Beieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het Nederlandse werkwoord beieren, dat verwijst naar het doen klinken van klokken, wat later is ontwikkeld tot beiaard: zie aldaar
Beieren
Freistaat Bayern
Deelstaat van Duitsland Vlag van Duitsland
Vlag van Beieren (geruite variant) Wapen van Beieren
(Details)
Deutschland Lage von Bayern.svg Berlijn Vrije Hanzestad Bremen Vrije Hanzestad Bremen Hamburg Nedersaksen Beieren Saarland Sleeswijk-Holstein Sleeswijk-Holstein Brandenburg Saksen Thüringen Saksen-Anhalt Mecklenburg-Voor-Pommeren Baden-Württemberg Hessen Noordrijn-Westfalen Rijnland-Palts
Over deze afbeelding
Locatie van Beieren in Duitsland
Basisgegevens
Hoofdstad München
Oppervlakte 70.551,57 km²
Bevolking (31-12-2012) 12.519.571
Bevolkingsdichtheid 177,07 inw./km²
Politiek
Minister-president Horst Seehofer (CSU)
Coalitie CSU
Stemmen in de Bondsraad 6
Economie
Gemiddeld inkomen (2007) € 19.670
Werkloosheid (aug. 2011) 3,7%
Overig
ISO 3166-2 DE-BY
Website www.bayern.de
Landkreise
Districten van Beieren
Districten van Beieren
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

De Vrijstaat Beieren (Duits: Freistaat Bayern, Beiers: Baian, Latijn: Bavaria) is qua oppervlak de grootste deelstaat gelegen in het zuidoosten van de Bondsrepubliek Duitsland. De hoofdstad van Beieren is München. Het huidige Beieren is ontstaan uit het historische hertogdom Beieren, dat deel uitmaakte van de Beierse Kreits.

Geschiedenis[bewerken]

Het eerste stamhertogdom[bewerken]

Beieren ontstond toen een Germaanse stam, de Bajuwaren, in de 6e eeuw n.C. het gebied binnenviel en er een hertogdom stichtte onder de Agilolfingen. In naam zijn de Beieren christen, maar pas na de komst van priesters uit het iers-gallische westen ontstond er een geloofsleven. Bonifatius werd ondersteund door hertog Odilo (734-748) en reorganiseerde of stichtte de bisdommen Regensburg, Salzburg, Freising en Passau. Hertog Tassilo III (748-788) maakte zich los van het Frankische Rijk en onderwierp de Slavische stammen in het Alpengebied. In 788 werd Tassilo door Karel de Grote afgezet en het stamhertogdom ingelijfd bij het Frankische Rijk. Bij de opdeling van het Frankische Rijk in 843 in het Verdrag van Verdun kwam Beieren ongedeeld bij het Oost-Frankische Rijk onder Lodewijk de Duitser. Binnen het Oost-Frankische Rijk was Beieren het kernland van de koningen.

Het tweede stamhertogdom Beieren (907)[bewerken]

Onder de laatste Karolingen verzwakte het centrale gezag sterk, zodat de Beierse stam het heft weer in eigen handen nam. Markgraaf Luitpold van Karinthië verwierf veel invloed. Zijn zoon Arnulf (907-937) noemde zich hertog van de Beieren en de aangrenzende gebieden. In 920 is Arnulf zelfs tegenkoning van koning Hendrik I. Pas in 938 werd het Duitse gezag in Beieren hersteld. In 947 werd de dynastie van Luitpold op een zijspoor gezet en benoemde koning Otto I zijn broer Hendrik tot hertog. Hiermee was een zijtak van het Saksische keizershuis op de hertogelijke troon gekomen. Onder hertog Hendrik II ontstond er een strijd met keizer Otto II. Hierbij werd in 976 Karinthië van Beieren losgemaakt en tot een afzonderlijk hertogdom verheven. Hertog Hendrik IV werd in 1002 als Hendrik II keizer. Hiermee kwam een einde aan de zelfstandigheid van het hertogdom. Keizer Hendrik IV droeg het hertogdom Beieren in 1070 over aan de Zwabisch-Italiaanse dynastie der Welfen. Onder deze dynastie werd Beieren weer een belangrijke politieke macht. In 1137 verwierf hertog Hendrik X ook het hertogdom Saksen en verder uitgestrekte bezittingen in Toscane. Na de verkiezing van hertog Koenraad van Zwaben tot koning in 1138 brak de strijd tussen de twee machtige vorsten uit. In 1139 ontnam de koning Hendrik zijn Beierse hertogdom en verleende het aan zijn halfbroer Leopold van Babenberg, markgraaf van Oostenrijk. In 1156 krijgt de Welf Hendrik de Leeuw het hertogdom Beieren terug in een verkleinde vorm: het markgraafschap Oostenrijk werd tot een afzonderlijk hertogdom verheven.

Het hertogdom Beieren onder het huis Wittelsbach (1180)[bewerken]

In 1180 werd Hendrik de Leeuw, hertog van Beieren en Saksen, door de keizer afgezet en verbannen. Stiermarken werd vervolgens losgemaakt van Beieren en tot een afzonderlijk hertogdom verheven. Het verkleinde hertogdom Beieren werd overgedragen aan Otto van Wittelsbach. Zijn nakomelingen zouden tot 1918 aan de regering blijven. De hertogelijke macht is in Beieren na 1180 sterk geslonken: de graven en bisschoppen zijn vrijwel onafhankelijk geworden van de hertog. In 1214 werd door het huwelijk van hertog Otto II met Agnes van de Palts het paltsgraafschap aan de Rijn verworven. Dit gebied grensde niet aan Beieren en hield een afzonderlijke geschiedenis.

Het hertogdom Beieren na de deling van 1255[bewerken]

Na de dood van hertog Otto II in 1253 deelden zijn zonen in 1255 de bezittingen van het huis Wittelsbach waarbij Lodewijk II Opper-Beieren en het paltsgraafschap aan de Rijn met de keurvorstelijke waardigheid, terwijl Hendrik XIII Neder-Beieren kreeg.

Na de dood van koning Konradijn in 1268 erfden de hertogen van Beieren een groot deel van de landen van de Hohenstaufen met onder andere het graafschap Dillingen en de stad Donauwörth. Na de dood van de beide broers volgt een verdere versplintering van het hertogdom.

Hertog Lodewijk van Opper-Beieren werd in 1294 opgevolgd door zijn zonen Rudolf I en Lodewijk IV.

Hertog Hendrik I van Neder-Beieren werd in 1290 opgevolgd door zijn zonen Otto III samen met Lodewijk III en Stefanus I.

Hertog Lodewijk IV had een grote invloed op de Beierse en de Duitse geschiedenis. In 1314 werd hij tot Duits koning gekozen, terwijl zijn broer Rudolf op de tegenpartij stemde. In 1317 werd Rudolf uit München verdreven en door de overwinning bij Mühldorf in 1322 werd de Duitse troonstrijd ten gunste van Lodewijk de Beier beslist. In 1329 werd het huisverdrag van Pavia gesloten. De zonen van de inmiddels overleden keurvorst Rudolf kregen het paltsgraafschap aan de Rijn en het grootste deel van de Beierse Noordgouw (Opper-Palts) toegewezen. De keurvorstelijke waardigheid ging wisselen tussen beide linies.

Nadat in 1340 de hertogen van Neder-Beieren waren uitgestorven werd hun land herenigd met Opper-Beieren in een onverdeeld hertogdom.

Ook buiten Beieren verwierf de dynastie onder keizer Lodewijk vorstendommen in 1324 het markgraafschap Brandenburg en in 1342 het graafschap Tirol. In 1346 volgden de graafschappen Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen.

Het hertogdom Beieren na de deling van 1349[bewerken]

Na de dood van keizer Lodewijk de Beier in 1347 verdeelden zijn zoons in 1349 en 1353 hun bezittingen tijdens de tweede Beierse deling via het verdrag van Landsberg. Het gebied werd opgedeeld waarbij Lodewijk V door zijn huwelijk met gravin Margaretha van Tirol keurvorst van Brandenburg (1324-1351) werd en hertog van Opper-Beieren (tot 1349). Neder-Beieren, geregeerd door Stefanus II, en Opper-Beieren, geregeerd door Lodewijk V samen met Lodewijk VI en Otto, en Beieren-Straubin, geregeerd door Willem I en Albrecht I.

Door de Gouden Bul van 1356 ging de keurvorstelijke waardigheid verloren die exclusief aan de oudere linie in de Palts kwam. In 1363 ging Tirol aan het huis Habsburg verloren en in 1373 Brandenburg aan het huis Luxemburg.

Na de dood van Willem I in 1389 bleven er nog twee linies over waarbijAlbrecht II hertog werd in Beieren-Straubing en graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. De zoons van Stefanus II kregen de rest van het voormalige hertogdom Beieren verdeeld in Opper-Beieren en Neder-Beieren.

Het hertogdom Beieren na de deling van 1392[bewerken]

Na de dood van hertog Stefan II in 1375 deelden zijn zonen in 1392 de bezittingen tijdens de derde Beierse deling, waarbij Stefanus III Beieren-Ingolstadt, Frederik Beieren-Landshut kreeg en Johan Beieren-München kreeg.

Na het uitsterven van Beieren-Straubing in 1425 werd dit gebied in 1429 verdeeld: Beieren-München kreeg de helft en Beieren-Ingolstadt en Beieren-Landshut kregen ieder een kwart. Na het uitsterven van Beieren-Ingolstadt in 1447 werd dit gebied verenigd met Beieren-Landshut.

Na het uitsterven van Beieren-Landshut in 1503 brak de Landshuter Successieoorlog uit. De oorlog ontstond doordat de laatste hertog zijn land in strijd met de huisverdragen niet had vermaakt aan de hertog van Beieren-München, doch aan zijn schoonzoon, paltsgraaf Ruprecht van de Palts. De oorlog werd omvangrijk omdat het koninkrijk Bohemen zich verbond met de Palts en Beieren-München met Württemberg, Ansbach en Neurenberg.

In 1505 werd de oorlog beëindigd met zogenaamde de Kölner Schiedsspruch. Een deel van het voormalige Beieren-Landshut ging daarbij verloren, waarbij Oostenrijk het land bij de Mondsee met het graafschap rond Kitzbühel, Kufstein en Rattenberg kreeg, Württemberg de heerlijkheid Heidenheim, de rijksstad Neurenberg de ambten Altdorf, Hersbruck en Lauf en de zonen van paltsgraaf Ruprecht kregen Neuburg, Höchstädt, Monheim, Hilpoltstein, Burglengenfeld en Sulzbach. Deze gebieden vormden het nieuwe vorstendom Palts-Neuburg.

Tijdens de godsdienststrijd speelde Beieren een leidende rol aan de katholieke zijde. De bezetting van de evangelische rijksstad Donauwörth in 1607 was één van de opmaten voor de Dertigjarige Oorlog.

Het keurvorstendom Beieren (1620)[bewerken]

Tijdens de Dertigjarige Oorlog leidde Beieren de Katholieke Liga. In de Boheemse opstand steunde Beieren keizer Ferdinand II. Nadat de troepen van de keizer en de Liga in 1620 de keurvorst van de Palts hebben verdreven uit Bohemen en zijn stamlanden, laat Beieren zich belonen voor de hulp. Op de Regensburger deputatendag van 1620 krijgt de hertog voorlopig de keurvorstelijke waardigheid dit tot dan toe met het Paltsgraafschap aan de Rijn was verbonden. Verder werd het vorstendom Opper-Palts aan Beieren overgedragen als betaling voor de oorlogskosten. In 1628 werd de keurwaardigheid definitief. In de Westfaalse Vrede van 1648 bleven de Opper-Palts en de keurwaarde bij Beieren.

