Vormsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Doopsel, vormsel en biecht uit De Zeven Sacramenten door Rogier van der Weyden

Het vormsel (in het Latijn confirmatio, vestiging, bekrachtiging, versterking) is een sacrament waardoor een gedoopte de kracht van de Heilige Geest ontvangt om zijn geloof standvastig te kunnen belijden. Het vormsel is gebaseerd op de apostolische leer en de Bijbel (Hand. 8:14-17; Ef. 4:30).

De Katholieke Kerk[bewerken]

Samen met het doopsel en de eucharistie vormt het sacrament van het vormsel het geheel van de drie initiatiesacramenten van de Katholieke Kerk.

Het vormsel vervolmaakt de doopgenade en geeft de Heilige Geest. Hierdoor kan de vormeling dieper wortelen in het goddelijk kindschap en wordt hij of zij vaster ingelijfd bij Christus. Het verstevigt de band met de Kerk en haar zending. Het helpt de vormeling door woord en daad getuigenis af te leggen van het christelijk geloof. Bovenal geeft het vormsel de genade om in tijden van vervolging en verdrukking het geloof trouw te blijven en als een dappere soldaat voor Christus' overgeleverde leer in blijven te staan, ook indien de dood zou volgen. In de Middeleeuwen werd het vormsel dan ook als een belangrijke stap gezien naar het bereiken van miles Christi-ideaal.

De wezenlijke ritus van het vormsel is de zalving met het heilig chrisma van het voorhoofd van de gedoopte (in het Oosten ook van de zintuigen en andere plaatsen), samen met de handoplegging door de bedienaar en de woorden :

Accipe signaculum doni Spiritus Sancti
Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods (vernieuwde Romeinse ritus),

of :

Signaculum doni Spiritus Sancti
Zegel van de gave van de heilige Geest (Byzantijnse ritus).

In de buitengewone vorm van de Romeinse ritus luidt de vorm bij handoplegging en zalving:

(Naam), signo te signo crucis + et confirmo te chrismate salutis, in nomine Patris + et Filii + et Spiritus + Sancti.
Ik teken u met het kruisteken en ik vorm u met de zalf des heils. In de naam van de Vader enz.

Iedere gedoopte die nog niet gevormd is, kan en moet het sacrament van het vormsel ontvangen[1]. Een kandidaat voor het vormsel moet gedoopt zijn, zijn geloof belijden, in staat van genade zijn, de intentie hebben het sacrament te ontvangen en voorbereid zijn om de rol op zich te nemen van leerling en getuige van Christus in de kerkelijke gemeenschap en in wereldlijke aangelegenheden. Het is passend gebruik te maken van het sacrament van de boete om gezuiverd te worden met het oog op de gave van de heilige Geest[1].

Net zoals het doopsel kan men het vormsel slechts eenmaal ontvangen.

De oorspronkelijke bedienaar van het vormsel is de bisschop, waarmee wordt aangeduid dat dit sacrament de band met de Kerk versterkt. Indien er de noodzaak is, kan de bisschop de bevoegdheid om te vormen aan priesters toekennen, hoewel het toch passend is dat hij het zelf toedient.

In de Latijnse Kerk dient het sacrament van het vormsel aan de gelovigen toegediend te worden rond het bereiken van de jaren van het verstand (rond 7 jaar), tenzij de bisschoppenconferentie een andere leeftijd vastgesteld heeft of er stervensgevaar dreigt of een ernstige reden het anders wenselijk maakt[2].

De leeftijd waarop jeugdigen in Vlaanderen het vormsel toegediend krijgen verschilt naargelang van het bisdom of de parochie: vaak gebeurt het tijdens het laatste jaar van de lagere school (zesde studiejaar, op elf- of twaalfjarige leeftijd), maar soms op latere leeftijd (dertien tot zestien jaar). In dit laatste geval wordt er in het laatste jaar van de lagere school wel een "plechtige communie" gevierd, wat eigenlijk slechts een geloofsbelijdenis is en dus geen toediening van een sacrament (door zalving).

In het Oosten wordt dit sacrament onmiddellijk na het doopsel toegediend door de priester, gevolgd door de deelname aan de Eucharistie. De priester doet dit echter met het heilig chrisma dat de patriarch of bisschop gewijd heeft. Deze traditie brengt de eenheid van de drie initiatiesacramenten tot uitdrukking.

Het ritueel van het vormsel bestaat uit een handoplegging en de zalving met chrisma. Hierbij gaat de vormeling van oudsher knielen voor de bisschop. Dit laatste is tegenwoordig in Nederland niet erg gebruikelijk. De ouders van de jongeling, ofwel de meter en/of peter leggen de rechterhand op de rechterschouder van de jongeling. Deze moet zijn/haar doopnaam zeggen tegen de bisschop. Hierna zalft de bisschop de vormeling en wordt hij gefeliciteerd. Het vormsel wordt vaak in de periode Hemelvaart - Pinksteren (het feest van de Heilige Geest), maar kan ook in een andere tijd van het jaar plaatsvinden.

Na het vormsel worden jongeren aangespoord om zich verder actief in te zetten in de Kerk, onder andere via Jeugdpastoraal.

Oosters-Orthodoxe Kerk[bewerken]

De Oosters-Orthodoxe Kerk kent het vormsel onder de benaming Mysterie van de myronzalving. De betekenis is wezenlijk dezelfde als in de Katholieke Kerk. In de Orthodoxe Kerk vindt de toediening volgens de Byzantijnse ritus (zie boven) plaats en direct na het doopsel.

Protestantisme[bewerken]

Het protestantisme (er)kent het vormsel niet als sacrament. De openbare belijdenis van het geloof is een gebruik dat enigszins vergelijkbaar is met het vormsel.

Bronnen, noten en/of referenties
Icoontje WikiWoordenboek Zoek vormsel op in het WikiWoordenboek.