Barok (stijlperiode)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Heilige Drievuldigheid door Hendrick van Balen
Lodewijk XIV als Apollo door Charles le Brun

De barok is een Europese stijlperiode, zich uitstrekkende van de 17e eeuw tot in de eerste helft van de 18e eeuw, die zijn oorsprong had in Italië en tot uiting kwam in de architectuur, tuinarchitectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst, literatuur en muziek. Het woord barok komt van het Portugese barroco, wat 'onregelmatig gevormde parel' betekent. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vroeg-, hoog- en laatbarok. De laatbarok wordt ook wel rococo genoemd.

Inhoud

[bewerken] Ontstaan

De eigenlijke start van de barok hangt af van streek tot streek, zo bloeide de barok al veel vroeger in Italië, met name in Rome, terwijl in het noorden de renaissance nog aan het nabloeien was. We kunnen dus zeggen dat in het algemeen de barok duurde van 1575 tot 1750. De stijl bouwt voort op de renaissance, maar slaat snel zijn eigen weg in. In de loop van de tijd ontdekken ook veel heersers het effect van de dramatische barok; zo wordt de stijl benut door het Vaticaan en ingeschakeld in de contrareformatie. Door veel pracht en praal te gebruiken in de bouwstijl van de kerken proberen de katholieken, mensen te imponeren en zo terug te krijgen.

De Spanjaarden exporteerden deze stijl naar de Nieuwe Wereld waar hij gretig onthaald werd om mensen te bekeren. Met vondsten daar kleden de Spanjaarden hun kerken aan, een fraai voorbeeld is het Escorial.

In Frankrijk wordt de barok aan het Franse hof gebruikt. Lodewijk XIV maakt dankbaar gebruik van deze stijl, die hij leerde kennen dankzij kardinaal Mazarin, om zijn absolutistische ideeën kracht bij te zetten. Hij liet het paleis van Versailles bouwen. De barok werd dus vooral gebruikt om het publiek te imponeren en ze nietig te doen voelen bij het betreden van het kasteel.

In Nederland was de barok vooral de kunst van de burgerij en veel minder uitbundig dan in Zuid-Europa vanwege het protestantisme.

[bewerken] Bouwkunst

1rightarrow.png Zie Barokke architectuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De bouwkunst uit de barokperiode wordt gekenmerkt door het gebruik van dieptewerking met perspectieven en door veelvuldig gebruik van ovalen. Verder:

  • rijk en weelderig materiaalgebruik;
  • tweezijdige symmetrie
  • ingewikkelde patronen;
  • veelvuldig gebruik van versieringen;
  • goddelijke onderwerpen
  • gebruik van concaaf en convex.

[bewerken] Schilderkunst

De schilderkunst tijdens de barok kenmerkt zich door het gebruik van de volgende beeldaspecten:

  • extreem realisme;
  • dramatische effecten;
  • sterke licht/donker contrasten (clair-obscur);
  • veel emotie (op gezichten);
  • veel vaart en beweging en druk/krinkelende figuren;
  • berekende dieptebewerking;
  • diagonalen.

[bewerken] Muziek

1rightarrow.png Zie Barokmuziek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Er werd verder gebruikgemaakt van:

[bewerken] Neobarok

In de 19e- en 20e eeuw krijgt de barok opnieuw aandacht en komt een neobarokke stijl op, een voorbeeld van historisme. Misschien wel het bekendste voorbeeld van deze neobarokke stijl is de Opéra Garnier in Parijs. In Nederland is de architect Sybold van Ravesteyn bekend, die barok onder andere combineerde met de Nieuwe Zakelijkheid. Een voorbeeld is Schouwburg Kunstmin in Dordrecht.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen