Lavrenti Beria
| Lavrenti Beria | ||||
![]() |
||||
| Geboren | 29 maart 1899 Merkheuli, Keizerrijk Rusland |
|||
| Gestorven | 23 december 1953 Moskou, Sovjet-Unie |
|||
| Politieke partij | Communistische Partij van de Sovjet-Unie | |||
| Eerste Vicevoorzitter van de Ministerraad van de Sovjet-Unie | ||||
| Aangetreden | 5 maart 1953 | |||
| Einde termijn | 26 juni 1953 | |||
| Voorganger | Vjatsjeslav Molotov | |||
| Opvolger | Lazar Kaganovitsj | |||
| Minister van Binnenlandse Zaken van de Sovjet-Unie | ||||
| Aangetreden | 25 november 1938 | |||
| Einde termijn | 29 december 1945 | |||
| Voorganger | Nikolaj Jezjov | |||
| Opvolger | Sergei Kruglov | |||
| Aangetreden | 5 maart 1953 | |||
| Einde termijn | 26 juni 1953 | |||
| Voorganger | Sergei Kruglov | |||
| Opvolger | Sergei Kruglov | |||
| Eerste Secretaris van de Georgische Communistische Partij | ||||
| Aangetreden | 14 november 1931 | |||
| Einde termijn | 18 oktober 1932 | |||
| Voorganger | Lavrenty Kartvelishvili | |||
| Opvolger | Petre Agniashvili | |||
| Aangetreden | 15 januari 1934 | |||
| Einde termijn | 31 augustus 1938 | |||
| Voorganger | Petre Agniashvili | |||
| Opvolger | Candide Charkviani | |||
|
||||
Lavrenti Pavlovitsj Beria (Russisch: Лавре́нтий Па́влович Бе́рия, Georgisch: ლავრენტი ბერია, Lavrenti Pavles dze Beria) (Mercheoeli, 29 maart 1899 – Moskou, 23 december 1953) was een Sovjet-Russisch politicus van Georgische afkomst (de zogenoemde 'Georgische groep' binnen de communistische partij, waar ook Stalin toe behoorde).
Inhoud |
Jeugd en vroege carrière [bewerken]
Beria's ouders waren zeer religieus en hij kreeg een strikt religieuze (Georgisch-orthodoxe) opvoeding. In 1917 werd Beria lid van de bolsjewistische vleugel van de Russische Sociaal Democratische Arbeiderspartij, sinds 1918 aangeduid als de Russische Communistische Partij. In 1921 werd hij lid van de Georgische Tsjeka, de geheime politie en van 1923 tot 1931 werd hij hiervan voorzitter. Van 1931 tot 1938 was Beria partijsecretaris van Georgië en van 1932 tot 1936 partijsecretaris van de Transkaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (een samenvoeging van de Georgische SSR, de Armeense SSR en de Azerbeidzjaanse SSR die in 1936 werd opgeheven, waarna de voormalige SSR's weer hersteld werden). Beria, een aanhanger van Stalin en diens stalinisme, werd in 1934 lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU).
NKVD en Tweede Wereldoorlog [bewerken]
In de zomer van 1938 haalt Stalin Beria naar Moskou om de toenmalige Volkscommissaris en hoofd van de NKVD Jezjov bij te staan als gedeputeerde, omdat Jezjov 'het werk niet zou aankunnen' en 'hulp nodig had'. Met steun van Stalin groeide Beria's macht. Ten slotte moest Jezjov zijn ontslag indienen zodat Beria zijn plaats kon innemen. In november 1938 werd Beria volkscommissaris en hoofd van de NKVD. Beria zuiverde Jezjovs' getrouwen uit de NKVD, hoewel onder zijn leiderschap de Grote Zuivering ten einde liep. Nadat Jezjov al zijn publieke functies waren afgenomen, liet Beria hem in opdracht van Stalin arresteren, berechten en executeren.
In februari 1941 kreeg Beria nieuwe functies. Hij werd vicevoorzitter van de Raad van Volkscommissarissen (vicepremier), kandidaat-lid van het politbureau en voorzitter van de NKGB, de voorloper van de KGB.
Na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie in juni 1941, begon de Grote Vaderlandse Oorlog. Premier en partijleider Stalin richtte een Opperste Defensieraad in en vulde die met persoonlijke vertrouwelingen, waaronder Beria. De Defensieraad fungeerde als een soort oorlogs- of noodkabinet. Beria's strafkampen en goelags (die vielen onder de NKGB), vervaardigden de nodige zware en ruwe materialen die noodzakelijk waren voor de oorlogsvoering. Vanwege zijn verdiensten kreeg Beria in 1945 de titel 'maarschalk van de Sovjet-Unie'. In 1946 werd hij lid van het Presidium van de Opperste Sovjet (de voorzitter van dit lichaam was staatshoofd van de USSR) en lid van het politbureau. Het ministerschap van de NKVD en het voorzitterschap van de NKGB legde hij neer. Beria leidde na de Tweede Wereldoorlog het atoomprogramma van de Sovjet-Unie. Dit programma had tot dan een ondergeschikte rol gespeeld, maar Stalin stond erop dat ook de Sovjet-Unie de bom in handen zou krijgen. In 1949 slaagde de eerste Sovjetkernproef, met een bom twee keer zo krachtig als de Amerikaanse. In 1952 werd Beria lid van het presidium van de CPSU (de opvolger van het politbureau).
NKGB [bewerken]
Beria was de op één na machtigste man van de Sovjet-Unie en zeer gevreesd. De NKVD/NKGB was uitgegroeid tot een staat binnen een staat. Door het commissarissensysteem had Beria invloed op het leger. De NKVB/NKGB was ook verantwoordelijk voor grensbewaking en beschikte daardoor over eigen vliegvelden, tanks en zelfs vliegtuigen. Als Stalins scherprechter kon Beria bovendien carrières maken en breken. Hij stuurde miljoenen mensen naar de strafkampen.
Seksuele uitspattingen [bewerken]
Hoewel Beria getrouwd was, koos hij de mooiste vrouwen en meisjes uit, waaronder filmsterren, en verkrachtte hen. Beria onthaalde hen op een maaltijd met vaak alcoholische versnaperingen, waarna hij zich uitkleedde en zich aan de betreffende vrouw vergreep. Na afloop kreeg de vrouw een bloemstuk mee. Toen een van hen seks weigerde omdat haar borsten pijn deden en een lijfwacht het bloemstuk bracht, schreeuwde Beria haar toe: "Dat is geen bloemstuk maar een krans! Moge hij op je graf verrotten!" Vervolgens werd de dame in kwestie gearresteerd.
Veel vrouwen in de nabijheid van Beria probeerden er zo onaantrekkelijk mogelijk uit te zien, of verhuisden naar het platteland. Zelfs Stalin vond het niet prettig wanneer zijn dochter Svetlana bij de familie Beria was: "Zorg dat ze direct naar huis komt! Ik vertrouw Beria niet!"
Minister van defensie [bewerken]
Beria werd vermoedelijk op 3 maart 1953 op de hoogte gebracht dat Stalin een beroerte had gekregen. Hij liet niemand bij Stalin tot het te laat was. Bovendien durfde eigenlijk niemand dit, nadat Stalin een aantal van zijn dokters had laten oppakken. Een aantal historici beweren daarom dat Beria Stalin had laten vergiftigen, omdat hij vermoedde dat Stalin hem uit de weg wilde ruimen.
Na de dood van Stalin werd Beria minister van Defensie, maar reeds in juni van dat jaar werd hij tijdens een bijeenkomst van het Centraal Comité gearresteerd. Na een geheim proces werd Lavrenti Beria op 54-jarige leeftijd in december 1953 terechtgesteld. De latere Maarschalk Generaal Kolonel Pavel Batitsky voerde de executie zelf uit.
Onderscheidingen [bewerken]
- Orde van de Rode Banier van de Georgische Socialistische Sovjetrepubliek (1923)
- Orde van de Rode Banier der Arbeiders van de Georgische SSR (1931)
- Orde van de Rode Banier der Arbeiders van de Azerbeidzjaanse Socialistische Sovjetrepubliek (1932)
- Leninorde (1935, 1943, 1945 en 1949)
- Orde van de Rode Banier (1924, 1942 en 1944)
- Orde van de Volksrepubliek Tannoe-Tuva (1943)
- Held van de Socialistische Arbeid (1943)
- Orde van Suha Bator (1949)
- Orde van de Rode Bannier der Arbeid van de Armeense Socialistische Sovjetrepubliek (1949)
- Orde van Soevorov, 1ste klasse (1949)
- Stalin Prijs, 1ste klasse (1949 en 1951)
Bronnen [bewerken]
Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.
| Zie de categorie Lavrentiy Beria van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
