Propaganda (communicatie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Amerikaanse WO-I-propaganda die de geesten rijp moest maken voor Amerikaanse oorlogsdeelname
Patriottische montage uit 1944 van oorlogscenes begeleid door het Amerikaanse volkslied.

Propaganda is een bepaalde vorm van communicatie waarbij de publieke opinie beïnvloed wordt om aanhangers te winnen voor bepaalde opvattingen of standpunten. Propaganda kenmerkt zich vaak door het systematisch geven van eenzijdige informatie, die al dan niet (deels) onwaar is, waarbij selectief bepaalde feiten worden benadrukt en andere bewust achterwege worden gelaten. De initiatiefnemer is meestal niet-commercieel en komt grotendeels voort uit maatschappelijke, kerkelijke of politieke stelsels. In die zin is er een overlap met sociale marketing en marketing van non-profitorganisaties.

Het woord propaganda vindt zijn oorsprong in het Latijnse propagare wat uitbreiden of voortplanten betekent. Oorspronkelijk betekende propaganda dan ook het verbreiden van een boodschap. Het eerste gebruik van het woord is waarschijnlijk geweest in de naam van de Congregatio de propaganda fide door paus Paus Gregorius XV: de congregatie ter verbreiding van het geloof. Lange tijd werd het woord slechts in godsdienstige zin gebruikt, pas in de laatste 200 jaar ook daarbuiten.

Negatieve klank[bewerken]

Het begrip propaganda kreeg in de 20e eeuw, met name in de Tweede Wereldoorlog, een negatieve gevoelswaarde vanwege het vanuit een politiek systeem verstrekken van eenzijdige, onvolledige, verhullende of zelfs leugenachtige informatie om de publieke opinie te bespelen. In nazi-Duitsland speelde nazipropaganda een grote rol. Joseph Goebbels, minister van openbare Voorlichting en Propaganda van het Derde Rijk, hield er het moreel van de Duitse burgerbevolking mee in stand, die te maken kreeg met bombardementen, verslechterende levensomstandigheden en, naarmate de oorlog vorderde, steeds slechter nieuws van het front. Propagandistische campagnes met de omvang zoals in nazi-Duitsland, maar ook van bijvoorbeeld de Sovjet-Unie onder Jozef Stalin, Noord-Korea en het Irak onder Saddam Hoessein, worden ook wel indoctrinatie genoemd. Ze komen vooral voor - en kunnen ongecorrigeerd blijven bestaan - in dictaturen zonder vrijheid van meningsuiting. Kenmerkend is daarbij het sterke belang van de zender, die zijn eigen wensen probeert te realiseren zonder rekening te willen houden met het belang van de ontvanger. Dwang kan voorkomen, waarbij de vrijheid in keuze bij de ontvanger (sterk) beperkt kan zijn.

Propaganda en reclame hebben veel gemeen. Ook reclame gebruikt verhullende en vaak onware argumenten om een boodschap te verbreiden. Het verschil is dat reclame meestal voor commerciële doeleinden wordt gebruikt en het vaak herkenbaar is als reclame, terwijl propaganda niet altijd als propaganda herkenbaar is.

Plaats en tijd[bewerken]

In het Duits wordt vaak gezegd: Standort macht Standpunkt wat zoveel betekent als een mening wordt gevormd door de plaats waar men zich bevindt. Met andere woorden, wat de een propaganda vindt, is voor de andere gewoon de waarheid. In conflictsituaties ziet men dan vaak dat beide partijen elkaar van propaganda betichten (en ze daar ook nog eens allebei gelijk in hebben). In de recente oorlogen, tegen Slobodan Milošević en Saddam Hoessein, werden beiden in de Westerse media regelmatig afgeschilderd als erger dan Adolf Hitler. In Servië en Irak werd dit afgedaan als propaganda, terwijl in het Westen de indruk bestond dat met heel verschrikkelijke figuren te doen was, die de wereldvrede zouden bedreigen. De media in Servië en Irak werden in die tijd niet voor serieus aangezien, daar dat toch alleen maar staatspropaganda was.

