Destalinisatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met de destalinisatie (Russisch: десталинизация) wordt een periode in de geschiedenis van de USSR bedoeld waarin de periode van de verheerlijking van Stalin afgesloten wordt. Stalins opvolger Nikita Chroesjtsjov begint met een nieuw beleid.

Zichtbare veranderingen in Rusland:

  • Geschiedenisboeken werden herschreven. In de oude geschiedenisboeken stonden alleen maar positieve dingen over Stalin.
  • Straatnamen werden veranderd. Waar voorheen 'Stalin' in stond werden nu hernoemd.
  • Stalingrad (een stad in Rusland) werd hernoemd naar Wolgograd.
  • Standbeelden van Jozef Stalin in heel Rusland werden vernietigd. Slechts in zijn geboorteplaats Gori bleef een groot standbeeld staan. Men durfde dat standbeeld niet te verwijderen, omdat de Georgiërs zich toch al gekwetst voelden dat "hun" held niet zo'n held bleek te zijn. Dat standbeeld staat er nog steeds ondanks de democratische veranderingen in het Kaukasische land. Tbilisi was dan ook de enige stad in de USSR, waar in 1956 demonstraties plaatsvonden tegen de destalinisatie.

In 1956 hield Chroesjtsjov een geheime toespraak op het partijcongres van de Communistische Partij, waarin hij aankondigde dat de persoonsverheerlijking van Stalin moest ophouden, tevens ontsloeg hij Stalins trouwste medewerkers, zoals Vjatsjeslav Molotov. Anastas Mikojan, onder Chroesjstsjov de tweede man van de Sovjet-Unie, steunde de geheime toespraak van Chroesjtsjov echter en bleef op zijn plaats. Als gevolg van de 'destalinisatie' werden standbeelden en schilderijen van Stalin van prominente plaatsen verwijderd. Tevens veranderde de berichtgeving over Stalin in de Russische pers en in de satellietlanden. Dissidenten en Duitse krijgsgevangenen werden vrijgelaten. Chroesjtsjov zorgde ervoor dat de invloed van de NKVD op de samenleving afnam en de inwoners van de Sovjet-Unie meer vrijheden kregen. De Sovjet-Unie bleef echter een totalitaire staat. Deze maatregelen hadden wel tot gevolg dat er in Hongarije en Polen opstanden uitbraken, die echter hardhandig door het Rode Leger de kop in werden gedrukt. Leon Trotski en het Trotskisme bleven nog steeds staatsvijand nummer één. Volgens trotskisten was er ondanks de destalinisatie weinig veranderd aan het stalinistische karakter van de Sovjet-Unie.

Openlijke berichtgeving over Stalins terreur werd pas echt mogelijk toen Michail Gorbatsjov in de jaren tachtig aan het bewind kwam in de Sovjet-Unie. Toen werd het het Russische volk pas werkelijk duidelijk wat er zich onder Stalins schrikbewind had afgespeeld. Opvallend genoeg wordt Stalin door sommige Russen en veel Georgiërs nog altijd op handen gedragen.