De Nachtwacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De Nachtwacht na 1715
Rembrandt, 1642
Olieverfschilderij
363 × 437 cm
Rijksmuseum, Amsterdam

De Nachtwacht is de naam die het grote publiek aan het bekendste schilderij en meesterwerk van Rembrandt van Rijn gaf. Rembrandt schilderde het van waarschijnlijk 1639 tot 1642. De officiële naam luidt: De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren. Dit werk werd door een schuttersgilde als groepsportret besteld en wordt een schuttersstuk genoemd.

Inhoud

[bewerken] Het werk en zijn achtergrond

[bewerken] Onderwerp of motief van het schilderij

Al in de 16e eeuw organiseerden vrijwilligers, op de manier van de beroepsgilden, zich in burgerwachten, zogenoemde schutterscompagnieën, om in tijden van oorlog of oproer ook werkelijk in actie te komen om de veiligheid van de jonge republiek te waarborgen. Later verloren zij hun functie en bleef het decorum en verwerden tot ceremoniële gezelschappen met een niet onaanzienlijke invloed: politieke machtsuitoefening en functies werden er vergeven. Kapitein Banning Cocq zou eens burgemeester van Amsterdam worden en behoorde dus tot de top van de bestuurlijke elite. Zij beschikten over een eigen gebouw, doelen geheten, waar zij oefenden en bijeenkwamen bij feestelijke gelegenheden. De schutterscompagnieën dienden ook als erewacht, zoals bij de feestelijke intocht in 1638 van Maria de Medici in Amsterdam.

De compagnie van Frans Banning Cocq was een van de schutterscompagnieën van Amsterdam. Vanaf het eind van de 16e eeuw had elke stadswijk in Amsterdam zo'n compagnie, die was onderverdeeld in vier korporaalschappen. De schutterscompagnieën waren met de verdediging van de stad belast. Aan het hoofd van elke compagnie stonden een kapitein, en diens plaatsvervangende luitenant. Verder kende elke compagnie een vaandeldrager. Het was een voornaam gezelschap waarvan de officieren en de leden er alle belang bij hadden om zich mooi uitgedost te laten portretteren in een groepsportret, een zogeheten schuttersstuk.

In 1638 besloot een groep schutters zichzelf te laten vereeuwigen door hun stadgenoot Rembrandt van Rijn die aan de Breestraat woonde, niet ver van de schuttersdoelen. Het motief of het eigenlijke onderwerp van het grote doek staat kort beschreven in het latere familiealbum van Banning Cocq, naast een kleine aquarel van het schilderij; de heren dragen hier hun chique naam als landjonker: Schets van de schilderije op de groote Sael van de Cleveniers Doelen, daerinne de Jonge Heer van Purmerlandt als Capiteijn, geeft last aen zijnen Lieutenant, de Heer van Vlaerdingen, om sijn Compaignie burgers te doen marcheren.

Rembrandt hield het schilderij tamelijk donker waardoor hij met lichteffecten de aandacht op bepaalde partijen kon vestigen. Door verkleuring van het vernis werd het schilderij nog veel donkerder, en zo kreeg het in de 18e eeuw als bijnaam de Nachtwacht. Rembrandt heeft het enorme doek waarschijnlijk in een galerij op de binnenplaats van zijn woning geschilderd. Toen het doek klaar was klaagden sommige geportretteerden over hun onherkenbaarheid op het werk. Daarop heeft later een andere schilder een medaillon bijgeschilderd, rechts in de boog van de poort, met de namen van al de 18 geportretteerden die hadden meebetaald.

[bewerken] Stijlbespreking

De schuttersstukken uit die tijd kwamen vaak stijf over. Frans Hals portretteerde de leden van de Haarlemse schutterij terwijl zij aanzaten aan een banket. Rembrandt bedacht een dramatische oplossing voor het probleem hoe de vele individuele portretten tot één geheel te maken: hij schilderde een doek vol bruisende luidruchtige activiteit. Kapitein Frans Banning Cocq in deftig zwart met de rode sjerp van zijn rang onderstreept met een stevig handgebaar zijn commando, zet zijn stok schrap en begint te lopen; naast hem zet Ruytenburch zich ook in beweging met in de hand het fraaie steekwapen, een partizaan, naar voren gericht geeft hij de marsrichting aan ; de schutters demonstreren het behendig vullen van een musket met kruit (de in het rood geklede man links), het afvuren (door de enigszins verschrikte man tussen de kapitein en de luitenant in, met de rug van zijn hand de loop van de musket omhoogdrukkend om ongevallen te voorkomen), en het wegblazen van resten niet ontploft kruit uit de pan van zijn musket (de man achter de linkerschouder van Willem van Ruytenburgh); de tamboer staat klaar om een roffel in te zetten, een hond blaft; de banieren en lansen zijn geheven; opgewonden kinderen rennen tussen de schutters rond. Sommige schutters zijn in een druk gesprek verwikkeld en lijken niet in de gaten te hebben dat ze worden geschilderd. Rembrandt gooide alle remmen los om een sfeer vol opwinding te creëren, door rijke contrasten tussen licht en donker, tussen glanzende en doffe kleuren, door grote variatie in hoofdingen, gebaren en gelaatsuitdrukkingen in tegengestelde bewegingen dwars over het beeldvlak en uit het beeldvlak weg, door een complexe ruimtelijke opzet die de blik zigzaggend naar voren en naar achteren leidt. Het geheel wekt de indruk van een dynamisch ogende momentopname. Rembrandt zette het saaie onderwerp om tot een nog nooit vertoond in scène gezet toneelstuk. Hij regisseerde zijn portretklanten in een halfdonkere toneelruimte, waar rondzwervende lichtplekken hun gezichten zo markeerde dat zij als portret nog net herkenbaar waren. Nog nooit was dat door een kunstenaar met zo veel bravoure en kunstzinnige eigenzinnigheid gedaan. Uiteindelijk had Frans Banning Cocq het werk toch aanvaard, zij het onder protest.

Een van de leerlingen van Rembrandt schreef ooit: "Zijn oeuvre is zo een sprookjesachtige uitvinding en heeft zo een slimme compositie, is zo vol kracht, dat alle andere schilderijen hierbij vergeleken op speelkaarten lijken." Deze uitspraak is zeker van toepassing op de Nachtwacht. Bij Rembrandts tijdgenoten Nicolaes Eliasz. Pickenoy en Backer is hetzelfde thema voorspelbaar uitgewerkt: alle leden van de compagnie vlak, mat en afstandelijk kijkend op een rij met de twee officieren en de vlag in het midden. Bij Rembrandt echter is de compositie (de ordening van de personen op het doek) en het beeldaspect clair-obscur (afwisseling van licht en donker) uiterst bedacht en met een groot gevoel voor evenwicht weergegeven. Op een hecht netwerk van loodrecht op elkaar staande evenwijdig verlopende compositielijnen (gevormd door lansen, geweren en gestrekte armen) is de ordening van het werk doorgeweven met daarbij een accent door goed geplaatste lichtvlekken. Dit is ook het kenmerk van elk groot kunstwerk uit de barok (vgl. muziek Johann Sebastian Bach) : een vast dwingend onderliggend stramien waarop boeiend en dynamisch gevarieerd wordt, zonder in clichés te vervallen.

[bewerken] Geschiedenis

Kopie van de Nachtwacht met de afgesneden stukken gemarkeerd
De Nachtwacht in het Rijksmuseum Amsterdam

De Nachtwacht hing aanvankelijk in de grote feestzaal van de Kloveniersdoelen aan de huidige Amsterdamse Nieuwe Doelenstraat. Het mat toen ongeveer 5 meter bij 3,87 meter. In 1715 verhuisde het schilderij naar het stadhuis op de Dam. Het moest daar tussen twee deuren hangen, en daarom werd er aan alle zijden een strook afgesneden. Hierdoor verdwenen er aan de boven- onder- en rechterzijde enkele details. Van de linkerzijde werd het grootste deel verwijderd, waardoor twee schutters en de pluim van de hoed van een derde man nu niet meer op het schilderij staan en het effect van een bewegend gezelschap is afgezwakt. Sindsdien meet het schilderij 4,37 bij 3,63 meter (ofwel 82% van het oorspronkelijke oppervlak). Aangezien Frans Banning Cocq een replica (Gerrit Lundens in de National Gallery, Londen) en een aquarel van het schilderij heeft laten maken (die beide veel kleiner zijn), kan men indirect nog steeds het weggesnedene bestuderen.

Tussen 1817 en 1885 hing het schilderij in het Trippenhuis in Amsterdam, toen het eerste rijksmuseum, in de voormalige Grote Sael van Hendrick Trip.

Vanaf 1885 hangt de Nachtwacht als bruikleen van de gemeente Amsterdam in het Rijksmuseum dat toen geopend werd; sinds 1906 in een speciaal hiervoor gebouwde zaal.

[bewerken] Verhuizingen

Tijdens de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 werd De Nachtwacht even uit het museum gehaald om een tentoonstelling in het Stedelijk Museum ter gelegenheid van de feestelijkheden meer aanzien te geven.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Nachtwacht eerst overgebracht naar kasteel Radboud in Medemblik. Het Rijksmuseum heeft een aparte smalle doorgang om het schilderij weg te halen in noodgevallen. Na Medemblik verhuisde het doek naar een kustbunker in de duinen bij Castricum, waartoe het uit de lijst moest worden gehaald en werd opgerold. In april 1942 werd de Nachtwacht uit de rijkskluis van Heemskerk naar de mergelgrotten in de Sint Pietersberg bij Maastricht overgebracht. Op 25 juni 1945 arriveerde het schilderij per binnenschip in Amsterdam. De toenmalige directeur van het Rijksmuseum, Van Schendel, viel bij die gelegenheid bovenop het schilderij, dat hiervan geen ernstige schade ondervond.

Op 11 december 2003 werd de Nachtwacht tijdelijk naar een andere vleugel overgebracht. Tijdens de met veel publiciteit omgeven onderneming werd het doek uit de lijst gehaald; ingepakt in vetvrij papier; in een houten frame gehangen dat in twee beschermhoezen werd gestoken; op een kar over straat naar de andere vleugel gereden; omhooggetakeld, en door een speciale gleuf het gebouw binnengebracht.

Tijdens de verbouwing hangt de Nachtwacht tijdelijk in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum. Als de verbouwing van het Rijksmuseum in 2013 is voltooid, zal de Nachtwacht weer naar de Nachtwachtzaal terugkeren.

[bewerken] Technische gegevens

Ontwerptekening voor de Nachtwachtzaal.
  • Titel:

De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren, bijgenaamd De Nachtwacht.

  • Reden van de bijnaam:

door vervuiling en verkleuring van de vernislaag in de loop van de 18de en 19de eeuw werd het schilderij steeds donkerder, maar feitelijk heeft Rembrandt een scène bij daglicht weergegeven.

  • Soort werk:

groepsportret in opdracht, voor de nieuwe grote zaal die in 1638 gereedgekomen was, van schutters van de Kloveniersdoelen; grootste en duurste werk tot dan toe van Rembrandt, en zijn enige schuttersstuk.

  • Eigenaar:

gemeente Amsterdam, in eeuwigdurende bruikleen aan het Rijksmuseum te Amsterdam

  • Onderwerp:

de schutterscompagnie van kapitein Frans Banning Cocq (met rode sjerp en wandelstok) en luitenant Willem van Ruytenburgh (met zogenaamde 'partizaan'-lans), de vaandrig (met vaandel), de sergeant (met hellebaard) en 14 andere leden, totaal 18 schutters. Overigens stelt de historicus Bas Dudok van Heel dat het in werkelijkheid om Banninck Cocq, een gereformeerd advocaat, en niet Banning Cocq uit een andere Amsterdamse familie te gaan.[1]

  • Afgebeeld:

de 18 schutters met diverse wapens bij het verlaten van het schuttersgebouw en het afdalen van enkele treden op een bruggetje, plus een tamboer, rennend meisje in het geel (volgens sommigen een mythologische geest), een ander meisje, een jongetje; bovendien aanvankelijk nog drie toeschouwers links (later afgesneden); in totaal aanvankelijk 27 of 28 figuren, na afsnijden nog 24 of 25 (plus een hondje). In 2009 maakte de historicus Bas Dudok van Heel bekend dat hij erin geslaagd was alle 18 schutters, plus de drummer, op het schilderij te identificeren.[2].

  • Uitvoering:

olieverf op doek, aanvankelijk 5 meter bij 3,87 meter, na de verhuizing naar het stadhuis in 1715 verkleind tot 4,38 bij 3,63 meter, waardoor drie bijfiguren en een brugleuning wegvielen.

  • Prijs:

1600 gulden, Rembrandts duurste schilderij (een jaarloon voor een werkman bedroeg toen 250 gulden); gemiddeld betaalde elke afgebeelde schutter 100 gulden.

  • Datum van opdracht, uitvoering en levering:

opdracht waarschijnlijk in 1639, uitvoering vermoedelijk 1639-1642, levering 1642

  • Bijdragen van leerlingen:

zeer wel mogelijk, maar niet gedocumenteerd. In die periode had Rembrandt zeker tien leerlingen, waaronder de zeer begaafde Ferdinand Bol en Samuel van Hoogstraten en zijn beste leerling, Carel Fabritius. Verder werkten toen bij Rembrandt: Leendert van Beyeren, Lambert Doomer (waarschijnlijk), Jacob van Dorsten, Abraham Furnerius, Reynier van Gherwen (waarschijnlijk), Bernhard Keil en Jan Victors.

  • Correcties:

Na levering bracht Rembrandt (of een leerling van hem) op verzoek van de geportretteerden nog een schild aan, rechts in de poort, waarop de namen van de 18 betalende geportretteerden staan. Volgens Duduk van Heel zou dit bijschrift pas omstreekts 1715 op het doek zijn aangebracht.[1]

  • Afgebeelde wapens:

Klover: een 16de-eeuwse musket, hier zes stuks geheel of gedeeltelijk zichtbaar, vandaar de term 'kloveniers'. Aan de gordel van het meisje in het geel hangt nog een pistool. Lans van de luitenant (deze lans heet een partizaan): dit is volgens het Rijksmuseum een stokwapen van twee tot drie meter met een platte, ijzeren kling (punt), waar onderaan kleine vleugels of oren zitten. De drager van dit wapen was bij de 17de-eeuwse schutterijen steevast de luitenant. Lansen: 15 stuks, meestal in gebruik tegen ruiterij. Hellebaard: hier afgebeeld in handen van de sergeant (traditioneel de drager van een hellebaard bij schutterijen); dit exemplaar is een fantasiewapen dat Rembrandt verzon. Zwaarden en een dolk, twee pieken. Veel informatie over wapens en de hantering ervan zal Rembrandt volgens kenners ontleend hebben aan het handboek 'Wapenhandelinghe' van Jacques de Gheyn, verschenen in 1607. Helmen, ijzeren halskragen, schilden: enkele helmen, zoals de man pal boven de luitenant, zijn fantasiestukken. schutters droegen overigens in die tijd geen helmen meer. 'Halsbergen': vier van deze ijzeren halskragen, onder meer de kapitein en de luitenant. Verder een rond en een ovale ijzeren schild.

  • Symboliek:

De Nachtwacht heeft verborgen symbolen die onderwerp zijn van veel discussie. De uitgetrokken handschoen van de kapitein is mogelijk te duiden als een uitdaging (iemand de handschoen toewerpen), of vertoon van bereidheid tot strijd; de dode haan (of kip) aan de riem van het gouden meisje zal het symbool zijn van de kloveniers (die ook wel klauwiers heetten, vandaar een haan met klauwen), het handgebaar van de kapitein, waarbij de schaduw van zijn duim en wijsvinger precies het stadswapen van Amsterdam op de jas van de luitenant omvatten, geeft als het ware aan dat de schutters de stad zullen beschermen, de eikenblaadjes op de helm van de jongen staan voor heldhaftigheid.

[bewerken] Invloed van De Nachtwacht

In 1942 schreef de Nederlandse componist Henk Badings zijn opera "De Nachtwacht" over het leven van Rembrandt.

Ook is de Britse filmregisseur Peter Greenaway in juni 2006 begonnen aan een film over Rembrandt en de Nachtwacht. De film heet Nightwatching en gaat over de drie vrouwen van Rembrandt en de gevolgen die het schilderen van de Nachtwacht voor Rembrandt had. De film zou oorspronkelijk uitkomen tijdens het Rembrandtjaar, vierhonderd jaar na Rembrandts geboorte, maar kwam uiteindelijk uit in 2008. In datzelfde jaar heeft Greenaway de personages van de Nachtwacht uitgebeeld in een installatie in het Rijksmuseum.

Ten behoeve van de verbouwing van het Rijksmuseum Amsterdam heeft een bouwhistorisch onderzoek plaatsgevonden. In dat onderzoek is ook gekeken naar "De route naar de Nachtwacht". Alle resultaten van het onderzoek zijn te bekijken op "waardestelling".

De Nachtwacht is als vensternummer 16 in de Canon van Amsterdam opgenomen.

[bewerken] Trivia

  • De beeldengroep Nachtwacht in 3D op het Amsterdamse Rembrandtplein. Het grote stenen beeld van de schilder hoort niet bij de groep, en staat al vanouds op het Rembrandtplein
    De Nachtwacht in drie dimensies van Mikhail Dronov en Alexander Taratynov bestaat uit bronzen beelden die de belangrijkste figuren uit het beroemde schilderij weergeven. De beelden zijn in 2006 op het Rembrandtplein in Amsterdam geplaatst ter gelegenheid van het Rembrandtjaar op initiatief van de plaatselijke ondernemingsvereniging.
    In de nacht van zondag op maandag 5 juni 2006 werd één van de beelden door vandalen vernield.
    Begin 2009 besloot het Stadsdeelbestuur dat het Rembrandtplein moet worden heringericht om "opener, veiliger, schoner en mooier" te worden. Als gevolg werd de beeldengroep verwijderd.[3].
  • De Nachtwacht werd driemaal in zijn geschiedenis zwaar beschadigd door vandalen: op 13 januari 1911 bewerkt met een schoenmakersmes; op 14 september 1975 bewerkt met een gekarteld tafelmes; in april 1990 bespoten met zwavelzuur. Ook de gebeurtenis in 1715, toen een deel van het doek werd afgesneden, geldt natuurlijk als een zware beschadiging (maar niet als vandalisme).
  • De nachtwachtbrigade is een verhaal uit de Suske en Wiske-reeks en het schilderij heeft hierin een hoofdrol. Het verhaal is geschreven ter ere van het vierhonderdste geboortejaar van Rembrandt van Rijn.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. a b Van Raaij, Van Zeil, "Puzzel van De Nachtwacht na 367 jaar opgelost", Volkskrant, 11 maart 2009
  2. Van Raaij, Van Zeil, "‘Rembrandt besloot al in 1640 tot Nachtwacht’", Volkskrant, 12 maart 2009
  3. "Amsterdams Rembrandtplein op de schop", NU.nl, 25 januari 2009

Externe links:

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken