Nikita Chroesjtsjov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nikita Chroesjtsjov
Никита Сергеевич Хрущёв
Nikita Sergejevitsj Chroesjtsjov
Nikita Sergejevitsj Chroesjtsjov
Geboren 17 april 1894
Kalinovka
Overleden 11 september 1971
Moskou
Politieke partij Communistische Partij van de Sovjet-Unie
Partner Jefrosinia Chroesjtsjeva (1916-1919)
Maroesia Chroesjtsjeva (1922)
Nina Chroesjtsjeva (1923-1971)
Eerste Secretaris van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie
Aangetreden 14 september 1953
Einde termijn 14 oktober 1964
Voorganger Jozef Stalin
Opvolger Leonid Brezjnev
Voorzitter van de Ministerraad van de Sovjet-Unie
Aangetreden 27 maart 1958
Einde termijn 14 oktober 1964
Voorganger Nikolaj Boelganin
Opvolger Aleksej Kosygin
Voorzitter van het Bureau van het Centraal Comité van de Russische SFSR
Aangetreden 27 februari 1956
Einde termijn 16 november 1964
Voorganger Geen
Opvolger Leonid Brezjnev
Volwaardig lid van het Presidium
Aangetreden 22 maart 1939
Einde termijn 16 november 1964
Lid van het Secretariaat
Aangetreden 16 december 1949
Einde termijn 14 oktober 1964
Lid van het Orgburo
Aangetreden 16 december 1949
Einde termijn 14 oktober 1952
Kandidaat-lid van het Politbureau
Aangetreden 18 januari 1938
Einde termijn 22 maart 1939
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Nikita Sergejevitsj Chroesjtsjov (Russisch: Никита Сергеевич Хрущёв [xruˈɕ:of] - Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg)) (Kalinovka, 17 april 1894Moskou, 11 september 1971) was een Sovjet-politicus en partijleider van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie van 7 september 1953 tot 14 oktober 1964. Chroesjtsjov leidde de Sovjet-Unie na Jozef Stalin.

Vroege periode[bewerken]

Nikita Chroesjtsjov, die uit een Oekraïense boerenfamilie stamde, werd geboren in Kalinovka in de Russische oblast Koersk en leerde voor pijpenlegger. Hij werkte ook als zodanig in verschillende mijnen. Tijdens de Russische Revolutie vocht hij in het Rode Leger. Hij steeg in de partijhiërarchie tot aan het Politbureau. Eerst was hij nog 2e partijsecretaris in Abchazië, de opname in het Politbureau kwam tot stand op voorspraak van Stalins vrouw. Hij behoorde tot de intieme kring van partijleiders en commissarissen die rechtstreeks toegang hadden tot Stalin. Tijdens de periode van de Grote Zuiveringen gaf Chroesjtsjov opdracht tot de executie van 55.741 regionale functionarissen, waarbij hij het door Stalin opgegeven quotum van 50.000 ruim overschreed[1]. Tegen de lente van 1938 had hij toezicht gehouden op de arrestatie van 35 van de 38 provinciale en stedelijke partijsecretarissen. Hij bracht als leider van Moskou zijn dodenlijsten zelf rechtstreeks naar Stalin. Hij heeft later de Sovjet-archieven laten doorzoeken in een poging alle sporen uit te wissen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bereikte hij de rang van luitenant-generaal. Hij was politiek commissaris tijdens de Slag om Stalingrad en tijdens de Slag om Koersk.

Partijleider[bewerken]

Na de dood van Stalin in maart 1953 ontstond een interne fractiestrijd. Chroesjtsjov behaalde het overwicht en werd in september 1953 aangeduid als partijleider. In december 1953 werd zijn belangrijkste concurrent voor de opvolging van Stalin, Beria, het hoofd van de KGB, geëxecuteerd.

Chroesjtsjov schokte de gedelegeerden van het 20e partijcongres op 23 februari 1956 en van het 22e partijcongres XXII (17-31 oktober 1961) door publiekelijk de cultus rond Stalin aan de kaak te stellen, en Stalin te beschuldigen van massamoord tijdens de grote zuiveringen en een groteske persoonsverheerlijking. Hierdoor maakte hij zich onbemind bij de conservatieve fractie van de Partij. Hij werd niettemin premier op 27 maart 1958, na een serie langdurige en complexe manoeuvres.

Chroesjtsjov was eigenzinnig en impulsief; hoewel hij minder een terreurbewind voerde dan Stalin, regeerde hij eveneens met ijzeren vuist. Chroesjtsjov werd door zijn politieke tegenstanders beschouwd als een platvloerse, onbeschaafde boer, met de reputatie van het onderbreken van sprekers met beledigende opmerkingen [bron?]. In een vergadering van de Verenigde Naties op 12 oktober 1960 werd hem door de Filipijnse afgevaardigde Lorenzo Sumulong gevraagd hoe hij kon protesteren tegen het westerse kapitalistische imperialisme, terwijl de Sovjet-Unie op dat moment in snel tempo bezig was Oost-Europa te assimileren. Hij barstte in woede uit en riep tegen Sumulong dat hij "een eikel, een verrader en een lakei van het imperialisme" was, en eiste vervolgens dat de voorzitter Sumulong het woord ontnam. Deze hield het bij een waarschuwing waarop Sumulong zijn rede voortzette tot ongenoegen van Chroesjtjov die eerst met zijn vuisten en vervolgens met zijn schoen op tafel sloeg. Hierma protesteerde ook de Roemeense afgevaardigde waarop de afgevaardigden van zowel het West- als het Oostblok elkaar verwensingen toe begonnen te schreeuwen. De journalist Hans van Maanen geeft in zijn Encyclopedie van misvattingen een andere interpretatie van het schoenincident [2]. Volgens een lid van de Nederlandse delegatie, Jan Meyer, werd Chroesjtsjov tijdens de behandeling van de toetreding van Communistisch China en Nationalistisch China tot de Verenigde Naties opzettelijk door de voorzitter genegeerd. De Verenigde Staten probeerden de inhoudelijke behandeling van de toetreding te blokkeren door voortdurend procedurekwesties aan de orde te stellen. Uiteindelijk wist Chroesjtsjov, onder andere met zijn schoen, zoveel kabaal te maken dat de voorzitter hem niet meer kon negeren. De delegatie van de Sovjet-Unie had volgens Meyer buitengewoon veel plezier om deze actie.

Ook bij andere gelegenheden zou Chroesjtjov buitenlandse politici beledigd hebben. Zo zou hij Charles de Gaulle hebben beledigd door zich laatdunkend over het Paleis van Versailles uit te laten toen deze hem daarin rondleidde. Ook Soekarno kreeg een veeg uit de pan bij een staatsbezoek aan Indonesië. Chroesjtsjov zou tegen Soekarno hebben gezegd: "Waar zijn uw wegen? Waar zijn uw fabrieken? U laat mij een kolonie zien!"

Tijdens een topontmoeting van de grote vier in Parijs op 16 mei 1960 eiste Chroesjtsjov een verontschuldiging van president Dwight D. Eisenhower van de Verenigde Staten voor de vluchten van de U-2 spionagevliegtuigen over de Sovjet-Unie. Eisenhower ontkende dat zulke vluchten plaatsvonden, waarop Chroesjtsjov een gevangen piloot uit de hoed toverde die bij zo'n vlucht was neergeschoten. Eisenhower had er tevergeefs op gerekend dat de piloot van het neergeschoten toestel, Gary Powers, liever zelfmoord zou plegen dan zich gevangen te laten nemen, en leed een groot gezichtsverlies.

Einde[bewerken]

Chroesjtsjov werd op 14 oktober 1964 afgezet door zijn collega's in het Politbureau, vooral ten gevolge van de Cubaanse raketcrisis en zijn persoonlijk optreden, dat door de Partij als gezichtsverlies voor de Sovjet-Unie werd ervaren. Hij werd beschuldigd van willekeurig, 'voluntaristisch' beleid, ondoordachte reorganisaties (van de planeconomie), het veroorzaken van persoonsverheerlijking en nepotisme[3]. Na zeven jaar huisarrest stierf hij in zijn huis in Moskou op 11 september 1971. Chroesjtsjov werd in Moskou begraven op de Novodevitsji-begraafplaats, dat bij het Novodevitsji-klooster hoort.

Belangrijkste feiten als Sovjetleider[bewerken]

  • Initieerde destalinisatiepolitiek vanaf het 20e partijcongres.
  • Hij was een van de initiatiefnemers van de rehabilitatie voor slachtoffers van de repressie onder Stalin.
  • Gaf schrijvers meer vrijheid zodat bijvoorbeeld de spraakmakende romans Niet bij brood alleen van Vladimir Doedintsev en Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj van Aleksandr Solzjenitsyn gepubliceerd konden worden.
  • Hechtte de Krim aan bij Oekraïne in 1954.
  • Initieerde de Maagdelijke-grondencampagne (1954-1963).
  • Onderdrukte de Hongaarse Opstand (1956).
  • Initieerde in 1957 het ruimtevaartprogramma waardoor de Spoetnik I en Joeri Gagarin werden gelanceerd.
  • Gaf kernwapentechnologie aan de Chinese Volksrepubliek.
  • Brak een topontmoeting af omwille van het Gary Powers-incident met het U-2 vliegtuig.
  • Ontmoette in 1959 Richard Nixon in Iowa.[4]
  • Reorganiseerde het Sovjetleger dat bezuinigen moest en dat daarna meer op de kernwapens moest vertrouwen.
  • Reorganiseerde de planeconomie, waarbij het beleid minder op zware industrie (ten behoeve van wapenproductie) en meer op lichte (consumptiegerichte) industrie gericht werd.
  • Liet kernraketten in Cuba plaatsen, wat leidde tot de Cubacrisis.
  • Ondertekende in 1955 met Josip Broz Tito de verklaring van Belgrado waardoor de Informbiro eindigde.
  • In 1958 werd het Chroesjtsjov-ultimatum opgesteld. De bedoeling van dit ultimatum was om van Berlijn een "vrije stad" te maken. De Westerse geallieerden zouden de stad moeten verlaten. Het Westen kreeg zes maanden om hiermee akkoord te gaan anders zou de Sovjet-Unie haar bevoegdheden in Berlijn overdragen aan de DDR (Oost-Duitsland). Het ultimatum werd uiteindelijk genegeerd door de geallieerden. Er gebeurde niets.
  • Onder Chroesjtsjov werd de sterkste bom ooit tot ontploffing gebracht.

Chroesjtsjov werd in 1964 opgevolgd door Leonid Brezjnev.

Tijdlijn leiders Sovjet-Unie[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Hammer and sickle.svg
Zie ook: Portaal Communisme
  1. Simon Sebag Montefiore, STALIN het hof van de rode tsaar, pag. 242, Uitg. Spectrum, Utrecht (2004), ISBN 90-71206-05-X
  2. Hans van Maanen (2006) Encyclopedie van misvattingen. Amsterdam: Boom. p.93.
  3. Erik van Ree, Wereldrevolutie De communistische beweging van Marx tot Kim Jong Il, Uitg. Mets & Schilt, Amsterdam (2005), standaardwerk over het ideaal van de communistische heilstaat, pagina 239, ISBN 978-90-5330-395-5
  4. NRCboeken: Nikita Chroesjtsjov, toerist (boekbespreking door Menno de Galan, 6 november 2009)