]

Merk op dat als de ster in het oosten te zien was en de magiërs ten opzichte van Bethlehem uit het oosten kwamen, zij dus niet in de richting van de ster reisden.

De duivel[bewerken]

Lucifer versus de Heer (Mihály Zichy)

In het dagelijks spraakgebruik is “Lucifer” een naam van de duivel, die in de joodse en christelijke traditie een gevallen engel is.[16] De kerkvaders stellen echter dat “Lucifer” geen naam van de duivel is, maar enkel een omschrijving van zijn staat voordat hij viel.[17] Anderzijds menen de eigentijdse priesters en exorcisten Gabriele Amorth en Jose Antonio Fortea op grond van ervaring en Bijbelstudie dat Lucifer en Satan twee verschillende wezens zijn.[18]

Het woord “satan” is van oorsprong een Hebreeuws woord (הַשָׂטָן), dat “tegenstander” of “aanklager” betekent. In de oudste Bijbelteksten slaat dit woord op mensen, zoals vijanden in een oorlog. Pas in latere Bijbelboeken, zoals Job, slaat het op een spiritueel wezen.[19] In de meeste gevallen (en ook in Job) gaat het daarbij om een tegenstander van de mens, niet van God.

Het woord “duivel” stamt van het Griekse “diabolos” (διάβολος), dat “aanklager” betekent. Dit woord komt overeen met het Hebreeuwse “satan”.[20] Het Nederlandse “duivel” slaat echter enkel nog op een spiritueel wezen.

Een satan of duivel is een willekeurige gevallen engel, terwijl de satan of duivel op de leider van alle gevallen engelen slaat.[20] “Satan” (met hoofdletter) duidt doorgaans op de duivel, hoewel dit, net als “Lucifer” geen eigennaam van de duivel is.

Ter ondersteuning van “Lucifer”, de lichtbrenger, als aanduiding voor de duivel wordt wel verwezen naar 2 Korintiërs.

Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. (2 Korintiërs 11:14)[11]

Twee mythen[bewerken]

Dat “Lucifer” een aanduiding voor de duivel is geworden, komt waarschijnlijk door het samenvloeien van twee afzonderlijke mythen: ten eerste de joodse mythe over gevallen engelen en ten tweede de klassieke lucifermythe, waarvan het verhaal over Phaëton (zie § De morgenster) een versie is. In het aldus ontstane verhaal is Lucifer de leider van de gevallen engelen.[20] In het christendom is deze opvatting wijd verbreid geraakt. Onder andere Tertullianus en Origenes identificeren Lucifer met de duivel.[21]

Het idee dat God één of meerdere van Zijn engelen uit de hemel geworpen heeft, bestond in het jodendom al voor Christus. Waarschijnlijk symboliseert deze mythe het natuurfenomeen van vallende sterren. Pas in apocriefe geschriften als 2 Henoch en Het leven van Adam en Eva krijgt dit idee een uitgekristalliseerde vorm en wordt het in verband gebracht met het theologische probleem van de oorsprong van het kwaad.[22] Deze twee geschriften worden doorgaans gedateerd uit de 1e eeuw AD[23], terwijl de Jewish Encyclopedia ze uit de 1e eeuw v. Chr. dateert.[21]

Tegelijk bestonden er al in de oudheid Babylonische en Hebreeuwse sterrenmythen die vergelijkbaar zijn met de Grieks/Romeinse mythe van Phaëton. Zo is er het Babylonische verhaal van Ethana en Zu, waarin Zu uit trots de hoogste plaats tussen de goden nastreeft en daarop door de oppergod neergeworpen wordt. In Het leven van Adam en Eva en 2 Henoch is een dergelijke sterrenmythe reeds gekoppeld aan de mythe van gevallen engelen.[21]

De reden voor de val is meestal een opstand tegen God of het toegeven aan verleiding. In 2 Henoch was de duivel een aartsengel die zijn troon hoger dan de wolken wilde plaatsen en aan God gelijk wilde worden. Hierop wierp God hem en zijn engelen neer.[24] In Het leven van Adam en Eva is de reden van de val dat de duivel weigerde om Adam te aanbidden, terwijl God hem dat gebood. Wanneer de aartsengel Michaël hem daarop zegt dat God boos zal worden als hij weigert, zegt de duivel dat hij in dat geval zijn troon boven de sterren zal plaatsen en zelf als God zal zijn.[25] In beide geschriften heeft de duivel, om zijn eigen val te wreken, vervolgens de zondeval van Adam tot stand gebracht.[26]

