Autopsie
Autopsie (Grieks: "met eigen ogen zien" ), ook wel inwendige lijkschouwing of lijkschouw, sectie of obductie, is het inwendig onderzoeken van het lichaam van een overleden persoon om doodsoorzaak en ziekteprocessen te onderzoeken en vast te stellen.
Inhoud |
Verschil obductie/sectie [bewerken]
Het verschil tussen de termen obductie en sectie is minimaal. Een obductie is klinisch en wordt door een arts aangevraagd waarbij toestemming nodig is van de familie. Sectie is gerechtelijk: hiervoor is geen toestemming van de familie nodig. De officier van justitie of de procureur gelast dit onderzoek. Autopsie is het gezamenlijke woord voor deze begrippen. Een weinig gebruikt begrip is 'lijkopening'.
Lijkschouw [bewerken]
Bij een lijkschouw wordt onderscheid gemaakt tussen een inwendige en uitwendige lijkschouw. De uitwendige lijkschouw betreft een minder ingrijpend onderzoek waarbij de behandelend arts (of de gemeentelijke lijkschouwer) vaststelt of sprake is van een natuurlijk of een niet natuurlijk overlijden. De behandelend arts moet, als hij niet is overtuigd van een natuurlijke dood, de gemeentelijk lijkschouwer waarschuwen die dan de schouw en vervolgacties overneemt. In de praktijk zal de gemeentelijk lijkschouwer dan vaak ook de politie (recherche) erbij vragen. Het doel van de uitwendige schouw is in tegenstelling tot de gangbare gedachte niet om de dood vast te stellen, al is het wel verstandig dat de schouwarts voor aanvang uitwendige lijkschouw de dood vaststelt. De uitwendige schouw kan gevolgd worden door een inwendige schouw indien daartoe aanleiding bestaat. In Nederland is het vaststellen van de dood niet meer voorbehouden aan artsen. Iedereen mag de dood vaststellen maar alleen de behandelende arts of de gemeentelijk lijkschouwer mogen de hiervoor gebruikte papieren invullen.
Inwendige lijkschouw in niveaus [bewerken]
Een inwendige lijkschouw wordt verricht op drie niveaus;
- Bekijken gehele orgaan
- Onderzoek in het orgaan
- Microscopisch onderzoek.
Waar vindt inwendige lijkschouw plaats? [bewerken]
De inwendige lijkschouw heeft plaats in de sectieruimte van een mortuarium, veelal een ziekenhuismortuarium.
Een forensische sectie kan plaatsvinden in de sectieruimte van een mortuarium, maar vindt in Nederland meestal plaats in het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).
Wie verrichten de inwendige lijkschouw? [bewerken]
In de meeste gevallen wordt een inwendige lijkschouw verricht door twee personen.
- Obductieassistent: Neemt meestal de organen uit.
- (Forensisch) patholoog-anatoom: Verricht onderzoek op de uitgenomen organen.
Specialisatie [bewerken]
Een autopsie wordt verricht door een gespecialiseerde arts: een patholoog-anatoom of een forensisch patholoog-anatoom. De bekendste Nederlandse patholoog anatoom is dokter Jan Zeldenrust (1907 - 1990). Hij werd in 1951 de eerste directeur van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium, dat samen met Gerechtelijk Laboratorium (opgericht 30 juli 1945) in 1999 fuseerde tot het Nederlands Forensisch Instituut.
Uitspraak autopsié of autópsie? [bewerken]
Tegenwoordig hoort men steeds vaker de uitspraak autópsie, met de klemtoon op de tweede lettergreep, net als vakántie, inténtie, prodúctie, enzovoort. Deze laatste woorden komen echter uit het Latijn, terwijl autopsie uit het Grieks komt. De juiste uitspraak is dan ook autopsié, net als bij geriatrié, psychologié, orthopedié, met de klemtoon op de laatste lettergreep, enzovoort.[1]
Zie ook [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Zie de categorie Autopsies van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |