Romaanse architectuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het westwerk van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht

Romaanse architectuur is de benaming voor een stijlperiode in de architectuur in Europa die duurde van ca. 1050 tot ca. 1200.

De term romaans ("style romanesque") dateert uit 1820 en werd voor het eerst gebruikt door de Franse kunsthistoricus Charles de Gerville, die in de architectuur overeenkomsten zag met die van het oude Rome. De term werd algemeen geaccepteerd nadat De Gervilles' bekendere collega Arcis de Caumont hem overnam. Tot 1820 waren andere termen in zwang: voorgotisch, Byzantijns en rondbogenstijl.

Ondanks de benaming is het romaans als bouwstijl slechts indirect gebaseerd op de bouwstijl van de Romeinen. Feitelijk komt hij voort uit de Karolingische stijl, waarin principes uit de Romeinse architectuur werden herontdekt. In de romaanse stijl werden deze verder ontwikkeld. De romaanse stijl wordt gekarakteriseerd door kleine rondboogvensters en decoraties met eveneens ronde bogen. De muren zijn doorgaans dik en versierd met lisenen, friezen en spaarvelden waarin eveneens ronde vormen domineren. De muren droegen het grootste deel van het gewicht van het gebouw op zich, waardoor grotere ramen niet mogelijk waren. Daarom was het in romaanse kerken altijd vrij donker. Hoewel deze kenmerken vrij algemeen zijn kent het romaans grote regionale verschillen. Bovendien maakte de stijl een geleidelijke ontwikkeling door die uiteindelijk, door de grootschalige toepassing van het kruisribgewelf, zou leiden tot het ontstaan van de gotische bouwstijl, waardoor het romaans werd verdrongen. Overgangsstijlen tussen romaans en gotiek worden soms aangeduid als romanogotiek.

Omdat veel wereldlijke gebouwen in die tijd in hout opgetrokken werden, bleven vrijwel alleen kerken en kloosters in de romaanse bouwstijl bestaan.

Romaanse architectuur in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: lijst van romaanse bouwwerken in Nederland.

Tot de belangrijkste romaanse kerkgebouwen behoren verschillende abdijkerken en kapittelkerken. Omdat deze een bepaalde macht moesten uitstralen zijn ze vaak groot uitgevoerd en rijk versierd. Belangrijke voorbeelden zijn de abdijkerken van Rolduc (Kerkrade), Susteren en Sint Odiliënberg, de Sint-Servaasbasiliek en de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht en de Sint-Plechelmusbasiliek in Oldenzaal, .

In het Aartsbisdom Utrecht zijn de zogenaamde Bernoldkerken van belang, stichtingen van bisschop Bernold. Hiervan resteren nog de Pieterskerk en de Janskerk in Utrecht en de crypte van de Lebuïnuskerk in Deventer. Daarnaast diende een aantal kerken het aanzien van een wereldlijke macht te weerspiegelen, waarvan de Valkhofkapel in Nijmegen en de Sint-Servaaskerk te Maastricht (Duitse keizers) en de Munsterkerk in Roermond (Gelderse hertogen) getuigen.

In contrast tot dit relatief kleine aantal aanzienlijke kerken staat het grote aantal dorpskerken waarvan de romaanse oorsprong nog duidelijk herkenbaar is, hoewel meestal in een veel simpeler vorm. Met name in de provincies Friesland en Groningen is van een groot aantal dorpskerken het romaanse karakter goed bewaard gebleven. Buiten deze provincies zijn de kerken in de meeste gevallen slechts gedeeltelijk romaans, terwijl in andere gevallen het romaans is gereconstrueerd. Een belangrijke uitzondering is de Sint-Catharinakapel in het Limburgse dorp Lemiers. Dit is het meest intact bewaard gebleven voorbeeld van het oudst bekende type stenen kerk in Nederland; een eenbeukig zaalkerkje zonder toren en met een rechtgesloten koor.

Romaanse architectuur in België[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: lijst van romaanse bouwwerken in België.

In België zijn de Sint-Bartolomeüskerk en de Sint-Denijskerk in Luik, de Sint-Gertrudiskerk in Nijvel en vooral de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Doornik van belang.

Zie ook[bewerken]