Propagandatechnieken[bewerken]

Leaflet gebruikt door het Amerikaanse leger tijdens de oorlog in Afghanistan

Victor Klemperer heeft deze technieken zoals ze zich onder de nazi's voordeed ontleed in zijn boek LTI – Notizbuch eines Philologen. Sindsdien zijn echter vele nieuwe vormen verschenen:

  • Eerlijk
    De eenvoudigste vorm van propaganda: een eerlijk argument waarbij het aan het publiek zelf wordt overgelaten, tot een besluit te komen.
    Voorbeeld: een aanhanger en een tegenstander van de Israëlische regering gebruiken eerlijke argumenten om elkaar op andere politieke gedachten te brengen.
  • Stijlvol
    Bijvoorbeeld politici die hun spreekstijl bijschaven, hun uiterlijk veranderen of zorgen dat ze gezien worden op stijlvolle locaties om hun aantrekkingskracht te vergroten.
  • Trucs
    Trucs kunnen helpen om andermans impact te verzwakken. Bijvoorbeeld het verspreiden van een gerucht.
    Voorbeeld: In 2002 moest de 58-jarige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder naar de rechter stappen om een eind te maken aan het gerucht dat hij zijn haar verfde – het gerucht maakte hem belachelijk.
  • Misleiding
    Mensen misleiden om ze met een bepaald idee te laten instemmen. Bijvoorbeeld valse propaganda in oorlogstijd of in samenlevingen zonder vrije media die de leugen zouden kunnen ontdekken en onthullen.
    Bijvoorbeeld: Vijandelijke troepen ervan overtuigen dat ze dichter bij een nederlaag zijn dan ze in werkelijkheid zijn.
  • Herhaling
    Boodschappen telkens herhalen waardoor dat mensen deze op den duur voor waar gaan aannemen.
  • Grove leugens
    Soms geloven mensen grove leugens eerder dan kleine, wanneer het niet in ze op komt dat iemand in staat zou zijn zo'n grote leugen te verkondigen.
  • Naamgevingen
    Een slechte naam zodanig koppelen aan hetgeen men wil 'zwart maken', dat het al gediscrimineerd wordt voor het geanalyseerd kan worden. Men legt zo goed als automatisch de link met het slechte aspect voor men rationeel begint te denken.

Voorbeelden van afkeurende aanduidingen:


Het is ook mogelijk om betekenissen toe te kennen door het gebruik van adjectieven met een negatieve connotatie. Zo kunnen bijvoorbeeld "extreem" en "ingrijpend" hetzelfde betekenen, maar heeft extreem een veel negatievere connotatie.

Ook woorden zoals "dubieuze" of "vermeende" kunnen twijfels oproepen over het onderwerp.

Woordgebruik[bewerken]

Iedereen heeft zijn eigen ideeën bij een begrip, interpreteert het anders dan anderen. Dit gebeurt vooral wanneer beloften niet duidelijk worden uitgelijnd maar slechts met een paar grote woorden beschreven worden. Enkele voorbeelden:

Eufemismen[bewerken]

Iets verpakken als een positievere boodschap dan dat het werkelijk is. Soms zelfs door simpelweg het adjectief 'positief' er voor te zetten, waardoor het wel positief moet zijn. Ook kan bijvoorbeeld 'Ministerie van Defensie' een eufemisme zijn voor een ministerie dat gericht is op 'offensie'.

Appelleren aan bepaalde waarden[bewerken]

Door bijvoorbeeld te stellen dat men iets wel of niet moet doen, omdat men anders asociaal of onmenselijk zou zijn. Niemand wil asociaal of onmenselijk overkomen, dus doet men maar wat er gevraagd wordt. (Voorbeeld: SP-Parlementariër Harry van Bommel zei dat Premier Balkenende zijn excuses moest aanbieden voor de slavernij; als Premier Balkenende dit weigert lijkt het alsof hij de slavernij goedkeurt.)

Overdragingen[bewerken]

Een instituut of begrip dat respect afdwingt wordt gebruikt om de mens een positief of negatief oordeel te doen vellen. Deze techniek wordt steevast in reclame toegepast: "laboratorium X heeft dit product getest en goedgekeurd". Minder concreet kan ook God, de kerk in het algemeen en de staat gebruikt worden.

Symbolen[bewerken]

Symbolen worden vaak gebruikt bij overdragingen. Ze brengen een hele set van emoties met zich mee bij veel mensen, waar wordt op ingespeeld.

Voorbeelden:

In Cuba staan bijvoorbeeld anti-Amerikaanse propagandaborden met een swastika (hakenkruis) erop.

Ook combinaties zijn mogelijk, zoals het christelijk kruis met het zwaard van een krijger: de kerk keurt oorlog goed en de krijger verdedigt deze.

Kleuren zijn hierbij ook een heel belangrijk aspect: ze beïnvloeden onze gemoedstoestand en emoties. Sterkere kleuren geven krachtigere emoties, terwijl rustgevende kleuren verzachtend werken.

Voorbeelden:

  • Rood hitst op, stimuleert en maakt ongeduldig. Denk aan rode lingerie en aan oranje fast-food restaurants.
  • Blauw kalmeert en ontspant.
  • Groen geeft een meer neutrale indruk.

Getuigenissen[bewerken]

De goedkeuring van een bekende persoonlijkheid gebruiken om te overtuigen. Voorbeeld:

De gewone burger[bewerken]

Zich voordoen als iemand van het gewone volk, met dezelfde zorgen en opinies, staand tegenover een onzichtbare culturele elite. Bijvoorbeeld het in verkiezingspropaganda voorstellen van concurrerende politici als wereldvreemde, elitaire wijsneuzen die niet weten wat er op straat leeft. "Als je op mij stemt komt er iemand aan de macht die net als jullie is, iemand met dezelfde verzuchtingen en problemen. Met mij wordt het anders…". Voorbeeld:

  • Op een verkiezingstournee in juli 1992, werden de Clintons en Senator en Mrs. Al Gore gefotografeerd in casual kleding, zittend op een baal hooi en wat pratend met boeren vlakbij Utica, Ohio. The New York Times plaatste deze foto op de voorpagina met de titel "Just Folks."

Bangmakerij[bewerken]

Een andere partij afschilderen als boeman, een totale slechtheid waarbij als die de macht in handen krijgt, er oorlog uitbreekt of de wereld vergaat.

Cameratechnieken[bewerken]

Bijvoorbeeld het zeer sterk inzoomen op het gezicht van een opponent, of het langzaam afspelen daarvan, wat onbewust angst opwekt. Of knippen in een opname met als doel het negatiever te laten lijken.

Afkorten van namen[bewerken]

De achternaam van een opponent afkorten tot een letter, waardoor het een misdadiger lijkt.

Groepsdruk[bewerken]

Mensen motiveren om mee te doen omdat 'iedereen het doet'; appelleren aan een diep menselijk verlangen. Dit concept verklaart ook bijvoorbeeld het verschijnsel mode.

Omgekeerde propaganda[bewerken]

Zo is er eens een centrale bank wet aangenomen in de VS door stelselmatig in kranten te verkondigen dat de individuele banken dit absoluut niet zagen zitten, wat een leugen was. De bevolking had er toen juist wel vertrouwen in.

Monopolistisch versus dialogisch[bewerken]

  • Voorbeelden van monopolistische propaganda zijn politieke en oorlogspropaganda: het verspreiden van ideeën en overtuigingen door machthebbers en totalitaire heersers via alle mogelijke middelen, met als doel mensen te winnen voor die ideeën en overtuigingen. Propaganda wordt dan gebruikt als instrument om te manipuleren en onder druk te zetten (oorlogspropaganda). Deze vorm van propaganda in de wereldoorlogen en de tijd daarna vormt de historische oorsprong van het slechte imago van propaganda als communicatievorm.
  • Dialogische propaganda staat voor een open en vrije keuze door de ontvanger. Geprobeerd wordt, op neutrale, menselijke, communicatieve wijze anderen over te halen tot het navolgen van gedachten en idealen op het terrein van politiek, godsdienst, opvoeding en consumptie. Er wordt informatie gegeven en beeldvorming geschapen door (non-) profitinstellingen.

Soorten propaganda[bewerken]

Push- en Pullpropaganda[bewerken]

Pushpropaganda verspreidt zich unilateraal vanuit de informatiebron richting de doelgroep. We hebben verder geen invloed op de informatie die aan ons toegespeeld wordt. Daarnaast wordt tegenwoordig ook wel over pull-propaganda gesproken, indien de burger er zelf voor kiest om bepaalde 'propaganda' tot zich te nemen, bewust maar ook onbewust, gebruik makend van doelgroepgerichte informatietrends. Men kiest zelf om deze informatie te consumeren, en niet als bij een tv-uitzending waarbij je wel zelf kiest om te kijken, maar niet zelf de informatie uitzoekt.

Witte/zwarte propaganda[bewerken]

Bij 'Witte' propaganda is duidelijk wie de bron is van de propaganda en de bron probeert dat ook niet te verbergen. 'Zwarte' propaganda daarentegen probeert zijn bron te verbergen en kan zelfs proberen de ontvanger ervan te overtuigen van een andere partij te zijn.

Grijze propaganda[bewerken]

Grijze propaganda heeft twee betekenissen; de ene heeft betrekking op de bron van de propaganda boodschap, de ander op de inhoud ervan. Dit kan begripsverwarring geven. Let wel: een enkele propaganda-boodschap kan in principe aan beide definities voldoen.

Definitie 1 (inhoud)[bewerken]

Grijze propaganda is een combinatie van leugen en waarheid. Bijvoorbeeld een betrouwbare bron plus een leugen. Men noemt dit ook wel het "witwassen van verhalen" en "laundrying".

