Kruising (bouwkunst)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plattegrond kerk met situering van de 'viering' (grijs).
De kruising van de Notre-Dame te Rouaan nu Rouen, Frankrijk

De plaats in een kerk of kathedraal waar het schip en de dwarstransepten elkaar kruisen of doorsnijden wordt de kruising of de viering genoemd. Dit deel van de kerk wordt viering genoemd omdat deze ruimte in de plattegrond een vierkant is.[1]

Na het Tweede Vaticaans Concilie vond men het nodig dat de priester de mis ook gericht naar de gelovigen kon vieren (versus populum), en niet meer gericht naar het oosten. Omdat de apsis en het priesterkoor vaak ver weg zijn van de gelovigen plaatste men in vele kerken een volksaltaar in de kruising. Een voorbeeld van deze verandering kan men zien in de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch. Ook in de middeleeuwen en de baroktijd stond op deze plaats al vaak een altaar voor of onder de bogen van het doksaal, het zogenaamde Heilig Kruisaltaar. Dat was, ook in die tijden al, het altaar voor het volk, omdat de leken geen toegang hadden tot het priesterkoor, dat meestal door een doksaal of koorhek was afgesloten.

Het dakgedeelte dat schip en transepten gemeenschappelijk hebben wordt ook wel betiteld als kruising.

Soms is er midden op de kruising een vieringtoren of kruisingtoren te vinden. (Zie ook dakruiter.) In deze toren kan het angelus-klokje hangen, of de consecratie-klok. Ook kan boven de kruising een koepel gebouwd worden, dan is de kerk een kruiskoepelkerk.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vier volgens: Verschuerens Modern Standaard Woordenboek en Atlas, vierde druk van de nieuwe uitgave, 1968.
    Vierkant volgens: Beknopt Kerkelijk Handwoordenboek, M.C. Nieuwbarn O.P., 1910.