Joost van den Vondel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joost van den Vondel
Portret van Vondel door Ph. Koninck, 1665
Portret van Vondel door Ph. Koninck, 1665
Algemene informatie
Geboren 17 november 1587, Keulen
Overleden 5 februari 1679, Amsterdam
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Genre Poëzie
Bekende werken Gijsbrecht van Aemstel, Palamedes, Lucifer
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Joost van den Vondel (Keulen, 17 november 1587Amsterdam, 5 februari 1679) was een Nederlandse dichter en toneelschrijver wiens productie vele genres omvat, waaronder gelegenheidspoëzie, emblematiek, satires, hekeldichten, lofdichten en heldenepiek. Zijn grootste betekenis ligt echter in zijn dramatisch werk, met als bekendste Gijsbrecht van Aemstel (1637). De treurspelen Lucifer (1654), Adam in ballingschap (1664) en Noah (1667) vormen een trilogie over de zondeval van achtereenvolgens de engelen, de eerste mens en de eerste mensheid.

Levensloop[bewerken]

1587-1597: Geboorte tot vestiging in Amsterdam[bewerken]

Joost van den Vondel werd op 17 november 1587 in Keulen geboren als oudste van zeven kinderen van Joost van den Vondel en Sara Cranen. Zijn grootvader van moederszijde, Antwerpenaar Peter Kranen, was in achting onder de Brabantse dichters.[1]

Vondels doopsgezinde ouders waren in 1582 de stad Antwerpen ontvlucht. Waarschijnlijk leverde hun godsdienstige overtuiging ook in Keulen problemen op, want het gezin vertrok in 1595. In Utrecht ging Joost naar school, waar hij de opvoering van een Latijns schooldrama bijwoonde. In maart 1597 vestigden zij zich in de Warmoesstraat te Amsterdam, waar Vondel sr. koopman van zijde werd, voornamelijk van kousen.[2]

1610-1635: Eerste huwelijk[bewerken]

In 1608 overleed vader Vondel. Sara zette de zaak samen met Joost voort. Vondel trouwde in 1610 met Mayke de Wolff (Keulen, 1586 - Amsterdam, 15 februari 1635), met wie hij de kousenhandel bestierde. In 1612 werd hun zoon Joost geboren, en daarna Anna en Sara en ten slotte in 1632 de vroeg overleden Constantijn.[3] Drie van zijn in totaal vijf kinderen, onder andere Constantijntje, zalig kijntje (1632-1632) cfr. Kinder-lijck (1632) en Saartje, de vreught van de buurt (1625-1633) cfr. Uitvaert van mijn Dochterken (1633) overleden jong. Het Frans beheerste hij al, tijdens zijn huwelijk kwam het Latijn daar bij. Ook trad hij toe tot een meer rekkelijke Doopsgezinde richting, de 'Waterlanders', waar hij van 1616 tot 1620 diaken was.[3]

Vondel werd lid van de Brabantse rederijkerskamer "Het Wit Lavendel". Het Frans beheerste hij al, in 1613 begon hij Latijn te leren om Seneca te kunnen lezen, en later leerde hij Grieks om zijn toneelstuk Palamedes oft vermoorde onnooselheit te kunnen schrijven. De controverse rond Johan van Oldenbarnevelt en prins Maurits was de aanleiding voor Palamedes; met de 'vermoorde onnozelheid' werd Oldenbarnevelt aangeduid, en in de figuur van koning Agamemnon kon prins Maurits worden herkend. Het stuk verscheen in oktober 1625, enkele maanden na het overlijden van Maurits. Palamedes is een scherpe kritiek op de stadhouder, en de auteur moest Amsterdam ontvluchten. Hij verbleef enige tijd in Beverwijk, maar moest toch voor het werk terechtstaan. De forse boete van 300 gulden is mogelijk door schepen Albert Coenraads Burgh betaald, die Vondel het idee van zijn toneelstuk aan de hand had gedaan.

Palamedes was echter een populair toneelstuk, waarvan tot 1800 minstens vijftien drukken zijn verschenen. In de uitgave van 1652 heeft Vondel een aantal woorden (zoals zonde) vervangen, en sommige politieke toespelingen werden verscherpt. Het werd pas in 1663, in Rotterdam, voor het eerst opgevoerd. Twee jaar later, toen de Amsterdamse schouwburg gesloten was vanwege een verbouwing, werd het stuk daar buiten de verantwoordelijkheid van de regenten opgevoerd.

In 1641 ging Vondel over van de Remonstranten tot de Rooms-katholieke Kerk, wat hem niet in dank werd afgenomen in de hoofdstad van de Republiek, waar calvinistische predikanten veel invloed hadden. De schouwburg in Amsterdam was daarentegen een katholieke aangelegenheid: de schouwburgbestuurders Jan Vos (dichter) en Claes Cornelisz. Moeyaert (schilder) waren katholiek.

In de jaren 1640 werden teksten van Vondel op muziek gezet door de vooraanstaande componisten Cornelis Padbrué en Cornelis de Leeuw.[4]

Omdat zijn zoon Joost (1612-1660) door zorgeloosheid in moeilijkheden was gekomen, reisde Vondel in 1657 naar Denemarken. Hij dichtte O, Goon! wilt mij verlossen van deze Deensche ossen. Na het faillissement van de kousenzaak in de Warmoesstraat werd hij in 1658 suppoost bij de Stadsbank van Lening, een zogenaamde sinecure, waar hij in 1668 gepensioneerd werd. Vondel woonde op het Singel, niet ver van de Torensluis. Zijn zoon overleed op de heenreis naar Indië, voor Kaap de Goede Hoop.

Grafmonument uit 1772

Vondel werd verzorgd door zijn dochter Anna (1613-1675) en zijn nicht Agnes Block. Hij overleed op 91-jarige leeftijd en werd begraven in de Nieuwe Kerk. Als zijn laatste werk dichtte hij spottend zijn grafschrift:

Hier leit Vondel zonder rouw,
Hy is gestorven van de kouw

Werken[bewerken]

Het stockske

Variëteit aan teksten[bewerken]

  • Tot Vondels bekendste toneelwerken behoren Lucifer en Gijsbrecht van Aemstel, een stuk dat door de predikanten aanvankelijk verboden werd: het zou Roomse sympathieën bevatten.

Hekeldicht[bewerken]

  • Zijn gedichten, met name de hekeldichten, bevatten vaak steken onder water aan het adres van de staat. Niet zelden verandert deze kritiek in protest, regelrechte haat en woede. Een voorbeeld is Het stockske van Joan van Oldenbarnevelt. Sterke verontwaardiging klinkt ook door in het sonnet, (door Vondel puristisch Klinckert genoemd) dat de inleiding vormt tot Palamedes oft Vermoorde Onnooselheijd, waarin die "vermoorde onschuld" slechts ogenschijnlijk een figuur uit de Oudheid is. In werkelijkheid staat hier de figuur Palamedes symbool voor de terechtgestelde Van Oldenbarnevelt. Deze subtekst kon de tijdgenoten onmogelijk ontgaan zijn.
    Vondel zelf gaf te kennen dat hij niet kon zwijgen:
maer wat op 's harten gront leyt, dat weltme na de keel.

Religieuze poëzie[bewerken]

Daarnaast heeft hij echter ook poëzie geschreven die louter religieus was, zoals tweemaal een Kerstlied:

O wat zon is komen dalen
in den Maagdelijken schoot!
Ziet hoe schijnt ze met heur stralen
Alle glanzen doof en dood.

Ander werk[bewerken]

Lichtvoetig is het gedicht Op het Toonneel des Aerdrycks, ofte Nieuwe Atlas; uytgegeven door I. en C. Blaeu van Vondels hand dat in de atlas van Blaeu werd opgenomen,[5] en dat begint:

De wereld is wel schoon, en waerdigh om t'aenschouwen,
Maer 't reizen heeft wat in. de kosten vallen swaer.
Men magh den Oceaen niet al te veel betrouwen.
De Bergen rijzen steil. de bosschen zien te naer.

Na deze klaagzang, die zo nog enige strofen verdergaat, is Vondels conclusie onontkoombaar: de lezer kan zich de moeite besparen, en zich beperken tot een reis door de kunstige atlas:

O reisgezinde geest, ghy kunt die moeite sparen,
En zien op dit Toonneel de Wereld groot en ruim,
Beschreven en gemaelt in kleen begrip van blaren.
Zoo draeit de schrandre kunst den Aerdkloot op haer duim.

Renaissancist en rederijker[bewerken]

Vondel was een Renaissancedichter, maar een die pas op volwassen leeftijd Latijn leerde. Laatmiddeleeuwse invloeden, met name die van de Rederijkers, zijn evenzeer sterk in zijn werk aanwezig: woordspelingen:

De raven kraaien "cras, cras"

— dat laatste woord betekent in het Latijn: "morgen"; opsommingen:

Die zorght, en waeckt, en slaeft, en ploegt, en zwoegt, en zweet

en tal van andere figuren laten de Rederijkerstraditie zien. De perfecte integratie van christelijke theologie en antieke cultuur, zijn grote kennis van literatuur en wetenschappen, en zijn belangstelling voor dichtvormen en vernieuwingen op lexicaal gebied bestempelen hem toch in de eerste plaats als humanistisch en renaissancistisch dichter. Zijn dichterlijk talent en zijn irenische persoonlijkheid bezorgden hem bij zijn tijdgenoten de titel van Prins der Dichters.

Poëzie[bewerken]

  • Den Gulden Winckel der Konstlievende Nederlanders (1613)
  • Hymnus ofte Lofgesangh over de wijdberoemde scheepvaert der Vereenigde *Nederlanden (1613)
  • Vorstelijcke warande der dieren (1617).[6][7]
  • Op de jongste Hollantsche Transformatie (1618)
  • De Helden Godes (1620)
  • Het lof der zeevaert (1623)
  • Geboortklock van Willem van Nassau (1626)
  • Bruyloftbed van P.C. Hooft en Helionora Hellemans (1627)
  • Rommelpot van 't Hane-kot (1627)
  • Verovering van Grol door Frederick Henrick, Prince van Oranje (1627)
  • De Rynstroom (1630)
  • Roskam (1630)
  • Harpoen (1630)
  • Een otter in 't bolwerck (1630)
  • Geuse-vesper (1631)
  • Decretum horribile (1631)
  • Op Huygh de Groots verlossing (1632)
  • Inwying der doorluchtige Schoole t'Amsterdam (1632)
  • Kinderlijck (1632)
  • Uitvaert van mijn dochterken (1633)
  • Op het overlyden van Isabella Klara Eugenia (1633)
  • Lyckklaght aan het Vrouwekoor, over het verlies van mijn ega (1635)
  • Brieven der Heilige Maeghden, Martelaressen (1642)
  • Aen de Beurs van Amsterdam (1643)
  • J.J. Vondels Verscheide Gedichten (1644)
  • Altaergeheimenissen (1645)
  • Poezy (verzamelbundel) (1650)
  • Inwijdinge van 't Stadhuis t'Amsterdam (1655)
  • Het stockske van Joan van Oldenbarnevelt (1657)
  • Zeemagazyn (1658)
  • Wildzang (1660) (in 1976 in morseseinen als kunstwerk gemaakt in Amsterdam, met 1879 houten palen, zie trivia)
  • Toneelschilt oft Pleitrede voor het toneelrecht (1661)
  • Bespiegelingen van Godt en Godtsdienst (1662)
  • Joannes de Boetgezant (1663)
  • De Heerlijckheid der Kercke (1663)
  • Lykzang ter ere van Zacharias du Mez, Bisschop van Thrallen (rond 1665)
  • Uitvaert van Maria van den Vondel (1668)

Toneel[bewerken]

