Jozef Stalin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jozef Stalin
Иосиф Виссарионович Сталин
Jozef Stalin in 1943
Jozef Stalin in 1943
Geboren 18 december 1878
Gori
Overleden 5 maart 1953
Koentsevo
Politieke partij Communistische Partij van de Sovjet-Unie
Handtekening Handtekening
Secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie
Aangetreden 3 april 1922
Einde termijn 16 oktober 1952
Voorganger Vjatsjeslav Molotov
(als verantwoordelijke secretaris)
Opvolger Nikita Chroesjtsjov
(ambt is hersteld)
Voorzitter van de Ministerraad
Aangetreden 6 mei 1941
Einde termijn 5 maart 1953
Voorganger Vjatsjeslav Molotov
Opvolger Georgi Malenkov
Volkscommissaris van Defensie van de Sovjet-Unie
Aangetreden 19 juli 1941
Einde termijn 25 februari 1946
Voorganger Semjon Timosjenko
Opvolger Nikolaj Boelganin
(na een vacante positie)
Lid van het Secretariaat
Aangetreden 3 april 1922
Einde termijn 5 maart 1953
Volwaardig lid van het Presidium
Aangetreden 25 maart 1919
Einde termijn 5 maart 1953
Lid van het Orgburo
Aangetreden 16 januari 1919
Einde termijn 5 maart 1953
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Jozef Stalin (Russisch: Иосиф Виссарионович Сталин, Iosif Vissarionovitsj Stalin, oorspronkelijke naam: Ioseb dze Besarionis Dzjoegasjvili, Georgisch: იოსებ ბესარიონის ძე ჯუღაშვილი, Russisch: Джугашвили) (Gori, Russische Rijk, 18 december [O.S. 6 december] 1878[1]Koentsevo[2] (nu Moskou), Sovjet-Unie, 5 maart 1953) was een Sovjet-Russisch politicus die in de jaren 20 dictatoriale macht kreeg over de Sovjet-Unie en deze tot zijn dood in 1953 bleef behouden.

Stalin wist Rusland, voorheen ten opzichte van Europa ver achtergebleven in economische ontwikkeling, in snel tempo te industrialiseren en tot een grootmacht te transformeren en in de Tweede Wereldoorlog Adolf Hitler te verslaan, maar zijn meedogenloze totalitaire bewind bewerkstelligde tevens, direct en indirect, de dood voor vele miljoenen slachtoffers onder de Russen en andere volkeren.

Inleiding[bewerken]

Stalin was een van de bolsjewistische revolutionairen die meehielp met de Oktoberrevolutie in Rusland. Van 1922 tot zijn dood in 1953 was hij officieel Secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Hoewel deze positie officieel verkozen werd, en in eerste instantie niet werd beschouwd als de hoogste positie binnen de Sovjet-Unie, slaagde Stalin erin steeds meer macht te krijgen na de dood van Lenin in 1924, en zette hij steeds meer oppositiebewegingen binnen de Communistische Partij op een zijspoor. Doordat hij deze machtsstrijd won, kreeg Stalin dictatoriale en zelfs autocratische macht over de Sovjet-Unie. Deze macht kreeg hij waarschijnlijk in 1928 en 1929.

Leon Trotski, de grootste criticus van Stalin en zijn beleid, werd uit de Sovjet-Unie verbannen in 1929, en later in Mexico door een agent van de Russische geheime dienst vermoord. Van 6 mei 1941 tot 5 maart 1953 was Stalin tevens premier van de Sovjet-Unie.

Het dictatoriale regime van Jozef Stalin kostte miljoenen mensen het leven. Massa's mensen stierven tijdens hongersnoden, hoewel er door sommigen wordt beweerd dat de hongersnoden niet door Stalin komen,[3] maar het gevolg zijn van de acties van zelfstandige boeren ('koelakken') die grote delen van hun oogst en vee vernietigden als protest tegen de collectivisatie van de landbouw begin jaren dertig. Politieke tegenstanders werden op grote schaal "weggezuiverd" en gedeporteerd naar de Goelags. Velen stierven daar onder erbarmelijke omstandigheden.

In totaal lopen schattingen van het aantal mensen dat tijdens het bewind van Stalin een onnatuurlijke dood stierf uiteen van 9 miljoen[4] tot 20 miljoen.[5]

Onder Stalins bewind versnelde de industrialisatie van de Sovjet-Unie en groeide het land uit van een achtergebleven boerenmaatschappij tot een wereldmacht. Door zijn daadkrachtige en centrale optreden, zijn succesvolle bestrijding van het analfabetisme, het verslaan van nazi-Duitsland, de elektrificatie van zijn land en een zorgvuldig geregisseerde volksverering rond zijn persoon is hij nog altijd populair bij grote delen van de Russische bevolking.[6][7][8]

Levensloop[bewerken]

Vroege jaren[bewerken]

Stalin als 15-jarige in 1894

Jozef Stalin werd geboren als zoon van een schoenmakersknecht in het Georgische plaatsje Gori (gouvernement Tiflis). Het gezin leefde onder armoedige omstandigheden en de andere kinderen van het gezin stierven op jonge leeftijd. Stalin kwam met de aangeboren afwijking Syndactylie ter wereld. De zeldzame keren dat zijn vader thuis was mishandelde hij de jonge Jozef en zijn moeder. Hij zou een paar keer bijna zijn doodgeslagen, maar na het vertrek van zijn vader kwam er rust in het gezin. Stalin bezocht het Russisch-orthodoxe seminarie in Tiflis, waar het onderwijs indertijd beter was dan op andere scholen. In 1899 werd hij van de opleiding verwijderd wegens niet afgelegde examens en het koesteren van revolutionaire ideeën.

