Prinsbisdom Spiers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fürstbistum Speyer
Deel van het Heilige Roomse Rijk
 Hertogdom Franken 7e eeuw–1803 Koninkrijk Frankrijk  (1589-1792) 
Markgraafschap Baden 
Wappen Hochstift Speyer.png Wappen Bistum Speyer.png
(Details)
Algemene gegevens
Hoofdstad Spiers tot 1379
Udenheim[1] (1379-1723)
Bruchsal vanaf 1723
Talen Duits
Regering
Regeringsvorm Theocratie
Staatshoofd Prins-bisschop

Spiers (Duits: Fürstbistum Speyer) was een tot de Boven-Rijnse Kreits behorend prinsbisdom binnen het Heilige Roomse Rijk. Vermoedelijk in de derde of vierde eeuw was er al een bisschopszetel gevestigd. Oorspronkelijk behoorde het tot de kerkprovincie Trier, maar sinds 748 of 780 behoorde het tot de kerkprovincie Mainz.

Reeds in de zevende eeuw verwerven de bisschoppen rijke bezittingen in de Spiersgouw, waarbij in de tiende eeuw schenkingen komen van hertog Koenraad de Rode van Lotharingen en keizer Otto I. Tussen 1050 en 1060 wordt het gebied rond Bruchsal en de graafschappen in de Spiersgouw en de Uffgouw verworven. Vanaf 1111 begint de stad Spiers zich onafhankelijk te maken van de bisschop, wat succes heeft aan het eind van de dertiende eeuw, waarna de bisschop zijn zetel naar Udenheim verplaatst. In 1371 wordt Philippsburg residentie. In 1546 wordt de proosdij Wissembourg verbonden met het prinsbisdom. Sindsdien voert de bisschop beide wapens: dat van Spiers en dat van Wissembourg.

1,4: Spiers; 2,3: Wissembourg

Na het uitsterven van de heren van Dahn in 1603 valt deze heerlijkheid als Spiers leen terug aan de bisschop. Sindsdien is het een ambt binnen het prinsbisdom. In de vrede van Münster van 1648 krijgt Frankrijk het recht een garnizoen te legeren in de vesting Philippsburg. Na het uitsterven van de graven van Eberstein wordt in 1660 Neuenbürg geheel verworven en Gernsbach gemeenschappelijk met het markgraafschap Baden. In 1677 wordt twee derde deel van Rauenburg verworven, het andere deel was al in bezit van de bisschop. In 1679 ruilt het Heilige Roomse Rijk met Frankrijk de stad Freiburg tegen Philippsburg, dat een rijksvesting wordt. De bisschop is dus verlost van de Franse troepen.

De Franse Reunions-politiek heeft tot gevolg dat het oppergezag over Dahn, Lauterburg, Madenburg, Herxheim en Aschbach aan Frankrijk komt in plaats van de keizer. Deze delen van het prinsbisdom maken dan dus geen deel meer uit van het Heilige Roomse Rijk.

In 1709 vindt er een gebiedsruil plaats met het keurvorstendom Palts: Landeck komt aan de keurvorst, het ambt Altenstadt en de heerlijkheid Berwartstein komen aan de bisschop. Wernau met Neuhausen wordt in 1769 verworven. In 1723 verlegt de bisschop zijn residentie van Philippsburg naar Bruchsal.

In 1797 wordt het deel van het prinsbisdom dat op de linker Rijnoever is gelegen (het deel dat nog tot het Rijk behoorde) door Frankrijk ingelijfd. De Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 kent in artikel 5 de rest toe aan het keurvorstendom Baden. De keurvorst neemt voor dit deel de titel vorst van Bruschsal aan. Voor dit vorstendom krijgt hij ook een zetel in het college van vorsten in de Rijksdag: nummer 19.

Na de nederlagen van Napoleon in 1813 kent het Congres van Wenen in 1815 een deel van de linker Rijnoever aan het koninkrijk Beieren toe. Tot dit deel behoort ook het deel van het prinsbisdom dat in 1797 door Frankrijk was ingenomen.

Gebied[bewerken]

Het prinsbisdom bestond uit twee gebieden aan beide zijden van de Rijn rond Bruchsal, Deidesheim, Herxheim, Lauterburg en Weißenburg.

Regenten[bewerken]

  • 744- 760: David
  • 761- 772: Basinus
  • 782- 814: Freido
  • 814- 830: Benedict
  • 830- 846: Bertin
  • 847- 880: Gebhard I
  • 881- 895: Goddank
  • 895- 913: Eginhard I/Meinhard
  • 914- 922: Bernhard
  • 922- 943: Amalrich
  • 944- 950: Reginwalt I
  • 951- 960: Gotfried
  • 960- 970: Odgar
  • 970- 987: Baldrich
  • 987-1004: Rudbrecht
  • 1004-1031: Walther
  • 1032-1033: Reginhar
  • 1033-1039: Reginwalt II
  • 1039-1051: Sigwalt/Sigbod
  • 1051-1056: Arnold I
  • 1056-1060: Koenraad I
  • 1060-1067: Eginhard II
  • 1067-1073: Hendrik I
  • 1073-1090: Rudgar
  • 1090-1104: Jan I (graag in de Kraichau)
  • 1105-1107: Gebhard van Urach
  • 1107-1123: Bruno van Saarbrücken
  • 1124-1126: Arnold II van Leiningen
  • 1126-1146: Siegfried II van Wolfsoelden
  • 1146-1161: Günther van Henneberg
  • 1161-1163: Ulrich I Dürmentz
  • 1164-1167: Gotfried II
  • 1167-1176: Radbod van Lobdeburg
  • 1176-1178: Koenraad III
  • 1178-1187: Ulrich II van Rechberg
  • 1187-1200: Otto van Henneberg
  • 1200-1224: Koenraad III van Scharfenberg (1211: bisschop van Metz)
  • 1224-1232: Berengar van Entringen
  • 1233-1236: Koenraad IV van Dahn
  • 1237-1245: Koenraad V van Eberstein
  • 1245-1272: Hendrik II van Leiningen
  • 1272-1302: Frederik van Bolanden
  • 1302-1314: Sigbod van Lichtenberg
  • 1314-1328: Emich van Leiningen
  • 1328-1328: Berthold van Buchegg (bisschop van Straatsburg)
  • 1328-1336: Walram van Veldenz
  • 1336-1363: Gerhard von Ehrenberg
  • 1364-1371: Lambert van Brun (Born) (1371-1374: bisschop van Straatsburg; 1374-1398: bisschop van Bamberg)
  • 1372-1390: Adolf van Nassau (1381: keurvorst van Mainz)
  • 1390-1396: Nikolaas
  • 1396-1438: Rhabanus van Helmstatt (1430-1439: keurvorst van Trier)
  • 1438-1456: Reinhard van Helmstädt
  • 1456-1459: Siegfried van Veringen
  • 1459-1464: Johann Rix van Hoheneck, genaamd Entzberger
  • 1464-1478: Matthias van Rammingen
  • 1478-1504: Lodewijk van Helmstädt
  • 1504-1513: Philips I van Rosenberg
  • 1513-1529: Georg van de Palts
  • 1529-1552: Philips II va Floersheim
  • 1552-1560: Rudolf van Frankenstein
  • 1560-1581: Markwart van Hattenstein
  • 1581-1610: Eberhard van Dienheim
  • 1610-1652: Philipp Christoph van Sötern (1623: keurvorst van Trier)
  • 1652-1675: Lotharius Frederik van Metternich (1673: keurvorst van Mainz en bisschop van Worms)
  • 1675-1711: Johann Hugo van Orsbeck (1767: keurvorst van Trier)
  • 1711-1719: Hendrik Harthart van Rollingen
  • 1719-1743: Damian Hugo van Schönborn (1740: bisschop van Konstanz)
  • 1743-1770: Frans Christoph van Hutten
  • 1770-1797: Daem August Philips Karel van Limburg Stirum (16 maart 1721-22 februari 1797)
  • 1797-1803: Philipp Frans Wildrich van Walderdorf

Noten[bewerken]

  1. Sinds 1632 Philippsburg