Roeping (idee)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Roeping is het (subjectieve) idee dat iemand heeft dat hij een taak te volbrengen heeft. Deze taak kan zowel maatschappelijk (arts, verpleegster, journalist) of geestelijk zijn zoals bij predikant, priester of zuster. Roeping wordt vaak geassocieerd met de uitoefening van een vrij beroep. Het idee van roeping is de laatste decennia sterk afgenomen. Tegenwoordig spreekt men eerder van een (bevlogen) beroepskeuze.

Religieus[bewerken]

Bij de roeping als religieuze ervaring kan iemand menen dat God hem of haar heeft uitgekozen voor een bepaalde taak of levensstaat. Roeping geeft dan een gevoel van zekerheid en rust bij de gedachte aan een bepaalde taak of staat, hoe moeilijk die ook mag lijken.

Met roeping wordt vaak de keuze tot het priesterschap bedoeld, maar er zijn ook roepingen tot het diaconaat, het religieuze leven of een bepaalde congregatie (bijvoorbeeld norbertijnen, benedictijnen, jezuïeten, trappisten), roeping tot heremiet, roeping tot leven volgens de evangelische raden, roeping tot het parochiewerk, tot studie enz.

Bij priesterroepingen kunnen globaal twee groepen mensen worden onderscheiden.

  • Op de eerste plaats degenen die al vanaf de kindertijd een gevoel van “geroepen zijn” kennen. Zij zijn normaal gezien allang actief betrokken bij de Kerk.
  • Op de tweede plaats degenen die een bekeringservaring hebben meegemaakt en daarin hun roeping hebben verstaan. Deze ervaring hadden ze bij een overlijden, een ongeval, eventueel door een BDE of naar aanleiding van een retraite of bedevaart.