In Job valt de duivel niet, maar daalt hij uit eigen beweging af om de slechte aard van de mens aan te tonen. De Koran geeft, net als Het leven van Adam en Eva, als reden dat de duivel weigerde om Adam te aanbidden.[27] Een andere in de literatuur genoemde reden is dat een aantal engelen verleid werd door de schoonheid van vrouwen en gemeenschap met hen had. Zij en hun afstammelingen worden de nephilim (הנּפלים) genoemd, wat Hebreeuws is voor “de gevallenen”.[22]

Interpretatie van Jesaja 14:12[bewerken]

Een gangbare opvatting is dat de Bijbelse passage Jesaja 14:12 (zie § Lucifer in de Bijbel) naar de joodse lucifermythe verwijst.[28] De omschrijving van de reden voor de val van de duivel uit 2 Henoch en Het leven van Adam en Eva lijkt inderdaad op de bewoording in Jesaja 14:13–17.[29] Hiëronimus heeft, mogelijk beïnvloed door de Septuagint, deze opvatting in ieder geval gedeeld. In de Vulgaat leidt hij “hêlēl” af van “yalal”, wat “berouwen” betekent en vertaalt het woord met “Lucifer”, omdat Lucifer het verlies van zijn oorspronkelijke schittering berouwt.[10]

De passage Lukas 10:18 wordt soms gezien als een verwijzing naar Jesaja 14:12.[20]

Hij zei tegen hen: ‘Ik zag de satan als een bliksemschicht uit de hemel vallen. (Lukas 10:18)[13]

Openbaring 12:7–9[bewerken]

Een andere passage die met de val van de duivel in verband wordt gebracht is Openbaring 12:7–9.

Toen brak er in de hemel een oorlog uit. Michaël en zijn engelen vochten tegen de draak, en de draak en zijn engelen vochten terug. Maar zij hielden geen stand en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. De grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die Duivel en Satan heet en de hele wereld misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen met hem. (Openbaring 12:7–9)[13]

Het boek Openbaring van Johannes is echter een eschatologie en deze passage slaat dan ook niet op een val van de duivel in het begin, maar aan het eind der tijden.

Lucifer in de literatuur[bewerken]

Rafaël onderwerpt de satan (Gustave Doré, Illustratie bij John Miltons Paradise Lost)

Het gebruik van “Lucifer” als omschrijving of naam van de duivel heeft ook in de profane literatuur navolging gekregen. Dit is waarschijnlijk een uitvloeisel van een bredere culturele navolging van de lucifermythe. Zo komt Lucifer bijvoorbeeld ook in de faustlegende voor als gevallen engel en heerser over de gevallen geesten. Al in Historia von D. Johann Fausten, de eerste op schrift gestelde versie van de legende, wordt hij op deze manier beschreven.[30] Dit geschrift werd waarschijnlijk in de tweede helft van de 16e eeuw opgesteld.[31]

Een aantal invloedrijke literaire werken heeft de connotatie van het woord “lucifer” mede bepaald. Drie van de belangrijkste onder deze werken zijn De goddelijke komedie van Dante, Lucifer van Van den Vondel en Het verloren paradijs van Milton.

Dante Alighieri, La Divina Commedia (1308–1321)
Dit epische gedicht gaat over Dantes reis door het inferno, het vagevuur en het paradijs. Het gedicht bestaat uit drie delen, één voor elk van deze oorden. Dante beschrijft ieder oord in groot detail.
In de negende en diepste cirkel van de hel, treffen Dante en zijn gids Vergilius een meer van ijs aan, waarin alle verraders vastgevroren zitten. Tussen hen, exact in het centrum van de hel, bevindt zich ook Lucifer, die door God te verraden de ultieme zonde begaan heeft. Hij zit tot zijn middel vastgevroren in het meer en slaat met zijn vleugels, alsof hij probeert weg te komen. Zijn vleugelslagen veroorzaken echter de ijzige wind die het meer bevriest en daarmee de verraders inclusief hemzelf gevangen houdt.
Lucifer wordt omschreven als een groot beest met drie koppen: in het midden een rode, rechts een bleekgele en links een zwarte. Uit zijn zes ogen komen tranen en met elk van zijn drie bekken kauwt hij op een prominente verrader. Dante beschrijft Lucifer hiermee als onmachtig, onwetend en haatdragend. Deze eigenschappen staan in contrast met de almacht, alwetendheid en liefde van God.
Joost van den Vondel, Lucifer (1654)
Dit toneelstuk gaat over Lucifer, die uit jaloezie in opstand komt tegen God, omdat Hij de mens boven de engelen heeft geplaatst. Aanvankelijk was Lucifer de plaatsvervanger van God. Op een zeker moment verneemt hij echter dat niet alleen het aardse paradijs dat van de engelen overtreft, maar dat God bovendien heeft gelast dat de engelen voortaan de mens moeten dienen en aanbidden.
Lucifers interpretatie hiervan is dat de engelen slaven van de mens zullen zijn. Verschillende engelen zien dit als een vernedering en denken aan een opstand. Zij starten vervolgens met voorbereidingen hiertoe en kiezen als hun leuze: “Den mensch in eeuwigheit ten hemel uit te sluiten”. De engelen die Gods leiding vertrouwen en Hem gehoorzaam blijven, stellen zich daarop tot doel om de opstandelingen tot bedaren te brengen.
De luciferisten beklagen zich over het onrecht dat God hen heeft aangedaan. De trouwe engelen proberen hen te troosten, maar de onrust neemt enkel toe en de roep om geweld steekt op. Als duidelijk wordt dat de opstandelingen volharden, scheidt Michaël de beide groepen. Op ingeving van Beëlzebub verlangen de opstandelingen vervolgens dat Lucifer hun leider wordt. Deze aarzelt, maar bezwijkt uiteindelijk onder de groepsdruk. Beëlzebub zorgt bovendien dat Lucifers keuze bindend is, door alle luciferisten een eed van trouw af te laten leggen.
Met weinig enthousiasme leidt Lucifer zijn leger naar het slagveld. Vlak voor de strijd daalt Rafaël met een olijftak neer, in een ultieme poging Lucifer tot inkeer te brengen. Die volhardt echter wanhopig, omdat hij geen gezichtsverlies wil lijden.
De strijd die daarna losbreekt blijft lange tijd op en neer gaan, totdat Michaël en Lucifer tegenover elkaar komen te staan. Op dat moment doet Michaël alsnog een poging om Lucifer terug tot God te brengen. Lucifer is dan echter al te veel opgegaan in de strijd en doorklieft Michaëls diamanten schild met Gods naam. Hierdoor breekt zijn strijdbijl, waarna Michaëls bliksem hem treft. Zo wordt de strijd beslist, waarbij Lucifer en zijn volgers neergeworpen worden en Lucifer in een monster verandert. Tot besluit horen de overwinnaars dat Lucifer zich heeft gewroken door Belial als slang het aardse paradijs binnen te laten dringen en de zondeval te laten bewerkstelligen.
John Milton, Paradise Lost (1667)
Dit epische gedicht gaat over de gebeurtenissen rondom de zondeval. Het heeft twee verhaallijnen: één over Satans strijd tegen God en één over Adam en Eva.
In zijn strijd zet Satan een derde[32] van alle engelen op tegen God, maar hij verliest en wordt met al zijn volgelingen in de hel geworpen, in het gedicht ook wel “Tartarus” genoemd. Aldaar doet hij de beroemde uitspraak “Beter te heersen in de hel, dan te dienen in de hemel.”[33] Vervolgens bouwen zij een hoofdstad, Pandemonium, waar op een zeker moment een debat plaatsvindt tussen Satan en zijn volgelingen. Aan het eind van het debat biedt Satan aan om de jonge aarde te vergiftigen.
Na vele gevaren overwonnen te hebben, betreedt hij vervolgens als slang het paradijs en verleidt Eva om het fruit te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, waardoor Adam en Eva uiteindelijk uit de Hof van Eden geworpen worden.
Hoewel de duivel in Miltons werk meestal met “Satan” wordt aangeduid, wordt hij ook “Lucifer” genoemd.[34]

Rooms-katholicisme[bewerken]

Een diaken zingt het Exsultet bij een ontstoken Paaskaars

In het rooms-katholicisme wordt het woord “lucifer” op verschillende wijzen gebruikt. In de katholieke traditie heeft “de duivel” als betekenis de overhand gekregen. Daarmee is dat, met name in de volkstaal, de facto de primaire betekenis geworden.[10] Tegelijk is vooral in het Kerklatijn de oorspronkelijke, letterlijke betekenis “lichtbrenger” overeind gebleven.

Exsultet[bewerken]

In de rooms-katholieke Paasritus wordt met “lucifer”, de lichtbrenger, aan Jezus gerefereerd.[10] De onderstaande passage komt uit het Exsultet, de Paasjubelzang. Het gaat over de Paaskaars, symbool van Jezus Christus, de verrezen Heer.

Flammas eius lucifer matutinus inveniat:
ille, inquam, lucifer, qui nescit occasum,
Christus Filius tuus qui,
regressus ab inferis,
humano generi serenus illuxit,
et vivit et regnat in saecula saeculorum.
       Moge de morgenster haar brandend vinden:
die morgenster, zeg ik, die geen ondergang kent,
Christus, Uw Zoon,
die uit het dodenrijk teruggekeerd,
over het menselijk geslacht haar helder licht verspreid heeft
en leeft en heerst voor altijd en eeuwig.

Litanie van Loreto[bewerken]

Naast Jezus wordt ook de Heilige Maagd Maria morgenster genoemd. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de litanie van Loreto. In de Latijnse grondtekst staat hier echter “stella matutina”.

Lucifer van Cagliari[bewerken]

Lucifer van Cagliari was een bisschop uit de 4e eeuw AD. In de strijd tegen het arianisme was hij een fel pleitbezorger van de katholieke orthodoxie. Daarbij was zijn polemiek echter zo heftig dat hij de zaak die hij wilde dienen in verschillende gevallen juist schaadde. Ook accepteerde hij niet dat arianen die hun ketterij afzwoeren en tot de katholieke kerk terugkeerden een pardon kregen. Nadat bleek dat weinigen hem volgden in zijn fanatisme trok hij zich terug op Sardinië, waar hij een sekte vormde. De leden van deze afscheidingsbeweging worden de luciferisten genoemd en hielden onder andere vol dat zelfs spijt betuigende arianen geëxcommuniceerd moesten worden.[35]

Op Sardinië wordt deze Lucifer vereerd als een heilige. Zijn feestdag is op 20 mei.

Vrijmetselarij[bewerken]

Het woord “lucifer” komt in de maçonnieke ritus niet voor. Ook in de gangbare interpretaties van de maçonnieke symboliek speelt noch het begrip noch de naam Lucifer een rol.

Een anti-maçonnieke samenzweringstheorie uit de jaren 1890 brengt de vrijmetselarij echter in verband met duivelsaanbidding. Deze zwendel van Léo Taxil had tot doel om zowel de vrijmetselarij als de rooms-katholieke oppositie tegen de vrijmetselarij te persifleren. De theorie is echter vooral populair gebleven bij anti-maçonnieke bewegingen.

De belangrijkste ondersteuning van deze theorie wordt gevonden in een passage uit het werk van Albert Pike, een invloedrijke 19e-eeuwse vrijmetselaar. Pike was van 1859 tot zijn dood in 1891 Soeverein Grootinspecteur-Generaal van de Schotse Ritus in het zuidelijke deel van de Verenigde Staten. In zijn boek Morals and Dogma of the Ancient and Accepted Scottish Rite of Freemasonry schrijft hij:

LUCIFER, de Lichtdrager! Vreemde en mysterieuze naam om aan de Geest der Duisternis te geven! Lucifer, de Zoon van de Morgen! Is hij het, die het licht draagt en met zijn onverdraaglijke schittering zwakke, zinnelijke of zelfzuchtige zielen verblindt? Twijfel er niet aan![36]

Een latere maçonnieke auteur die de naam Lucifer gebruikt heeft, is Manly Hall. Hij schrijft:

Wanneer de [gezel] vrijmetselaar ontdekt dat …, dan heeft hij het mysterie van zijn arbeid ontdekt. Hij heeft de ziedende energie van Lucifer in zijn hand en voordat hij voorwaarts en opwaarts mag schrijden, moet hij zijn vaardigheid bewijzen om energie op de juiste wijze toe te passen.[37]

In beide citaten slaat “Lucifer” op de symbolische lichtbrenger, zoals in het christendom Lucifer een symbolische aanduiding voor Jezus kan zijn.

Theosofie[bewerken]

Het embleem van de Theosofische Vereniging

In de theosofie geldt het verhaal over Lucifer als de christelijke versie van een mythe die in alle wereldreligies bestaat. Volgens deze mythe heeft de mens lang geleden in zijn ontwikkeling een punt bereikt waarop het lichaam rijp was om de tot dan toe sluimerende menselijke geest te laten ontwaken. Lucifer heeft daarop als slang het paradijs betreden en Eva verleid om het fruit te eten van de boom der kennis van goed en kwaad. Als gevolg kregen zij en Adam, nadat ook hij van het fruit had gegeten, onder andere zelfbewustzijn en een vrije wil. Hierdoor waren zij niet langer in het paradijs, dat een idyllisch, onbewust leven inhield.[38]

Lucifer is hiermee de christelijke Prometheus, die in de Griekse mythologie de mens bezielde. In de hinduïstische overlevering waren het de manasaputra's (“zonen van de geest”) die de menselijke geest deden ontwaken door in hen te incarneren.[38]

Theosofisch tijdschrift[bewerken]

Lucifer” is ook de naam van een theosofisch tijdschrift dat voor het eerst verscheen in september 1887. Helena Blavatsky, grondlegger van de theosofie en medeoprichter van de Theosofische Vereniging, zou tot haar dood in 1891 mede de redactie van het blad voeren. Daarbij publiceerde ze diverse artikelen in het blad, waaronder het eerste artikel uit het eerste nummer. In dit artikel gaat Blavatsky in op de redenen om het tijdschrift “Lucifer” te noemen, waarbij ze de rechtvaardiging voor sinistere associaties in twijfel trekt en een positieve begripsinhoud van het woord “lucifer” voorstaat.[39] In 1889 volgde Annie Besant Mable Collins op als coredacteur. George Mead werd in 1895 coredacteur. In 1897 werd het tijdschrift hernoemd tot The Theosophical Review.

Antroposofie[bewerken]

In de antroposofie vormen Lucifer en zijn tegenpool Ahriman twee hoofdzakelijk slechte invloeden op de wereld en de menselijke evolutie. Grondlegger van de antroposofie Rudolf Steiner beschrijft echter ook goede eigenschappen van zowel Lucifer als Ahriman.

Lucifer, als geest van het licht, speelt in op de menselijke trots en geeft de illusie van goddelijkheid, maar stimuleert ook creativiteit en spiritualiteit. Ahriman, als geest van de duisternis, verlokt mensen hun verbinding met het goddelijke te ontkennen en geheel op te gaan in de materiële wereld, maar stimuleert ook intellectualiteit en technologische ontwikkeling. Beide invloeden zijn negatief wanneer ze eenzijdig of op ongepaste wijze aangewend worden, terwijl ze tegelijk ook beide nodig zijn om de menselijke vrijheid te laten ontluiken.[40]

Volgens de antroposofie is het ieders taak om een balans te vinden tussen deze tegengestelde invloeden. De christusfiguur is in de antroposofie een spiritueel wezen dat tussen deze tegenpolen in staat en ze harmoniseert.[41]

Satanisme[bewerken]

Deel van het magische sigil van Lucifer uit het Grimorium Verum

Hoewel de “Kerk van Satan” van LaVey atheïstisch is en het bestaan van spirituele wezens ontkent, speelt Lucifer een symbolische rol in deze leer. In de satansbijbel is één van de vier boeken naar Lucifer vernoemd. In dit boek worden de filosofie en de dogmatiek van het satanisme op logische en intellectuele wijze uiteengezet. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het “Boek van Satan”, dat de bedoeling heeft het satanisme op dramatische of poëtische wijze over te brengen.[bron?]

Luciferisme[bewerken]

Het luciferisme omvat alle filosofische, spirituele en occulte stromingen die de eigenschappen die traditioneel aan Lucifer toegedicht worden, in achting houden. De duiding van Lucifer kan daarbij variëren. Sommige stromingen identificeren Lucifer met Satan, of zien Lucifer als het lichtdragers-aspect van Satan, waardoor ze ook onder het satanisme gerekend kunnen worden. Andere stromingen verwerpen deze identificatie en stellen dat Lucifer een positievere kracht is, die geheel los staat van Satan.[bron?]

De eigenschappen die binnen het luciferisme aan Lucifer toegedicht worden, verschillen ook per stroming. De Order of Phosphorus benadrukt zelfdiscipline, spirituele excellentie en kennisbejag, terwijl de Ordo Luciferi haar adogmatische karakter benadrukt en geen enkele eigenschap onlosmakelijk aan Lucifer verbindt.[bron?]

Voetnoten

  1. (Job 11:17) en (Psalmen 110:3)
  2. (Job 38:32)
  3. (Sirach 50:6), (Jesaja 14:12) en (2 Petrus 1:19)
  4. Zie (Williams, 2005).
  5. Zie (Plinius, 2004: boek 2, 36–37).
  6. Zie (Meador, 2000: blz. 15).
  7. Zie (Plinius, 2004: boek 2, 37).
  8. Zie (Met: boek 11, 266–273).
  9. Zie (Met: boek 2, 111–115).
  10. a b c d e f Zie (Maas, 1910).
  11. a b c d NBG-vertaling (1951)
  12. Welke koning precies bedoeld wordt staat niet vast. Er worden vier koningen voor mogelijk gehouden: Tiglat-Pileser III, Nebukadnezar II, Belsazar en Sanherib. Zie (Walvoord & Zuck, 1985: blz. 1061).
  13. a b c d e f g Willibrordvertaling (1995)
  14. De Griekse grondtekst gebruikt het woord “magoi” (μάγοι), meervoud van “magos” (μάγος), dat magiër of wijze betekent.
  15. Zie (Nolland, 2005: blz. 109).
  16. In de islam is de duivel een djinn.
  17. Zie (Pétau, 1841: boek 3, hst. 3, § 4) zoals geciteerd in (Maas, 1910).
  18. Zie (Fortea, 2004).
  19. Zie (Jacobs, 2002).
  20. a b c d Zie (Kent, 1908).
  21. a b c Zie (Kohler, 2002).
  22. a b Zie (Hirsch, 2002).
  23. Zie (Hahne, 2006: blz. 83) en (Johnson, 1985: blz. 251–252).
  24. Zie (2 Henoch 29:4).
  25. Zie (Het leven van Adam en Eva 12–16).
  26. Zie (2 Henoch 31:4) en (Het leven van Adam en Eva 16).
  27. Zie soera Al-A'raf (De kantelen) 11–12.
  28. Zie bijvoorbeeld (Gunkel, 1895: blz. 132–134) zoals geciteerd in (Kohler, 2002).
  29. Zie (2 Henoch 29:4) en (Het leven van Adam en Eva 15).
  30. Zie (Anoniem, 1587: 3, 9, 10 en 11).
  31. Het werd in ieder geval in 1587 te Frankfurt am Main gepubliceerd door Johann Spies.
  32. Dit is waarschijnlijk een verwijzing naar Openbaring 12:4.
  33. “Better to reign in Hell, then serve in Heaven.” ― (Milton, 1667: boek 1, r. 263)
  34. Het woord “satan” komt in (Milton, 1667) 72 maal voor en het woord “lucifer” driemaal.
  35. Zie (Leclercq, 1910).
  36. “LUCIFER, the Light-bearer! Strange and mysterious name to give to the Spirit of Darkness! Lucifer, the Son of the Morning! Is it he who bears the Light, and with its splendors intolerable blinds feeble, sensual or selfish Souls? Doubt it not!” ― (Pike, 1871: hst. XIX)
  37. “When the [Fellow Craft] Mason learns that the key to the warrior on the block is the proper application of the dynamo of living power, he has learned the mystery of his Craft. The seething energies of Lucifer are in his hands and before he may step onward and upward, he must prove his ability to properly apply energy.” ― (Hall, 1923: hst. 4)
  38. a b Zie (Mater).
  39. (Blavatsky, 1887)
  40. Zie (McDermott, 2007: blz. 3–11, 392–395) en (Willmann, 1998: hst. 1).
  41. Zie (Willmann, 1998: hst. 1).

