Hoger beroep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bij hoger beroep (ook wel appel, ook wel geschreven als appèl[1]) wordt aan een zittende magistratuur (een raadsheer genoemd) gevraagd om een nieuw oordeel in een rechtszaak. Deze raadsheer (of raadsheren) bekijkt een zaak helemaal opnieuw. Hoger Beroep bij de Hoge Raad der Nederlanden wordt cassatie genoemd.

De partij die in hoger beroep gaat, hoopt meestal dat de raadsheer (hogere rechter) een gunstiger uitspraak doet. De kans bestaat echter dat de nieuwe uitspraak minder gunstig is en ook dan moet de partij dat accepteren.

Hoger Beroep in Nederland[bewerken]

Waar hoger beroep?[bewerken]

In Nederland kan tegen een vonnis van een rechter in eerste aanleg hoger beroep worden ingesteld. Bij strafrecht en civiel recht kan hoger beroep ingesteld worden bij het gerechtshof. Bij bestuursrecht wordt hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Raad van State. In Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Mogelijkheden voor hoger beroep[bewerken]

In Nederland kan maar eenmaal hoger beroep worden ingesteld tegen een uitspraak. Na hoger beroep staat alleen nog beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, waarbij de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld, maar waarbij slechts wordt beoordeeld of het recht goed is toegepast en juist is geïnterpreteerd.

Hoger beroep in het civiel recht[bewerken]

In het civiel recht kan een van de partijen, of beide partijen hoger beroep instellen. Het hoger beroep dat als eerste wordt ingesteld heet principaal appel. Wanneer de andere partij daarop ook hoger beroep instelt tegen dezelfde uitspraak, heet dat beroep incidenteel appel. Hoger beroep wordt niet altijd behandeld als het een financieel vonnis bedraagt van minder dan 1750 euro. Na het indienen van het hoger beroep wordt gekeken of de zaak daar ook daadwerkelijk voor in aanmerking komt.

De termijn voor het instellen van hoger beroep is in een gewone procedure drie maanden vanaf de dag dat het bestreden vonnis is gewezen (uitgesproken). Die termijn geldt voor het principaal beroep. Het hoger beroep wordt ingesteld door het uitbrengen van een dagvaarding bij de wederpartij. Als die dagvaarding binnen drie maanden is uitgebracht, dan is het beroep tijdig ingesteld. In de dagvaarding bepaalt de partij die in hoger beroep gaat zelf de dag waarop de zaak voor het eerst zal dienen bij het Gerechtshof. Die datum hoeft niet binnen de beroepstermijn te liggen.

Nadat beroep is ingesteld kan de wederpartij ook zelf hoger beroep instellen zonder dat daaraan een termijn verbonden is. Hij dient dat dan wel te doen uiterlijk bij het indienen van zijn eerste processtuk, de zogenaamde memorie van antwoord. Die memorie heet in dat geval memorie van antwoord in het principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel.

Na het indienen van de stukken (in juridisch jargon: het nemen van de stukken), kan een partij pleidooi vragen. In dat geval vindt er een echte zitting plaats. Als geen van beide partijen pleidooi vraagt, wordt een zaak alleen behandeld op zogenaamde rolzittingen.

Bij het Gerechtshof is het nog gebruikelijk om, aan het einde van de schriftelijke en/of mondelinge behandeling van de zaak, de processtukken over te leggen. Dat wordt fourneren genoemd. Na het fourneren bepaalt het Hof een datum voor de uitspraak. Die uitspraak van het gerechtshof wordt arrest of beschikking genoemd.

De uitspraak kan zowel een bekrachtiging inhouden van het oorspronkelijke vonnis, als een vernietiging. In dat laatste geval geeft het Gerechtshof zelf een nieuwe beslissing.

Hoger beroep in het strafrecht[bewerken]

In het Nederlandse strafrecht staat het zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte open om hoger beroep in te stellen tegen een vonnis van de rechter in eerste aanleg. Deze rechter in eerste aanleg kan zijn de Kantonrechter (voor kleinere overtredingen), of de enkelvoudige of meervoudige Rechtbank. De zaak wordt dan door het Gerechtshof in behandeling genomen, waarbij de beroepstermijn van uiterlijk twee weken zeer strikt luistert en de datum van ontvangst door de griffie wordt gezien als de datum waarop het beroep is ingesteld.

Een uitzondering op deze mogelijkheid om in beroep te gaan, geldt indien de verdachte door de Rechter in eerste aanleg is veroordeeld tot alleen een geldboete van maximaal 500 euro. Deze zaken worden door de Kantonrechter afgehandeld, die de zaak veelal mondeling zal behandelen en geen schriftelijk gemotiveerd vonnis hoeft te geven. Door hierin een drempel in te bouwen, heeft de politiek getracht de druk op de Rechtbanken en Gerechtshoven te verminderen. In deze zaken kan nog steeds hoger beroep worden ingesteld, maar zal de zaak eerst - conform Art. 401 Sv. - door de voorzitter van het Gerechtshof worden getoetst of deze al dan niet voor inhoudelijke behandeling door het Hof in aanmerking komt. Wordt in dit stadium beoordeeld dat dit niet het geval is, dan komt de beroepsmogelijkheid te vervallen. In de praktijk worden eenvoudige zaken tot deze grens in hoger beroep dan ook vaak niet meer behandeld, tenzij hier goede redenen voor bestaan. De verdachte of diens advocaat moet die redenen goed naar voren brengen in een zogenaamde 'Schriftuur houdende grieven', die bijvoorbeeld complexere juridische afwegingen kan bevatten.

Hoger Beroep in België[bewerken]

Waar hoger beroep?[bewerken]

In België kan men bij verschillende rechtbanken beroep aantekenen, afhankelijk van de aard van het geschil, dus ook afhankelijk van de rechtbank die de eerste aanleg behandelde:

Tegen de uitspraken van al deze verschillende beroepsinstanties, behalve de Raad van State, is nog een beperkt cassatieberoep bij het Hof van Cassatie mogelijk.

Mogelijkheden voor hoger beroep[bewerken]

Beroep is mogelijk in zowat alle zaken, behalve bij financieel onbelangrijke geschillen en alle zaken die dienen bij het Hof van Assisen. Financieel onbelangrijke geschillen zijn geschillen waarvan de uiteindelijke waarde onder de 1240 euro ligt die in eerste aanleg uitgesproken zijn door de vrederechter of de politierechtbank of onder de 1860 euro ligt voor zaken uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank voor koophandel. Voor zulke zaken staat echter wel altijd Cassatieberoep open.

Noot
  1. Tot 2005 was appèl de officiële Nederlandse spelling, wellicht om het uitspraakverschil met appel aan te geven. In het Groene Boekje van 2005 is dit veranderd in appel, zonder accent. Dit is dus voor onderwijs en overheid de officiële spelling. In het door sommige kranten gehanteerde Witte Boekje is het accent gehandhaafd. Zie Wat is juist: appel of appèl?.