Jozef Stalin
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jozef Stalin (Russisch: Иосиф Виссарионович Сталин, Iosif Vissarionovitsj Stalin), oorspronkelijke naam Iosif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili (Georgisch: იოსებ ჯუღაშვილი, Russisch: Джугашви́ли) (Gori (Russische Rijk), 18 december [O.S. 6 december] 1878 [1] – Koentsevo (Sovjet-Unie), 5 maart 1953) was de tweede leider van de Sovjet-Unie, van 1928 tot zijn dood. Het dictatoriale regime van Jozef Stalin kostte miljoenen mensen het leven, onder zijn bewind versnelde de industrialisatie van de Sovjet-Unie.
Stalin heeft ook het nodige gedaan om het verpauperde, ongeletterde Russische volk geestelijk te verheffen. Wat in die tijd een ongekende ervaring was voor een volk, dat voorheen door zijn tsaren alleen maar was uitgebuit. Zijn oprechte inzet hiervoor bezorgde hem in eigen land een onmiskenbare populariteit.
Jozef Stalin is één van de meest omstreden persoonlijkheden uit de geschiedenis. Zonder de negatieve kanten van zijn bewind te verhullen, moet worden gezegd dat hij de Sovjet Unie in 29 jaar tijd omhoogstuwde van een verpauperde boerensamenleving tot wereldmacht nummer twee. Tot de enige macht die de USA serieus kon bedreigen. Deze prestatie wordt nog indrukwekkender door de grote tegenslag die Stalin in die 29 jaar ondervond: zijn omvangrijke, meedogenloze oorlog met Adolf Hitler.
Inhoud |
[bewerk] Vroege jaren
Jozef Stalin werd geboren als zoon van een schoenmakersknecht in het Georgische plaatsje Gori (gouvernement Tiflis). Het gezin leefde onder armoedige omstandigheden en de andere kinderen van het gezin stierven op jonge leeftijd. De zeldzame keren dat zijn vader thuis was mishandelde hij hem en zijn moeder. De jonge Jozef zou een paar keer bijna zijn doodgeslagen, maar na het vertrek van zijn vader kwam er rust in het gezin. Stalin bezocht het Russisch-orthodoxe seminarie in Tbilisi waar het onderwijs indertijd beter was dan de lessen van andere scholen. In 1899 werd hij van de opleiding verwijderd wegens zijn gemiste examens en het koesteren van revolutionaire ideeën.
[bewerk] Huwelijk en gezin
Stalins eerste echtgenote, Jekaterina Svanidze, overleed in 1907, slechts vier jaar na hun huwelijk. Naar verluidt zei Stalin op haar begrafenis dat al het warme gevoel dat hij voor mensen had met haar was gestorven, omdat zij de enige was die zijn 'stenen hart' kon doen smelten. Het echtpaar had een zoon genaamd Jakov Dzjoegasjvili, waarmee Stalin in latere jaren geen omgang had. Jakov schoot zichzelf neer vanwege Stalins hardheid jegens hem, maar hij overleefde de zelfmoordpoging. Hierna zei Stalin "Hij kan niet eens goed schieten". Jakov diende in het Rode Leger gedurende de Tweede Wereldoorlog en werd door de Duitsers gevangen genomen. De Duitsers boden aan hem te ruilen voor veldmaarschalk Friedrich Paulus die zich na Stalingrad had overgegeven, maar Stalin sloeg het aanbod af met de uitspraak "een luitenant is geen generaal waard"; anderen zeiden dat hij antwoordde "ik heb geen zoon". Van Jakov wordt gezegd dat hij zelfmoord pleegde in concentratiekamp Sachsenhausen door tegen een hoogspanningsdraad aan te lopen.
Stalin kreeg een zoon, Vasili Stalin, en een dochter, Svetlana Allilojeva, bij zijn tweede vrouw Nadezjda Alliloejeva. Ze stierf in 1932, officieel aan een ziekte. Mogelijk heeft ze zelfmoord gepleegd door zichzelf neer te schieten na een ruzie met Stalin, een briefje achterlatend wat volgens haar dochter "deels persoonlijk, deels politiek" van aard was. Vasili diende bij de Sovjetluchtmacht en stierf officieel aan alcoholisme in 1962. Hij onderscheidde zich in de Tweede Wereldoorlog als een capabele vlieger. Svetlana emigreerde in 1967 naar de Verenigde Staten.
[bewerk] Van seminarist tot bolsjewist
Na vijf jaar priesterstudie brachten zijn revolutionaire denkbeelden hem in contact met de bolsjewieken. Aanvankelijk nam hij de schuilnaam Koba aan, dat "de onbedwingbare" betekende in het plaatselijke dialect. Later, toen hij op nationaal niveau opereerde, zou hij zich Stalin laten noemen wat een verbastering is van het woord staal (en dus "man van staal" betekent), omdat hij meende dat een Georgische naam op nationaal niveau niet sympathiek zou worden ontvangen.
Hij zat enige malen gevangen en werd ook verbannen, maar in 1903 wist hij te ontsnappen uit zijn verbanningsoord Novaja Oeda (nu in Oest-Orda Boerjatië) in Siberië. In 1904 sloot hij zich aan bij Lenin's bolsjewistische vleugel binnen de Russische Sociaal Democratische Arbeiderspartij (RSDAP). Als gedelegeerde van de partij woonde hij conferenties te Tampere (1905) en Stockholm (1906) bij. Stalin ontwikkelde zich tot kenner van de niet-Russische volkeren, en werd als zodanig door Lenin gerespecteerd. Zijn kennis van het marxisme was niettemin gering. In 1912 vestigde hij zich korte tijd in Wenen en schreef samen met Nikolaj Boecharin een boekje over het nationaliteitenvraagstuk in Rusland. In dat jaar werd hij in het Centraal Comité gekozen. Terug in Rusland werd hij gearresteerd en naar de Siberische stad Narym verbannen. Hij wist echter al snel weer te ontsnappen. Op 23 februari 1913 werd hij opnieuw gearresteerd en via Krasnojarsk in september naar het dorpje Kostino bij de midden-Siberische stad Toeroechansk gebracht, waar hij onder strenge politiebewaking werd geplaatst. In maart 1914 werd hij naar het arctisch gebied gebracht, naar het dorpje Koerejka ten noorden van de noordpoolcirkel en onder nog zwaardere politiebewaking gesteld. Later werd hij weer overgeplaatst naar Toeroechansk, waar hij tot de Februarirevolutie (1917) verbleef.
Na de Februarirevolutie vestigde hij zich in Petrograd en volgde hij nauwgezet de revolutionaire koers van Lenin. Sommigen vermoedden dat Stalin wellicht de kat uit de boom keek, zodat hij zich bij de overwinnaars kon aansluiten. Na de Oktoberrevolutie, die de bolsjewisten aan de macht bracht, werd Stalin benoemd tot volkscommissaris (minister) van Nationaliteiten. Gedurende de Russische Burgeroorlog (1918-1921) vervulde hij zijn dienstplicht en trad hij op als militair organisator en politiek commissaris in het Rode Leger. Hij wist als commandant de stad Tsaritsyn (later Stalingrad, nu Volgograd) te verdedigen. Hij kwam echter spoedig in conflict met de volkscommissaris van Oorlog, Leon Trotski. De opperbevelhebber van het Rode Leger, Michail Toechatsjevski had regelmatig kritiek op Stalin. Lenin bemiddelde echter en haalde Stalin terug naar Moskou. Dit deed hij wel op een eervolle wijze, zodat Stalin geen gezichtsverlies leed.
[bewerk] Secretaris-generaal
In maart 1919 werd Stalin als één van de vijf leden in het zojuist opgerichte politbureau van de Russische Communistische Partij gekozen. Toen Lenin besloot zich meer toe te leggen op het landsbestuur, verkreeg Stalin in april 1922 het ambt van secretaris-generaal van de partij. Niemand wist toen, dat dit ambt zou uitgroeien tot het belangrijkste en machtigste ambt in de Sovjet-Unie. Stalin wist geleidelijk aan zijn macht te consolideren. Als secretaris-generaal had hij de bevoegdheid mensen binnen de Partij posities te geven of te ontnemen.
[bewerk] Machtsstrijd
Na de dood van Lenin in 1924 wist Stalin na een machtsstrijd (met als belangrijkste tegenstrever Leon Trotski) zich van de macht in partij en staat van de prille Sovjet-Unie meester te maken (1928) en hield die vervolgens vijfentwintig jaar in handen. Stalin behoorde aanvankelijk tot de rechtervleugel van de partij en in een bondgenootschap wist hij de linkervleugel buitenspel te zetten. In 1929 dankte hij zijn - tot dan toe - bondgenoten van de rechtervleugel, Aleksej Rykov, Michail Tomski en de theoreticus Nikolaj Boecharin, af. Stalin sprak zich nu openlijk uit voor collectivisering en planeconomie.
De planeconomie versnelde het proces van industrialisatie. In snel tempo ontwikkelde de industrie zich tot een niveau waarop zij zich kon meten met die van het westen. Dit resultaat werd grotendeels bereikt door de massale inzet van dwangarbeiders. Ook de gedwongen volksverhuizingen in de Sovjet-Unie, die al in 1920 waren begonnen en tot 1950 zouden doorgaan, hielpen hierbij, hoewel het voornaamste doel ervan de etnische herschikking van de bevolking was.
De collectivisering van de landbouw, die werd doorgevoerd om het nieuwe leger van industrie-arbeiders te voeden, was echter minder succesvol. In de beginfase lieten veel boeren hun vee massaal slachten, zodat het geen staatseigendom kon worden. Door de collectivisering kwamen kolchozen (collectieve boerengemeenschappen) en sovchozen (staatsboerderijen) tot stand. De rijkere zelfstandige boeren, door de sovjetpropaganda ten onrechte koelakken genoemd, die vaak in hoog aanzien stonden in traditionele gemeenschappen, werden vermoord of opgepakt en weggevoerd naar werkkampen (goelag) of gevangenissen. Hun bemiddelende rol in hun (niet-Russische) gemeenschappen werd hierna ingevuld door Russische partijleden: "russificatie".
Stalin wist als secretaris-generaal van de communistische partij in 1919 langzaam maar zeker op te klimmen. Na de dood van Lenin in 1924 was Stalin nog geen absolute heerser. Dit zou hij begin jaren 30 worden door al zijn tegenstanders weg te zuiveren d.m.v. schijnprocessen en heksenjachten.[2]
[bewerk] De Grote Zuivering
De moord op Sergej Kirov (1934) luidde het begin van 'De Grote Zuivering' in. De Grote Zuivering was een meedogenloze heksenjacht: voormalige oppositieleiders binnen de partij, staatshoofden, premiers en partijleiders van de deelrepublieken, geestelijken, intellectuelen, kunstenaars, trotskisten (aanhangers van Trotski), zinovjevisten (aanhanger van Zinovjev), rechtsen, maar ook gewone burgers werden het slachtoffer van Stalins 'zuiveringen'. Bijna de halve legerleiding, waaronder de geniale maarschalk Michail Toechatsjevski, werd terechtgesteld. De goelags zaten overvol.
Reeds sinds 1929 werden de kerken, de islam en andere godsdiensten meedogenloos vervolgd. Stalin, een voormalig seminarist, had zich in zijn privé-uitspraken echter nooit kleinerend uitgelaten over de kerk. Maar omdat hij zich alleenheerser achtte, duldde hij geen God naast zich. Het marxisme-leninisme gaf hem de theoretische basis om de godsdienst in het algemeen te vervolgen. Daarvoor in de plaats kwam een persoonsverheerlijking met religieuze trekken. Op schilderijen werd Stalin afgebeeld als een Christus. Op één der schilderijen bevindt de Leider (of 'Grote Baas') zich tussen elf aanhangers rond een tafel, een duidelijke verwijzing naar het Laatste Avondmaal van Jezus.
In de tussentijd kwam het stalinisme van de grond. Het stalinisme was een mengeling van orthodox marxisme-leninisme, burgerlijke moraliteit, heldenverering en verering van de Leider (Stalin). Belangrijk onderdeel van het stalinisme was ook het socialistisch realisme. Deze kunstvorm maakte een einde aan de kunstzinnige experimenten die zo populair waren in het Rusland van kort vóór en kort ná de revolutie. Men moest begrijpelijke, realistische kunst maken.
In 1936 kreeg de USSR een nieuwe grondwet. In deze grondwet - neemt men haar letterlijk, dan is ze de meest democratische ter wereld - volgde een opsomming van de traditionele burgerlijke vrijheden, zoals vrijheid van meningsuiting, vereniging en godsdienst. Dit behoorde tot de ironie van het stalinisme: alles mag, niets mag. De verkiezingen van dat jaar brachten een overwinning met zich mee voor de stalinistische kandidaten. Hoewel partijvorming volgens de grondwet was toegestaan, deed alleen de CPSU (Communistische Partij van de Sovjet-Unie) aan de verkiezingen mee.
[bewerk] Tweede Wereldoorlog
Rond 1938 hielden de zuiveringen plots op: zo plotseling als ze waren begonnen, werden ze beëindigd. Stalins koers veranderde langzaam maar zeker. In 1939 verving hij minister van Buitenlandse Zaken Maksim Litvinov door Vjatsjeslav Molotov, die tevens sinds 1930 premier van USSR was. Litvinov, een gematigd man, probeerde als minister toenadering te zoeken tot het Westen om een blok te vormen tegen het nationaalsocialisme in Duitsland (Hitler) en het fascisme in Italië (Mussolini). Toen dit mislukte zorgde Stalin voor een verrassende wending. Op verzoek van Duitsland kwam het Molotov-Ribbentroppact (Een wederzijds niet-aanvalsverdrag) tot stand. In de winter van 1939 viel het Rode Leger Finland binnen. Hoewel de Finnen zich hevig verzetten, moesten zij in de lente van 1940 de wapens neerleggen en vrede sluiten. Grote stukken van Oost-Finland (Karelië) vielen in handen van de Russen. In de loop van 1940 volgden de Baltische Staten. Na de Duitse inval in Polen in september 1939, viel overeenkomstig de geheime afspraken van het Molotov-Ribbentroppact de Sovjet-Unie op haar beurt Oost-Polen binnen. De Duitsers kregen West-Polen, de USSR Oost-Polen (oktober 1939) wat overeenkwam met het Poolse deel dat vóór de Eerste Wereldoorlog ruim een eeuw tot het toenmalige Rusland had behoord. Stalin gaf vervolgens in 1940 opdracht om vele duizenden Poolse krijgsgevangen en intellectuelen te vermoorden, onder andere in Katyn.
De troepensamentrekkingen van de Duitsers bij de grens met de Sovjet-Unie, en verontrustende berichten van Sovjetdiplomaten over een ophanden zijnde aanval, maakten Stalin weliswaar bezorgd, maar hij vreesde het slachtoffer te worden van een Brits complot en bleef tegen beter weten in hopen dat een oorlog zou uitblijven. Op 22 juni 1941 viel Duitsland de Sovjet-Unie binnen (Operatie Barbarossa).
De oorlog die daarop volgde wordt de Grote Vaderlandse Oorlog genoemd. Het is de grootste en meest verwoestende landoorlog uit de geschiedenis van de mensheid. Het conflict kreeg een extra wreed en meedogenloos genocide-accent door de praktische toepassing van Nazi-ideologieën inzake minderwaardige Slavische rassen en Joden. En door de begrijpelijke repercussies, toen Stalins legers in 1945 Duitsland binnenvielen.
Meteen na het begin van de oorlog reorganiseerde Stalin de Sovjet-Russische samenleving tot een volledige oorlogseconomie. De grootscheepse evacuatie van honderden industrieën vanuit het door de Duitsers bedreigde westen naar het Oeral-gebergte, en nog oostelijker, was beslissend voor het winnen van deze oorlog. Daarnaast kozen Stalin en zijn maarschalken voor de aloude Russische tactiek: wachten tot de winter invalt. Begin december 1941 stond het Duitse leger voor Moskou, en werd in een tegenaanval een paar honderd kilometer teruggeslagen (de Slag om Moskou). In de zomer van 1942 volgde een nieuw Duits offensief, dat tot de benedenloop van de Wolga en Kaukasus reikte. Na de Slag om Stalingrad (die in februari 1943 eindigde) begonnen de Duitsers aan hun terugtocht en de Russen aan hun opmars. In de slag bij Koersk, in juli 1943, werd een hernieuwd Duits offensief in de kiem gesmoord, waarna het Sovjetleger gestaag naar het westen oprukte. In de loop van 1944 werden de toekomstige Oostbloklanden al gedeeltelijk door het Rode Leger ingenomen. In maart 1945 volgde de omsingeling van Berlijn en op 2 mei 1945 de val van die stad. Na de Duitse capitulatie (9 mei 1945) werd Stalin, de Generalissimus, bewierookt als de Grote Leider die de Grote Vaderlandse Oorlog had gewonnen.
Dit laatste is in zoverre juist, dat Stalins organisatietalent, zijn vermogen om juiste (leger)leiders te kiezen, alsmede zijn slimme politiek ten opzichte van Japan, de USA en Groot Brittannië, sterk aan de Sovjetoverwinning hebben bijgedragen.
Een bron over de Sovjet-Unie en Stalins leiderschap in de Grote Vaderlandse Oorlog: het boek 'Absolute war', van Chris Bellamy (uitgegeven door Pan MacMillan, Londen, in 2007). Het boek is uniek omdat het grotendeels op Russisch archiefmateriaal is gebaseerd, dat tot voor kort niet toegankelijk was.
[bewerk] Sovjetpatriottisme
Gedurende de oorlog onderging de Sovjet-Unie een nieuwe fase: sovjetpatriottisme. Het sovjetpatriottisme was het Groot-Russisch nationalisme in een nieuw jasje. Naast communistische legerleiders, werden ook grote legerleiders uit de Russische geschiedenis vereerd en werden er films vertoond over de successen van het communisme in de USSR. Sinds 1941 begon Stalin de kerk te tolereren en begon hij haar zelfs voor propagandadoeleinden te gebruiken. Naar de kerk gaan of godsdienstig zijn betekende nu geen onvaderlandslievendheid meer, maar kon prima worden gecombineerd met patriottisme. Zowel de Russisch-orthodoxe Kerk, als de islam en het boeddhisme kregen een bevoorrechte status in de USSR. Raden voor Kerkelijke Aangelegenheden en Spirituele Directoraten werden opgericht, zogenaamd om religieuze organisaties een rechtspositie te verschaffen, maar in werkelijkheid om deze te controleren en voor eigen doeleinden te kunnen gebruiken. Ook bleven de meeste kerken gesloten, vooral in gebieden die niet bezet waren geweest door de Duitsters. De Russisch-orthodoxe kerk kreeg een bevoorrechte positie ten opzichte van de andere christelijke kerken, zoals de Grieks-katholieken en de oudgelovigen, die onverminderd werden onderdrukt.
Na de oorlog begon de vervolging van intellectuelen en joden (beide onder de noemer kosmopolieten geplaatst). In het Oostblok, Centraal-Europa, en Oost-Duitsland werden stalinistische regimes geïnstalleerd. Leek het stalinisme in de jaren dertig een puur Russische aangelegenheid, na de oorlog werd het naar de satellietstaten geëxporteerd.
[bewerk] De laatste jaren
Kort na de oorlog werden de teugels in eigen land weer strak aangetrokken. De terreur keerde terug en de Sovjetkrijgsgevangenen die uit de Duitse kampen waren bevrijd werden veroordeeld tot dwangarbeid in Siberië wegens "lafheid". Duitse en Japanse krijgsgevangenen werden overigens ook naar Siberië gestuurd, of moesten de schade van de oorlog helpen herstellen in grote projecten. De strafkampen liepen weer vol. Een van de redenen kan zijn dat Stalin zijn verwoeste land weer snel op wilde bouwen, een andere is wellicht de angst dat oorlogshelden als Georgi Zjoekov populairder zouden worden dan Stalin. Ondertussen gaf Stalin Beria opdracht tot het uitbreiden van het Russische atoomprogramma, wat in 1949 leidde tot de test met de eerste Russische atoombom.
In 1948 was in Tsjecho-Slowakije als laatste een communistische regering aan de macht gekomen. De geallieerden sloeg de schrik om het hart. Stalin wilde echter niets meer dan een "cordon sanitaire", en was eerder bang dat de geallieerden zouden aanvallen nu de Sovjet-Unie verzwakt was door de oorlog. Niet voor niets weigerde hij in Griekenland te interveniëren tijdens de Griekse Burgeroorlog. Stalin tastte hoe ver hij kon gaan, maar trok zich terug wanneer hij op serieuze oppositie van de Verenigde Staten stuitte. In het oosten bezette hij Turkestan en Mantsjoerije dat hij op Japan had veroverd tijdens Operatie Augustusstorm, tot groot ongenoegen van Mao. Na besprekingen met de Chinese leider trok Stalin zijn troepen terug uit de gebieden en gaf deze terug aan China. In 1952 schreef bij nog de veel bediscussieerde Stalin Note, waarin hij een neutraal en verenigd Duitsland voorstelde.
Vlak voor zijn overlijden trachtte Stalin de oude garde stalinisten, zoals Vjatsjeslav Molotov, Kliment Vorosjilov en Lavrenti Beria uit de weg te ruimen, doch zijn overlijden op 5 maart 1953 voorkwam dat. Wel wist de Grote Baas voor zijn overlijden het politbureau uit te breiden tot een presidium waarin 25 leden zitting hadden. Wat hier precies de bedoeling van was staat niet vast; mogelijk wilde Stalin dat het land na zijn overlijden collectief bestuurd werd door het presidium in samenwerking met de staatsorganen. Hij maakte tijdens zijn leven de Sovjet-Unie in ieder geval tot een geduchte mogendheid.
[bewerk] Overlijden
Op 5 maart 1953 overleed Stalin in zijn huis in Koentsevo (oblast Moskou, Russische SFSR). Het is nooit duidelijk geworden onder welke omstandigheden hij is gestorven. De officiële verklaring noemde een hersenbloeding als doodsoorzaak.
Een aantal theorieën wijst er op dat Lavrenti Beria Stalin zou hebben vergiftigd. Beria zou in de gaten hebben gekregen dat Stalin hem uit de weg wilde ruimen omdat hij te machtig zou zijn geworden. Dubieus is het in elk geval dat Beria er waarschijnlijk voor zorgde dat er 24 uur lang geen arts bij Stalin mocht komen, toen hij stervend in zijn bed lag. Men verhaalt dat Stalin op weerzinwekkende wijze stervende was. Hij schreeuwde om een dokter en sloeg met zijn armen om zich heen, terwijl een deel van de partij-elite rustig rond zijn bed stond toe te kijken en niets deed.
Een ander verhaal vertelt dat Stalin op een ochtend niet uit zijn kamer kwam. Het duurde uren voordat iemand de moed had ongevraagd naar binnen te gaan. Niemand mocht nachtbraker Stalin in zijn slaap storen, daarom lag hij bijna een hele dag verlamd op het tapijt toen hij ’s nachts in zijn datsja bij Koentsevo een beroerte kreeg. [3]
Toen men over de dood van de 'Vader der Volkeren' vernam, ging men huilend de straat op. In de enorme drukte die daarop ontstond werden duizenden mensen vertrapt. Na de dood van Stalin werd er drie dagen afscheid van hem genomen. Stalin werd met grote pracht en praal bijgezet in het mausoleum van het Kremlin naast het lichaam van Lenin, de grondlegger van het Russische communisme.
Tijdens het 20e partijcongres drie jaar later hekelde partijleider Nikita Chroesjtsjov zijn persoon en optreden in het openbaar. Dit leidde de periode van destalinisatie in. Zijn stoffelijke resten werden in 1961 gecremeerd en de urn met zijn as op een bescheiden plaatsje aan de muur van het Kremlin werd bijgezet waar nog meer beroemdheden lagen.
[bewerk] In de kunst
In eigen land werd Stalin als halfgod vereerd. Stalins naam werd genoemd in het toenmalige volkslied van de Sovjet-Unie:
- Door de stormen scheen de zon van de vrijheid voor ons
- En de grote Lenin heeft ons pad verlicht,
- Stalin heeft ons opgevoed, tot vreugde van het volk
- Ons geinspireerd tot arbeid en weldaden.
In het gedicht "de heerser" van Osip Mandelstam werd Stalin omgeschreven als "Kremlinbewoner uit de bergen, de wurger en boerendoder//zijn dikke vingers vet als wormen// en zijn woorden onwrikbaar als loden gewrichten// zijn kakkerlakkensnor lacht etc". Dit gedicht was de aanleiding voor de arrestatie en het uiteindelijke overlijden van Mandelstam.
In Animal Farm, de Aesopische fabel van George Orwell uit 1945 die bedoeld is als een waarschuwing voor de gevaren die hij zag in het communistische systeem, wordt Stalin geportretteerd door het varken Napoleon.
Stalin duikt ook een aantal malen op in de strip Nero van Marc Sleen. In "Het Vredesoffensief van Nero" komt Nero hem in het Kremlin bezoeken om hem vredelievend te maken. Later in het verhaal zit hij samen met Harry S. Truman aan de tafel bij Nero thuis. In "De Terugkeer van Geeraard de Duivel" bevindt Stalin zich in de hel.
