Travee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Romaanse kerktravee
A=middenschip B=zijbeuk
Gotische kerktravee
A=middenschip B=zijbeuk
Stadhuis Torhout; 7 traveeën

Een travee (afgeleid van het Franse woord travée, en oorspronkelijk van het Latijnse trabis, balk) is onder andere een deel van een gebouw, dat wordt bepaald door twee opvolgende steunpunten in de lengterichting van het gebouw.
Een travee is ook een begrip in de vlakverdeling van een gevel. De travee is dan de afstand waarbij de gevel zich in de lengterichting begint te herhalen, dit komt dan overeen met de breedtes van deuren en vensters. Met een travee wordt ook een gedeelte van een schoolklas aangeduid, gemarkeerd door een reeks bijeenhorende tafeltjes. Zo bestaat de traditionele 'busopstelling' in een klaslokaal uit drie traveeën van tien tafeltjes, waarbij elke travee bestaat uit vijf gepaarde tafeltjes, ruimte biedend aan tien leerlingen.

In een romaanse kerk wordt de travee bepaald door de steunpunten van het vierkante kruisgewelf in het middenschip. Twee vierkante gewelven van de zijbeuk (B) zijn samen even breed als de middenbeuk (A) en vallen derhalve binnen de travee. Dit systeem wordt het gebonden stelsel genoemd. Door de afwisseling van zwaardere en lichtere pijlers of kolommen (alternerend stelsel) wordt het systeem niet als te schematisch ervaren.

In de gotische kerktravee zijn de gewelven van zijbeuken (B) en middenschip (A) even breed. De gewelven in de zijbeuken zijn vierkant, het hoofdgewelf in het middenschip kan een rechthoekig kruisribgewelf zijn. Ook een koor kan in traveeën worden verdeeld, deze worden elk dan een koortravee genoemd.

Bij een arcade is een travee de overspanning gedragen door twee kolommen of zuilen.