Museum De Lakenhal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Museum De Lakenhal
Museum De Lakenhal
Museum De Lakenhal
Opgericht 1874
Locatie Leiden
Type Beeldende kunst
Kunstnijverheid
Leidse historie
Personen
Directeur Meta Knol
Aantal bezoekers 65.000 (2008)
Website http://www.lakenhal.nl/
Entree van het museum
Entree van het museum
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Schilderij van de hand van Isaac van Swanenburgh, 1595
De Lakenhal in de Atlas de Wit, 1698

Museum De Lakenhal is sinds 1874 het gemeentelijk kunstmuseum van Leiden. Het museum is gevestigd in de voormalige Leidse lakenhal uit 1640, ontworpen door Arent van 's-Gravesande.

Naast werk van Rembrandt bezit het museum belangrijk werk van de beroemde schilder en etser Lucas van Leyden. In 2010 won het museum de Museumprijs Zuid-Holland voor het project Werk in Uitvoering.

Geschiedenis[bewerken]

De Lakenhal werd in 1642 gebouwd en geldt als een van de hoogtepunten van het Hollands classicisme. Tot 1800 diende het gebouw ter keuring van het Leidse laken. Hier kwamen de gouverneurs en staalmeesters van het lakengilde bijeen. De collectie van het museum bevat stukken die herinneren aan de omvangrijke Leidse textielindustrie. Zo staan de stadia van wolproductie afgebeeld op een grote reeks schilderijen van Isaac van Swanenburgh (vader van Jacob van Swanenburgh, een van Rembrandts leermeesters) uit de 16de eeuw. De lakenhandelaren leverden hun stoffen af op het voorplein, waar de staalmeesters het keurden. In de grote gildezaal, ook wel Grote Pers genoemd, kregen de balen dan een loden zegel als waarmerk. Exemplaren hiervan zijn gevonden in Indonesië, Zuid-Afrika en Amerika. Het museum bevat zowel eigentijdse als oudere kunst. In 1823 verloor de Lakenhal deze functie als gevolg van het verval van de textielnijverheid en kwam het gebouw in gebruik als Kamer van Koophandel en cholerahospitaal.

Historisch bewustzijn van Leiden[bewerken]

Al sinds 3 oktober 1574 viert Leiden traditiegetrouw dat de stad die dag verlost werd van de Spaanse belegering. Vooral tijdens de negentiende-eeuwse jubileumvieringen werd er groots uitgepakt. Zo is in 1824 in het stadhuis ter gelegenheid van de 250-jarige herdenking de eerste historische tentoonstelling van Nederland gehouden. Een maand voor de opening had het Leidse stadsbestuur de burgers opgeroepen alles dat ‘van die tijd nog was bewaard gebleven of daarop betrekking had’ hiervoor in te brengen. Er werden tientallen objecten ingezameld. De expositie, gehouden in de Raadszaal van maandag 4 tot zaterdag 9 oktober, trok maar liefst 4846 bezoekers. Verreweg de grootste publiekstrekker was het immense doek De zelfopoffering van Burgemeester Van der Werff van Matthijs van Bree dat in 1818 door koning Willem I aan de stad Leiden was geschonken. Naar aanleiding van dit enorme succes werd besloten het schilderij voortaan gratis op 3 oktober te tonen.

Van hospitaal tot museum[bewerken]

In 1869 besloot Leiden de monumentale Laecken-Halle te verbouwen tot stadsmuseum. Stadsarchitect J.W. Schaap kreeg de opdracht om de tweede verdieping van de oude Lakenhal geschikt te maken als tentoonstellingsruimte. Hij ontwierp een nieuw trappenhuis waar de zestiende-eeuwse gravenramen uit de Leidse schuttersdoelen een plek kregen. Om het daglicht in de zaal toe te laten zette hij ramen in de zeventiende-eeuwse kap en in het plafond. Toen de bovenste verdieping van de Lakenhal in 1872 als museum werd ingericht, kreeg de 3 oktobercollectie de meest prominente plaats. Om De zelfopoffering centraal te kunnen plaatsen verhoogde men zelfs het plafond. Met de verhuizing van de stadscollectie moest het museum de traditionele gratis vertoning van het schilderij van Van Bree op 3 oktober overnemen. De verbouwing duurde twee jaar. Dat betekende dat vóór de officiële opening op 27 april 1874 – de grootse viering van het driehonderdjarig jubileum van het Beleg en Ontzet – het museum tussen de verbouwingen door in 1872 en 1873 op 3 oktober tijdelijk open moest. Ter beveiliging zette men politieagenten in en werden de museumtrappen ‘met planken belegd’. Ondanks de bezorgdheid over de grote toestroom bezoekers verliep alles goed. Zo staat in het jaarverslag van 1872 dat ‘het lokaal door 4000 personen in beste orde werd bezocht’. Door de enorme aanloop werd het meteen duidelijk dat het museum te klein was. De roodbruin gekleurde wanden waren van onder tot onder behangen met schilderijen en wapenborden. Ook de vitrines stonden propvol met bokalen, penningen, zegels en relieken die aan het Beleg en Ontzet herinnerden. Kort daarop besloot de Gemeenteraad dat ook de eerste verdieping van de Lakenhal beschikbaar moest komen. Het oude gebouw was echter niet geschikt voor kunsttentoonstellingen. Dankzij een schenking van de Daniel Hartevelt (1824-1895) kreeg de Lakenhal in 1890 een nieuwe Kunstzaal, die nu bekendstaat als de Harteveltzaal. In 1923 volgde de uitbreiding met de Papevleugel aan de Lange Scheistraat.

Restauratie nieuwbouw[bewerken]

Eind 2009 stelde de gemeente Leiden een bedrag van 13,5 miljoen euro beschikbaar voor deze historische inhaalslag. Op het programma stonden de restauratie van het rijksmonument ‘De Laecken-Halle’ uit 1642 en de uitbreiding met een nieuwe vleugel in de huidige museumtuin.

Lucas van Leyden Mecenaat[bewerken]

In 2011 is het Lucas van Leyden Mecenaat opnieuw opgericht. Doel van het mecenaat is het werven van gelden voor de nieuwbouw en restauratie. Het bestuur van het Lucas van Leyden Mecenaat bestaat uit: mr. drs. Elco Brinkman (voorzitter), mr. Haro Schultz van Haegen (penningmeester), drs. Sylvia den Engelsen (secretaris), prof. dr. Michiel Scheltema, prof. dr. Ton van Raan en dhr. Jeroen Maters.

Activiteiten in het verleden[bewerken]

Het museum heeft als gemeentelijke instelling vooral plaatselijke voorwerpen in bezit, die de Leidse historie in beeld brengen, bijvoorbeeld van het Beleg van 1573/4 en het Ontzet van Leiden op 3 oktober 1574. Er hangt werk van minder of meer beroemde Leidse kunstenaars, zoals van Rembrandt, Jan Steen, Quiringh van Brekelenkam, Lucas van Leyden, Gerrit Dou (de bekendste van de Leidse fijnschilders), Menso Kamerlingh Onnes en H.P. Bremmer.

Rembrandt[bewerken]

Rembrandt van Rijn, Brillenverkoper, 1623-1624, olieverf op paneel, 21 x 17,8 cm

Het museum speelde in 2006 een grote rol in de herdenkingen van Rembrandt die in 1606 of 1607 in Leiden geboren werd. Het museum heeft onder andere vier tentoonstellingen aan de grote kunstenaar gewijd:

  • Rembrandt en zijn moeder
  • Rembrandt de meesterlijk verteller: etsen uit de verzameling Frits Lugt te Parijs
  • Rembrandt en Picasso (deze laatste liet zich door onder meer Rembrandt inspireren)
  • Rembrandts Landschappen.

Het museum had in 2006 slechts één schilderij van Rembrandt Harmensz. van Rijn (in bruikleen) in de collectie: het Historieschilderij (eerder bekend als Koning Tullus en de Horatii) uit 1626 waarvan door de combinatie van klassieke ruïnes en 16e- en 17e-eeuwse kleding niet duidelijk is of hier een scène uit de oudheid of juist uit de tijd van Rembrandt is weergegeven. Aardig is dat Rembrandt ook zichzelf op het schilderij heeft afgebeeld.

In 2012 wist Museum De Lakenhal met steun van de gemeente Leiden, het Mondriaan Fonds, de Vereniging Rembrandt en de Vereniging van Belangstellenden in De Lakenhal, een tweede schilderij van Rembrandt te verwerven. Het is zijn vroegst bekende schilderij: Brillenverkoper (1623-1624). Rembrandt schilderde het werk omstreeks zijn 17e levensjaar in zijn geboortestad Leiden.

Trivia[bewerken]

Externe link[bewerken]