Huwelijk en gezin[bewerken]

Stalins eerste echtgenote, Jekaterina Svanidze, overleed in 1907, slechts één jaar na hun huwelijk in 1906.[9] Volgens een van zijn vrienden sprak Stalin na de begrafenis: "Dit schepsel wist mijn stenen hart zachter te maken, maar ze is gestorven en met haar stierven mijn laatste warme gevoelens voor het mensdom".[10] Stalin en Jekaterina hadden een zoon, Jakov Dzjoegasjvili, met wie Stalin in latere jaren nauwelijks omgang had. Jakov schoot zichzelf neer vanwege Stalins hardheid tegen hem, maar hij overleefde de zelfmoordpoging. Stalins commentaar: "Hij kan niet eens goed schieten". Jakov diende in het Rode Leger gedurende de Tweede Wereldoorlog en werd door de Duitsers gevangengenomen. Zij boden aan hem te ruilen voor veldmaarschalk Friedrich Paulus, die zich na Stalingrad had overgegeven, maar Stalin sloeg het aanbod af met de uitspraak "een luitenant is niet evenveel waard als een generaal". Volgens anderen luidde zijn antwoord: "Ik heb geen zoon". Stalin was bang dat Jakov hem zou verraden, maar Jakov pleegde zelfmoord zonder iets over hem te hebben prijsgegeven. Nadien gaf Stalin vol spijt toe dat de jongen een "echte man" was geweest.[11]

Stalin kreeg bij zijn tweede vrouw Nadezjda Alliloejeva nog een zoon, Vasili Stalin, en een dochter, Svetlana Alliloejeva. Nadezjda stierf in 1932, volgens de officiële lezing aan een ziekte. Mogelijk heeft ze zelfmoord gepleegd door zichzelf neer te schieten na een ruzie met haar man, een briefje achterlatend dat volgens Svetlana "deels persoonlijk, deels politiek" van aard was. Vasili diende bij de Sovjetluchtmacht en stierf volgens officiële bronnen aan alcoholisme in 1962. Hij onderscheidde zich in de Tweede Wereldoorlog als een capabele vlieger. Svetlana emigreerde in 1967 naar de Verenigde Staten.

Van seminarist tot bolsjewiek[bewerken]

Na vijf jaar priesterstudie brachten Stalins revolutionaire denkbeelden hem in contact met de bolsjewieken. Aanvankelijk nam hij de schuilnaam Koba aan, dat "de onbedwingbare" betekende in het plaatselijke dialect. Later, toen hij op nationaal niveau opereerde, zou hij zich Stalin laten noemen, wat een verbastering is van het woord staal (en dus "man van staal" betekent), omdat hij meende dat een Georgische naam op nationaal niveau niet sympathiek zou worden ontvangen.

Hij zat enige malen gevangen en werd ook verbannen, maar in 1903 wist hij te ontsnappen uit zijn verbanningsoord Novaja Oeda (nu in Oest-Orda Boerjatië) in Siberië. In 1904 sloot hij zich aan bij Lenins bolsjewistische vleugel binnen de Russische Sociaal Democratische Arbeiderspartij (RSDAP). Als gedelegeerde van de partij woonde hij conferenties te Tampere (1905) en Stockholm (1906) bij. Stalin en zijn groep revolutionairen vormde de belangrijkste geldbron van Lenin en zijn bolsjewisten die daarvoor zorgden door bankovervallen, roofovervallen, afpersing van industriëlen (met name in Bakoe en omgeving) te plegen 'bescherming' te bieden aan mijnbedrijven en piraterij op veerboten in het gehele gebied van de Kaukasus.[12] Stalin ontwikkelde zich tot kenner van de niet-Russische volkeren, en werd als zodanig door Lenin gerespecteerd. Zijn kennis van het marxisme was niettemin gering. In 1912 vestigde hij zich korte tijd in Wenen en schreef samen met Nikolaj Boecharin een boekje over het nationaliteitenvraagstuk in Rusland. In dat jaar werd hij in het Centraal Comité gekozen. Terug in Rusland werd hij gearresteerd en naar de Siberische stad Narym verbannen. Hij wist echter al snel weer te ontsnappen. Op 23 februari 1913 werd hij opnieuw gearresteerd en via Krasnojarsk in september naar het dorpje Kostino bij de midden-Siberische stad Toeroechansk gebracht, waar hij onder strenge politiebewaking werd geplaatst. In maart 1914 werd hij naar het arctisch gebied gebracht, naar het dorpje Koerejka ten noorden van de noordpoolcirkel en onder nog zwaardere politiebewaking gesteld. Later werd hij weer overgeplaatst naar Toeroechansk, waar hij tot de Februarirevolutie (1917) verbleef.