Definitie 2 (bron)[bewerken]

De US DOD (officieel Amerikaans woordenboek van militaire termen) geeft een andere definitie:

  • Grijze propaganda: Propaganda die niet specifiek een bron aanhaalt

Doel en gevolg[bewerken]

Over het doel van grijze propaganda lopen de meningen uiteen.

Definitie 1 van grijze propaganda kan bijvoorbeeld de volgende effecten veroorzaken:

  • Rechtstreeks (kan als doel hebben om verwarring te stichten):
    • De leugen kan worden versterkt door de ware component. Hierdoor kan de leugen aan geloofwaardigheid winnen.
    • Als er veel waarheden en leugens worden vermengd door bijvoorbeeld een nationale overheid en mensen komen daarachter, dan kan dit een zeer negatief effect hebben op de geloofwaardigheid van die overheid.
  • Op termijn (kan als doel hebben de waarheid te verdoezelen of de waarheid ongeloofwaardig te maken):
    • Om bepaalde informatie geheim te houden, kan men men die informatie koppelen aan onjuiste informatie. Hierdoor kan hetgene wat geheim moet blijven in het belachelijke worden getrokken en wordt daarom niet meer serieus genomen. Het verhaal (de combinatie waarheid en onwaarheid) zal daarom echter niet meer verdwijnen en ook op langere termijn worden bestempeld als bijvoorbeeld één van de vele broodjeaapverhalen.

Omgekeerd[bewerken]

Het begrip kan echter ook precies andersom gebruikt worden. Men kan bijvoorbeeld bepaalde (juiste) informatie bestempelen als grijze propaganda, met als doel om die informatie en vooral de informatieleverancier, in diskrediet te brengen. Soms is dit moeilijk te ontkrachten, omdat bijvoorbeeld de bewijzen voor de als grijze propaganda bestempelde informatie, staatsgeheim zijn.

Voorbeelden van propaganda[bewerken]

  • Herhaling van slogans, woorden en zinnen.
  • Verkiezingscampagnes.
  • Embedded journalism: journalisten krijgen toegang tot militaire operaties wanneer ze gunstig over het leger/de oorlog schrijven.
  • Gebruik van bijbelse symbolen zoals de vredesduif en de regenboog.
  • Het versterken van antisemitische sentimenten door de nazi's.
  • De Sovjetregering vervalste foto’s om Leon Trotski, een populaire tegenstander van de Sovjetleider Stalin, te verwijderen.
  • De Sovjet-Unie creëerde doelbewust rolmodellen, die aan het Sovjet-vol ten voorbeeld werden gesteld als ideaalburgers. Bekende voorbeelden waren Aleksej Stachanov en Pavlik Morozov.
  • Regeringen gebruiken vaak propaganda om mensen over te halen om beter op hun gezondheid te letten. In de jaren 80 gebruikten campagnes tegen aids in het Verenigd koninkrijk een grafsteen als symbool voor de dodelijke ziekte. Samen met de slagzin ‘Sterf niet aan onwetendheid’ heeft deze propaganda de houding van jonge mensen ten opzichte van seks enorm veranderd.
  • Dictators die zich laten fotograferen met kinderen. Als burgers een mannelijke politieke leider zo zien, zullen ze hem eerder als ‘vaderfiguur’ accepteren.
  • De Tsjechische regering symboliseerde met een krachtig beeld van een zwaar beschadigde auto die verbonden is met een kurkentrekker, wat rijden onder invloed kan veroorzaken.
  • Mensen in witte doktersjassen in reclameboodschappen, die de indruk van wetenschappelijke betrouwbaarheid moeten wekken.
  • Schokkende beelden om de gevolgen van het broeikaseffect aan te tonen; bijvoorbeeld beelden van het natuurlijke afkalven van de Perito Morenogletsjer, of ijsberen die te pletter vallen.[1]

Literatuur[bewerken]

  • Noam Chomsky, Edward Herman: Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass Media. New York: Pantheon Books, 1988.
  • Patrick Conley: Der parteiliche Journalist. Berlin: Metropol, 2012. ISBN 978-3-86331-050-9.
  • Paul Rutherford: Weapons of Mass Persuasion. Marketing the War Against Iraq. Toronto: University of Toronto Press, 2004. ISBN 0-8020-8995-X
  • Ludwig Verduyn: De Tweede Wereldoorlog door de ogen van de Duitsers. De geschiedenis van het propagandatijdschrift Signaal. Leuven: Van Halewyck, 2010. ISBN 978-94-6131025-5

Zie ook[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties