Joodse kalender

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mozaïek van de Hebreeuwse Dierenriem van de 12 maanden in een synagoge in Israël (5e eeuw)

De joodse jaartelling, joodse kalender of Hebreeuwse kalender (Hebreeuws: הלוח העברי / ha'loeach ha'iwri) rekent vanaf het jaar waarvan het jodendom aanneemt dat de schepping van de wereld heeft plaatsgevonden (de Anno Mundi).

Op grond van de Tenach wordt de schepping geacht te hebben plaatsgevonden in het jaar 3761 voor de gangbare jaartelling.

Het joodse jaar 5775 komt zodoende overeen met het algemene of Gregoriaanse jaar (sept./okt., tisjrie) 2014 - 2015.

Het nieuwe jaar begint op Rosj Hasjana, een gewichtige tweedaagse periode van gebed en inkeer, die in september of oktober van de gregoriaanse kalender valt.

Maankalender[bewerken]

In het jodendom hanteert men de maankalender. Een 'synodische' maand of lunatie duurt ca. 29,5 dagen waarbij de ene maand 29 en de andere maand weer 30 dagen duurt. Omdat er 12 joodse maanden zijn komt men hierdoor uit op 354 dagen oftewel men loopt 11 dagen achter op de zonnekalender met 365 dagen.

Dit lost men op door een schrikkelmaand in te voegen. De naam van de schrikkelmaand is tweede adar of kortweg adar 2.

In vroegere tijden liet men de maand beginnen "op basis van puur empirische observatie": de nieuwe-maansikkel moest zichtbaar worden te Jeruzalem. Evenzo voegde men op basis van observatie een schrikkelmaand toe wanneer dit nodig was. "Als . . . tegen het eind van het jaar werd opgemerkt dat het Pesach vóór de lente-equinox [omstreeks 21 maart] zou vallen, werd er verordend dat er vóór niesan een maand ingelast moest worden."[1]

Omstreeks het jaar 359 (gregoriaanse jaartelling) werd de kalender gestandaardiseerd door Hillel II met behulp van de cyclus van Meton: in een telkens terugkerende periode van 19 jaar wordt zeven keer een schrikkelmaand toegevoegd en wel in het 3e, 6e, 8e, 11e, 14e, 17e en 19e jaar. Deze schrikkelmaand heeft in de regel 30 dagen (op één na die 29 dagen telt) waardoor men na 19 jaar in de pas loopt met de zonnekalender.

Volgorde[bewerken]

De volgorde van de joodse maanden kan op twee manieren plaatsvinden. Ter onderscheiding worden deze soms aangeduid als de 'godsdienstige' en de 'burgerlijke' kalender.

Volgens de Thora[bewerken]

Deze is gebaseerd op wat daarover in de Thora door God aan Mosje (Mozes) en Aharon (Aäron) indertijd is opgedragen.
In Sjemot (Exodus) 12:1-2 staat: "Hasjem (God) zei tegen Mosje en Aharon, nog in Egypte: ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn.’" Dit had betrekking op de uittocht uit Egypte door de Israëlieten die in de lente plaatsvond.

Deze indeling begint zodoende in het voorjaar:

  1. niesan - valt in maart/april
  2. ijar - valt in april/mei
  3. siewan - valt in mei/juni
  4. tammoez - valt in juni/juli
  5. aaw - valt in juli/augustus
  6. elloel - valt in augustus/september
  7. tisjrie - valt in september/oktober
  8. chesjwan - valt in oktober/november
  9. kisleew - valt in november/december
  10. teweet - valt in december/januari
  11. sjewat - valt in januari/februari
  12. adar - valt in februari/maart
  13. adar 2 (in schrikkeljaren) - valt in maart/april

Volgens de Misjna[bewerken]

In de Misjna (mondelinge leer) wordt de joodse kalender met vier nieuwjaarsfeesten beschreven. De bekendste betreft Rosj Hasjana (het hoofd van het jaar) en begint op 1 tisjrie. De overige in de Misjna beschreven nieuwjaarsfeesten zijn Toe Biesjwat (het nieuwjaar van de bomen), het niet meer gevierde nieuwjaar van de koningen en pelgrims, en het nieuwjaar voor het brengen van de tienden van het vee.

Vandaag de dag volgt men de Misjna en begint het jaar met de maand tisjrie (de zevende maand volgens de Thora); bij de joodse jaartelling gaat men hiervan uit:

  1. tisjrie - valt in september/oktober
  2. chesjwan - valt in oktober/november
  3. kisleew - valt in november/december
  4. teweet - valt in december/januari
  5. sjewat - valt in januari/februari
  6. adar - valt in februari/maart
  7. adar 2 (in schrikkeljaren) - valt in maart/april
  8. niesan - valt in maart/april
  9. ijar - valt in april/mei
  10. siewan - valt in mei/juni
  11. tammoez - valt in juni/juli
  12. aaw - valt in juli/augustus
  13. elloel - valt in augustus/september

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Emil Schürer, The History of the Jewish People in the Age of Jesus Christ, Volume 1, 1973, blz. 590.