Nikolaj Boelganin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nikolaj Boelganin
Bundesarchiv Bild 183-29921-0001, Bulganin, Nikolai Alexandrowitsch.jpg
Geboren 30 maart 1895
Nizjni Novgorod, Keizerrijk Rusland
Overleden 24 februari 1975
Moskou, Russische SFSR, Sovjet-Unie
Politieke partij Communistische Partij van de Sovjet-Unie
Voorzitter van de Ministerraad
Aangetreden 8 februari 1955
Einde termijn 27 maart 1958
Voorganger Georgi Malenkov
Opvolger Nikita Chroesjtsjov
Minister van Defensie
Aangetreden 15 maart 1953
Einde termijn 9 februari 1955
Voorganger Nikolaj Koeznetsov (als Minister van de Marine)
Opvolger Georgi Zjoekov
Eerste Vicepremier van de Ministerraad
Aangetreden 7 april 1950
Einde termijn 8 februari 1955
Voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen van de Russische SFSR
Aangetreden 22 juli 1937
Einde termijn 17 september 1938
Voorganger Daniil Sulimov
Opvolger Vasily Vakhrushev
Volwaardig lid van het Presidium
Aangetreden 18 februari 1948
Einde termijn 5 september 1958
Kandidaat-lid van het Politbureau
Aangetreden 18 maart 1946
Einde termijn 18 februari 1948
Lid van het Orgburo
Aangetreden 18 maart 1946
Einde termijn 14 oktober 1952
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Nikolaj Aleksandrovitsj Boelganin (Russisch: Николай Александрович Булганин) (Nizjni Novgorod, 30 maart 1895Moskou, 24 februari 1975) was een prominente Sovjetpoliticus, die zowel het ambt van Minister van Defensie (1953-55) als dat van Premier (1955-58) heeft bekleed.

Jeugd en vroege carrière[bewerken]

Boelganin werd geboren in Nizjni Novgorod als zoon van een kantoorbediende. Hij werd lid van de bolsjewistische partij in 1917 en in 1918 werd hij gerekruteerd voor de Tsjeka in Turkestan (geheime politie), waarin hij diende tot 1922. Na de Russische Burgeroorlog werd hij manager van Moskous belangrijkste fabriek voor elektrische apparaten tot 1927, en daarna directeur van de elektriciteitsvoorziening in Moskou tot 1931.

Carrière in de communistische partij[bewerken]

Van 1931 tot 1937 was Boelganin voorzitter van de Moskouse sovjet. In 1934 werd hij gekozen tot kandidaat-lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU). Als loyale stalinist maakte hij snel promotie toen andere leiders het slachtoffer werden van Jozef Stalins Grote Zuivering van 1937-38. In juli 1937 werd hij benoemd tot premier van de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (RSFSR). Hij werd een volwaardig lid van het Centraal Comité later dat jaar. In september 1938 werd hij vice-premier van de Sovjet-Unie en bovendien directeur van de staatsbank van de USSR.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Boelganin een leidende rol in de regering en het Rode Leger, hoewel hij nooit het bevel voerde aan het front. Hij kreeg de rang van kolonel-generaal en hij was lid van de staatscommissie van Defensie. In 1944 werd hij benoemd tot plaatsvervangend commissaris voor Defensie, onder Stalin, en diende als Stalins belangrijkste agent in het hoogste commando van het Rode Leger. Hij werd Minister der Strijdkrachten in 1946 en werd gepromoveerd naar de rang van maarschalk van de Sovjet-Unie. Verder werd hij kandidaat-lid van het Politbureau van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Van 1947 tot 1950 werd hij door Stalin wederom benoemd tot plaatsvervangend premier van de Sovjet-Unie. In 1948 werd hij volwaardig lid van het politbureau.

Na Stalin[bewerken]

Na de dood van Stalin in 1953 werd Boelganin opgenomen in de hoogste rangen van de Sovjet-regering toen hij werd benoemd tot minister van Defensie van de Sovjet-Unie. Hij was een bondgenoot van Nikita Chroesjtsjov in de machtsstrijd om Stalins opvolging. Voor die steun werd hij beloond met de functie van premier onder Chroesjtsjov.

In juni 1957 probeerde een conservatieve groep onder leiding van Vyacheslav Molotov Chroesjtsjov zijn macht te ontnemen, wegens zijn liberale koers. Boelganin was het eigenlijk met deze groep eens, maar wilde toch Chroesjtsjov niet rechtstreeks afvallen. Toen de conservatieven de twist hadden verloren en van het toneel waren verdwenen, mocht Boelganin nog een tijd aanblijven. Chroesjtsjov nam hem echter zijn afvalligheid kwalijk en dwong hem af te treden als premier in maart 1958. In de jaren daarna werden hem ook zijn andere functies ontnomen.