Schip (bouwkunst)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel gaat over een deel van een kerkgebouw. Voor een kerkboot, zie kerkschip.
Het schip van een kruiskerk.

Het schip of de beuk is in de kerkenbouw de langgerekte ruimte in (meestal) west-oostrichting, die aan de oostkant wordt voortgezet door het koor. Oudtijds werd het meestal buyck genoemd.

Bij veel kerken staat tussen het schip en het koor een transept, ook wel dwarsschip of dwarsbeuk genoemd, waardoor een Latijns kruis ontstaat, de traditionele vorm van romaanse en gotische kruiskerken.

Afhankelijk van de context wordt het woord schip of beuk op meerdere manieren gebruikt. Enerzijds voor zowel de hele ruimte tussen de vaak aanwezige toren aan de ene kant en het transept en het koor aan de andere zijde. Anderzijds voor alleen het centrale deel van deze ruimte tussen de vaak aanwezige zuilen. In het eerste geval wordt het centrale deel dan het middenschip of de middenbeuk genoemd en de vaak aan weerszijden gelegen delen worden dan de zijbeuken genoemd.

Evenwijdig aan het schip kunnen zich zijbeuken bevinden, die door arcaden van het middenschip worden gescheiden. Als deze zijbeuken ongeveer even hoog en breed zijn als het middenschip spreekt men van een hallenkerk. Eenvoudige kerken zonder dwars- en zijbeuken worden zaalkerken genoemd. Bij lagere zijbeuken wordt dat afhankelijk van de situatie basilicaal of pseudo-bacilicaal genoemd.

Dit onderdeel van het kerkgebouw kreeg zijn naam omdat het op een omgekeerd schip lijkt[1]. De term "schip" is een leenvertaling uit het Grieks (naos), Latijn navis, Frans nef. [2]

Het schip is het deel van de kerk waar de kerkgangers plaatsnemen. Tussen de kruising, die zowel tot het schip als tot de dwarsbeuken behoort, en het koor kan zich ter afsluiting een doksaal of een koorhek bevinden, waarachter zich het altaar bevindt.

Bij sommige later gebouwde kerken is het schip even lang als het transept. Men spreekt dan van centraalbouw. Een voorbeeld van centraalbouw is de kerk van Maassluis.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vocabulaire du Christianisme, Michel Feuillet, Que sais-je ?, 2000
  2. Haslinghuis, E.J. en Janse, H. (2005) Bouwkundige termen. Leiden: Primavera Pers. ISBN 90 5997 033 0.