Stalin

Na de Februarirevolutie vestigde hij zich in Petrograd en volgde hij nauwgezet de revolutionaire koers van Lenin. Sommigen vermoedden dat Stalin wellicht de kat uit de boom keek, zodat hij zich bij de overwinnaars kon aansluiten. Na de Oktoberrevolutie, die de bolsjewisten aan de macht bracht, werd Stalin benoemd tot volkscommissaris (minister) van Nationaliteiten. Gedurende de Russische Burgeroorlog (1918-1921) vervulde hij zijn dienstplicht en trad hij op als militair organisator en politiek commissaris in het Rode Leger. Hij wist als commandant de stad Tsaritsyn (later Stalingrad, nu Volgograd) te verdedigen met onbarmhartige meedogenloosheid zowel tegen de Witten als tegen interne tegenstanders. In deze periode kwam Stalin tot de overtuiging dat de dood het meest effectieve en simpelste politieke middel was.[13] Hij kwam in Tsaritsyn echter spoedig in conflict met de volkscommissaris van Oorlog, Leon Trotski. Tijdens de Pools-Russische Oorlog werd Stalin in mei 1920, na de inname van Kiev door de Polen, benoemd tot politiek commissaris van het zuidoostelijk front. Het Politbureau had opdracht gegeven tot de verovering van Polen om de revolutie naar het westen te verspreiden. Toen Stalin bevel kreeg om de militaire bevelhebber van het Westelijk front, Michail Toechatsjevski, te steunen, weigerde hij dit totdat het te laat was. Dit leidde tot het debacle bij Warschau. Toechatsjevski bekritiseerde Stalin hierom. Lenin bemiddelde echter en haalde Stalin terug naar Moskou. Dit deed hij wel op een eervolle wijze, zodat Stalin geen gezichtsverlies leed.

Stalin als 23-jarige in 1902.
Stalin als dienstplichtige in 1918.

Secretaris-generaal[bewerken]

Stalin (links), Lenin (midden) en Kalinin (foto van het Achtste Congres van de Russische Communistische Partij, Moskou, maart 1919)

In maart 1919 werd Stalin als één van de vijf leden in het zojuist opgerichte politbureau van de Russische Communistische Partij gekozen. Toen Lenin besloot zich meer toe te leggen op het landsbestuur, verkreeg Stalin in april 1922 het ambt van secretaris-generaal van de partij. Niemand wist toen dat dit ambt zou uitgroeien tot het belangrijkste en machtigste ambt in de Sovjet-Unie. Stalin wist geleidelijk aan zijn macht te consolideren. Als secretaris-generaal had hij de bevoegdheid mensen binnen de Partij posities te geven of te ontnemen.

Machtsstrijd[bewerken]

Na de dood van Lenin in 1924 wist Stalin na een machtsstrijd (met als belangrijkste tegenstrever Leon Trotski) zich van de macht in partij en staat van de prille Sovjet-Unie meester te maken (1928) en hield die vervolgens vijfentwintig jaar in handen. Stalin behoorde aanvankelijk tot de rechtervleugel van de partij en in een bondgenootschap wist hij de linkervleugel buitenspel te zetten. In 1929 dankte hij zijn - tot dan toe - bondgenoten van de rechtervleugel, Aleksej Rykov, Michail Tomski en de theoreticus Nikolaj Boecharin, af. Stalin sprak zich nu openlijk uit voor collectivisering en planeconomie.

De planeconomie versnelde het proces van industrialisatie. In snel tempo ontwikkelde de industrie zich tot een niveau waarop zij zich kon meten met die van het Westen. Dit resultaat werd grotendeels bereikt door de massale inzet van dwangarbeiders. Ook de gedwongen volksverhuizingen in de Sovjet-Unie, die al in 1920 waren begonnen en tot 1950 zouden doorgaan, hielpen hierbij, hoewel het voornaamste doel ervan de etnische herschikking van de bevolking was.

De collectivisering van de landbouw, die werd doorgevoerd om het nieuwe leger van industrie-arbeiders te voeden, was echter minder succesvol. In de beginfase lieten veel boeren hun vee massaal slachten, zodat het geen staatseigendom kon worden en de prijzen omhoog gingen. Hierdoor konden de boeren meer winst maken. Het wordt ook gezien als de puls om de boerderijen te collectiviseren. Door de collectivisering kwamen kolchozen (collectieve boerengemeenschappen) en sovchozen (staatsboerderijen) tot stand. De 'rijkere' zelfstandige boeren, door de Sovjetpropaganda veelal ten onrechte als koelakken (uitbuiters) betiteld, werden vermoord of opgepakt en weggevoerd naar werkkampen (goelag) of gevangenissen. Uiteindelijk werd iedere boer die ook maar ten minste één stuk vee had, zoals een paard, koe of varken, of die een of meer andere keuterboeren voor hem betaald liet werken, bestempeld tot koelak en dus vervolgd. Deze boeren stonden vaak in hoog aanzien in traditionele gemeenschappen. Hun bemiddelende rol in hun (niet-Russische) gemeenschappen werd vervolgens ingevuld door Russische partijleden: "russificatie".

Stalin wist als secretaris-generaal van de communistische partij in 1919 langzaam maar zeker op te klimmen. Na de dood van Lenin in 1924 was Stalin nog geen absoluut heerser. Dit zou hij begin jaren '30 worden door al zijn tegenstanders weg te zuiveren door middel van zijn zuiveringspolitiek, onder meer tijdens de Moskouse schijn- en showprocessen.[14]

De Grote Zuivering[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Grote Zuivering voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De moord op Sergej Kirov (1934) luidde het begin van 'De Grote Zuivering' in. De Grote Zuivering was een meedogenloze heksenjacht: voormalige oppositieleiders binnen de partij, staatshoofden, premiers en partijleiders van deelrepublieken, geestelijken, intellectuelen, kunstenaars, trotskisten (aanhangers van Trotski), zinovjevisten (aanhanger van Zinovjev), rechtsen, maar ook gewone burgers werden het slachtoffer van Stalin's 'zuiveringen'. Bijna de halve legerleiding, waaronder de geniale maarschalk Michail Toechatsjevski, werd terechtgesteld. De goelags zaten overvol.

Reeds sinds 1929 werden de kerken, de islam en andere godsdiensten meedogenloos vervolgd. Stalin, een voormalig seminarist, had zich in zijn privé-uitspraken echter nooit kleinerend uitgelaten over de kerk, maar omdat hij zich alleenheerser achtte, duldde hij geen god naast zich. Het marxisme-leninisme gaf hem de theoretische basis om de godsdienst in het algemeen te vervolgen. Daarvoor in de plaats kwam een persoonsverheerlijking met religieuze trekken. Op schilderijen werd Stalin afgebeeld als een Christus. Op één van die schilderijen bevindt de Leider (of 'Grote Baas') zich tussen twaalf aanhangers rond een tafel, een duidelijke verwijzing naar het Laatste Avondmaal van Jezus.

Intussen kwam het stalinisme van de grond. Het stalinisme was een mengeling van orthodox marxisme-leninisme, burgerlijke moraliteit, heldenverering en verering van de Leider (Stalin). Belangrijk onderdeel van het stalinisme was ook het socialistisch realisme. Deze kunstvorm maakte een einde aan de kunstzinnige experimenten die zo populair waren in het Rusland van kort vóór en kort ná de revolutie. Men moest begrijpelijke, realistische kunst maken.

Stalin in 1942

In 1936 kreeg de USSR een nieuwe grondwet. In deze grondwet - neemt men haar letterlijk, dan is ze de meest democratische ter wereld - volgde een opsomming van de traditionele burgerlijke vrijheden, zoals vrijheid van meningsuiting, vereniging en godsdienst. Dit behoorde tot de ironie van het stalinisme: alles mag, niets mag. De verkiezingen van dat jaar brachten een overwinning met zich mee voor de stalinistische kandidaten. Hoewel partijvorming volgens de grondwet was toegestaan, deed alleen de CPSU (Communistische Partij van de Sovjet-Unie) aan de verkiezingen mee.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Rond 1938 hielden de zuiveringen plots op: zo plotseling als ze waren begonnen, werden ze beëindigd. Stalins koers veranderde langzaam maar zeker. Nikolaj Jezjov, die als NKVD-Volkscommissaris de Grote Zuiveringen had uitgevoerd, eens de nummer 2 van het regime na Stalin, werd uit zijn functie gezet, gearresteerd, berecht en ter dood gebracht. In 1939 verving hij minister van Buitenlandse Zaken Maksim Litvinov door Vjatsjeslav Molotov, die sinds 1930 tevens premier van USSR was. Litvinov, een gematigd man, probeerde als minister toenadering te zoeken tot het Westen om een blok te vormen tegen het nationaalsocialisme in Duitsland (Hitler) en het fascisme in Italië (Mussolini). Toen dit mislukte zorgde Stalin voor een verrassende wending. Op verzoek van Duitsland kwam het Molotov-Ribbentroppact (een wederzijds niet-aanvalsverdrag) tot stand op 24 augustus 1939, waarmee het begin van de Tweede Wereldoorlog onafwendbaar geworden was, hetgeen ook Stalins bedoeling was (`laat onze vijanden elkaar maar verslinden`). Na de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 (een week na tekening van het pact) viel op 17 september 1939 de Sovjet-Unie op haar beurt Oost-Polen binnen, overeenkomstig de geheime afspraken van het Molotov-Ribbentroppact. De Duitsers kregen West-Polen, de USSR Oost-Polen (oktober 1939) wat overeenkwam met het deel van Polen dat voor de Eerste Wereldoorlog ruim een eeuw tot het toenmalige Rusland had behoord. Stalin gaf vervolgens in 1940 opdracht om vele duizenden Poolse krijgsgevangen (met name alle Poolse officieren) en intellectuelen te vermoorden, onder andere in Katyn. De meeste graven zijn nog steeds niet gevonden.

In de winter van 1939 viel het Rode Leger Finland binnen. Hoewel de Finnen zich hevig verzetten, moesten zij in de lente van 1940 de wapens neerleggen en vrede sluiten. Grote stukken van Oost-Finland (Karelië) vielen in handen van de Russen. In de loop van 1940 volgden de Baltische Staten.

De troepensamentrekkingen van de Duitsers bij de grens met de Sovjet-Unie en verontrustende berichten van Sovjetdiplomaten over een ophanden zijnde aanval maakten Stalin weliswaar bezorgd, maar hij vreesde het slachtoffer te worden van een Brits complot en bleef tegen beter weten in hopen dat een oorlog zou uitblijven. Op 22 juni 1941 viel Duitsland de Sovjet-Unie binnen (Operatie Barbarossa).

De oorlog die daarop volgde wordt de Grote Vaderlandse Oorlog genoemd. Het is de grootste en meest verwoestende landoorlog uit de geschiedenis van de mensheid en kostte wereldwijd 50 miljoen mensen het leven. Het conflict kreeg een extra wreed en meedogenloos genocide-accent door de praktische toepassing van nazi-ideologieën inzake de als minderwaardig beschouwde Slavische rassen en Joden. Dit gaf aanleiding voor wraakoefeningen door Sovjet-soldaten, toen Stalins legers in 1945 Duitsland binnenvielen.

