Ets

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor een algemene definitie, zie Etsen.
Simon Koene, Dear Plato, 1970 (ets, aquatint)
Han van Hagen, Paricutin, Mexico. Lijnets, aquatint. 1991
Francisco Goya, Uit: Los desastres de la guerra (ets)
Ets: zelfportret van Rembrandt van Rijn

Een ets is een afbeelding gemaakt in diepdruktechniek van een koperen of zinken plaat waarin de afbeelding door zuur geëtst is.

Ontstaan[bewerken]

De etstechniek ontstond rond 1400 vanuit de wapensmederijen in Europa. In deze werkplaatsen brachten wapensmeden met scherpe beitels versieringen in harnassen en wapens aan. Als de gravure gereed was, werd ze opgevuld met een zwart email, niëllo, en werd er een nat vel papier overheen gelegd. De niëllo trok voor een deel in het papier en zo ontstond een afdruk in spiegelbeeld van de gemaakte gravure. Deze afdruk werd slechts voor één doel gebruikt: ze fungeerde als staalkaart voor het vakmanschap van de wapensmid. Dergelijke afdrukken vormden goed reclamemateriaal om nieuwe klanten te trekken. Het is dus niet verwonderlijk dat de gravure als reproductietechniek haar oorsprong vond in deze wapensmeden, aangezien de gebruikte techniek zeer gelijkaardig was.

Etstechniek[bewerken]

In de periode van het ontstaan van de gravure ontdekte men dat metaal reageerde met een zuur of een base, waarbij het metaal werd aangetast. Hieruit ontstond de etstechniek, die ook steeds meer gebruikt werd in de boekdrukkunst. Het etsen gebeurt op een koperen of zinken plaat. Deze plaat mag gepolijst worden met fijn schuurpapier of een polijstmiddel om een zo glad mogelijk etsoppervlak te verkrijgen. De scherpe randen worden - indien gewenst - van een facet met een schuine kant voorzien, door met een zoete vijl of schaar de zijkanten iets af te schuinen. Dit om te voorkomen dat bij het "afslaan" de handen opengehaald worden en ook om het drukkersvilt te beschermen tegen sneden door de zeer hoge druk van de etspers.

De voorkant (beeldzijde) van de metalen plaat wordt afgedekt met etsgrond, een vloeibaar opgebrachte laag waarin voornamelijk bijenwas en white spirit zitten, of een bol harde etsgrond, die op een verwarmde plaat wordt uitgerold. Om lokale plekken af te dekken, zoals bij aquatint gebruikt men een afdeklaag, afdekvernis genoemd, bestaat uit asfaltpoeder en terpentijn. De achterzijde van de plaat dekt men af met spirituslak (schellak opgelost in spiritus). Dat is handig bij het reinigen van de beeldkant, daar schellak (gomlak) enkel met alcohol (ethanol, methanol) of thinner oplost en de vernis aan de beeldkant (voorzijde) enkel met terpentine of white spirit. Vaak gebruikt men om de achterzijde af te dekken bruin tape (plakband) dat snel op te brengen is. Vervolgens brengt de etser met een etsnaald of scherp voorwerp de afbeelding (lijnets) in de afdeklaag aan, rekening houdend met de afdruk die in spiegelbeeld op de afdruk (drager, blad) komt te staan.

Afhankelijk van het gebruikte metaal en de bedoelingen van de etser, wordt de plaat in zuur of in zout gebeten. Het bijten in een zoutoplossing (van ijzer(III)chloride) heeft als voordeel dat het de lijnen uitsluitend in de diepte bijt. Een nadeel van bijten in zout is dat de ijzerchlorideoplossing een ondoorzichtige bruine vloeistof is. De etser ziet dus niet wat hij doet, maar moet weten hoe lang hij een plaat moet baden om tot een goed resultaat te komen. Bovendien dient de etsplaat omgekeerd - met afbeeldingskant naar beneden - in de etsbak te worden geplaatst. Bijten in koper kan met salpeterzuur en ijzerchloride. Salpeterzuur werkt niet of zeer traag onder een temperatuur van 12 graden Celsius. Zinkplaten in ijzerchloride etsen kan goed, maar geeft gevaarlijke dampen af. In de regel worden koperen etsplaten in ijzerchloride en zinken platen in salpeterzuur gebeten. Bij salpeterzuur is de lijn rafelig en heeft deze de neiging iets breder te worden. Na het inbijten wordt de etsgrond verwijderd met terpentine of white spirit.

Tegenwoordig worden zinkplaten vooral met kopersulfaat geëtst ('Bordeaux-ets'), en koperplaten met ijzerchloride. IJzerchloride geeft goede resultaten in koper en is minder schadelijk voor gebruiker (etsen met salpeterzuur geeft nitreuze dampen af). Koperetsen hebben als voordeel dat ze ook kunnen worden verstaald (met een dun chroomlaagje van enkele micron) waardoor de plaat niet zo snel slijt, en snel is af te slaan, maar vooral de inkt en gekleurde etsinkt, zal niet van kleurtoon veranderen. Gele etsinkt bijvoorbeeld, zal op een zinkplaat heel snel 'oxideren' = bruinig worden, op een koperen etsplaat iets minder en op een verstaalde koperen etsplaat vrijwel niet. Ook wordt het zogenaamde afslaan ook veel makkelijker met een verstaalde etsplaat.

