Abdij Rolduc

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abdij Rolduc
Blik op de abdijkerk en kloostervleugels
Blik op de abdijkerk en kloostervleugels
Plaats Kerkrade
Religie rooms-katholiek.
Kloosterorde augustijner koorheren
Gebouwd in vanaf 1106
Huidige bestemming seminarie bisdom Roermond, congrescentrum
Monumentale status rijksmonument
Monumentnummer  513725
Architectuur
Architect(en)  o.a. Joseph Moretti, Johann Joseph Couven, Pierre Cuypers, Jos Cuypers, Jan Stuyt
Bouwmateriaal  kolenzandsteen, Naamse steen, Limburgse mergel, baksteen
Stijlperiode romaans, neoromaans (kerk); Maaslandse renaissance, barok, rococo en neoclassicisme (overige gebouwen)
Romaanse crypte met sarcofaag van Ailbertus
Romaanse crypte met sarcofaag van Ailbertus
Portaal  Portaalicoon   Religie

De abdij Rolduc, is een voormalige abdij in het stadsdeel Rolduckerveld in de Nederlands-Limburgse gemeente Kerkrade nabij de Duitse grens. De abdij speelde een belangrijke rol bij de ontginning van dit gebied en bij de vroegste steenkoolwinning. De oorspronkelijke naam was Abdij van Rode of Kloosterrade, afgeleid van het toponiem -rode (ontgonnen plaats). Vlakbij ligt de plaats Herzogenrath, hoofdplaats van het Land van 's-Hertogenrade, met de Burcht van Rode. In de Franse tijd werd de naam 's-Hertogenrade verfranst tot Rode-le-Duc, wat al snel Rolduc werd.

Geschiedenis[bewerken]

In de geschiedenis van de abdij zijn vijf perioden aan te wijzen:

Annales Rodenses en Continuatio[bewerken]

De geschiedenis van de abdij Rolduc is vooral bekend dankzij de Annales Rodenses, een kroniek over de periode 1104-1157 opgetekend kort na het jaar 1155. Deze annalen werden voortgezet door de latere abt Nicolaas Heyendal (1658-1733). Deze Continuatio II begon waar de Annales Rodenses ophielden. Heyendal, kanunnik van Rolduc, en abt vanaf 1712, vervaardigde rond 1690 een volledige transcriptie van de oude Annales, die kort na 1700 werden afgesloten en aangeduid worden met Heyendal I. Tijdens zijn abbatiaat vervaardigde Heyendal een verbeterde versie die wordt aangeduid met Heyendal II.

In de abdij van Bornheim is een fragment van een necrologie van Rolduc uit ca. 1400 gevonden, dat was verwerkt in een boekomslag.[1]

Stichtingsgeschiedenis[bewerken]

Volgens de stichtingslegende van de abdij besloot de jonge geestelijke Ailbertus van Antoing in 1104 om samen met zijn twee broers het klooster te Doornik te verlaten. Ze migreerden naar het Land van Rode (Kerkrade-Herzogenrath) om daar een klooster te stichtten op het land van graaf Adelbert van Saffenberg.

In 1106 legde Ailbertus, samen met Embrico van Mayschoss, de fundamenten van de kloosterkerk van Rolduc. De crypte van de kerk was in 1108 voltooid. Na onenigheid over de verdere bouw besloot Ailbertus in 1111 weg te gaan en lag de bouw van de kerk bijna 20 jaar stil. Hij stierf in het jaar 1122 te Sechtem bij Bonn. Na meer dan 750 jaar, in 1895, werd het aan hem toegeschreven gebeente in de crypte bijgezet in een rijkelijk met beeldhouwwerk versierde sarcofaag. In 1996 bleek dit gebeente te bestaan uit een combinatie van drie laatmiddeleeuwse skeletten, zodat dit onmogelijk de botten van Ailbertus konden zijn. In 2005 werd een proces gestart dat moet leiden tot zijn zaligverklaring.

Na Ailbertus werd Richard Benignas Richer uit het klooster van Rottenbuch in Beieren abt. Onder zijn leiding werd er vanaf 1130 ook weer gebouwd aan de kerk. Onder abt Erpo kon in 1153 het dak worden voltooid. In 1224 werd de kerk, na een nieuwe bouwcampagne, opnieuw ingezegend.

Sinds 1119 was Rolduc een klooster voor augustijner koorheren, die als regulier kanunnik werden aangeduid. Een aantal van de ca. 40 kanunniken van Rolduc waren in een dertiental parochies werkzaam als pastoor, eind 18e eeuw in Kerkrade, Herzogenrath-stad, Herzogenrath-Afden, Eupen, Baelen, Limburg, Hendrik-Kapelle, Welkenraedt, Membach, Gulke (Goé), Hückelhoven-Doveren, Bornheim-Hersel en Lommersum.[2] Oorspronkelijk was de abdij zowel voor mannen als voor vrouwen, maar al spoedig werden enkele dochterkloosters voor vrouwen gesticht, onder andere de abdij van Sinnich, de abdij van Marienthal,[3] een vrouwenklooster in Scharn en een in Hooidonk (in 1650 opgeheven). In Friesland had de abdij grote invloed op enkele kloosters, zoals de proosdij Ludingakerke in Midlum en de daaruit ontstane priorij Mariënberg in Anjum en de dubbelkloosters van Bergum en Haskerdijken. Deze kloosters gingen in de 15e eeuw over naar Windesheim, waardoor Rolduc hier zijn invloed verloor. Door de eeuwen heen onderhield het klooster nauwe betrekkingen met zusterkloosters, onder andere met het eerder genoemde Rottenbuch en met het klooster van Springiersbach. Ook met andere kloostergemeenschappen werden betrekkingen onderhouden, zoals met de Windesheimer koorheren en met de norbertijnen.[4]

Zonnewijzer op de watertoren

Latere kloosterontwikkeling[bewerken]

De abdij heeft in zijn bestaan veel aanslagen en branden overleefd. Haar voortbestaan in de woelige 17e-eeuwse periode is onder andere te danken aan de abten Winandus Lamberti (1650-1664), Petrus Melchioris van der Steghe (1667-1682) en Johannes Bock (1683-1712), die de abdij hervormden en het religieuze leven trachtten te herstellen. Nicolaas Heyendal, de onderzoeker en voltooier van de Annales Rodenses, werd in 1712 abt in een roerige periode waarin het jansenisme grote invloed op Rolduc had.[5]

Ook werd in deze periode flink gebouwd. Zo liet Van der Steghe tussen 1671 en 1676 de westvleugel en de watertoren met knobbelspits en zonnewijzer bouwen. In de 18e eeuw werd ook de rest van de middeleeuwse abdijgebouwen (behalve de kerk) vernieuwd. In 1753 werd aan de oostkant van de abdij de Fabritius- of Morettivleugel gebouwd, waarin zich de rococobibliotheek bevindt, ontworpen door de Akense bouwmeester Joseph Moretti. In de bibliotheek bevindt zich onder andere de Catalogus Librorum uit 1230, die honderdveertig waardevolle theologische werken en zesentachtig filosofische en klassieke werken bevat, die eens in het bezit van de abdij waren.

Vanaf 1742 ging de abdij onder het bewind van abt Rauschaw (1733-1745) in eigen beheer aan steenkoolwinning doen. In 1766 verleende keizerin Maria Theresia van Oostenrijk de abdij een concessie om ook onder openbare wegen en gemeentegronden steenkool te winnen.[6] Door een professionele aanpak van de mijnbouw in de 18e eeuw leverde dit rendabele inkomsten op.

Opheffing abdij, seminarie Rolduc en recente geschiedenis[bewerken]

In 1796 werd de abdij door de Fransen opgeheven. De monniken werden gedwongen Rolduc te verlaten en de gebouwen stonden daarna 35 jaar lang leeg. De mijnbouwactiviteiten gingen over naar de Domaniale Mijn. Tussen 1831 en 1840 was Rolduc een kleinseminarie van het bisdom Luik. In 1843 werd het een internaat voor jongens uit de 'betere' rooms-katholieke kringen. Veel invloedrijke katholieken (onder wie Lodewijk van Deyssel, Willem Hubert Nolens en Alphons Ariëns) waren rolduciens. In 1946 werd Rolduc weer een kleinseminarie, nu voor het bisdom Roermond.

Na restauratie werd Rolduc in 1970 opengesteld als centrum voor congressen, studenten, toeristen en allerlei andere evenementen. Sinds 1974 is het seminarie van het bisdom Roermond er gevestigd. In de jaren 80 van de 20e eeuw was het seminarie onderwerp van enkele seksschandalen. Van 1974 tot 1995 was de mijnbouwcollectie van het streekmuseum kasteel Erenstein in Rolduc ondergebracht. In 1995 werd dit mijnmuseum gesloten en verhuisde de collectie naar het Industrion.

Momenteel is een gedeelte van de gebouwen in gebruik als hotel. Het congrescentrum kan 300 gasten herbergen. Het seminarie neemt nog steeds een deel van het abdijcomplex in beslag. Ook was tot 2009 in de bijgebouwen het College Rolduc gevestigd, een onderdeel van de scholengemeenschap Charlemagne College.

Beschrijving kerk en klooster[bewerken]

Abdijkerk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Abdijkerk Rolduc voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Abdijgebouwen[bewerken]

Behalve de abdijkerk behoren tot het omvangrijk complex een abdijgebouw in Maaslandse renaissancestijl (abtenvleugel en watertoren, 1671), een barokke abdijvleugel uit de 18e eeuw (gebouwd door de Akense bouwmeester Joseph Moretti), de grotendeels 18e-eeuwse kloosterhoeve en andere economiegebouwen (Johann Joseph Couven, wellicht met anderen, 1792-1794), en een aantal seminariegebouwen, merendeels uit de 20e eeuw (waaronder de Aula Maior, een theater van Jos Cuypers uit 1936, de Aula Minor uit 1938 en een seminarievleugel van Jan Stuyt uit 1924).

Interieur klooster en bibliotheek[bewerken]

In de zogenaamde Morettivleugel bevindt zich de zeer fraai gestucte rococo-bibliotheek, ontworpen door Joseph Moretti. De bibliotheek wordt onder andere voor kamermuziekconcerten gebruikt.

Omgeving Rolduc[bewerken]

Rolduc ligt te midden van een bosachtige omgeving vlak bij het riviertje de Worm. Behalve de eigen kloostertuin (met twee tuinhuisjes uit ca. 1700) en het ommuurde kloosterkerkhof (met een neogotische kapel met een calvarieberg), zijn vermeldenswaardig een bosquet met vijvers, het dal van de Vrouwezijp en enkele oude lanen (o.a. de Chemin d'Abbaye).

Rolduc Abdijbier[bewerken]

In opdracht van de huidige eigenaren van Rolduc wordt door De Proefbrouwerij te Lochristi (België) sinds 2002 het Rolduc Abdijbier gebrouwen. Hoewel de abdij reeds in 1146 een eigen brouwerij had, heeft dit abdijbier, behalve de naam, in feite niets te maken met de abdij Rolduc.

Orlando Festival en WMC[bewerken]

De abdij speelt een centrale rol in het internationale kamermuziekfestival Orlando Festival. Ook tijdens het vierjaarlijkse Wereld Muziek Concours vinden hier concerten plaats.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Offermans, J.P.L.G. (red.), 'Toegewijd aan de dienst van God' - Facetten van 900 jaar Kloosterrade-Rolduc (jaarboek LGOG '04, PSHAL #140). Maastricht, 2004
  1. Zie 'Abdij Rolduc' op Medieval Memoria Online.
  2. Zie E. Ramakers, 'Literatuur over Kloosterrade-Rolduc', pp.466-467 (PSHAL #140, pp.453-483).
  3. Zie 'Kloster Marienthal' op Duitse Wikipedia.
  4. Zie E. Ramakers, 'Literatuur over Kloosterrade-Rolduc', pp.463-464 (PSHAL #140, pp.453-483).
  5. Zie H. Franssen, 'De omstreden benoeming van Nicolaas Heyendal tot abt van Kloosterrade (1712)' (PSHAL #140, pp.113-152).
  6. De verkoop van dit privilege werd in twee besluiten van Maria Theresia geregeld (bron: 14.D004 Abdij Kloosterrade (Rolduc) (Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL)).