Koster (persoon)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een koster (van het Latijn custos = bewaker), in Kerklatijn ook sacrista geheten, is een persoon die, al dan niet bezoldigd, belast is met de dagelijkse zorg voor het kerkgebouw en het klaarzetten van de verschillende voorwerpen voor de liturgische eredienst, zoals het liturgisch vaatwerk of een glas water op het spreekgestoelte.

De functie van koster bestaat zowel binnen het katholicisme als het protestantisme.

Hij is een belangrijke figuur in allerlei praktische aangelegenheden in en om het kerkgebouw, zoals verlichting, verwarming, klein onderhoud, en eventueel in de tuin en/of begraafplaats ('kerkhof').

De verschillende taken van de koster verschillen van kerk tot kerk, in overleg met het kerkbestuur. Vaak oefent hij in kleine kerken verschillende functies uit: torenmeester, kerkmeester, kerkbaljuw ('suisse'), organist, voorzanger, klokkenluider, hoofd-acoliet en sacristein, tuinier en soms zelfs grafdelver. Eén van de functies in een kapittel kan die van koster zijn, terwijl andere kanunniken functies kunnen hebben die in kleine kerken vaak door de koster worden vervuld. De meeste van die werkzaamheden werden in de middeleeuwen en de vroege Kerk, alsook in zeer grote kerken, verricht door één of meer afzonderlijke personen, vaak priesters of geestelijken met lagere wijdingen (zie ostiarius), later (behalve in kloosters) doorgaans door leken.

In Vlaanderen zijn de koster-organisten verenigd in de beroepsvereniging Sacrista, die sinds 1961 het tijdschrift Gewijde dienst publiceert.

Keizer-koster[bewerken]

Wegens zijn talloze bemoeienissen met kerkelijke aangelegenheden werd de Habsburgse Roomse keizer Jozef II ook wel de 'keizer-koster' genoemd.