Beeldhouwkunst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Venus van Milo, voorkant

Beeldhouwkunst is een van de beeldende kunsten.

Beeldhouwwerken worden door een beeldhouwer gemaakt van materialen zoals brons, smeedijzer, beton, klei, was, gips, of door een steenbeeldhouwer uit natuursteensoorten als marmer, graniet en zandsteen. De bustes, standbeelden en beeldengroepen zijn populaire voorbeelden van beeldhouwwerken.

Soorten beelden[bewerken]

Er zijn verschillende soorten verzamelnamen voor beelden:

  • Plastiek, (ruimtelijke beelden die door toevoegingen opgebouwd zijn uit kneedbare materialen)
  • Sculptuur, (vervaardigd door materiaal te verwijderen, weghakken en snijden uit starre materialen, bijvoorbeeld van een blok steen of hout)
  • Assemblage een beeld dat bestaat uit een samenstelling van meerdere materialen (driedimensionale collage)
  • Installatie (een ruimtelijke opstelling van heterogene voorwerpen of objecten)
  • Environment (omgevingskunst)
  • Land art (landschapskunst) heeft vaak ook sculpturale kenmerken
  • Readymade (object trouvé)
  • Portretkop (een 3-dimensionaal portret van een hoofd)
  • Buste (borstbeeld vanaf de helft van de borst)
  • Borstbeeld (een half standbeeld vanaf de heupen)
  • Standbeeld (bijvoorbeeld een staande figuur of ruiterstandbeeld)
  • Monument (er bestaan vele variaties)
  • Gedenkteken (herinneringsteken meestal voor slachtoffers van een oorlog)
  • Piëta (uitbeelding van het lijden van Christus)
  • Reliëf (een driedimensionale afbeelding op een platte achtergrond)
    • Laag reliëf (een ondiep uitgewerkte voorstelling in reliëf, bijvoorbeeld op een munt of gevelsteen)
    • Hoog reliëf (een bijna vrijstaand beeldhouwwerk op een vlakke ondergrond, met grote diepteverschillen)

Materialen[bewerken]

Beelden kunnen gemaakt worden van alle denkbare materialen zoals:

Beelden, zoals installaties, kunnen van 'gemengde materialen' (de zogenaamde mixed media) gemaakt worden en van natuurlijke materialen, zoals takken, bladeren, bloemen, stuifmeel, mos, maar ook bloed, sperma, olie, voedingsstoffen, opgezette dieren, ...

Tabel van beeldhouwkunst naar periode en stijl[bewerken]

Stroming Periode Typering Voorbeeld
Prehistorie tot circa 660 v.Chr. Kunst voor sjamanistische handelingen, ter decoratie van gebruiksvoorwerpen, kleding en paardentuigen en als bijgiften in een graven van belangrijke personen. Scythen, Kelten, Germanen Venusbeeldjes - Megalieten - Hunebedden
Egyptisch 3000 v.Chr. Kunst in dienst van goden en doden. Tempelbeelden (koningsbeelden, sfinxen in natuursteen) en grafsculpturen. Sfinx
GrieksKnossos 1650 v.Chr. – 27 Minoïsche beschaving: figuurtjes in faïence, brons en ivoor (slangengodinnen, stier, dubbele offerbijl).

Myceense beschaving: ivoor en gebakken aarde.

De geïdealiseerde mens. Aanvankelijk strak, symmetrisch en bewegingloos. Nadien naast de naakte atleet ook de geklede gestalte, ook in brons gegoten of in terracotta.

Hellenisme: idealisme evolueert naar naturalisme. Reliëfbeeldhouwkunst: voorstellingen van processies, gevechtstaferelen en godenbijeenkomsten in fries.

Nikè van SamothrakeKariatidenAthena ParthenosAphrodite van Cnidus
Romeins 270 v.Chr. – 400 n. Chr. Het realistische portret en het historisch reliëf.

Portretbeeld in functie tot de gemeenschap, dat wil zeggen met machtssymbolen, uniform, toga. Vaak in een nis geaccentueerd Historisch reliëf op triomfbogen, gedenkzuilen, monumenten of sarcofagen: historische en/of politieke werkelijkheid.

Kolos van NervaZuil van TrajanusMarcus Aurelius
Byzantijns 600 - 800 Aansluiting op het laathellenisme. De mozaïeken vervangen de tweedimensionale beeldhouwkunst. IvoorreliëfsBarberini-diptiekTriptiek van Harbaville
Karolingisch 750 – 960 Romeinse en Byzantijnse voorbeelden worden aan de Germaanse ambachtelijkheid verbonden, waarbij men aldus de Karolingische renaissance beleeft: religieuze voorstellingen in edelsmeedwerk, ivoorsnijwerk en bronsgietwerk. Paleiskapel Aken
Ottoons 700 – 1000 Bij de Ottoonse renaissance, onder Otto de Grote, worden aan de Karolingische bouwwijze Byzantijnse arcaden en kapitelen toegevoegd. Borobudur
Romaans 800 – 1200 Rondbogenstijl ontwikkeld uit de Romeinse bouwwijze. ClunyDoornikMaastrichtWorms
Gotisch 1240 – 1400 Spitsbogenstijl, genoemd naar Giorgio Vasari die alle niet-Romeinse kunst "barbaars" of "van de Goten" noemde.

Vlamgotiek: laatgotiek met overdadige versiering.

Kathedraal van ReimsKathedraal van ChartresClaus Sluter
Renaissance 1400 – 1600 Onder impuls van het humanisme, teruggrijpen naar de klassieke elementen van de Griekse en Romeinse kunst. DonatelloLuca della RobbiaMichelangelo Buonarroti- Leonardo da Vinci -
Maniërisme 1520 - 1590 Toevoegen in de laat-renaissance van overdreven emotionele elementen aan de ratio van de voorafgaande hoogrenaissance, sinds 1520. Dit leidt tot verhoogd sensualisme. GiambolognaBenvenuto Cellini - Adriaen de Vries
Barok 1600 – 1775 Kunstuiting van de katholieke Contrareformatie, met verheerlijking van het koninklijke absolutisme.

Aanbrengen van overdadige versieringen, in beelden vol beweging, in breedsprakige gebaren, in houding (schroefhoudingen) en drapering.

Gian Lorenzo Bernini - R. Le Lorrain- E. BouchardonFrans DuquesnoyArtus Quellinus - Rombout Verhulst
Classicisme 1775 - 1840 Afwijzen van Barok- en Rococo-elementen en teruggrijpen naar "rust" en "stilte" als essentie van het "schone". Bertel ThorvaldsenAntonio CanovaJ.A. Houdon
Romantiek 1825 – 1870 Rede en klaarheid (Classicisme moeten plaats maken voor emotionele waarden (Jean-Jacques Rousseau). In Frankrijk: hartstochtelijke heldenverering en bijna revolutionaire vrijheidsdrang. Fr. RudeA.L. BaryeJ.B. Carpeaux
Sociaal Realisme 1860 – 1900 Accentueren van sociale elementen in houdingen en gebaren. C. MeunierJ. Lambeaux
Impressionisme 1885 – 1920 Poging momentindruk in beeld te brengen door onder andere lijnen technisch te verdoezelen. Auguste RodinA. MaillolRik WoutersCamille Claudel
Expressionisme 1910 – 1940 Uitdrukken van individuele emotie door accentueren van houdingen. E. BarlachMari AndriessenO. ZadkineJozef CantréKäthe Kollwitz
Kubisme 1920 – 1940 De dingen in de natuur zijn volgens geometrische vormen opgebouwd. ArchipenkoRaymond Duchamp-Villon
Abstracte Kunst 1920 Vlakken en lijnen zwakken de directe figuratie af en trachten het abstracte begrip te suggereren. J. LipchitzC. BrancusiJean ArpOlivier Strebelle
Kinetische kunst 1930 Beeld of beeldgedeelten worden in beweging gehouden door externe factoren. A. CalderJ. Tinguely
Surrealisme 1930 Samenbrengen van elementen uit de puur realistische figuratie tot een imaginair irreëel gegeven. Henry MooreA. GiacomettiRené IchéRoel D'HaeseRik PootReinhoud D'Haese
Popart 1960 Popular Art. De trivialiteit van de consumptiemaatschappij wordt geaccentueerd Andy WarholNiki de Saint PhalleDavid Mach
Hyperrealisme 1960 Realisme weergegeven met fotografische nauwkeurigheid, veelal in polyester. Jacques Verduyn - Duane Hanson
Nouveau Réalisme 1960 Afwijzing van het conformisme bij de abstracte kunst. Poging zich te integreren in de technologische realiteit van de hedendaagse wereld. César - Arman
Happening Fluxus Performance 1960 Theatraal en grensverleggend; zich bekommerend om de ruimte en zich bezinnend op de menselijke conditie. 'Zingende sculturen' en Sociale Plastiek. Antony GormleyJan FabreAnish KapoorThierry de Cordier - Gilbert en GeorgeJoseph Beuys - Wolf Vostell - Nam June Paik
Assemblage-kunst 1970 Samenbrengen van hetrogene, vaak afgedankte gebruiksvoorwerpen, of gedeelten ervan, tot nieuw origineel beeld. Christo - Vic GentilsCamiel Van BreedamPanamarenkoLeo Copers - Henck van Dijck
Plasticisme 1970 Het puur plastische primeert Fernando Botero

Niet-westerse beeldhouwkunst naar geografische herkomst[bewerken]

Afrika[bewerken]

In de koninkrijken Ife en Benin werd het gieten van brons ontwikkeld. Tussen de 11e en de 15e eeuw maakten de kunstenaars van de Ife-cultuur vooral hoofden van koningen. In het koninkrijk Benin tussen de 13e en 19e eeuw waren het vooral bronzen beelden. Onder andere de beelden gevonden bij Tada waarbij een bijzonder beeld in kleermakerzit gevonden is. Het beeld is nu in het Nationaal Museum in Lagos. De oudste Afrikaanse beelden dateren uit het midden van het eerste Millennium voor Christus; de tijd van Nok-beschaving in het midden van Nigeria. Dit waren vooral terracotta hoofden. Afrikaanse kunst is bekend door zijn vele expressieve maskers.

Musea met Afrikaanse beeldhouwkunst


India[bewerken]

Onder invloed van het hindoeïsme kwamen er veel beelden in de Hindoetempels in India. Beelden van goden zoals Shiva, Vishnoe en Brahma worden nog steeds gemaakt volgens de oude tradities.

Ook het boeddhisme beïnvloedde de Indiase beeldhouwkunst. De eerste kunstenaars maakten nog geen Boeddhabeelden. Vanaf de 1e eeuw voor Christus gebeurde dit wel. Na het begin van de Christelijke jaartelling werd het gemeengoed om Boeddha-voorstellingen te maken. Hierbij zijn voorbeelden bekend die duidelijk een Grieks-Hellenistische inspiratie lijken te hebben, maar ook voorbeelden waaruit een uniek-Indiase beeldentaal spreekt. Hierbij lijkt sprake van een parallelle ontwikkeling.

Zie ook: Indiase architectuur

China[bewerken]

De Chinese beeldhouwkunst bestaat vooral uit kleine voorwerpen zoals schalen van brons, begrafenisbeeldjes, aardewerk en porselein. Een bekend voorbeeld van monumentale Chinese beeldhouwkunst zijn de grote terracotta beelden de Xi'an-krijgers van het beroemde terracottaleger van Xi'an bij de graftombe van Qin Shi Huangdi, de eerste keizer van China.

Musea met Chinese beeldhouwkunst

Westerse beeldhouwkunst naar periode[bewerken]

Mesopotamië[bewerken]

Assyrische lammasu poort bewaker uit Khorsabad, ca 721–705 v. Chr.

Reeds de Assyriërs hadden monomentaal beeldhouwwerk en basreliëfs. Bekend zijn hun jachtscènes en voorstellingen van fabeldieren. De Babyloniërs maakten reliëfs in terracotta.

Oud-Griekse kunst[bewerken]

Een bekend voorbeeld van de Oud-Griekse beeldhouwkunst is het beeld de Venus van Milo in het Louvre in Parijs. Ander Oud-Griekse beelden zijn:

Romeinse kunst[bewerken]

Alhoewel er gelijkenissen zijn tussen de Romeinse beeldhouwkunst en de Griekse zijn er verschillende kenmerken. In de klassieke Griekse kunst (voor het Hellenisme) wordt de mens vaak geïdealiseerd weergegeven, terwijl de Romeinen meer streefden naar realisme. Net als de oude Grieken gebruikten de Romeinen zowel brons als marmer.

In de Romeinse wereld werden concrete burgers of keizers vaak afgebeeld met een hoge graad van realisme. Mannelijke figuren komen vaker voor dan vrouwelijke, alhoewel uit de periode van de Flavische keizers ook vrouwenportretten met een zeer geraffineerde weergave van het kapsel bewaard zijn.

Enkele beroemde sculpturen die historische figuren voorstellen:

  • Brutus de Oudere, brons, eerste kwart 3e eeuw voor Chr., Musei Capitolini, Rome.
  • Augustus van Prima Porta, marmer, eerste kwart van de 1e eeuw na Chr., Musei Vaticani, Rome.
  • keizer Commodus als Hercules, marmer, rond 185 na Chr., Musei Capitolini, Rome.

In de periode van het keizerrijk wordt architectuur en sculptuur gecombineerd in triomfbogen of zuilen. De bekendste triomfbogen zijn die van Titus, van Constantijn en van Septimus Severus op het Forum Romanum. Keizer Trajanus richtte te Rome een 30 meter hoge zuil op, versierd met reliëfs om zijn veldtochten tegen de Daciërs te vereeuwigen.

Soms is de Romeinse beeldhouwwerk schematisch of dient ze als decoratie. Als er goden worden afgebeeld is er vaak een centrale god die de lengte van een mens heeft en daarbij een klein kind, Eros de god van de liefde, die deze god trouw bijstaat.

Gotische beeldhouwkunst[bewerken]

In de 14e eeuw ontstonden zuilachtige beelden bij voorgevels van kathedralen. Bekende voorbeelden zijn;

  • Heiligen bij de kathedraal van Chartres bij het portaal van de westgevel,wangsculpturen,vroeg-gotiek circa 1145-1155,bij het noordelijke portaal, wangsculpturen, circa 1204-1234 zg. hoog gotiek. kenmerken vroeg-gotisch: de sculpturen hebben de vorm van een kolom, de plooival in de kleding is romaans, de gezichten tonen individualiteit. Kenmerken hoog-gotisch: de figuren vertonen een grotere bewegingsvrijheid, er is sprake van een hoge individualiteit in de gezichten, de plooival van de kleding is meer realistisch.
  • ‘’De Ridder van Bamberg’’, 1236 en de ‘’Stichters’’ circa 1249 bij de Kathedraal van Naumburg
  • ‘’Portico de la Gloria’’, 1188 gemaakt door Mateo de Compostela in de Kathedraal van Santiago de Compostella
  • ‘’Maagd Maria en de heilige Elizabeth’’, 1260/circa 1252-1275 bij de kathedraal van Reims Sculpturengroep de Visitatie, het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth aan de westfacade van de kathadraal. Hier is de klassieke sculptuur als voorbeeld gebruikt. De contra poste-houding en de klassieke plooival is hier aanwezig.Ook wel als gotisch classicisme aangeduid.
  • ‘’Maria en kind’’, 1305 1306 van Giovanni Pisano in de kathedraal van Siena

Bekende gotische beeldhouwers zijn:

Arnolfo di Cambio | Nicola Pisano | Giovanni Pisano | Mateo de Compostela | Claus Sluter

Renaissance[bewerken]

We onderscheiden in de Renaissance de periode van de Vroege Renaissance (beeldhouwkunst) en de Hoog-Renaissance (beeldhouwkunst).

Bekende beeldhouwers uit de Renaissance zijn: Michelangelo en Donatello

Beeldhouwkunst in de negentiende eeuw[bewerken]

Kunstenaars in de 19e eeuw begonnen te werken voor openbare instellingen en kregen opdrachten van rijke middenstanders. Portretten en standbeelden werden populair.

Beeldhouwkunst in de twintigste eeuw[bewerken]

De twintigste eeuw kent tal van nieuwe ontwikkelingen: modernisme, popart, sociale plastiek, arte povera, land-art, plasticisme, postmodernisme, en andere. Bekende beeldende kunstenaars zijn:

Beeldenpark[bewerken]

Sommige musea stellen beelden uit hun permanente collectie tentoon in een beeldenpark, bijvoorbeeld:

Een aparte plaats wordt ingenomen door internationale beeldententoonstellingen in de open ruimte, bijvoorbeeld:

Commerciële beeldentuinen stellen wel beelden tentoon, maar altijd als verkoopexpositie.

Zie ook[bewerken]