In Een andere kijk op Stalin, een boek van Ludo Martens uit 1994, wordt het traditionele beeld van Stalin verworpen. De schrijver poogt een hernieuwd beeld te schetsen van de mens achter de vele geruchten en begrip te kweken voor zijn handelen. Dit boek ontkent ook de misdaden van Stalin.
Begin 2007 weigerde het veilinghuis Christie's om een schilderij van Stalin te veilen. De verklaring luidde dat het veilinghuis volgens haar beleid niets van doen wilde hebben met de dictators Hitler en Stalin. De eigenaar van het schilderij, de Britse cultuurcriticus A.A. Gill, die het werk eerder voor enkele honderden euro's had gekocht, vroeg daarop aan de kunstenaar Damien Hirst om de geportretteerde te voorzien van een rode clownsneus. Deze kon de grap wel waarderen en voldeed aan het verzoek. Het vernieuwde kunstwerk werd daarop welwillend geveild door Sotheby's. Een bieder uit Italië telde € 200.000 neer voor het doek.[4]
[bewerk] Andere namen van Stalin
De man die over het algemeen bekend was onder de naam Jozef Stalin, had nog talloze andere pseudoniemen en bijnamen, onder welke men hem ook kan tegenkomen. De meeste van deze bijnamen kreeg Stalin tijdens de Russische burgeroorlog. De zeventien bekende bijnamen van Iosif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili waren: Josef Besosjvili, Besov, Tsjizjnikov, Ivanov, A. Ivanovitsj, David K. Kato, Koba (de bijnaam gebruikt door Lenin), G. Nizjeradze, Ryaboi Soselo, Soso, Oranness, Vartanovitsj, Totomyans, Vasili, Stalin en J.V. Stalin. Naast deze namen die in de Moskouse Centrale Index waren opgenomen, waren er waarschijnlijk nog meer die echter niet meer te achterhalen zijn.
Het door de Joods-Oostenrijks-Amerikaanse psycholoog, psychiater, natuurwetenschapper en fascisme-bestrijder Wilhelm Reich ontwikkelde "Modju"-concept (voor dragers van de "emotionele Pest")[5][6] was een samentrekking van MOcenigo, die de Italiaanse filosoof Giordano Bruno bij de Inquisitie aangaf, en DJUgashvili, de oorspronkelijke voornaam van Stalin.
[bewerk] Noten
- ^ Hoewel diverse bronnen inconsistent zijn met betrekking tot de precieze geboortedatum van Stalin, staat Iosif Dzjoegasjvili in de registers van de Oespenski-kerk in Gori in Georgië vermeld als geboren op 18 december (oude notatie: 6 december) 1878. Deze geboortedatum is eveneens terug te vinden in zijn schoolverlaterscertificaat, zijn uitgebreide dossier van de Russische politie (uit de tsaristische tijd) en diverse andere pre-revolutionaire documenten. Stalin gaf ook zelf de datum van 18 december 1878 aan op een curriculum vitae in 1920, in zijn eigen handschrift. Nadat hij aan de macht was gekomen werd zijn geboortedatum veranderd in 21 december 1879 (oude notatie: 9 december). Op die dag is zijn geboortedag in de voormalige Sovjet-Unie dan ook als feestdag gevierd. De Russische schrijver en historicus Edward Radzinski stelt in zijn boek Stalin dat deze zijn geboortejaar veranderde naar 1879 om van zijn vijftigste verjaardag in 1929 een nationale feestdag te kunnen maken. Dat kon nog niet in 1928 omdat hij nog niet sterk genoeg in het zadel gezeten zou hebben. Zie ook: [1]
- ^ Lenin, Stalin, and Hitler: The Age of Social Catastrophe. Door Robert Gellately. 2007. Knopf. 720 pagina's ISBN 1400040051
- ^ NRC.nl: Stalins Koele Stroompje (10 augustus 2006)
- ^ NRC.nl: Jozef Stalin met rode neus geveild voor 200.000 euro (14 februari 2007)
- ^ Roger M. Wilcox – The Emotional Plague
- ^ Die repressive Gesellschaft
![]() |
| Leiders van de Sovjet-Unie en Rusland |
|---|
|
Sovjet-Unie: Vladimir Lenin - Leon Trotski - Jozef Stalin - Nikita Chroesjtsjov - Leonid Brezjnev - Joeri Andropov - Konstantin Tsjernenko - Michail Gorbatsjov |
| Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Jozef Stalin. |
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Иосиф Виссарионович Сталин op Wikimedia Commons. |