Aanvankelijk reageerde Stalin geschokt. Weliswaar had hij verwacht eens tegen Duitsland ten strijde te moeten trekken, maar nu werd hij door Hitler verrast op een tijdstip dat hij nog niet klaar was voor een grootschalige oorlog. De schok nam nog toe toen de Duitsers enorme overwinningen op de Sovjetlegers boekten en oprukten naar Riga, Leningrad, Minsk en Kiev. De eerste dagen was Stalin depressief en apathisch, en trok zich in zijn datsja terug. Toen de overige leden van het Centraal Bureau naar zijn datsja kwamen om hem te smeken maatregelen te nemen, meende Stalin aanvankelijk dat ze hem kwamen arresteren.

De Orde van de Overwinning

Stalin, die al ruime ervaring had met oorlogen en vergelijkbare calamiteiten, hernam zich en nam inderdaad zijn maatregelen. Hij reorganiseerde de Sovjet-Russische samenleving tot een volledige oorlogseconomie, met hemzelf als symbool van onverzettelijkheid. De grootscheepse evacuatie van honderden industrieën vanuit het door de Duitsers bedreigde westen naar het Oeral-gebergte en nog oostelijker, was beslissend voor het winnen van deze oorlog. Militair ging het minder goed; pas toen de Russische winter inviel, liep de Duitse inval vast. Stalin betaalde nu de prijs voor de Grote Zuivering; er waren vrijwel geen ervaren capabele officieren meer. Begin december 1941 stond het Duitse leger voor Moskou. De voorste Duitse spitsen kwamen tot 30 km afstand en konden het Kremlin al in de verte zien liggen. Het regeringsapparaat werd verplaatst naar Koejbysjev (Samara), maar Stalin weigerde Moskou te verlaten.

Het Duitse leger werd in een tegenaanval een paar honderd kilometer teruggeslagen (de Slag om Moskou). In de zomer van 1942 volgde een nieuw Duits offensief, dat tot de benedenloop van de Wolga en Kaukasus reikte. Na de Slag om Stalingrad (die in februari 1943 eindigde) begonnen de Duitsers aan hun terugtocht en de Russen aan hun opmars. In de slag om Koersk, in juli 1943, werd een hernieuwd Duits offensief in de kiem gesmoord, waarna het Sovjetleger gestaag naar het westen oprukte. In de loop van 1944 werden de toekomstige Oostbloklanden al gedeeltelijk door het Rode Leger ingenomen. In maart 1945 volgde de omsingeling van Berlijn en op 2 mei 1945 de val van die stad. Na de Duitse capitulatie (9 mei 1945) werd Stalin, de Generalissimus, bewierookt als de Grote Leider die de Grote Vaderlandse Oorlog had gewonnen.

Dit laatste is in zoverre juist, dat Stalins organisatietalent, zijn vermogen om juiste (leger)leiders te kiezen en zijn slimme politiek ten opzichte van Japan, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië sterk aan de Sovjetoverwinning hebben bijgedragen. Ook heeft de grootscheepse inzet van de Sovjet-Unie de oorlog in West-Europa zeker verkort en daardoor de levens van veel Amerikaanse, Canadese en Britse soldaten gespaard. Ook had de Duitse bezetting van Nederland zonder deze inzet ongetwijfeld langer geduurd dan vijf jaar.

Aan de andere kant heeft Stalin voor de oorlog vele capabele officieren tijdens de grote zuivering laten ombrengen en vervangen door minder geschikte partijleden. Door zijn politiek uit de jaren dertig die grote hongersnoden heeft veroorzaakt en zuiveringen kon hij ook deze mensen niet inzetten in de oorlog.

Wat ook aan het succes van het Sovjet-leger bijdroeg was het tijdelijk verlichten van de algemene repressie: er werd weer enige godsdienstvrijheid toegestaan en een deel van de in ongenade gevallen officieren werden gerehabiliteerd en teruggehaald uit de goelags. Opmerkelijk was de inzet van grote aantallen onderbewapende en onervaren soldaten, die aan het front werden doodgeschoten door Stalins geheime dienst (de NKVD) wanneer een bevel niet werd uitgevoerd. Vaak moesten deze slecht bewapende troepen oprukken met in hun rug met automatische wapens uitgeruste NKVD'ers die op de eigen troepen schoten zodra deze begonnen te weifelen of zich terug trokken. Deze tactiek van het Sovjetleger vergde veel mensenlevens aan eigen zijde. Het was een `extreme doorvoering van de krijgstucht`.

Sovjetpatriottisme[bewerken]

Gedurende de oorlog onderging de Sovjet-Unie een nieuwe fase: Sovjetpatriottisme. Het Sovjetpatriottisme was het Groot-Russisch nationalisme in een nieuw jasje. Naast communistische legerleiders werden ook grote legerleiders uit de Russische geschiedenis vereerd en werden er films vertoond over de successen van het communisme in de USSR. Sinds 1941 begon Stalin de kerk te tolereren en begon hij haar zelfs voor propagandadoeleinden te gebruiken. Naar de kerk gaan of godsdienstig zijn betekende nu geen onvaderlandslievendheid meer, maar kon prima worden gecombineerd met patriottisme. Zowel de Russisch-orthodoxe Kerk, als de islam en het boeddhisme kregen een bevoorrechte status in de USSR. Raden voor Kerkelijke Aangelegenheden en Spirituele Directoraten werden opgericht, zogenaamd om religieuze organisaties een rechtspositie te verschaffen, maar in werkelijkheid om deze te controleren en voor eigen doeleinden te kunnen gebruiken. Ook bleven de meeste kerken gesloten, vooral in gebieden die niet bezet waren geweest door de Duitsers. De Russisch-orthodoxe kerk kreeg een bevoorrechte positie ten opzichte van de andere christelijke kerken, zoals de Grieks-katholieken en de oudgelovigen, die onverminderd werden onderdrukt.

Na de oorlog begon de vervolging van intellectuelen en joden, beide onder de noemer kosmopolieten geplaatst. In het Oostblok, Centraal-Europa, en Oost-Duitsland werden stalinistische regimes geïnstalleerd. Leek het stalinisme in de jaren dertig een puur Russische aangelegenheid, na de oorlog werd het naar de satellietstaten geëxporteerd.

De laatste jaren[bewerken]

Portret van Stalin met enkele van zijn onderscheidingen

Kort na de oorlog werden de teugels in eigen land weer strak aangetrokken. De terreur keerde terug en de Sovjetkrijgsgevangenen die uit de Duitse kampen waren bevrijd werden veroordeeld tot dwangarbeid in Siberië wegens "lafheid". Duitse en Japanse krijgsgevangenen werden overigens ook naar Siberië gestuurd, of moesten de schade van de oorlog helpen herstellen in grote projecten. De strafkampen liepen weer vol. Een van de redenen kan zijn dat Stalin zijn verwoeste land weer snel op wilde bouwen, een andere is wellicht Stalins angst dat oorlogshelden als Georgi Zjoekov populairder zouden worden dan hijzelf. Intussen gaf Stalin Beria opdracht tot het uitbreiden van het Russische atoomprogramma, wat in 1949 leidde tot de test met de eerste Russische atoombom.

In 1948 was in Tsjecho-Slowakije als laatste een communistische regering aan de macht gekomen. De geallieerden sloeg de schrik om het hart. Stalin wilde echter niets meer dan een "cordon sanitaire" middels satellietstaten in het gehele Oostblok van Europa en was eerder bang dat de geallieerden zouden aanvallen nu de Sovjet-Unie verzwakt was door de oorlog. Niet voor niets weigerde hij in Griekenland te interveniëren tijdens de Griekse Burgeroorlog. Stalin tastte hoe ver hij kon gaan, maar trok zich terug wanneer hij op serieuze oppositie van de Verenigde Staten stuitte. In het oosten bezette hij Turkestan en Mantsjoerije dat hij op Japan had veroverd tijdens Operatie Augustusstorm, tot groot ongenoegen van Mao. Na besprekingen met de Chinese leider trok Stalin zijn troepen terug uit de gebieden en gaf deze terug aan China. In 1952 schreef hij de veel bediscussieerde Stalin-nota, waarin hij een neutraal en verenigd Duitsland voorstelde.

Vlak voor zijn overlijden trachtte Stalin de oude garde stalinisten, zoals Vjatsjeslav Molotov, Kliment Vorosjilov en Lavrenti Beria uit de weg te ruimen, doch zijn sterven op 5 maart 1953 voorkwam dat. Wel wist de Grote Baas voor zijn overlijden het politbureau uit te breiden tot een presidium waarin 25 leden zitting hadden. Wat hier precies de bedoeling van was staat niet vast; mogelijk wilde Stalin dat het land na zijn overlijden collectief bestuurd werd door het presidium in samenwerking met de staatsorganen.

Overlijden[bewerken]

Op 5 maart 1953 overleed Stalin in zijn huis in Kuntsevo (oblast Moskou, Russische SFSR). Communistische leiders begonnen zich te Kuntsevo te vestigen in de jaren 1920. Josef Stalin gaf zijn architect, Miron Merzhanov opdracht een datsja voor hem te bouwen op de oever van de rivier de Moskva en verhuisde daarheen in 1934. Ook andere leden van de nomenklatura hadden hun datsja's gebouwd in die omgeving. Stalin werkte veel vanuit zijn Blizhnyaya Dacha (Ближняя дача). Het geheel was zwaar beveiligd en bevatte een dubbele omheining, met gecamoufleerd 30-millimeter luchtafweergeschut en een driehonderd man tellende NKVD troepenmacht. Stalin stierf in zijn datsja. Het is nooit duidelijk geworden onder welke omstandigheden hij is gestorven. De officiële verklaring noemde een hersenbloeding als doodsoorzaak.

Een aantal theorieën wijst er op dat Lavrenti Beria Stalin zou hebben vergiftigd. Beria zou in de gaten hebben gekregen dat Stalin hem uit de weg wilde ruimen omdat hij te machtig zou zijn geworden. Dubieus is in elk geval dat Beria er waarschijnlijk voor zorgde dat er 24 uur lang geen arts bij Stalin mocht komen, toen hij stervend in zijn bed lag. Men verhaalt dat Stalin op weerzinwekkende wijze stervende was. Hij schreeuwde om een dokter en sloeg met zijn armen om zich heen, terwijl een deel van de partij-elite rustig rond zijn bed stond toe te kijken en niets deed.

Een ander verhaal luidt dat Stalin op een ochtend niet uit zijn kamer kwam. Het duurde uren voordat iemand de moed had ongevraagd naar binnen te gaan. Niemand mocht nachtbraker Stalin in zijn slaap storen. Daarom lag hij bijna een hele dag verlamd op het tapijt nadat hij 's nachts in zijn datsja bij Koentsevo een beroerte had gekregen. [15]

Toen de dood van de 'Vader der Volkeren' bekend werd, gingen velen huilend de straat op. In de enorme drukte die daarop ontstond werden duizenden mensen vertrapt.[16] Na de dood van Stalin werd er drie dagen afscheid van hem genomen. Stalin werd met grote pracht en praal bijgezet in het mausoleum van het Kremlin naast het lichaam van Lenin, de grondlegger van het Russische communisme.

Tijdens het twintigste partijcongres, drie jaar later, hekelde partijleider Nikita Chroesjtsjov Stalins persoon en optreden in het openbaar. Dit leidde de periode van destalinisatie in. Zijn stoffelijke resten werden in 1961 gecremeerd en de urn met zijn as werd bijgezet op een bescheiden plaatsje aan de muur van het Kremlin, waar nog meer beroemdheden lagen.

In de kunst[bewerken]

Persoonsverheerlijking in de DDR
Boeken over Stalin

In eigen land werd Stalin als een heel belangrijk persoon vereerd. Stalins naam werd genoemd in het toenmalige volkslied van de Sovjet-Unie:

Door de stormen scheen de zon van de vrijheid voor ons
En de grote Lenin heeft ons pad verlicht,
Stalin heeft ons opgevoed, tot vreugde van het volk
Ons geïnspireerd tot arbeid en weldaden.

Op afbeeldingen van Stalin wordt de indruk gewekt dat hij een goed gebouwde, forse, niet onknappe man was. Feitelijk was Stalin een kleine (ongeveer 1 meter 65), enigszins gezette man. Een pokkeninfectie uit zijn jeugd had ontsierende littekens op zijn gezicht achtergelaten. Stalins kleine postuur werd echter zo goed en zo kwaad als het kon verdoezeld en de pokputjes werden op foto's weggeretoucheerd.

In Een andere kijk op Stalin, een boek van Ludo Martens uit 1994, wordt het traditionele beeld van Stalin als wrede dictator verworpen. De schrijver poogt begrip te kweken voor zijn handelen.

Andere namen van Stalin[bewerken]

De man die over het algemeen bekend was onder de naam Jozef Stalin, had nog talloze andere pseudoniemen en bijnamen, onder welke men hem ook kan tegenkomen. De meeste van deze bijnamen kreeg Stalin tijdens de Russische burgeroorlog. De zeventien bekende bijnamen van Iosif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili waren: Josef Besosjvili, Besov, Tsjizjnikov, Ivanov, A. Ivanovitsj, David K. Kato, Koba (de bijnaam gebruikt door Lenin), G. Nizjeradze, Ryaboi Soselo, Soso, Oranness, Vartanovitsj, Totomyans, Vasili, Stalin en J.V. Stalin. Naast deze namen die in de Moskouse Centrale Index waren opgenomen, waren er waarschijnlijk nog meer, die echter niet meer te achterhalen zijn.

Het door de Joods-Oostenrijks-Amerikaanse psycholoog, psychiater, natuurwetenschapper en fascisme-bestrijder Wilhelm Reich ontwikkelde "Modju"-concept (voor dragers van de "emotionele Pest")[17][18] was een samentrekking van MOcenigo, die de Italiaanse filosoof Giordano Bruno bij de Inquisitie aangaf, en DJUgashvili, de oorspronkelijke achternaam van Stalin.

Stalinistische score[bewerken]

Het begrip stalinistische score verwijst naar Stalin. Hieronder verstaat men een uitermate hoog percentage van stemmen bij de verkiezing van een politicus of partijvoorzitter of bij de goedkeuring van een regeringsdeelname. Het verwijst naar de schijnverkiezing, het onder Stalin voorkomende gebruik om quasi unaniem te stemmen gekoppeld aan een langdurig werkende applausmachine.

