Rembrandt van Rijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rembrandt van Rijn
Zelfportret (1661)
Zelfportret (1661)
Persoonsgegevens
Volledige naam Rembrandt Harmenszoon van Rijn
Geboren Leiden, 15 juli 1606 of 1607
Overleden Amsterdam, 4 oktober 1669
Geboorteland Prinsenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Beroep(en) Kunstschilder
Signatuur Signatuur
Oriënterende gegevens
Stijl(en) Barok
Caravaggisme
Bekende werken
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Neeltgen Willemsdr. van Zuytbrouck (1569-1640), moeder van Rembrandt van Rijn

Rembrandt Harmenszoon van Rijn (Leiden, 15 juli 1606 of 1607[1]Amsterdam, 4 oktober 1669) was een Nederlands kunstschilder. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Hollandse meesters van de 17e eeuw. Rembrandt vervaardigde in totaal ongeveer driehonderd schilderijen, driehonderd etsen en tweeduizend tekeningen, met als bekendste werk De Nachtwacht (1642). Zijn werk behoort tot de Barok en hij is zichtbaar beïnvloed door het Caravaggisme, alhoewel hij nooit in Italië is geweest. Zijn opmerkelijke beheersing van het spel met licht en donker, waarbij hij vaak scherpe contrasten (clair-obscur) neerzette om zo de toeschouwer de voorstelling binnen te voeren, leidde tot levendige scènes vol dramatiek.

Rembrandt beschouwde zichzelf vooral als een historie- en portretschilder. Hij was een zelfverzekerde man[2] die in alle levensfasen door iedereen bewonderde zelfportretten maakte. Zijn honderd geschilderde en twintig geëtste zelfportretten geven een opmerkelijk scherp beeld van zijn uiterlijk en zijn gevoelens. Hij beeldde zichzelf af als de apostel Paulus en zette zichzelf in zijn zelfportret uit 1658 neer als een koning uit het Oosten.

Behalve zijn vrouw Saskia van Uylenburgh, en zijn zoon Titus van Rijn zijn ook zijn huishoudsters, vriendinnen Geertje Dircx en Hendrickje Stoffels nadrukkelijk in zijn schilderijen aanwezig; zij hebben gefungeerd als model voor bijbelse, mythologische of historische figuren.

Levensloop

De brillenverkoper. Een van de vroegste schilderijen van Rembrandt (1623 of 1624), en onderdeel van een serie over de zintuigen
Zelfportret (1639)
Christus (ca. 1650)
Jan Six (1654)
Twee moren (ca. 1661)

Rembrandt van Rijn werd op 15 juli 1606 of 1607 in Leiden geboren in de Weddesteeg, als negende kind van de molenaar, Harmen Gerritsz en een welgestelde bakkersdochter Neeltje van Zuytbrouck.[3] Zijn vader was molenaar van de nu verdwenen standerdmolen De Rijn. Rembrandt bezocht de Latijnse school en werd op bijna 14-jarige leeftijd door zijn ouders ingeschreven aan de universiteit van Leiden. Waarschijnlijk bleef het daarbij omdat Rembrandt te kennen gaf dat hij liever schilder wilde worden. Al sinds 1619 was hij in de leer bij de Leidse historieschilder Jacob van Swanenburgh. Dat hield hij tot 1622 vol. In 1625 vertrok hij naar Amsterdam om in de leer te gaan bij de toen toonaangevende schilder Pieter Lastman, van wie hij composities leerde op te bouwen. Uit dat jaar dateert ook zijn oudst bekende schilderij. Vervolgens opende Rembrandt een atelier in Leiden, waar hij veel samenwerkte met zijn vriend, studiegenoot en collega Jan Lievens. In 1627 nam Rembrandt voor het eerst leerlingen aan, onder wie Gerrit Dou en Isaac de Jouderville. Een van de eerste Amsterdamse kopers van zijn werk was Joan Huydecoper van Maarsseveen.[4]

In 1631 was Rembrandt al zo bekend - Constantijn Huygens, secretaris van de stadhouder en kunstkenner was uitermate lovend over de trefzekerheid en levendigheid van de baardeloze jongeman[5] - dat hij verschillende opdrachten kreeg, onder meer van Nicolaes Tulp. Hij verhuisde naar Amsterdam en kocht zich mogelijk in bij de kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh, die een academie was gestart en hem nog meer opdrachten bezorgde onder zijn doopsgezinde clientèle. Rembrandt produceerde in een viertal jaren een nooit meer geëvenaard aantal portretten waaronder dat van de toneelschrijver en dichter Jan Harmensz. Krul en van Johannes Wtenbogaert.

In 1634 trouwde Rembrandt met Hendricks nicht Saskia van Uylenburgh. Ze was geen boerin uit Waterland, zoals Arnold Houbraken veronderstelde, maar kwam uit een goede familie zoals door Wopke Eekhoff werd ontdekt.[6] Haar vader Rombertus van Uylenburgh was ooit burgemeester van Leeuwarden; haar zwager was de Poolse theoloog Johannes Maccovius; haar nicht Hendrickje was getrouwd met de Friese schilder Wybrand de Geest; haar nicht Aeltje was getrouwd met Johannes Silvius, de predikant van de Oude kerk en getuige bij het huwelijk. Ook Aeltje kan Saskia, die in Sint Annaparochie woonde bij haar oudere zus Titia, met Rembrandt in contact hebben gebracht. Titia of Tietje was met de plaatselijke grietenijsecretaris getrouwd. Het huwelijk werd in de Van Harenskerk voltrokken, zonder de aanwezigheid van Rembrandts familie.[7]

Sint Antoniesbreestraat

Het echtpaar woonde in bij Willem Boreel in een voornaam huis aan de Nieuwe Doelenstraat, genaamd De Suijkerbackerij.[8] Op 7 oktober 1637 was Rembrandt op een veiling in opdracht van Jan Jansz. den Uyl - naar het zich laat aanzien om de prijs van een bepaald schilderij op te drijven.[9] Zeker is dat Rembrandt de volgende dag een schilderij kocht van Rubens, dat eerder van Jan Jansz. den Uyl was.[10] In 1639 verhuisden Rembrandt en Saskia naar een eigen huis in de Sint Antoniesbreestraat: een straat met veel kunstenaars en aan het begin van de Joodse buurt. Het voormalige woonhuis is nu het museum Het Rembrandthuis, aan de Jodenbreestraat. Hoewel het hen financieel voor de wind ging - Rembrandt erfde 10.000 gulden van zijn moeder - kreeg Saskia commentaar van haar familie en voormalig voogd dat ze haar geld erdoorheen joeg.[11] Rembrandt nam een andere kunsthandelaar aan de hand, Joannes de Renialme die op de Kloveniersburgwal woonde.

Rembrandt en zijn vrouw kampten met verschillende tegenslagen; driemaal moest vlak na de geboorte een kind worden begraven maar in 1641 kregen ze een zoon die ze Titus noemden, naar Saskia's zuster Titia. Toen Saskia op 14 juni stierf - ze had Rembrandt een week eerder laten beloven dat hij nooit opnieuw zou trouwen - nam hij de weduwe Geertje Dircx uit Ransdorp als verzorgster in dienst.[12] Van het een kwam het ander, en het stel ging met ruzie en juridische processen uit elkaar; Geertje daagde Rembrandt voor de Huwelijkskrakeelkamer, waar onder andere Jacob F. Hinlopen hun zaak behandelde. Met behulp van haar broer en haar nieuwe buren kreeg Rembrandt het voor elkaar om haar een aantal jaren in een spinhuis in Gouda te laten opsluiten. Rembrandt betaalde voor de reiskosten en was verplicht tot alimentatie.[13] Het ging hem blijkbaar niet in de koude kleren zitten, want hij produceerde in 1649 bijzonder weinig.[bron?]
Inmiddels was Hendrickje Stoffels de opvolgster van Geertje geworden. In 1654 kreeg zij een officiële berisping van de Gereformeerde kerk, omdat zij 'in hoererij' leefde met de schilder. Hendrickje werd drie keer opgeroepen om voor de kerkenraad te verschijnen.[14] Rembrandt werd niet vermaand omdat hij geen officieel lidmaat was. In datzelfde jaar kregen ze een dochter die ze Cornelia noemden, naar Rembrandts moeder.

Rembrandt leefde in die tijd boven zijn stand. Met regelmaat kocht hij exotische voorwerpen zoals bijzondere kledingstukken, die hij vaak in zijn schilderijen gebruikte. Al jaren stroopte Rembrandt veilingen af om kunst te kopen, soms dure prenten van de door hem bewonderde Lucas van Leyden. In 1656 kon hij zijn verplichtingen niet meer nakomen om de leningen voor zijn huis af te betalen.[12] Burgemeester Cornelis Jan Witsen wilde zijn uitgeleende geld terug en vroeg Rembrandts faillissement aan.[15] De inventarisatie van het gehele bezit volgde en deze 363 nummers tellende lijst vormt een belangrijke bron voor inzicht in Rembrandts leven. Tegenover armetierige huisraad stond een rijkdom aan kunstvoorwerpen. Naast schilderijen en een verzameling antieke portretten, wapens enz. enz. moet vooral de collectie tekeningen en grafiek worden genoemd.[16] Een belangrijk deel kwam terecht bij de schilder Jan van de Cappelle. Op een veiling onder leiding van Jacob J. Hinlopen werden in 1658 Rembrandts huis en inboedel verkocht. De nieuwe eigenaar moest twee kachels en de schotjes overnemen die op zolder stonden opgesteld en het pand ging drie keer onder de hamer voordat het was verkocht.[17]

Rozengracht

Rembrandts versie van De samenzwering van Claudius Civilis
De Staalmeesters

Rembrandt betrok een kleinere huurwoning op de - tegenwoordig - Rozengracht 184, niet ver van de zeeschilder Jan Abrahamsz. van Beerstraten.[18] Rembrandt moet tijdens de afwikkeling van het faillissement deskundige juridische adviseurs hebben gehad, want Titus had inmiddels zijn vader benoemd tot enige erfgenaam, en de familie Uylenburgh had het nakijken.[12] Hendrickje en Titus werden eigenaars van de schilder- en kunsthandel, zodat Rembrandt ongeplaagd door crediteuren in het atelier op de Bloemgracht kon blijven produceren. Het is niet onmogelijk dat Rembrandt in 1661 via bemiddeling van Jan J. Hinlopen opdracht kreeg voor de levering van een Claudius Civilis voor het in aanbouw zijnde stadhuis. In het volgende jaar kwam de belangrijke opdracht voor het schilderij De Staalmeesters.

Hendrickje overleed in 1663 en Titus in 1668, niet lang nadat hij zijn nicht had getrouwd. Rembrandt had in de tussentijd zijn drie laatste zelfportretten geschilderd. Cosimo III de' Medici had in 1667 bij een bezoek tevergeefs geprobeerd een portret bij hem te kopen, wat hem bij een tweede bezoek twee jaar later wel lukte.[19] Rembrandt had een voorstudie gemaakt voor een altaar in of rond Genua. Er was flink onderhandeld over de prijs. De voorstudies zijn verscheept, maar nooit aangekomen.[20] Rembrandt stierf op 4 oktober 1669 en werd vier dagen later begraven in een gehuurd graf in de Westerkerk. De nabestaanden betaalden 15 gulden aan de koster, een voor die tijd aanzienlijk bedrag, omdat Rembrandt geen eigen graf bezat.[21] In de schamele boedel bevond zich een helm die toebehoord zou hebben aan Gerard van Velsen.

Nageslacht

Rembrandt liet een dochter, Cornelia en een kleindochter, Titia, achter. Cornelia trouwde op 3 mei 1670 met de schilder Cornelis Suythof.[22] Als bastaard had ze weinig rechten, en ze vertrok in 1671 met haar man naar Oost-Indië om daar fortuin te zoeken.[23] Cornelia (1654-1684) overleed in Batavia.[24]

Haar nicht Titia van Rijn bleef in Amsterdam wonen. Zij was de enige wettige erfgenaam van haar grootvader en werd in 1671 een bedrag van 3.150 gulden uitgekeerd, afkomstig uit de verkoop van schilderijen, tekeningen en rariteiten.[23]

Naam en handtekening

De naam "Rembrandt" is een spellingsvariant van de voornaam Rembrant.[25][26] Als zijn naam voor de allereerste keer in de archieven voorkomt bij zijn inschrijving in 1620 aan de Leidse Universiteit, is 'Rembrandus' gebruikt [27] (een latinisering van zijn naam, in die tijd gebruikelijk in wetenschappelijke kringen).

Voor 1633 bestonden zijn vroegste handtekeningen uit een "R", of het monogram "RH" of "RHL" (voor Rembrant Harmenszoon en voor Leiden).[28] In 1632 gebruikte hij voor het eerst enkel zijn voornaam. In 1633 voegde hij een "d" toe, wat hij van dan af aan voor al zijn schilderijen handhaafde.[29] Met de praktijk van het ondertekenen van zijn werk met zijn voornaam, stelde hij zich op één lijn met de Italiaanse grootheden Michelangelo, Titiaan en Rafaël, die algemeen werden erkend als de allergrootste kunstenaars en ook bekendstonden met hun voornaam.

Rembrandt als etser

Rembrandt was gedurende zijn leven vooral beroemd als etser en was als zodanig tot in Italië bekend.[bron?] Hij begon in 1628 met etsen. Waarschijnlijk heeft Jan Lievens hem dat geleerd. Twee eerdere prenten, ‘De besnijdenis’ en ‘De vlucht naar Egypte’, die tot voor kort aan Rembrandt werden toegeschreven, blijken van de hand van Lievens te zijn. Rembrandt heeft later een aantal oosterse koppen van Lievens nageëtst en die, zonder de auteur te vermelden, onder zijn eigen naam op de markt gebracht.

Stijl

Techniek

Volgens Karel van Mander zijn er twee manieren om te schilderen: wild of fijn.[bron?] Rembrandt wist beide technieken te combineren. Door zijn vrije en trefzekere techniek kon Rembrandt zich veroorloven met de kwast een schilderij meteen ruw op te zetten. De meeste schilders maakten eerst een ondertekening in houtskool. Bovendien gebruikte Rembrandt, meer dan tijdgenoten, een dikke onderschildering. De witte onderschilderingen werden vervolgens met doorzichtige verf in een glaceertechniek overgeschilderd, waardoor rijke kleuren ontstonden. Ten slotte gebruikte Rembrandt de frottis- ofwel drogekwasttechniek: de bijna droge verf bleef niet overal zitten en geeft een willekeurige, spikkelachtige structuur.

Periodes, thema's en stijlen

  • In Rembrandts Leidse periode (1625-1631) was de invloed van Lastman het meest zichtbaar. Schilderijen waren tamelijk klein, maar rijk in detail (bijvoorbeeld in kostuums en juwelen). Religieuze en allegorische thema's overheersten.
  • Gedurende zijn eerste jaren in Amsterdam (1632-1636) maakte Rembrandt vooral grote doeken, gebruikte hij felle kleuren, en schilderde hij vooral dramatische taferelen. Hij maakte in deze periode veel portretten.
  • Eind jaren dertig schilderde Rembrandt veel landschappen en maakte hij veel etsen over de natuur. Zijn landschappen waren in die tijd vaak speelbal van die natuur, met dreigende wolkenluchten en bomen die door de storm geknakt waren.
  • Vanaf ongeveer 1640 werd Rembrandts werk soberder, wat wellicht te verklaren valt uit de familietragedies die hem overkomen waren. Uitbundigheid maakte plaats voor diepgevoelde innerlijke emoties. Bijbelse taferelen waren nu vooral gebaseerd op het Nieuwe Testament, en niet meer op het Oude Testament zoals eerder het geval was geweest. Het formaat van de doeken werd weer kleiner. Een uitzondering daarop is De Nachtwacht zijn grootste schilderij. Landschappen werden vaker geëtst dan geschilderd. De duistere krachten van de natuur maakten plaats voor rustige Hollandse plattelandstaferelen.
  • In de jaren vijftig veranderde Rembrandts stijl opnieuw. Schilderijen werden weer groter, kleuren feller, penseelstreken krachtiger. Hiermee nam Rembrandt afstand van eerder werk en van de heersende mode, die juist meer en meer neigde tot fijn, gedetailleerd werk. Hij gebruikte nog steeds veel Bijbelse thema's, maar de nadruk lag nu niet meer op groepsscènes maar meer op intieme portretachtige figuren.
  • In zijn laatste jaren schilderde Rembrandt een aantal van zijn mooiste zelfportretten, die duidelijk blijk gaven van het verdriet en de zorgen die hem ten deel waren gevallen.

Werk

De Nachtwacht

Nuvola single chevron right.svg Zie De Nachtwacht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Rembrandt schilderde de De Nachtwacht of Het korporaalschap van Frans Banning Cocq en luitenant Willem Ruytenburgh maakt zich gereed, tussen 1640 en 1642. Het meesterwerk, dat waarschijnlijk rond 1796-1797 voor het eerst 'de Nachtwacht' werd genoemd [30] , was besteld voor de nieuwe Kloveniersdoelen, verzamelplaats voor de musketiers van de schutterij. Rembrandt nam afstand van de conventie om dergelijke schuttersstukken stijf en formeel af te beelden en het is dan ook meer een actiescène dan een opstelling. Hij toonde een deel van de burgerwacht van wijk II, afkomstig tussen de Damrak en de Nieuwendijk[31] als het vendel bij de poort staat opgesteld en wil optrekken met opgestoken lansen of pieken.

Oude man (1651)
Oude man in leunstoel (1652)
Oude man in leunstoel (1654)
Aristoteles peinzend (1653)
Man in wapenuitrusting (1655)

Andere meesterwerken

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Lijst van schilderijen van Rembrandt van Rijn

Leerlingen

Rembrandt signeerde diverse keren het werk van zijn leerlingen. In 1968 werd gestart met het Rembrandt Research Project (RRP) onder auspiciën van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).[33] Kunsthistorici bundelden hun krachten met experts uit andere disciplines om de authenticiteit te bepalen van aan Rembrandt toegeschreven werken. Hierbij werd onder meer gebruikgemaakt van nieuwe methoden voor technische diagnostiek, om een complete catalogus van zijn schilderijen samen te stellen. Veel schilderijen die eerder aan Rembrandt waren toegeschreven zijn van de lijst geschrapt en worden nu gezien als het werk van zijn leerlingen.

Rembrandt in de cultuur

Musical, film en televisie

De eerste film over Rembrandt (waarschijnlijk rond 1912) is verloren gegaan en enig naslagwerk is er ook niet over. In de jaren die volgen, verschijnen er in de Verenigde Staten films als The Stolen Rembrandt en Is this a Rembrandt, die meer om de schilderijen draaien. In 1936 verschijnt er een Amerikaanse Rembrandtfilm met Charles Laughton in de hoofdrol.

Nederland volgt vier jaar later in 1940, met een Rembrandtfilm, geregisseerd door Gerard Rutten en in het geheim opgenomen. De bezetters vonden de film ongeschikt naar hun maatstaven, maar de Nederlandse makers wilden er niets meer aan veranderen. In de herfst van 1941 maakten de Duitsers in Nederland een speelfilm over Rembrandt van Rijn. De ploeg maakte er een grootse filmproductie van. Er werd een enorm decor gebouwd in de vorm van het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat, inclusief omliggende huizen.

In 1957 maakte Bert Haanstra een korte documentaire over Rembrandt, gevolgd door Jos Stelling met zijn Rembrandt fecit 1669, over de laatste levensjaren van Rembrandt. In 1999 verschijnt de grote Europese productie Rembrandt met Klaus Maria Brandauer in de hoofdrol; in die film wordt Engels gesproken. In juli 2006 is er een musical in première gegaan over het leven van Rembrandt, getiteld: Rembrandt De Musical met Henk Poort en Syb van der Ploeg beurtelings in de rol van Rembrandt. De Britse filmregisseur Peter Greenaway heeft een film gemaakt over Rembrandt en diens drie vrouwen. De film, Nightwatching, werd gemaakt tijdens het Rembrandtjaar 2006 en ging in 2008 in première.

In 2011 vertoonde de EO de vierdelige televisieserie Rembrandt en ik.

Bibliografie (selectie)

  • Alpers, Svetlana De firma Rembrandt, Uitg Bert Bakker, Amsterdam, 1989.
  • Brown, Christopher e.a. Rembrandt: de Meester en zijn werkplaats, tentoonstellingscatalogus, Rijksmuseum, Amsterdam, 1991.
  • Driessen, Christoph Rembrandts vrouwen, Uitg Bert Bakker, Amsterdam, 2012.
  • Dudok van Heel, S.A.C. De jonge Rembrandt onder tijdgenoten, Godsdienst en schilderkunst in Leiden en Amsterdam, Nijmegen University Press/Veenman Publishers, 444 blz.
  • Fuchs, R., Rembrandt spreekt: een verslag, Uitg. de Bezige Bij, 2006, Amsterdam, 267 blz, ISBN 90-234-1930-8
  • Gelder, Roelof van. Van iedereen en niemand. Na 400 jaar is er aan Rembrandt nog steeds veel te ontdekken, in NRC Handelsblad, Cultureel Supplement, 14 juli 2006.
  • Gombrich, E.H. Eeuwige schoonheid, De Haan, 1990, ISBN 90-269-4189-7.
  • Graaff, Arthur en Roscam Abbing, Michiel Rembrandt voor Dummies, een Rembrandthandboek, Pearson Education Benelux, 2006, Amsterdam, 360 blz.
  • Honour, Hugh en Fleming, John.Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhof/Landshoff, 1988 (vertaald van A World History of Art, 1982) ISBN 90-290-8005-1
  • Nooteboom, C., Een jongere dubbelganger, Essay Rembrandt in Leiden, in NRC Handelsblad, Cultureel Supplement, 14 juli 2006
  • Noord, Jos van, Rembrandt is 399 jaren oud nieuwsartikel en interview met Arthur Graaff en Michiel Roscam Abbing over Rembrandts geboortejaar, De Telegraaf, 14 juli 2006
  • Straten, Roelof van, Rembrandts Leidse Tijd, 1606-1632, Leiden 2005.
  • Schwartz, Gary. De grote Rembrandt, Mercatorfonds/Waanders, 352 blz.
  • Wetering, E. van de, A corpus of Rembrandt paintings dl I, II en III, (red. samen met J. Bruyn, B. Haak, S.H. Levie, P.J.J. van Thiel) en IV (red. Van de Wetering).
  • Wetering, E. van de, Rembrandt in nieuw licht ; [vert. Barbara de Lange ; eindred. Rembrandt Research Project]. - 1e dr. - Amsterdam: Local World, 2009. - 223 p.: ill. ; 27 cm. Met lit. opg. ISBN 978-90-811681-7-5
  • Wilt, Koos de (2006) Rembrandt Inc., marktstrategieën van een genie, Nieuw Amsterdam, ISBN 90-468-0184-5
  • Wolkers, J., De spiegel van Rembrandt, 1999, Uitg. Waanders, Zwolle, i.s.m. de Kunsthal in Rotterdam.
  • Hans Joachim Bodenbach: Rembrandt - Selbstporträts von fremder Hand, Verlag der Kunst Dresden, 45 S., 18 ganzs. Porträts, (engl. Summary) Husum 2003

Werk in openbare collecties (selectie)

Trivia

  • Op 25 januari 2007 werd bij het veilinghuis Sotheby's uitzonderlijk een werk van Rembrandt "Portret van St.-Jacob de Meerdere" uit 1661, geveild ter waarde van $ 25,8 miljoen.
  • In oktober 2007 werd in Engeland een schilderij geveild dat voorheen was toegeschreven aan een negentiende-eeuwse navolger van Rembrandt, maar dat waarschijnlijk een zelfportret uit 1629 van Rembrandt zelf is. Het schilderij was getaxeerd op tussen de 700 en 1100 euro, werd aangeboden voor 2000 euro en is verkocht voor 3 miljoen euro. De anonieme koper van De jonge Rembrandt als Democritus de lachende filosoof is naar verwachting een handelaar die het schilderij zal restaureren en opnieuw te koop zal aanbieden.[34] Het schilderij is met het monogram RHL ondertekend, wat volgens deskundigen alleen maar kan wijzen op de naam Rembrandt Harmensz. Leidensis (van Leiden).

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  1. J. de Jong, Rembrandts geboortejaar een jaar te vroeg gevierd, Nederlands Dagblad, 3 februari 2006. Bronnen rondom Rembrandts geboortejaar, in het bijzonder pleitend voor 1607.
  2. C. Huygens, Mijn Jeugd, p. 100. Vertaling en toelichting C.L. Heesakkers. Amsterdam 1987. Griffioen-reeks.
  3. G. Schwartz, een van de grote autoriteiten houdt het jaar 1606 aan.
  4. Schwarz, G. (1987) Rembrandt, p. 134.
  5. C. Huygens, Mijn Jeugd, p. 85-87.
  6. Langs Rembrandts roem: de reputatie van een meester Door Herman Beliën, Paul Knevel [1]
  7. Rembrandt400 Hartstocht op het Bildt - Rembrandt en Saskia (voormalige website)
  8. Dudok van Heel, S.A.C. (1987) Dossier Rembrandt, p. 33.
  9. Art at auction in 17th century Amsterdam von John Michael Montias, p. 261, 66, 67 & 68 [2]
  10. Rembrandt koopt een Rubens
  11. Broos, B. (1999) Das Leben Rembrandts van Rijn (1606-1669). In: Rembrandt Selbstbildnisse, p. 78.
  12. a b c Broos, B. (1999) Das Leben Rembrandts van Rijn (1606-1669). In: Rembrandt Selbstbildnisse, p. 79.
  13. Driessen, C. (2012) Rembrandts vrouwen, p. 155.
  14. Dudok van Heel, S.A.C. (1987) Dossier Rembrandt, p. 38.
  15. Rembrandt is nooit gevraagd om als getuige, taxateur of peet op te treden en gold mogelijk als onbetrouwbaar. Schwarz, G. (1987) Rembrandt, p. 363.
  16. Vries, A.B. de (1956) Rembrandt 1606 - 1956, p. 57.
  17. Dudok van Heel, S.A.C. (1987) Dossier Rembrandt, p. 56.
  18. Crenshaw, P. (2006) Rembrandt's Bankruptcy. The artist, his patrons and the art market in seventeenth-century Netherlands, p. 61, 76.
  19. Israel, J. (1995) The Dutch Republic, Its Rise Greatness, and Fall 1477-1806. Clarendon Press Oxford, p. 877.
  20. http://nos.nl/artikel/72822-rembrandt-is-nogal-onberekenbaar.html
  21. Dudok van Heel, S.A.C. (1987) Dossier Rembrandt, p. 44.
  22. Het paar kreeg twee kinderen, die beiden jong overleden: Rembrandt (1673-voor 1685) en Hendric Suythof (1678-voor 1691).
  23. a b Dudok van Heel, S.A.C. (1987) Dossier Rembrandt, p. 86-88.
  24. Parenteel van GERRIT ROELOFSZn (VAN RIJN).
  25. DTB stadsarchief Amsterdam
  26. Stadsarchief Amsterdam
  27. Rembrandts Selbstbildnisse, p. 75. Mauritshuis, Den Haag.
  28. The Rembrandt Documents. New York: Abaris, 1979. ISBN 0-913870-68-4
  29. Ontwikkelingen van Rembrandts handtekeningen (pdf).
  30. http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/3299530/afleveringen/43433739/items/43646398/
  31. Hijmans, W. & L. Kuiper & A. Vels Heijn (1976) Rembrandts Nachtwacht. Het vendel van Frans Banning Cocq, de geschiedenis van een schilderij, p. 59.
  32. Het doek is in stukken gesneden en een groot deel daarvan is verloren gegaan, alleen het middendeel resteert nog. Rembrandtspecialist Ernst van de Wetering presenteerde in de Trouw van 6 juli 2006 de uitkomsten van zijn reconstructie, waaruit hij concludeert dat De Samenzwering van Claudius Civilis groter was dan de Nachtwacht. Oorspronkelijk moet de Samenzwering van Claudius Civilis een afmeting moeten hebben gehad van 6 bij 6,5 meter, terwijl de Nachtwacht oorspronkelijk 5 meter bij 3,87 meter moet zijn geweest.
  33. Meer informatie is te vinden op Rembrandtresearchproject.
  34. NOS Journaal 27 oktober 2007: "Vroeg portret Rembrandt ontdekt"