Kansel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
deel van de serie over
kerkelijk gerei

waaronder paramenten
en liturgisch vaatwerk

Monstrans
gebruikt in de liturgie

Liturgisch vaatwerk
Vasa sacra
Miskelk · Pateen
Kelklepeltje
Ciborie · Monstrans
Pyxis · Custodiale

Vasa non sacra
Ampullen · Wijwatervat
Olievaatje
Wierookvat · Ablutievat

Paramenten
Amict · Albe · Baarkleed · Cingel
Tuniek · Dalmatiek · Fanon
Kazuifel · Manipel · Stola
Gremiale · Benedictievelum
Mijter

Koorkledij
Rochet · Superplie
Koorkap · Cappa magna
Kovel

Kelkgerei
Bursa · Kelkvelum
Ciborievelum

Kerklinnen
Corporale · Kelkdoekje
Lavabodoekje · Palla
Altaardwaal

Kerkinterieur
Altaar · Ambo
Biechtstoel · Communiebank
Doksaal · Doopvont
Faldistorium
Godslamp · Hoogaltaar
Heilig Kruisaltaar
Katheder · Preekstoel
Sedilia
Tabernakel · Volksaltaar

Liturgische boeken
Altaarmissaal
Benedictionale · Brevier
Evangeliarium · Evangelistarium
Graduale · Kyriale
Lectionarium
Psalter · Rituaal
Sacramentarium · Volksmissaal

Overige
Flambouw · Processiekruis
Altaargong · Altaarschel · Sanctusbel
Wijwaterkwast · Scheepje
Doopschelp · Lessenaar
Thabor · Antependium
Paaskaars · Adventskrans

Een kansel of (s)preek(ge)stoel(te) is een verhoogde plaats in een kerk van waaraf de geestelijke spreekt. Ondanks het woord preekstoel doet hij dat steeds staande, al kan ook een zitplaats ingebouwd zijn. De preekstoel staat symbool voor de berg van waarop Jezus Christus predikte.[1]

Beschrijving en geschiedenis[bewerken]

Kansel van Rooms keizer Hendrik II uit het jaar 1014 in de Dom van Aken

Het woord kansel komt van het Latijnse plurale tantum cancelli (waar ook de titel kanselier van stamt) en betekent "traliewerk" of "hek". De preekstoel is voortgekomen uit de oud-christelijke ambo en uit het middeleeuwse doksaal, dat dienst doet als afscheiding tussen het schip van de kerk en het koor. De dominicanen gebruikten in Duitsland en Italië draagbare kansels die op leeuwenfiguren rustten (symbool van het overwonnen kwaad). Vaststaande preekstoelen waren al bekend in de 15e eeuw, maar werden pas algemeen in de 16e en 17e eeuw ten gevolge van het voorschrift van het Concilie van Trente (1545-1563) dat aan de preken meer aandacht diende te worden besteed.[bron?]

In grote kerken werden de preekstoelen vaak hoog gebouwd en voorzien van geëlaboreerde versieringen. De kansel bleef ook na de reformatie bestaan in protestantse kerken. In Oosters-orthodoxe Kerken is het vaak een laaggeplaatst platform.

Boven de preekstoel bevindt zich vaak een klankbord, dat vanouds gewenst was voor de akoestiek. Doordat er tegenwoordig geluidsinstallaties worden gebruikt, is dit thans niet meer nodig.

De traditionele kansel is een kleine ruimte, vaak met een toegangsdeurtje, waarachter het onderlichaam van de voorganger niet zichtbaar is, som met een leun- of zitsteun. In moderne protestantse kerken is de kleine kansel vervangen door een podium waarop ruimte is voor meer activiteiten. Hierop staat dan een lessenaar. Heeft de voorganger dan ook nog een draadloze microfoon op de revers, dan heeft hij hier veel meer bewegingsvrijheid.

Na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en tijdens de Tweede Beeldenstorm geraakte het gebruik van de preekstoel in de Katholieke Kerk grotendeels in onbruik en wordt de homilie van achter een lezenaar gehouden.

Galerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties