Kerkelijk huwelijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het kerkelijk huwelijk van Tsaar Nicolaas II.

Het kerkelijk huwelijk is binnen de christelijke traditie een verbintenis tussen een man en een vrouw die bezegeld wordt in het bijzijn van God en zijn gemeenschap of gemeente. In de Katholieke Kerken en het christelijke Oosten is het huwelijk een van de zeven Sacramenten.

Binnen de protestantse kerken wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als een bevestiging van datgene wat eerder al in het gemeentehuis heeft plaatsgevonden. Binnen de Katholieke Kerk wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als sacrament, als eigenlijke huwelijkssluiting voor zover de partners katholieke christenen zijn, en zodoende als gelijkwaardig aan het burgerlijk huwelijk voor niet-katholieke paren. Het burgerlijk huwelijk voor katholieke paren wordt als louter administratieve handelingen gezien. Men noemt de eigenlijke sluiting van het kerkelijk huwelijk dan ook wel van overtrouwen. In sommige landen, zoals Ierland, is er geen sprake van een scheiding tussen burgerlijk en kerkelijk huwelijk, en wordt een huwelijk gewoonlijk alleen in een kerk gesloten. Ook in de Middeleeuwen bestond er geen apart burgerlijk huwelijk. Ook in Spanje, Portugal en Polen is het kerkelijk huwelijk rechtsgeldig. In Oostenrijk-Hongarije was de lokale pastoor van de Latijnse ritus ook door de staat als huwelijksambtenaar aangesteld; het kerkelijk huwelijk had juridische waarde, terwijl ook niet-kerkelijke, protestantse en joodse ingezetenen van een bepaald ambtsgebied bij het parochiesecretariaat hun (burgerlijk) huwelijk dienden te sluiten door tekening van een contract.

Katholieke Kerk[bewerken]

De kerkelijke huwelijkssluiting[bewerken]

Binnen de Katholieke Kerk is het huwelijk een van de zeven sacramenten. De bedienaren van dit sacrament zijn de bruid en de bruidegom. Het kerkelijk recht schrijft voor dat namens de kerk de priester van de lokale parochiekerk als getuige optreedt. Dit kan ook verricht worden door een andere priester of diaken, mits deze hiervoor zijn gemachtigd door de priester van de eigen parochiekerk (dit wordt "dispensatie" genoemd). In de meeste gevallen vindt de kerkelijke huwelijksviering plaats binnen een Eucharistieviering, maar dit is niet verplicht: het huwelijk met een eucharistie is enkel op zijn plaats als het bruidspaar ook in het gewone leven de eucharistie waardeert als de bron van hun christelijk leven.

In de Katholieke huwelijksmis wordt in de lezingen nogmaals gesproken over het grote sacrament dat het huwelijk is, over de genade die God geeft voor de liefdevolle instandhouding ervan, over de noodzaak van het krijgen van kinderen voor het menselijk geslacht en over het onverbrekelijk karakter van het Christelijk huwelijk. Bruid en bruidegom zitten dichter bij het altaar dan de rest van de gelovigen, veelal namelijk achter de communiebank of afscheiding. De huwelijkssluiting vindt plaats vóór de misviering zelf. De priester is hierbij rijkelijk gekleed in de paramenten voor de mis of in koorkap. Hij zegent de ringen met wijwater en staat als kerkelijk getuige bij de plechtigheid. Man en vrouw nemen elkander aan als echtgenoten, schuiven de ring over de ringvinger van de linker hand, en worden nogmaals gezegend. Na het Pater Noster worden bruid en bruidegom nogmaals plechtig gezegend, waarna zij - indien zij in goede staat verkeren - de heilige communie ontvangen op hun eigen knielbanken. Na afloop van de mis volgt op veel plaatsen een toewijding aan de Moeder Gods, waarna de sluitingshymne gezongen wordt en geestelijkheid én echtpaar plechtig de kerk verlaten. Buiten de kerk wordt vaak confetti of rijst gestrooid.

Canoniek recht[bewerken]

Omdat het huwelijk als sacrament wordt beschouwd (iets wat door God verbonden wordt en genade geeft) is het kerkelijk huwelijk in de Katholieke Kerk onverbreekbaar ("Wat God verbonden heeft, scheide geen mens"). Het canoniek recht kent voor kerkelijk gesloten huwelijken in enkele welomschreven gevallen wel de mogelijkheid van de nietigverklaring van een kerkelijk huwelijk. Daarnaast bestaat het Petrijns privilege, voor een huwelijk tussen twee gedoopten dat weliswaar geldig gesloten, maar nooit voltrokken werd. Voor huwelijken tussen niet-gedoopten waarvan één zich bekeert tot het christelijk geloof bestaat het Paulijns privilege.

Orthodoxe kerken[bewerken]

Bruiloften zijn niet toegestaan ​​in de Orthodoxe kerk in de volgende periodes/op de volgende data:

  • A. Op de vooravond van alle woensdagen en vrijdagen gedurende het gehele jaar.
  • B. Op de de vooravond van de zondag, de 12 hoogfeesten, de grote feesten, parochie- en patroonsfeesten of de inwijding van de kerk.
  • C. Tijdens de Kerstvasten en de Kersttijd van 15 november tot en met 7 januari.
  • D. Tijdens de grote vastentijd, vanaf de maandag van de "boterweek" tot de eerste zaterdag na Pasen voorafgaand aan Thomaszondag, behoudens bijzondere licentie op de 2e, 4e en 5e zondag daarvan.
  • E. Tijdens de vasten voor de Ontslapenis van de Moeder Gods van 1 tot 14 augustus.
  • F. Op 5 en 6 januari, behoudens bijzondere licentie;
  • G. Op de vooravond en op de dag zelf van de Onthoofding van Johannes de Doper (28 en 29 augustus).
  • H. Op de vooravond en op de zelf dag van het feest van Kruisverheffing (13 en 14 september).

Protestantse kerken[bewerken]

In protestantse kerken in de Westerse wereld wordt meestal gesproken van een "huwelijksinzegening", aangezien de daadwerkelijke huwelijksvoltrekking in het gemeentehuis heeft plaatsgevonden. Deze inzegening vindt meestal niet plaats in een reguliere (zondagse) kerkdienst. Er wordt een speciale kerkdienst gehouden op een door het bruidspaar bepaalde dag. Het huwelijk ingezegend wordt door een dominee of voorganger.

Liturgie[bewerken]

De liturgie (opbouw) van de kerkdienst bestaat over het algemeen uit ongeveer de volgende onderdelen:

Het zingen van enkele liederen
Het uitspreken van gebeden
Lezing van een of meer Bijbelgedeeltes
Korte preek of overdenking
Bevestiging van het huwelijk met behulp van een huwelijksformulier
Wisselen van de ringen
Collecte (meestal voor een goed doel)
Uitreiking van de trouwbijbel
Zegen (één voor het bruidspaar en één voor alle aanwezigen)

Huwelijksformulier[bewerken]

Het huwelijksformulier geeft een uiteenzetting van wat het kerkelijk huwelijk precies inhoudt en waarom het is ingesteld. Er zijn meerdere formulieren in omloop, die allemaal ongeveer dezelfde strekking hebben, maar verschillen in formulering, taalgebruik en lengte. Het gekozen formulier wordt in de dienst in zijn geheel voorgelezen, en eindigt met de bevestiging van het huwelijk. Dit kan in de vorm van een vraag van de voorganger waar het bruidspaar "ja" op zegt, maar ook in de vorm van een belofte die het bruidspaar tegen elkaar uitspreekt. Vaak knielt het bruidspaar vervolgens, waarna de voorganger onder handoplegging een zegen uitspreekt.

Trouwbijbel[bewerken]

De trouwbijbel die wordt uitgereikt, is een speciale huwelijksuitgave van de bijbel, die door het kerkgenootschap waar het stel toe behoort, als cadeau aan de pasgetrouwden wordt uitgereikt. Voorin de bijbel staat de trouwtekst: een Bijbeltekst die speciaal uitgezocht is voor (of door) het bruidspaar en waar vaak in de preek al aandacht aan is geschonken. Deze bijbel wordt doorgaans door de dienstdoende ouderling uitgereikt.

Bijbelse basis voor het kerkelijk huwelijk[bewerken]

Sommige christenen willen wachten met seksuele betrekkingen totdat hun relatie met een kerkelijk huwelijk is ingezegend. Dit vindt zijn grondslag in onder andere de volgende Bijbelpassage uit de Eerste brief van Paulus aan de Korintiërs hoofdstuk 7, vers 9: Maar als zij zich niet kunnen beheersen, kunnen zij beter trouwen dan door verlangen verteerd te worden.

Kerkelijk huwelijk en burgerlijk huwelijk[bewerken]

In Nederland bepaalt het Burgerlijk Wetboek (Boek 1, artikel 68) en het Wetboek van Strafrecht (Artikel 449) dat geen kerkelijk huwelijk voltrokken mag worden zonder een voorafgaand burgerlijk huwelijk : Geen godsdienstige plechtigheden zullen mogen plaats hebben, voordat de partijen aan de bedienaar van de eredienst zullen hebben doen blijken, dat het huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken. (Boek 1, artikel 68). Overtreding van deze wet wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Echter is alleen degene die het huwelijk voltrekt strafbaar, niet de partners die gehuwd worden. Gezien de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor partners van hetzelfde geslacht (homohuwelijk (2001)) en het juridische alternatief in de vorm van het geregistreerd partnerschap (1998) zijn steeds meer christenen (en niet-christenen) het oneens met deze bepaling die zij als een vorm van discriminatie beschouwen en tevens een onaanvaardbare inmenging van de staat in hun godsdienst.

De situatie in België in deze materie is gelijkaardig aan de Nederlandse. In België is het zelfs de Grondwet die bepaalt dat een kerkelijk huwelijk niet mag gesloten worden zonder burgerlijk huwelijk : Het burgerlijk huwelijk moet altijd aan de huwelijksinzegening voorafgaan, behoudens de uitzonderingen door de wet te stellen, indien daartoe redenen zijn. (Artikel 21) Een priester die dit artikel overtreedt kan gestraft worden met een geldboete en, bij herhaling, met een gevangenisstraf. In februari 2001 stelden de volksvertegenwoordigers Verherstraeten en Leterme voor dit grondwetsartikel af te schaffen en ook de strafbepalingen op te heffen omdat het artikel 21 volgens hen strijdig is met de vrijheid van godsdienst.

In bepaalde landen geldt een andere regeling, waarbij burgers kunnen kiezen tussen een kerkelijk en een burgerlijk huwelijk[1] en een voor de Kerk gesloten huwelijk wordt dan door de burgerlijke stand overgenomen. Het huwelijk zelf valt dan in bepaalde gevallen onder het kerkelijk recht, en een echtscheiding is dan niet zomaar mogelijk.

Hoewel het burgerlijk huwelijk in toenemende mate openstaat voor homoseksuelen en lesbiennes, is het vooral in de Oosters-orthodoxe en Rooms-Katholieke Kerken verboden zulke verbintenissen in te zegenen. Liberale protestanten en anglicanen staat een inzegening wel vaak toe, conservatievere gereformeerden veelal niet.

Voetnoten[bewerken]

  1. [1], p. 4