Chemische reacties[bewerken]

Bij etsen betreft het een aantal redoxreacties.

  • Zink met kopersulfaat (het ontstane metallisch koper slaat als een zwarte neerslag neer en kan worden weggeveegd):
\mathrm{Cu^{2+}\ +\ Zn\ \longrightarrow\ Zn^{2+}\ +\ Cu}
\mathrm{Zn\ +\ 2\ Fe^{3+}\ \longrightarrow\ Zn^{2+}\ +\ 2\ Fe^{2+}}
  • Koper met ijzer(III)chloride:
\mathrm{Cu\ +\ 2\ Fe^{3+}\ \longrightarrow\ Cu^{2+}\ +\ 2\ Fe^{2+}}
\mathrm{Zn\ +\ 2\ H^+\ \longrightarrow\ Zn^{2+}\ +\ H_2}
  • Koper met salpeterzuur:
\mathrm{3\ Cu\ +\ 8\ HNO_3\ \longrightarrow\ 3\ Cu^{2+}\ +\ 6\ NO_3^-\ +\ 2\ NO\ +\ 4\ H_2O}

Na het etsen[bewerken]

Als een plaat klaar is, wrijft men in de lijnen inkt. Vervolgens wordt de plaat afgeslagen: de inkt wordt eerst met bol tarlatan (kaasdoek) van de plaat afgewreven, vervolgens wordt er met een snelle beweging van de hand, waarbij de muis van de hand heel licht over de plaat 'scheert', het oppervlakte van de etsplaat volledig schoongeveegd. Dit heet 'afslaan', zodat alleen de inkt in de geëtste partijen blijft staan. Daarna drukt men de ingeïnkte plaat onder een etspers af op ingevocht papier. Eerst legt men 2 - 3 lagen vilt over het bewerkte etspapier dat over de afgeslagen etsplaat ligt. Door de zeer hoge druk van de etspers - tussen de 900 en 2000 kg daar waar de wals het vilt raakt- duwen de lagen vilt het papier in alle met inkt gevulde lagen van de etsplaat en gaat het ingevochte papier een noodgedwongen synthese aan met de etsinkt op oliebasis.

Tijdens het etsproces maakt de etser regelmatig proefdrukken of tussendrukken. Deze tussendrukken noemt men staten. Op basis hiervan kan telkens een volgende stap gezet worden.

Andere etstechnieken[bewerken]

Naast de gewone lijnets bestaan er ook andere etstechnieken. De aquatint en de vernis mou zijn de belangrijkste.

  • Aquatint: deze etstechniek is ideaal om toonverschillen - van heel licht grijs tot dekkend zwart - te verkrijgen.
Stuifkastmethode: De gepolijste etsplaat wordt in een stuifkast gelegd, waar op de plaat met harspoeder of asfaltpoeder wordt gestoven. Na enige tijd - varieert van seconden tot minuten - wordt de plaat uit de kast genomen en op een rooster gelegd. Met een gasvlam wordt nu de plaat gelijkmatig verwarmd zodat de harskorrels of het asfaltpoeder smelten.
Airbrushmethode: Vooral handig voor snel werken of met grotere etsplaten: Men bespuit een ontvette metalen plaat met airbrush. Een fijne nevel mag niet de plaat afdekken, maar geeft een open rasterstructuur. Wat niet ingebeten moet worden, wordt met afdeklak bedekt, zodat de etsplaat uitsluitend op bedoelde plaatsen wordt ingebeten. Wanneer de bestoven of bespoten etsplaat in een etsbad gelegd wordt, bijt het etswater rond de hars- of acrylpuntjes. Hoe langer ingebeten, hoe meer inkt er wordt vastgehouden. Te lang inbijten geeft 'valse beet' waarbij de eilandjes van hars- of asphaltpoeder, of de airbrush, ondergraven worden en er grote stukken etsplaat worden weggebeten. Handig is om van te voren op een langwerpig stuk etsplaat de auquatint te spuiten of te stuiven en dan een proef te doen: bijvoorbeeld om de 20 seconden de plaat in etswater dompelen en dan drogen en een stuk van de plaat afdekken, en vervolgens weer 20 seconden inbijten. Tot het hele stuk is gebeten in ongeveer 25 delen. Als er nu een afdruk wordt gemaakt, is een lichte grijstoon zichtbaar die steeds donkerder wordt. Zo kan men de gewenste etstijd koppelen aan de gewenste grijstoon. (vergelijkbaar met belichten van proefstroken bij de analoge fotografie)
  • Vernis mou: bij deze techniek wrijft men de bovenkant van een opgewarmde metalen plaat in met zacht vernis (schapenvet en bijenwas). Vervolgens legt men papier boven het vernis. Door rechtstreeks op het papier te tekenen, ontstaat er een tekening in het zachte vernis. De lijnsoort is sterk afhankelijk van het gebruikte tekenmateriaal. Door rechtstreeks materialen (met een duidelijke textuur) in de zachte vernis aan te brengen kunnen ook allerlei structuren aangebracht worden op de etsplaat.
  • De droge naald is eigenlijk geen etstechniek, maar wel een aan de ets verwante diepdruktechniek.

Bekende etsers[bewerken]


Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]