Hindoeïstische tempel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gopuram van de Minakshitempel in Madurai, India
Erotische taferelen op de tempels van Khajuraho, India

Een hindoeïstische tempel (Sanskriet: मंदिर), is een plaats van aanbidding van Brahma binnen de hindoeïstische religie. De tempel is gereserveerd voor het faciliteren van religieuze bijeenkomsten en het uitvoeren van spirituele activiteiten.

Een hindoeïstische tempel kan een afzonderlijk bouwwerk of een deel van een gebouw zijn. Een kenmerk die in de meeste tempels terug te zien is, is de aanwezigheid van murti's van de hindoeïstische god waar de tempel aan is gewijd. Meestal is dat er één in het bijzonder, maar er zijn er ook die aan meer godheden zijn gewijd. Wel is er altijd één god die de hoofdrol speelt.

Ook in Europa zijn Hindoeïstische tempels te vinden, zoals de Neasdentempel in Londen en de Sri-Kamadchi-Ampal-tempel in het Duitse Hamm. In 2011 werd het plan bekend in Den Haag het grootste Hindoeïstische tempelcomplex van het Europese vasteland te bouwen.[1]

Indeling[bewerken]

De voorschriften voor de indeling van een Hindoeïstische tempel staan in de Vaastu Shastra een oud-Indiaas geschrift uit 1000-1500 voor christus.[2] De ruimtelijke ordening van traditionele Hindoeïstische tempels reflecteert de Hindoeïstische interpretatie van het universum.[3]

De allerheiligste ruimte heet de Cella, hier staat een beeld van de betreffende God. In tempels die aan Shiva gewijd zijn staan hier gewoonlijk één of meerdere Lingams. Boven de cella staat een toren. Voor de cella ligt de bezoekersruimte. Dit is de grootste ruimte van de tempel. Voor de tempel is dan weer een monumentale toegangspoort geplaatst. Veel tempelcomplexen zijn ommuurd. Soms is voor het rijdier van de Godheid een aparte tempel ingericht.[4]

Bouwstijlen[bewerken]

De Indiase tempelbouw is op te delen in twee groepen en herkenbaar aan de vorm van de torens:[4]

  • De Nagara-stijl die in het noorden van India gebruikelijk was, is herkenbaar doordat de torens granaatvormig zijn. Bovenop de toren is meestal een geribbelde tulband te zien. De hoogste toren bevindt zich boven het heiligste gedeelte, de Cella.
  • Dravidische-stijl werd in het zuiden toegepast. Deze stijl maakt gebruik van torens die van bovenaf gezien rechthoekig zijn. Deze torens worden stapsgewijs steeds smaller naar boven toe. De torens zijn versierd met taferelen uit de Hindoeïstische mythologie. Het bovenste dak is zadelvormig en heet de stupis.

In Zuidoost-Azië zijn ook oude Hindoeïstische tempels te vinden. Deze hebben hun eigen stijl die niet onder bovenstaande stijlen valt.

Gopuram[bewerken]

De gopuram is dé blikvanger van Hindoeïstische tempelcomplexen in het zuiden van India. Het is de toren boven de toegangspoort in de tempelmuur. Grote tempelcomplexen hebben vaak meerdere gopurams. Oorspronkelijk was de gopuram dan ook slechts bedoeld als toegangspoort. Vanaf de 12e eeuw werden deze torens echter steeds hoger en weelderiger versierd. De Sri Ranganathaswamy-tempel in Srirangam heeft de grootste gopuram ter wereld.

Referenties[bewerken]

  1. NOS Nieuws item.
  2. Chakrabarti (1999). Indian Architectural Theory and Practice: Contemporary Uses of Vastu Vidya.
  3. McBrewster(2009). Indian Architecture: Mehrgarh, Indus Valley Civilization, Hindu temple architecture, Buddhist architecture, Indian rock-cut architecture, Dravidian architecture, Architecture of Bengal.
  4. a b Sjoerd de Vries (2003). Hindoeïsme voor beginners: Forum Amsterdam.