In 1742 werd na het uitsterven van de Habsburgers keurvorst Karel Albrecht gekozen als keizer Karel VII Albrecht. Oostenrijk bezette daarop München en het land ondervond slechts nadelen van de verkiezing tot keizer. In 1745 stierf de keizer en zijn zoon Max III Jozef sloot direct met Oostenrijk de vrede van Füssen.

Met de dood van Max III Jozef in 1777 stierf het Beierse hertogelijke Huis uit. Erfgenaam was de keurvorst van de Palts, Karel Theodoor. Hierdoor werden de beide keurvorstdendommen verenigd. Op grond van de bepalingen in de Westfaalse Vrede werd nu de keurvortselijke waardigheid van de Palts opgeheven. De verenigde landen werden wel aangeduid als het keurvorstendom Palts-Beieren. De nieuwe vorst verhuisde met tegenzin van Mannheim naar München. Om de Oostenrijkse aanspraken op de erfenis af te kopen stond hij in het verdrag van Wenen in 1778 Beieren-Straubing en de heerlijkheid Mindelheim aan Oostenrijk af. Verder werd de mogelijkheid open gehouden om de rest van Beieren tegen de Zuidelijke Nederlanden te ruilen. Daarop brak de Beierse Successieoorlog uit. Toen in 1779 Russische deelname aan de oorlog dreigde, gaf Oostenrijk toe. In de Vrede van Teschen van 1779 werd het verdrag van Wenen geannuleerd. Alleen de Innviertel bleef overgedragen aan Oostenrijk.

In 1797 en 1801 gingen alle bezittingen op de linker Rijnoever verloren aan Frankrijk. In 1799 stierf de dynastie opnieuw uit. Het keurvorstendom Palts-Beieren kwam aan de hertog van Palts-Zweibrücken, dia als Max Jozef I de troon besteeg. Hij was tot nu toe een vorst zonder land, want Zweibrücken was in 1797 door Frankrijk ingelijfd.

Beieren en de Reichsdeputationshauptschluss in 1803[bewerken]

Beieren bezette in 1802 een aantal gebieden. Dit werd gelegaliseerd in de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803. In artikel 2 kreeg Beieren voor het verlies van de Rijnpalts de hertogdommen Zweibrücken en Gulik, het markiezaat Bergen op Zoom, de heerlijkheid Ravenstein en het hoofddeel van bisdom Würzburg met de abdij Ebrach, de bisdommen Bamberg, Freising, Augsburg en van het bisdom Passau met de stad Passau en de delen ten westen van de Inn en de Ilz, de proosdij Kempten, de abdijen Waldsassen, Ebrach, Irsee, Wengen, Söflingen, Elchingen, Ursberg, Roggenburg, Wettenhausen, Ottobeuren, Kaisersheim en Sankt Ulrich en de rijkssteden en rijksdorpen: Rothenburg, Weißenburg, Windsheim, Schweinfurt, Gochsheim, Sennfeld, Kempten, Kaufbeuren, Memmingen, Dinkelsbühl, Nördlingen, Ulm, Bopfingen, Buchhorn, Wangen, Leutkirch en Ravensburg met inbegrip van de vrije lieden op de Leutkircher Heide

Een grensverdrag gesloten op 30 juni 1803 te Ansbach tussen het koninkrijk Pruisen en het keurvorstendom Beieren normaliseerde de grenzen met de Pruisische vorstendommen Ansbach en Bayreuth. De voormalige rijkssteden Weißenburg, Dinkelsbühl en Windsheim werden daarbij aan Pruisen afgestaan.

Beieren en de Vrede van Pressburg van 1805[bewerken]

De Vrede van Presburg, gesloten op 15 december 1805 bracht de volgende veranderingen:

In dezelfde maand sloot Beieren een verdrag met Frankrijk, waarin het hertogdom Berg werd geruild tegen het markgraafschap Ansbach.

Het koninkrijk Beieren[bewerken]

Keurvorst Maximiliaan IV Jozef nam op 1 januari 1806 de titel aan van koning van Beieren en werd gekroond als Maximiliaan I van Beieren.

Beieren en de Rijnbondakte[bewerken]

De Rijnbondakte van 12 juli 1806 bracht de volgende veranderingen:

De grensverdragen van 1810[bewerken]

In 1810 vond de derde grote gebiedsverandering in de napoleontische tijd plaats. Onder Franse druk werden een groot aantal grensverdragen gesloten. Oostenrijk moest aan Beieren afstaan: het Innviertel, het Hausruckviertel het hertogdom Salzburg en het vorstendom Berchtesgaden. De vorst-primaat moest aan Beieren het vorstendom Regensburg afstaan. hHt sinds 1807 onder direct Frans bestuur staande markgraafschap Bayreuth kwam aan Beieren. Beieren moest het deel van het graafschap Tirol dat ten zuiden van de lijn Brixen-Meran lag aan het koninkrijk Italië afstaan. In het verdrag van 18 mei 1810 te Parijs met het koninkrijk Württemberg werden onder andere de voormalige rijkssteden Ulm, Bopfingen, Buchhorn, Wangen, Leutkirch en Ravensburg en de Leutkircher Heide aan Württemberg afgestaan. De in het verdrag van 26 mei 1810 met het groothertogdom Würzburg werden onder andere de voormalige rijksstad Schweinfurt en de voormalige rijksdorpen Gochsheim en Sennfeld aan Würzburg afgestaan.

Beieren en het Congres van Wenen[bewerken]

Het Congres van Wenen in 1815 leverde de de laatste grote veranderingen op, meerbepaald dat het graafschap Tirol en de heerlijkheden in Vorarlberg werden geruild tegen het groothertogdom Würzburg en het vorstendom Aschaffenburg. Het Innviertel, Hausruckviertel en hertogdom Salzburg tot aan de Saalach en de Salzach werden geruild tegen een gebied op de linker Rijnoever, de zogenaamde Rijnpalts.

Het koninkrijk Beieren van 1815 tot 1918[bewerken]

Beieren ging in 1815 deel uitmaken van de Duitse Bond. Op 26 mei 1818 werd een grondwet gepubliceerd. de revolutie van 1848 leidde op 20 maart tot de troonsafstand van Lodewijk I ten gunste van zijn zoon. In de Oorlog van 1866 streed Beieren aan de zijde van de Duitse Bond tegen Pruisen. Na de Pruisische overwinning bij Königgrätz kwam er na een wapenstilstand op 22 augustus een vredesverdrag tot stand. Beieren moest een vrij klein gebied aan Pruisen afstaan: de ambten Orb en Gersfeld in het huidige Hessen en de exclave Kaulsdorf in het huidige Thüringen. In 1870 streed Beieren aan de zijde van Pruisen en de Noord-Duitse Bond tegen Frankrijk, waarna het in 1871 tot het nieuwe federale Duitse Keizerrijk toetrad. Beieren bleef echter in grote mate autonoom. De Beierse koningen uit het huis Wittelsbach behielden hun eigen leger. Daarnaast behield het koninkrijk Beieren zijn eigen posterijen en diplomatieke vertegenwoordigers.

De vrijstaat Beieren[bewerken]

In november 1918 werd de tot dan toe populaire koning Lodewijk III door een volksopstand, de Beierse Revolutie onder leiding van de onafhankelijke socialist Kurt Eisner, afgezet en verjaagd. Eisner riep daarop de Freistaat Bayern uit en werd minister-president. Op 21 februari 1919 werd Kurt Eisner door de jonge graaf Anton von Arco auf Valley doodgeschoten. Als wraak riepen de onafhankelijke socialisten de Radenrepubliek Beieren uit (zie ook: Beierse Revolutie-Gustav Landauer-Erich Mühsam-Oskar Maria Graf). Later werden de onafhankelijke socialisten door communisten afgezet, die de tweede Radenrepubliek uitriepen. Op 1 mei 1919 werd de radenrepubliek ten val gebracht door de diverse vrijkorpsen.

Na het rode experiment werd Beieren het bolwerk van extreem-rechtse nationalisten en reactionairen die tegen de republiek gekant waren. In het begin van de jaren '20 werd Gustav Ritter von Kahr (29 november 1862 - 30 juni 1934) rijkscommissaris van Beieren en trachtte haar af te scheiden van de rest van Duitsland. In 1923 poogde Adolf Hitler, gesteund door zijn nazi's en generaal Erich Ludendorff, via een staatsgreep (putsch) Von Kahr af te zetten en van Beieren een nazi-staat te maken. Deze staatsgreep werd in de kiem gesmoord.

Nadien was het er vrij rustig, en Von Kahr moest na verloop van tijd plaatsmaken voor meer constitutioneel gezinde lieden. Desondanks bleef Beieren de bakermat van de nazi's en ook de belangrijkste hoofdkwartieren van de nationaal-socialisten waren er gevestigd. Na de nationaalsocialistische machtsovername (1933) werden in Neurenberg de antisemitische Neurenberger wetten afgekondigd (1935).

In 1945 werd Beieren door de Amerikanen bevrijd/bezet, en zij installeerden er een interim-bestuur, later na democratische verkiezingen vervangen door een Beierse regering. De Rijnpalts bleef gescheiden van Beieren en ging deel uit maken van de deelstaat Rijnland-Palts. Sindsdien groeide Beieren uit tot de rijkste deelstaat van Duitsland. Het wordt tegenwoordig vrijwel ononderbroken geregeerd door de Christelijk-Sociale Unie (CSU), de Beierse zusterpartij van de Christen-Democratische Unie (CDU).

De Beierse 'Regierungsbezirke'

Geografie[bewerken]

Beieren grenst aan de landen Oostenrijk, Tsjechië en Zwitserland met het Bodenmeer. Beieren grenst aan de Duitse deelstaten Baden-Württemberg, Hessen, Saksen en Thüringen.

De twee grootste rivieren door Beieren zijn de Donau en de Main. De Beierse Alpen grenzen aan Oostenrijk en vormen de hoogste bergen van Duitsland; met 2.962 meter is de Zugspitze de hoogste top.

De Zugspitze

De grootste steden van Beieren zijn:

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Staatsbestuur[bewerken]

Het staatsbestuur van Beieren is onderverdeeld in drie lagen. De bovenste laag wordt gevormd door de regering en de ministeries, de middelste laag wordt gevormd door de Regierungsbezirke en de onderste laag bestaat uit de Landratsämter.

Regierungsbezirke[bewerken]

De Vrijstaat Beieren kent zeven Regierungsbezirke. Deze vertegenwoordigen de staatsregering van Beieren op regionaal niveau.

Landratsämter[bewerken]

In ieder Landkreis is er een Landsratsamt. Een Landratsamt is zowel een orgaan van een Landkreis als van de Vrijstaat. In de laatste hoedanigheid vertegenwoordigt een Landratsamt de staatsregering van Beieren op lokaal niveau.

Gemeentelijk zelfbestuur[bewerken]

Het gemeentelijk zelfbestuur bestaat uit gemeenten en gemeenteverbonden. Beieren kent 2056 steden en gemeenten, waarvan 25 kreisfreie Städte. Tientallen gebieden zijn niet gemeentelijk ingedeeld (gemeentevrij gebied).

De 71 Landkreise en de zeven Bezirke zijn de zogenoemde gemeenteverbonden. Het grondgebied van een Bezirk komt overeen met dat van een Regierungsbezirk.

Bezirke[bewerken]

Landkreise[bewerken]

  1. Aichach-Friedberg
  2. Altötting
  3. Amberg-Sulzbach
  4. Ansbach
  5. Aschaffenburg
  6. Augsburg
  7. