Metamorfosen (Ovidius)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Titelpagina met portret van Ovidius in een Engelse editie van de Metamorfosen uit 1632

De Metamorfosen (Metamorphoseon libri) is een vijftien delen omvattend Latijns dichtwerk van de Romeinse dichter P. Ovidius Naso.

Inhoud[bewerken]

In de Metamorfosen worden de schepping en geschiedenis van de wereld verhaald volgens de Griekse en Romeinse mythologie. Het boek geldt als een van de belangrijkste werken uit de Romeinse literatuur. Het is vermoedelijk in 1 n.Chr. voltooid en is sindsdien een van de populairste mythologische werken. Metamorfosen heeft grote invloed gehad op de renaissancistische literatuur en schilderkunst, ook omdat het eeuwenlang als lesmateriaal gebruikt is.

Metamorfosen is een kunstige aaneenrijging van verhalen, anders dan bij een echt epos waarin één verhaallijn en één held centraal staan, zoals het epos van de Romeinse dichter Vergilius over het leven van Aeneas. In de verhalen schetst Ovidius het leven van de klassieke goden, stervelingen en andere mythische figuren, die telkens een dramatische gedaantewisseling (metamorfose) ondergaan. Enkele voorbeelden zijn de verandering van de nimf Daphne in een laurierboom, de gedaanteverwisseling van de jager Actaeon in een hert nadat hij de godin Diana naakt zag, en de metamorfose van de nimf Io, geschaakt door Jupiter die door deze in een koe veranderd wordt om zijn achterdochtige echtgenote te misleiden.

In het laatste boek geeft Ovidius een filosofische onderbouwing, bij monde van de Griekse filosoof en wiskundige Pythagoras, die de leer van eeuwige verandering predikte: omnia mutantur, nihil interit – alles verandert, niets gaat ten gronde. Alles in de kosmos is voortdurend in beweging, niets blijft gelijk, maar ook niets vergaat volledig.

Speels[bewerken]

Opvallend is dat Ovidius de goden niet als verheven afschildert, maar als gewone mensen met ieder hun eigen zwaktes en amoureuze verlangens. Ook de toon van het werk is eerder speels dan plechtstatig, zoals de tijdgenoot Vergilius in zijn epische verhalen gewoon was. Ovidius schreef de Metamorfosen echter wel volledig in de dactylische hexameter, de traditionele versvorm voor een epos.

De speciale vorm die Ovidius gaf aan de Metamorfosen wordt ook wel 'epyllium' genoemd (letterlijk vertaald: klein epos). De voornaamste kenmerken van het epyllium zijn dat het veel korter is dan een epos, dat de goden zich gedragen als mensen onder de mensen en dat er een zeer grote aandacht wordt besteed aan de natuur. Ovidius laat graag merken dat hij een geleerde dichter is (Poeta Doctus) die een groot deel van de klassieke wereld afreisde voor hij begon te dichten.

Vertalingen en bewerkingen[bewerken]

Virgil Solis (1514-1562). Editie van de Metamorfosen uit 1565.

De Metamorfosen werd onder andere vertaald door Carel van Mander in 1604 en later Vondel (1671) in het Nederlands, en door Arthur Golding (1567) in het Engels. Deze Engelse vertaling inspireerde William Shakespeare. Het belangrijkste bewijs daarvoor is Romeo and Juliet, dat een hernieuwde versie is van het verhaal over Pyramus en Thisbe. Ook komt dit verhaal voor in A Midsummer Night's Dream.

Verhalen in de Metamorfosen[bewerken]

Boek 1

Boek 2

Boek 3

Boek 4

Boek 5

Boek 6

Boek 7

Boek 8

Boek 9

Boek 10

Jupiter en Ganymedes op een Romeins mozaïek (2e eeuw)

Boek 11

Boek 12

Boek 13

Boek 14

Boek 15

Trivia[bewerken]

  • Ovidius had na zijn verbanning het boek, dat nog onafgewerkt was, willen vernietigen, maar omdat er al kopieën van verspreid waren, zijn de Metamorfosen niet verloren gegaan.

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina la:Metamorphoseon op Wikisource