Literatuur

  • Anoniem (1587). Historia von D. Johann Fausten. Frankfurt am Main: Johann Spies. (de)
  • Blavatsky, H.P. (1887). “What's in a Name?”. Lucifer, 1. Londen: George Redway. (en)
  • Dante Alighieri (1308–1321). La divina commedia. Milano: Garzanti [1990–1991]. ISBN 8811043530. (it)
  • Fortea, José Antonio (2004). Summa Daemoniaca: Tratado de Demonología y Manual de Exorcistas. Editorial Dos Latidos. ISBN 8493378828. (es)
  • Gunkel, Hermann (1895). Schöpfung und Chaos in Urzeit und Endzeit. Göttingen. (de)
  • Hahne, Harry A. (2006). Corruption and Redemption of Creation: Nature in Romans 8.19–22 and Jewish Apocalyptic Literature. Londen: T&T Clark. ISBN 0567030555. (en)
  • Hall, Manly P. (1923). The Lost Keys of Freemasonry. Tarcher [2006]. ISBN 1585425109. (en)
  • Hirsch, Emil G. (2002). “Fall of Angels”. JewishEncyclopedia.com. (en)
  • Jacobs, Joseph (2002). “Satan”. JewishEncyclopedia.com. (en)
  • Johnson, M.D. (1985). “Life of Adam and Eve: a new translation and introduction”. The Old Testament Pseudepigrapha, 2. ISBN 0385188137. (en)
  • Kent, William (1908). “Devil”. The Catholic Encyclopedia. New York: Robert Appleton Company. (en)
  • Kohler, Kaufmann (2002). “Lucifer”. JewishEncyclopedia.com. (en)
  • Leclercq, Henri (1910). “Lucifer of Cagliari”. The Catholic Encyclopedia. New York: Robert Appleton Company. (en)
  • Maas, Anthony (1910). “Lucifer”. The Catholic Encyclopedia. New York: Robert Appleton Company. (en)
  • Mater, John P. van. “The Six Fundamental Propositions of The Secret Doctrine. Theosophical University Press. (en)
  • McDermott, Robert (2007). The Essential Steiner. Lindisfarne Books. ISBN 1584200510. (en)
  • Meador, Betty De Shong (2001). Inanna, Lady of Largest Heart: Poems of the Sumerian High Priestess Enheduanna. University of Texas Press. ISBN 0292752423. (en)
  • Milton, John (1667). Paradise Lost. Oxford: Blackwell [2007]. ISBN 9781405129282. (en)
  • Nolland, John (2005). The Gospel of Matthew: A Commentary on the Greek Text. W.B. Eerdmans Publishing. ISBN 0802823890. (en)
  • Ovidius Naso, Publius. Metamorphosen. Amsterdam: Athenaeum—Polak & Van Gennep [1993]. ISBN 9025330991.
  • Pétau, Denis (1841). “7: De Angelis”. De angelis theologicae cursus. Minge. (la)
  • Pike, Albert (1871). Morals and Dogma of the Ancient and Accepted Scottish Rite of Freemasonry. Kessinger Publishing [1992]. ISBN 1564592758. (en)
  • Plinius Secundus, Gaius. De wereld (Naturalis historia). Amsterdam: Athenaeum—Polak & Van Gennep [2004]. ISBN 9025341845.
  • Vondel, Joost van den (1654). Lucifer. Amsterdam: Bakker [2004]. ISBN 9035127382.
  • Walvoord, John F. & Roy B. Zuck (red.) (1985). The Bible Knowledge Commentary (Old Testament). Victor Books. ISBN 0882078135. (en)
  • Williams, David R. (2005). “Venus Fact Sheet”. NASA. (en)
  • Willmann, Carlo (1998). Waldorfpädagogik: Theologische und religionspädagogische Befunde. Bohlau Verlag. ISBN 3412018988. (de)