Tijdlijn leiders Sovjet-Unie[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Hammer and sickle.svg
Zie ook: Portaal Communisme
  • Stalin. Een politieke biografie in 2 delen, Isaac Deutscher, Ned. vert. Wouter Gortzak, Uitg. Paul Brand, Hilversum, 1963; als reprint verschenen bij SUN Nijmegen, 1995, ISBN 90 6168 510 9 (deel 1) en ISBN 90 6168 5117 (deel 2)
  • De rusteloze geest. Russen herinneren zich Stalin, Adam Hochschild, Uitg. Meulenhoff, Amsterdam, 1994, onderzoek door middel van reportages en interviews met overlevenden van de Stalin-terreur naar de nawerkingen van het Stalin-bewind, 348 pagina's, ISBN 90-290-5080-2
  • De gelaarsde god: Stalin en de aura van de macht, Piet de Moor, Uitg. Van Gennep, Amsterdam, 2003, 239 pag., ISBN 9055153702
  • Stalin: onthullingen uit geheime privé-archieven, Edward Radzinsky, Uitg. Balans, Amsterdam, 1996, vertaald door Jaap van der Wijk. De schrijver maakte gebruik van niet eerder gepubliceerde brieven en notities van en aan Stalin en van getuigenissen van overlevenden, wat zijn boek onderscheidt van oudere Stalinbiografieën. Hij slaagt er zeer goed in de absurde sfeer van angst en terreur in het Sovjetrijk onder de 'Rode Tsaar' te treffen, 556 pagina's, ISBN 9050183166
  • Fluisteraars; leven onder Stalin, Orlando Figes, Amsterdam, 2008, (Engelse uitgave 2007), ISBN 978-0-8050-7461-1
  • 'Absolute War', door Chris Bellamy. Uitg. Alfred A. Knopf, New York, 2007, ISBN 978-0-375-41086-4. De eerste wetenschappelijke militair-historische studie die het Hitler/Stalin-conflict van 1941-'45 vanuit Sovjet-Russische bronnen weergeeft.
  • Stalin: het hof van de rode tsaar, Simon Sebac Montefiore, 725 pag., Uitg. Spectrum, Utrecht, 2004, ISBN 90-71206-05-X; heruitgave Uitg. Spectrum (Scala reeks) in 2008, ISBN 9 789027 478337
  • Stalins jeugdjaren, van rebel tot rode tsaar, Simon Sebac Montefiore, 496 pag., Uitg. Manteau, Nieuw Amsterdam, 2007, ISBN 978-9-0468-0239-7
  • Een andere kijk op Stalin, Ludo Martens, 327 pag., Uitg. EPO, 1994, ISBN 2872622055
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Hoewel diverse bronnen inconsistent zijn met betrekking tot de precieze geboortedatum van Stalin, staat Iosif Dzjoegasjvili in de registers van de Oespenski-kerk in Gori in Georgië vermeld als geboren op 18 december (oude notatie: 6 december) 1878. Deze geboortedatum is eveneens terug te vinden in zijn schoolverlaterscertificaat, zijn uitgebreide dossier van de Russische politie (uit de tsaristische tijd) en diverse andere pre-revolutionaire documenten. Stalin gaf ook zelf de datum van 18 december 1878 aan op een curriculum vitae in 1920, in zijn eigen handschrift. Eind 1922 werd zijn geboortedatum op een nieuw curriculum vitae door zijn secretaris veranderd in 21 december 1879 (oude notatie: 9 december).Op die dag is zijn geboortedag in de voormalige Sovjet-Unie dan ook als feestdag gevierd. De Russische schrijver en historicus Edvard Radzinski stelt in zijn boek Stalin dat deze zijn geboortejaar veranderde in 1879 om afstand te nemen van zijn verleden, met name zijn leven voor de Oktoberrevolutie. RADZINSKY, Edward, Stalin: Onthullingen uit geheime privé-archieven, Leuven: Van Halewyck, 1996, p. 19-22. Zie ook: State and Power in Russia - Prominent Figures.
  2. Koentsevo is een district van de Okroeg Zapadni van Moskou.
  3. L. Martens (1995), Een andere kijk op Stalin, ISBN 9789064457289
  4. Executies: 1,5 miljoen, goelags: 5 miljoen, deportaties: 1,7 miljoen (van de 7,5 miljoen gedeporteerden), en krijgsgevangenen en Duitse burgers: 1 miljoen. Vadim Erlikman (2004). Poteri narodonaseleniia v XX veke: spravochnik. Moscow 2004: Russkai︠a︡ panorama. ISBN 5-93165-107-1.
  5. Stéphane Courtois, Zwartboek van het Communisme. (Recensie op geschiedenis.nl)
  6. http://www.reuters.com/article/2007/07/25/us-russia-youth-idUSL2559010520070725
  7. http://historiek.net/index.php/200812291296/actueel/Stalin-bij-veel-Russen-nog-erg-populair.html
  8. http://www.powned.tv/nieuws/raar/2012/04/stalinschriften_enorm_populair.html
  9. Simon Sebag Montefiore, Stalins jeugdjaren, van rebel tot rode tsaar, blz 185, Uitg. Manteau, Nieuw Amsterdam (2007), ISBN 978-90-468-0239-7
  10. Simon Sebag Montefiore, Stalins jeugdjaren, van rebel tot rode tsaar, blz. 221, Uitg. Manteau, Nieuw Amsterdam (2007), ISBN 978-90-468-0239-7
  11. Simon Sebag Montefiore, Stalins jeugdjaren, van rebel tot rode tsaar, blz. 389, Uitg. Manteau, Nieuw Amsterdam (2007), ISBN 978-90-468-0239-7
  12. Simon Sebac Montefiore, Stalins jeugdjaren, van rebel tot rode tsaar, Dl.1-3 Hfst.1-29, Uitg. Manteau, Nieuw Amsterdam (2007), ISBN 978-90-468-0239-7
  13. Simon Sebac Montefiore, Stalin: het hof van de rode tsaar, pagina 48, 3e alinea, Uitg. Spectrum, Utrecht (2004), ISBN 90-71206-05-X
  14. Robert Gellately (2007), Lenin, Stalin, and Hitler: The Age of Social Catastrophe. Knopf. 720 pagina's. ISBN 1400040051
  15. NRC.nl: Stalins Koele Stroompje (10 augustus 2006)
  16. (en) Robert, Service, Stalin, Harvard University Press, 4 maart 2005, 589 ISBN 9780674016972. Geraadpleegd op 14 april 2012.
  17. Roger M. Wilcox – The Emotional Plague
  18. Die repressive Gesellschaft
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Jozef Stalin.