  • Het Pascha ofte de Verlossinge Israels wt Egypten[8] (1612)
  • Hiërusalem verwoest[9] (1620)
  • Palamedes oft Vermoorde onnooselheijd[10] (1625)
  • De Amsteldamsche Hecuba[11] (1626)
  • Gysbreght van Aemstel (1637)
  • Maeghden (1639)
  • Gebroeders (1640)
  • Joseph in Dothan (1640)
  • Joseph in Egypten (1640)
  • Peter en Pauwels (1641)
  • Maria Stuart of Gemartelde Majesteit (1646)
  • Leeuwendalers, lantspel (1647)
  • Salomon (1648)
  • Lucifer[12] (1654)
  • Salmoneus (1657)
  • Jeptha of Offerbelofte (1659)
  • David in Ballingschap (1660)
  • David hersteld (1660)
  • Samson of Heilige Wraeck (1660)
  • Adonias of Rampsalighe kroonzucht (1661)
  • Johannes de boetgezant (1662)
  • Batavische gebroeders of Onderdruckte vryheit (1663)
  • Faëton of Reuckeloze stoutheit (1663)
  • Adam in Ballingschap of Aller treurspelen Treurspel (1664)
  • Zungchin of Ondergang der Sineesche heerschappije (1667)
  • Noah of Ondergang der eerste wereld (1667)

Gelegenheidsgedichten[bewerken]

  • 1627 - Bruyloftbed van Pieter Cornelisz. Hooft en Helionora Hellemans
  • 1633 - Kinder-lyck (naar aanleiding van het overlijden van zijn zoon Constantijn)
  • 1660 - Op d'Afbeeldinge van den edelen gestrengen Heere Cornelis de Graeff[13]
  • 1662 - Ter bruiloft van den weledelen heer Peter de Graef, Jongkheer van Zuitpolsbroek en de weledele mejoffer Jakoba Bikker[14]
  • 1668 - Uitvaert van Maria van den Vondel

Literaire verhandeling[bewerken]

  • 1650 - Aenleidinge ter Nederduitsche dichtkunste

Vertalingen[bewerken]

Nagedachtenis[bewerken]

Standbeeld Vondel in het Vondelpark

Het monument voor Van den Vondel in de Nieuwe Kerk werd ontworpen door de tekenaar en kunstverzamelaar Cornelis Ploos van Amstel en de etser Reinier Vinkeles.

L'Illustration, 1862, gravure:"Fête littéraire et musicale donnée en l'honneur du poète Vondel à Ruremonde (Pays-Bas)

Een commissie onder leiding van de Amsterdamse stadsbouwmeester Pierre Cuypers ijverde vanaf 1861 voor de oprichting van een standbeeld van Van den Vondel. Deze organiseerde in februari 1862 "Neêrlands eerste Vondelfeest" in Roermond[15],.[16] Op 18 oktober 1867 werd in het kort daarvoor geopende Nieuwe Park een bronzen standbeeld onthuld, ontworpen door beeldhouwer Louis Royer, op een sokkel van Cuypers zelf en met teksten van zijn vrouw Antoinette Alberdingk Thijm. Omdat Louis Royer niet meer in staat was om het ontwerp zelf uit te voeren, werd de hulp ingeroepen van Jan Stracké. De genii aan de vier hoeken zijn van de hand van Jean Lauweriks. Al snel kreeg het Nieuwe Park daarom de naam Vondelpark, een naam die pas in 1880 officieel werd. Ter gelegenheid van de onthulling van het standbeeld sprak Jacob van Lennep, samensteller van de eerste wetenschappelijke uitgave van de volledige werken van Van den Vondel, een feestrede uit en schreef voor die gelegenheid het drama Een dichter aan de Bank van Leening.

Trivia[bewerken]

Zomerzegels (1937) met Jacob Maris, Franciscus de le Boë Sylvius, Joost van den Vondel en Antoni van Leeuwenhoek
  • Hij staat afgebeeld op een postzegel in de serie "Zomerzegels van 1937".
  • Van den Vondel stond afgebeeld op twee achtereenvolgende versies van het Nederlandse bankbiljet van 5 gulden.
  • Een gedicht van zijn hand (getoonzet door J. Duin) werd opgenomen in de populaire liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee. De eerste regels luiden: 'Wat zong het vroolijk vogelkijn dat in den boomgaard zat?' (met de titel 'Wildzang').
  • De rei van de edelen uit het drama van de Gijsbrecht van Aemstel wordt gebruikt in het nummer "Hamburger Concerto" van Focus.
  • Volgens het Guinness Recordboek schreef Van den Vondel het kortste Nederlandstalig gedicht, en wellicht het kortste gedicht ter wereld, waarmee hij in 1620 een dichtwedstrijd won:
U
Nu!
  • Een literaire prijs was naar hem genoemd: Joost van den Vondelprijs.
  • De Vondelstraat en het Vondelpark in Amsterdam zijn naar hem vernoemd.
  • In 2004 eindigde hij op nr. 53 tijdens de verkiezing van De grootste Nederlander
  • De naam Schouwburg werd bedacht door Vondel. Met 'schouw' en 'burg' verwees Vondel naar een plaats waar men kon kijken. Het van het Griekse woord 'theatron' afgeleide schouwburg werd door de tijd heen zo'n populaire benaming dat het van een eigennaam is verworden tot een soortnaam.
  • In het Frans wordt de Nederlandse taal soms (poëtisch) de taal van Vondel genoemd ('la langue de Vondel') analoog aan het gebruik om het Frans 'de taal van Molière' te noemen of Duits 'de taal van Goethe'.
  • Wildzang, was een van de grootste kunstwerken ooit in Nederland gemaakt. 1879 houten palen, op de Bijlmerweide in Amsterdam-Zuidoost namen in een bepaald ritme een oppervlakte van circa 80 bij 25 meter in beslag. Wildzang was geïnspireerd op het gelijknamige gedicht
Wat zong het vrolijk vogelkijn dat in de boomgaard zat ? Hoe heerlijk blinkt de zonneschijn van rijkdom en van schat Hoe ruist de koelte in ’t eikenhout en vers gesproten lof Hoe straalt de boterbloem als goud Wat heeft de Wildzang stof!

Voetnoten

  1. Geeraardt Brandt, Het leven van Joost van den Vondel. Bewerking: Marieke M. van Oostrom en Maria A. Schenkeveld-van der Dussen, Querido, Amsterdam, 1986, 10.
  2. E.C.J. Nieuweboer, 'Joost van den Vondel.' In: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden, met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp, 1985, 607. Geraadpleegd op 18 februari 2014.
  3. a b Nieuweboer, 608
  4. Louis Peter Grijp, Muziek en literatuur in de Gouden Eeuw in Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, Amsterdam University Press-Salomé & Uitgeverij Pelckmans (België), 2001, ISBN 90 5356 488 8 (Amsterdam) en ISBN 90 289 3000 0 (België), blz. 252
  5. Regionaal Archief Leiden - Bladeren door Blaeu, direct na het voorwoord van het eerste deel van de atlas
  6. Vorstelijcke warande der dieren: bibliopolis.nl
  7. Vorstelijcke warande der dieren, pagina's 60-61: sdrc.lib.uiowa.edu
  8. Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 · dbnl
  9. http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe02/vond001dewe02_0007.htm
  10. http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe02/vond001dewe02_0102.htm
  11. http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe02/vond001dewe02_0096.htm
  12. http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe05_01/vond001dewe05_01_0166.htm
  13. Op d'Afbeeldinge van den edelen gestrengen Heere Cornelis de Graeff
  14. Ter bruiloft van den weledelen heer Peter de Graef, Jongkheer van Zuitpolsbroek en de weledele mejoffer Jakoba Bikker.
  15. L'Illustration, 1862, p 117
  16. [http://www.dbnl.org/tekst/_nie012199801_01/_nie012199801_01_0024.php Nieuw Letterkundig Magazijn

Bronnen

Piet Calis, Vondel het verhaal van zijn leven, Meulenhoff, NL, 2008, 463 ISBN 9789029081481.

Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Joost van den Vondel.
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Joost van den Vondel op de Nederlandstalige Wikisource.