Willem II van Oranje
| Willem II | ||
| 1626 – 1650 | ||
| Stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre, Overijssel, Groningen en Drenthe | ||
| Periode | 1647 – 1650 | |
| Voorganger | Frederik Hendrik | |
| Opvolger | Eerste Stadhouderloze Tijdperk Groningen en Drenthe: Willem van Nassau-Dietz |
|
| Prins van Oranje Graaf van Nassau-Oranje |
||
| Periode | 1647 – 1650 | |
| Voorganger | Frederik Hendrik | |
| Opvolger | Willem III | |
| Vader | Frederik Hendrik | |
| Moeder | Amalia van Solms | |
| Dynastie | Oranje-Nassau | |
Tijdens de verbouwing van het Rijksmuseum hangt dit schilderij in het Haags Historisch Museum
Willem II (Den Haag, 27 mei 1626 - aldaar, 6 november 1650), prins van Oranje en graaf van Nassau-Oranje, was tussen 1647 en 1650 stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Gelre, Groningen en Drenthe.
Inhoud |
Biografie [bewerken]
Hij was de zoon van stadhouder Frederik Hendrik en trouwde op 14-jarige leeftijd met Maria Henriëtte Stuart (dochter van koning Karel I van Engeland).
Willem had ambitieuze plannen; hij wilde de Republiek der Vereenigde Nederlanden tot een sterk, gecentraliseerd calvinistisch land maken met hemzelf als monarch. Hij steunde daarbij op de orthodoxe Calvinisten en kwam al gauw in conflict met de republikeinse partij, de Staatsgezinden.
Hij was het in toenemende mate oneens met de politiek van religieuze tolerantie die zijn vader toepaste op de onlangs veroverde Generaliteitslanden, waar de bevolking grotendeels katholiek wenste te blijven. Evenals zijn vader en diens voorganger was ook hij tegen de vrede gekant. Willem droeg ook zijn steentje bij tijdens de Tachtigjarige Oorlog waarbij de Hinderlaag bij Bergen op Zoom (1643) zijn eerste wapenfeit was. De vredesbesprekingen met de Spaanse koning waren ook geheel niet naar zijn zin, maar zij waren al te ver gevorderd om nog tot staan gebracht te worden, toen zijn vader stierf in 1647. Ook zijn moeder Amalia van Solms speelde daarbij een rol, zij werd voor derving van inkomsten bij vrede schadeloos gesteld omdat zij de politiek van haar man wilde voortzetten. Oppositie tegen de ratificatie van de Vrede van Münster kwam ook van Zeeland. Willem adviseerde tevergeefs de andere gewesten ook tegen te stemmen. Daarna verliet hij Den Haag om vooral zijn onmacht tegenover het gewest Holland te verbergen.
Na de Vrede van Münster [bewerken]
De Vrede van Münster bracht ook economische ellende mee voor Zeeland omdat de handel op Schelde, Sas en Zwin zich nu weer naar Vlaamse havens verplaatste. De kolonie van de West-Indische Compagnie in Brazilië ging verloren en dat veroorzaakte grote onvrede. Verder werd overal in de Generaliteitslanden (behalve Overmaas) de Hervorming doorgevoerd en dat leidde tot spanningen. De staatse handelaren in Holland zagen niet in dat zij daarvoor moesten betalen. Willem steunde de orthodoxen niet alleen, maar ook in zijn eigen heerlijkheid Lingen stelde hij een drost aan (Rutger van Haersolte), die in dit katholieke gebied de katholieke priesters verving door dominees en de kerken ontdeed van alle sier. Het werd echter spoedig duidelijk dat het allemaal niets uitmaakte, de mensen bleven katholiek. De orthodoxen wilden hardere maatregelen en een sterker leger, de Hollandse steden, vooral Amsterdam, Dordrecht, Delft, Haarlem en het West-Friese Hoorn en Medemblik wilden juist verkleining van het leger en handhaving van de waardgelders. De grote vraag was wie nu eigenlijk het land regeerde.
Staatsgreep [bewerken]
In juli 1650 probeerde Willem dit eens en voor altijd te beslechten. Samen met Willem Frederik van Nassau-Dietz de stadhouder van Friesland bereidde hij een staatsgreep voor die tot doel had de macht van het gewest Holland te breken. Eerst was er een propaganda-veldtocht. Er werd een vervalst geschrift uitgegeven waarin stond dat, in geval van een burgeroorlog, het parlement van Engeland - dat zojuist Willems schoonvader had laten onthoofden - de regenten zou steunen met troepen. De Spaanse regering in Brussel had inderdaad alle reden om te voorkomen dat Willem de vrede zou breken. Ook dat kon tegen de regenten gebruikt worden.
Een aantal tegenstanders werd aangehouden, zoals admiraal Witte de With. [1] Een zestal Statenleden werd opgesloten op Slot Loevestein, o.a. Jacob de Witt (vader van de latere raadspensionaris van Holland Johan de Witt) en de burgemeesters van Haarlem, Delft, Hoorn en Medemblik. Deze internering was aanleiding voor het ontstaan van de benaming Loevesteinse factie voor de staatsgezinde, antistadhouderlijke groepering in de Republiek. Willem verwierf geen steun van de gewesten Zeeland en Holland om in naam van de Staten Generaal van de Unie in te grijpen om eenzijdig tot ontbinding van legereenheden over te gaan. De prins trok met zijn leger van Dordt naar Delft en Amsterdam, een deel van de troepen, onder Cornelis van Aerssen en Frederik Graaf van Dohna, verdwaalde op de hei bij Hilversum vanwege onweer en slecht zicht. Na de mislukte aanval op Amsterdam kreeg Cornelis de Graeff van Willem te horen dat Cornelis en zijn broer Andries Bicker uit de vroedschap moesten verdwijnen, wat gebeurde. De Loevensteinse factie werd vrijgelaten.
Overlijden [bewerken]
In oktober, na een jachtpartij op de Veluwe, kreeg de prins koorts. Het bleek pokken te zijn en op 6 november stierf hij in Den Haag op 24-jarige leeftijd. Een week later werd zijn erfgenaam geboren, de latere stadhouder Willem III.[2] De Staatsgezinden maakten gebruik van de verwarring in het vijandelijke orangistische kamp en het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was geboren. Er was een grote meerderheid ontstaan die geen stadhouder meer wenste. Zijn stoffelijk overschot werd in maart 1651 bijgezet in de Grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft.
Stamboom [bewerken]
Dit is de stamboom van Willem van Oranje-Nassau (1626-1650).
| Stamboom Willem van Oranje-Nassau (1626-1650) | ||
|---|---|---|
| Grootouders |
Willem I van Oranje-Nassau (1533-1584) |
Johan Albrecht I van Solms-Braunfels |
| Ouders |
Frederik Hendrik van Oranje-Nassau (1584-1647) |
|
|
Willem II van Oranje-Nassau (1626-1650) |
||
| Kinderen |
Willem III (1650-1702) |
|
| Kleinkinderen |
- |
|
Bronnen, noten en/of referenties
Voetnoten:
|