Wijding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bisschop wijdt een priester volgende de Romeinse ritus, editio typica 1949.

Wijding is een rituele handeling waardoor personen, plaatsen of zaken aan een god worden toegeheiligd, hetzij om ze te bestemmen voor de eredienst, hetzij om de genade van de god van het christendom over de betrokken personen of zaken af te smeken. Zo kan men bijvoorbeeld in het christendom gewijd worden tot diaken, priester of bisschop. Het gebruik komt vooral voor in de Katholieke Kerk en het Oosters christendom, en komt weinig voor binnen het protestantisme. De wijding tot het priesterschap is één van de zeven katholieke sacramenten.

Katholieke Kerk[bewerken]

Sacrament[bewerken]

De wijding is, net zoals het doopsel en vormsel, eenmalig. Een wijding is onuitwisbaar. Het is een kerkelijke bezegeling van een roeping. Wijding is, zoals ook alle andere sacramenten, tegelijkertijd gave en opgave. Door de wijding zijn de wijdelingen gelijkvormig geworden met het beeld van Christus, de hoogste en eeuwige priester.

Graden[bewerken]

De wijding kent zeven graden. Vier daarvan zijn lagere wijdingen, de laatste drie zijn de hogere wijdingen.

De vier lagere wijdingen (ook wel: kleine wijdingen) zijn

  1. Ostiarius (deurbewaarder/koster)
  2. Lector (lezer)
  3. Acoliet (misdienaar) en
  4. Exorcist (bezweerder)

De drie hogere wijdingen (soms: grote wijdingen) zijn

  1. Subdiaken
  2. Diaken en
  3. Priester

Deze zeven wijdingsgraden worden in 252 voor het eerst genoemd in een brief van Paus Cornelius.

De wijding tot bisschop wordt gezien als de volheid van het priesterschap, en dus ingedeeld onder de noemer priester. Soms wordt de bisschopswijding apart genoemd, en dan zijn er acht wijdingsgraden. In de Middeleeuwen gold bovendien de tonsuur (kruinschering) als een lagere wijding, waardoor het totale aantal op negen wijdingsgraden kon komen.

In het overgrote deel van de Katholieke Kerk zijn de vijf laagste wijdingsgraden (tot en met subdiaconaat) sinds het motu proprio Ministeria quaedam van Paus Paulus VI op 1 januari 1973 achterwege gelaten[1]. De wijdingen van acoliet en lector werden vervangen door de ‘aanstelling’. In plaats van het subdiaconaat, waarmee de wijdeling de verplichting tot het celibaat en tot het brevier aanging, kwam een extra gelofte van zuiverheid bij het ontvangen van de wijding tot diaken.

Het Priesterbroederschap van Sint Petrus en een reeks andere instituten die in communio met Rome zijn verbonden, passen deze wijdingen nog toe. Ook het Priesterbroederschap St. Pius X, dat veelal schismatisch geacht wordt ten opzichte van het Vaticaan, heeft de eeuwenoude traditie aangehouden en dient de wijdingen nu nog op dezelfde manier toe als de kerk vanouds.

Niet-sacramentele wijdingen[bewerken]

Naast het sacrament van de wijding kent de rooms-katholieke Kerk nog de abtswijding (beter is te spreken van abtszegening) en de maagdenwijding. Dit zijn geen eigenlijke sacramenten, maar sacramentaliën. Tot enige jaren na Vaticanum II (1962-1965) werden katholieke geestelijken alvorens priester te worden ook gewijd tot exorcist, poortwachter, lector en acoliet. Dit zijn de zogenaamde lagere wijdingen die heden aanzienlijk minder worden toegediend in de Kerk van de Latijnse ritus. In de Oosterse ritus bestaan echter het subdiaconaat, het lectoraat en enkele andere lagere wijdingen voort.

Liturgie[bewerken]

De celebrant is de bisschop. Veelal vindt de wijding plaats in de hoofdkerk (kathedraal) van het bisdom. Kenmerkend voor de liturgie, die ingepast wordt in de eucharistieviering zijn de keuze van de kandidaat of kandidaten, de beloften van de wijdelingen, het inroepen van de voorspraak van de heiligen tijdens de litanie (de wijdeling ligt daarbij plat ter aarde), de handoplegging in stilte, het wijdingsgebed, de bekleding met liturgische gewaden, de eventuele zalving met het Heilig Chrisma, overhandiging van de bij de functie behorende instrumenten (bijvoorbeeld miskelk en pateen) en de verwelkoming in deze of gene geestelijke stand.

Wijdingen of zegeningen[bewerken]

Naast de wijding van religieuze personen worden ook het altaar, de kerk (jaarlijkse gedachtenis hiervan: Kirchweih of Kermis), het chrisma, de olie, het wijwater en de paramenten gewijd door een priester of bisschop. Tevens kan een wijding van een woonhuis door een geestelijke plaatsvinden. Op palmzondag worden palmtakjes gewijd ter herinnering aan het Hosanna waarmee de Joden Jezus-Christus ontvingen in Jeruzalem. Een bijzondere en verschillend geïnterpreteerde wijding is die van de moeder die zojuist een kind gebaard heeft. Deze zogenaamde kerkgang of kerkengang heeft een karakter van dankzegging voor de goede bevalling, maar door sommige vrouwen werd deze kerkgang als vernederend ervaren, omdat de zegen van de priester afgesmeekt moest worden en zij de stola bij het geven van de zegen geknield moest vasthouden. Deze kerkgang was vroeger vrijwel verplicht. De kerk(en)gang is heden vrijwel verdwenen, hoewel dit rijke gebruik door sommige vrouwen uit vrije wil nog wordt gevolgd. Ook een graf van een gedoopte wordt voor de begrafenis gewijd door een geestelijke.

Ook deze zegeningen of wijdingen behoren eigenlijk tot de sacramentaliën.

Oosters-orthodoxe en Oudkatholieke Kerken[bewerken]

De Oosters-orthodoxe Kerk en de Oudkatholieke Kerk geloven vrijwel hetzelfde als de rooms-katholieke Kerk, en passen diaken-, priester- en bisschopswijdingen toe, evenals overige zegeningen en objectwijdingen.

Protestantisme[bewerken]

In het protestantisme wordt de wijding veelal afgewezen, omdat men de hiërarchische structuur niet kent. Bovendien gelooft men veelal niet in een sacramentele apostolische successie. Twee stromingen binnen het protestantisme kennen echter wel vergelijkbare wijdingen: `herder' en bisschop: de Anglicaanse Kerk (pastor; bishop) en de Lutherse Kerk (Pfarrer; Landesbischof). De meeste gelovigen van deze stromingen hechten niet te veel waarde aan de sacramentele potentie van de wijdingen, maar zien ze eerder als zegeningen voor de hiërarchische structuur van hun kerken. Sommige anglicanen houden echter wel aan de apostolische successie vast.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties