Erwin Olaf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Erwin Olaf Springveld

Erwin Olaf, eigenlijk Erwin Olaf Springveld (Hilversum, 2 juli 1959), is een Nederlands fotograaf. Hij woont en werkt sinds de jaren 80 in Amsterdam.

Biografie[bewerken]

Openbaar toilet door Rem Koolhaas (OMA) en Erwin Olaf in Groningen

Olaf groeide op in Hilversum en volgde de School voor Journalistiek in Utrecht. Na zijn afstuderen richtte hij zich kort op documentaire fotografie. Hij verkoos echter niet veel later de geënsceneerde fotografie omdat hij daar het beeld volledig naar zijn hand kon zetten.

In de jaren 80 was Olaf nog doelbewust uit op effect en het choqueren, zoals in zijn series Squares (1984-1990) en Chessmen (1988). In deze series portretteerde hij scènes van naakte bejaarden, mannen met erecties, kleine mensen en extreem dikke, naakte vrouwen, vaak in bondagekleding. Het subversieve nam in dit vroege werk een prominente plaats in, waardoor hij in zijn vroege carrière vooral bekend werd met zijn gewaagde transgressieve fotografie. In 1985 verscheen zijn eerste fotoboek, Stadsgezichten van Erwin Olaf, en Fragmenten uit: Het Amsterdamse dromenboek van Guus Luijters. In het boek Joy uit 1993 is veel van zijn vroege werk opgenomen.

Voor de serie Chessmen uit 1988 ontving hij de prijs voor jonge Europese fotografen. In de jaren 90 maakte Olaf nog verschillende andere vrije series, waaronder Blacks (1990), Mind of their Own en de "Patrick Batesman girls" een serie van vijf foto's waarbij Olaf voor het eerst gebruik maakte van computermanipulatie, geïnspireerd op Patrick Batesman de hoofdpersoon uit de film '"American Psycho" (1995), Mature (1999), Fashion Victims (2000) en Royal Blood (2000). In 1991 verscheen zijn eerste film, Tadzio, die hij samen met de schilder F. Franciscus maakte. In 2001/2002 volgde de serie Paradise ‘the Club’ en in 2002/3 de serie Separation.

Vanaf Separation werd Olaf genuanceerder. Thema's als kwetsbaarheid en eenzaamheid kwamen centraal te staan in zijn series Rain (2004), Hope (2005), Grief (2007), Fall (2008), Dusk (2009), Dawn (2010) en Hotel (2010).

Tevens verschenen de fotoboeken Rain (alternatieve titel: Hope) en Grief in respectievelijk 2006 en 2007. De bijbehorende tentoonstelling was te zien in onder meer het Fotomuseum Den Haag, het Secca Museum (North Carolina), het Forma Museum (Milaan), het Institut Néerlandais (Parijs), het Langhans Museum (Praag) en de Grand Manage in Moskou. Daarnaast heeft Olaf tentoonstellingen gehad in instellingen zoals het Stedelijk Museum in Amsterdam, de Frankfurter Kunstverein, het Museum of Contemporary Canadian Art in Toronto, Galleria Arte Moderna in Bologna, het Nederlands Instituut voor Mediakunst in Amsterdam, het Muzeum Sztuki w Łodzi in Łódź, Polen, het Chelsea Art Museum in New York, het Australian Centre for Photography in Sydney, het George Eastman House in New York, Maison européenne de la photographie in Parijs, DA2 in Salamanca, het FotoMuseum in Antwerpen, het Moscow Museum of Modern Art in Moskou en Space E6 in Shenzhen, China.

Olaf kwam onder meer in juli 2005 in het nieuws toen hij een fotomontage publiceerde voorstellende prinses Diana, met een bloederige Mercedes-Benz-ster in haar bovenarm. De hoogste prijs die ooit voor een foto van Olaf op een veiling is betaald, bedraagt 27.168 euro. Het bedrag werd in New York in oktober 2009 geboden op de foto Hope 5 uit de serie Hope Portraits (2005).[1]

Naast fotografie maakt Olaf videoclips, korte documentaires en filmpjes voor kinderen. Zo heeft hij een aantal videoclips gemaakt voor Nederlandse artiesten, onder wie Karin Bloemen en Paul de Leeuw. Sinds 2000 maakt hij tevens films die bestempeld kunnen worden als videokunst door hun vreemde thema's en het ontbreken van een plot.[2]

Olaf heeft veel gefotografeerd in opdracht van multinationals, zoals Heineken, Microsoft en Nokia, ook al kan hij soms kritisch uithalen naar grote merken, zoals in de serie Fashion Victims uit 2000. Afgelopen jaren werkte hij meer voor tijdschriften, onder meer voor The New York Times, de Britse Sunday Times, de Franse krant Libération en het tijdschrift Citizen K. Daarnaast krijgt hij geregeld opdrachten van The New York Times Magazine, het Franse dagblad Le Monde, The Sunday Times Magazine (de bijlage van The Sunday Times) en het modetijdschrift Elle. Hij werkte mee aan diverse internationale reclamecampagnes, zoals voor het kledingmerk Diesel, Nokia, Microsoft, de Italiaanse koffiebrander Lavazza, de Duitse autofabrikant BMW en vele andere merken.

Zowel zijn reclamefotografie als zijn autonome werk zijn veelvuldig bekroond. De afgelopen jaren won Olaf verschillende prijzen, waaronder een Amerikaanse Lucie Award voor zijn oeuvre. In 2011 won hij de Johannes Vermeerprijs.

Olaf wordt vertegenwoordigd door de Hasted Kraeutler Gallery (New York), Hamiltons Gallery (Londen), Flatland Gallery (Utrecht en Parijs) en Espacio Minimo in Madrid. Zijn werk is opgenomen in collecties over de gehele wereld, waaronder die van het Groninger Museum, het Stedelijk Museum in Amsterdam, Gemeentemuseum Den Haag en de particuliere verzamelaars Elton John, Joop van Caldenborgh en Martin Margulies.

In 2010 was Olaf een van de zes gasten in het televisieprogramma Zomergasten van de VPRO. In 2013 ontwierp hij de beeldenaar van de nieuwe euromunt met het portret van koning Willem Alexander.[3]

Homo-emancipatie[bewerken]

Erwin Olaf, zelf homoseksueel, is ook bekend als voorvechter van homo-emancipatie. Een van de dingen waar hij zich aan stoort is dat er negatief wordt gereageerd op intimiteit tussen homo's op straat. In mei 2010 raakte hij betrokken bij een incident in Amsterdam rond een negatieve bejegening van zoenende homo's door Noord-Afrikanen.[4]

In augustus 2012 kwam Olaf in het nieuws door een conflict met een snackbarhouder die hem had verzocht niet voor zijn snackbar te zoenen met zijn vriend. Daarop organiseerde Olaf een demonstratieve kiss-in voor de snackbar, die ook werd bezocht door wethouder Carolien Gehrels. Tijdens deze gelegenheid spuugde hij GeenStijl verslaggever Tom Staal in het gezicht nadat deze hem naar eigen zeggen langdurig had getergd.[5] Olaf gaf in eerste instantie aan absoluut geen spijt te hebben van deze actie. In tweede instantie betuigde hij toch zijn spijt en vertrok hij uit de klankbordgroep voor hoffelijkheid in Amsterdam waar hij sinds september 2011 zitting in had.[6]

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Boekuitgaven (selectie)[bewerken]

  • Stadsgezichten van Erwin Olaf, en Fragmenten uit: Het Amsterdamse dromenboek van Guus Luijters, De Woelrat, Amsterdam, 1985, met inleiding van Hans van Manen. ISBN 90-70464-31-4
  • Chessmen: an attempt to play the game: 32 photographs, Focus, Amsterdam, 1988. ISBN 90-72216-04-0
  • Blacks: 17 royal portraits, Focus, Amsterdam, 1990, met voorwoord van Theo van Gogh. ISBN 90-72216-51-2
  • Beeldenstorm: 1989-1990, Stichting Beeldenstorm, Amsterdam, [1990].
  • Joy: photography, Focus, Amsterdam, 1993. ISBN 90-72216-43-1
  • De tafel van 10, Xeno, Groningen, cop. 1993. ISBN 90-6208-120-7
  • Mind of their own, Focus, Amsterdam, 1995. ISBN 90-72216-60-1
  • Paradise portraits, Reflex, Amsterdam, 2000. ISBN 90-805531-6-6
  • Erwin Olaf: silver, Ludion/Groninger Museum, Amsterdam/Groningen, 2003 (tentoonstellingscatalogus). ISBN 90-76588-63-5
  • The Golden Age, The People of the Labyrinths, [Arnhem], 2005. ISBN 90-801554-2-X
  • Rain (of: Hope), Studio Erwin Olaf/Flatland Gallery, Amsterdam/Utrecht [etc.], cop. 2006. ISBN 90-804678-7-1
  • Grief, Reflex Modern Art Gallery, Amsterdam, [2007] (catalogus).
  • Fall, Veenman, Rotterdam, 2008 (tentoonstellingscatalogus). ISBN 978-90-8690-213-2

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties