Juliaanse kalender

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De juliaanse kalender is de van oorsprong Romeinse kalender, die vervolgens gebruikt werd in het grootste deel van de christelijke wereld. Hij werd in de loop van de 16e tot de 20e eeuw geleidelijk aan verdrongen door de gregoriaanse kalender, die eigenlijk niet meer dan een correctie is op de juliaanse.

Invoering[bewerken]

De juliaanse kalender is genoemd naar Julius Caesar, die hem, in zijn hoedanigheid van Pontifex Maximus (hoofd van de Romeinse eredienst) in 45 v.Chr. invoerde als finale correctie op de Romeinse versie van de Egyptische kalender. Die was eerder reeds door Alexander III de Grote onder invloed van het Hellenisme over het hele Middellandse Zeegebied verbreid geraakt.

Op advies van de Alexandrijnse astronoom Sosigenes legde Caesar een jaar van 365,25 dagen vast, door om de vier jaar een schrikkeldag (extra dag) toe te voegen. De duur van 365,25 dagen was vanouds reeds door de Egyptenaren bepaald en het is een vrij goede benadering van het tropisch jaar (het jaar gebaseerd op het verloop van de seizoenen), hoewel in Caesars tijd al een nauwkeuriger waarde bekend was.

Door een misverstand werd er aanvankelijk eens in de drie jaar een schrikkeldag toegevoegd. Deze fout werd in 4 na Chr. hersteld. [bron?]

Opvolging[bewerken]

Een jaar volgens de juliaanse kalender is in de praktijk elf minuten langer dan het tropisch jaar. Daardoor loopt de kalender in duizend jaar 7,6 dagen achter op de zon. Deze fout werd in 1582 met de invoering van de gregoriaanse kalender hersteld. Het verschil tussen de beide kalenders zit erin, dat de gregoriaanse kalender per 400 jaar 3 schrikkeljaren minder telt dan de juliaanse kalender: in de gregoriaanse kalender zijn alle hele eeuwjaren die geen veelvoud zijn van 400, geen schrikkeljaar (al zijn ze uiteraard wel door 4 deelbaar). De jaren 1700, 1800, 1900, 2100, 2200 en 2300 zouden in de juliaanse kalender schrikkeljaren zijn, in de gregoriaanse zijn ze dat niet. De jaren 1600, 2000, 2400 enzovoorts zijn ook in de gregoriaanse kalender schrikkeljaren.

De maanden[bewerken]

In de oude Romeinse kalender begon het jaar op 1 Martius. Dit is nog steeds merkbaar aan de namen van de maanden september ('septem' = zeven), oktober ('octo' = acht), november ('novem' = negen) en december ('decem' = tien) en aan het feit dat februari, als laatste maand, de resterende dagen bevatte. Het zogenaamde lunisolaire jaar duurde 355 dagen. Het verlies van het maanjaar op het zonnejaar werd gecompenseerd door op bepaalde tijdstippen een dertiende maand in te voegen. Dit geschiedde echter gebrekkig, zodat op het einde van de Republiek het burgerlijk jaar bijna drie maanden achterliep op het zonnejaar.

Bij de juliaanse kalender werden de maanden van de oude kalender behouden, maar hun duur werd aangepast en bovendien begon het jaar voortaan op 1 januari. Bovendien verdween de schrikkelmaand van de oude kalender.

Caesar bepaalde dat het jaar AUC 708 (ultimus annus confusionis, het laatste jaar van de verwarring = 46 v.Chr.) 455 dagen zou tellen. 1 Ianuarius zou zo weer samenvallen met het begin van de winter. Ter ere van de invoering van deze kalender werd de maand Quintilis veranderd in Iulius. Later werd de naam van de maand Sextilis gewijzigd in Augustus.

In 1820 verscheen voor het eerst in de Encyclopædia Britannica het door Johannes de Sacrobosco in de wereld gebrachte fabeltje dat, omdat keizer Augustus niet voor zijn voorganger wilde onderdoen, het aantal dagen van die maand van 30 op 31 werd gebracht (net zoveel als Julius). Daarbij zouden die extra dagen van Februarius zijn afgehaald. Dat laatste is eenvoudig te weerleggen, want reeds onder Numa Pompilius (715-672 v.Chr.) telde februari 28 dagen. In Sacrobosco's theorie was dus Augustus' kalender de definitieve, en had Julius Caesar de kalender anders in gedachten. Sacrobosco geeft dan volgende maandlengtes:

Vóór Julius Caesar Tijdens J. Caesar (volgens Sacr.) Vanaf Augustus
Naam Duur Naam Duur Naam Duur
Martius 31 Martius 31 Martius 31
Aprilis 29 Aprilis 30 Aprilis 30
Maius 31 Maius 31 Maius 31
Iunius 29 Iunius 30 Iunius 30
Quintilis 31 Iulius 31 Iulius 31
Sextilis 29 Sextilis 30 Augustus 31
Septembris 29 Septembris 31 Septembris 30
Octobris 31 Octobris 30 Octobris 31
Novembris 29 Novembris 31 Novembris 30
Decembris 29 Decembris 30 Decembris 31
Ianuarius 29 Ianuarius 31 Ianuarius 31
Februarius 28 of 23/24 Februarius 29 of 30 Februarius 28 of 29
Intercalaris 0 of 27
totaal 355, 377 of 378 365 of 366 365 of 366

De schrikkelmaand Intercalaris werd eens in de twee à drie jaar toegevoegd, soms met een Februarius van 23 en anders van 24 dagen (met schrikkeldag). Tijdens schrikkeljaren werd Februarius niet ingekort, maar werden de laatste 5 dagen van Februarius (28 dagen) als de laatste 5 dagen van Meses Intercalaris geïncorporeerd. Februarius viel dan dus in 2 delen uiteen.

Gebruik[bewerken]

De juliaanse kalender werd in vrijwel heel het Romeinse Rijk gebruikt. Ook lokale en regionale kalenders werden aan het model van de juliaanse aangepast. Zo wijzigde keizer Augustus de Egyptische kalender door de invoering van een schrikkeldag om de vier jaar.

Bij de opkomst van het christendom werd de juliaanse kalender ook gebruikt om de data van de christelijke feestdagen, in het bijzonder van Pasen, te bepalen. Daardoor kwam het dat de kerk veel belang hechtte aan de kalender.

Van de Oosters-katholieke Kerken gebruiken sommige de gregoriaanse en andere de juliaanse kalender.

Ook sommige Oosters-orthodoxe Kerken gebruiken nog de juliaanse kalender voor de bepaling van feestdagen. Deze loopt nu 13 dagen achter op onze kalender. Een van de gevolgen daarvan is dat kerstfeest in Rusland op 7 januari gevierd wordt. Voor de Oosters-orthodoxe Kerken wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • de Oriëntaals-orthodoxe Kerken en de zogenaamde orthodoxe kerken "oude stijl" (niet te verwarren met Oud-kalendaristen). Deze laatste omvatten de kerken van Jeruzalem, Rusland, Oekraïne, Servië, Georgië en Polen en de kloosters van het schiereiland Athos. Deze kerken gebruiken vrijwel uitsluitend de juliaanse kalender. De uitzonderingen zijn de Syrisch-orthodoxe Kerk, die (alleen) voor Kerstmis de gregoriaanse kalender gebruikt, en de Armeens-apostolische Kerk, die uitsluitend de gregoriaanse kalender gebruikt.
  • de zogenaamde orthodoxe kerken "nieuwe-stijl" (Constantinopel (nu Istanboel), Alexandrië, Antiochië, Griekenland, Cyprus, Roemenië en Bulgarije). Deze kerken gebruiken de gregoriaanse kalender (door deze kerken neojuliaanse, herziene juliaanse of Griekse kalender genoemd) voor feestdagen die op een vaste datum vallen (zoals Kerstmis en de feesten rond de jaarwisseling), maar de juliaanse kalender voor feesten gerelateerd aan de paascyclus.
  • de Fins-orthodoxe kerk, de Estisch-orthodoxe Kerk (Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel) en enkele orthodoxe parochies in de diaspora (waaronder het klooster van Joannes de Doper in Den Haag) gebruiken uitsluitend de gregoriaanse kalender en zijn hierdoor een uitzondering ten opzichte van alle andere Oosters-orthodoxe Kerken.

Behalve de Russisch-orthodoxe Kerk gebruikte in het verleden ook de Russische staat de juliaanse kalender. Vandaar dat de Oktoberrevolutie in de Westerse maand november plaatsvond; Rusland schakelde pas na de Oktoberrevolutie over op de gregoriaanse kalender.

Externe links[bewerken]

  • (de) Kalender-Rechner, een online programma converteert een datum vanuit een kalendersysteem naar keuze in een andere.
  • Eeuwigdurende kalender (bepaal de weekdag in de juliaanse of in de gregoriaanse kalender)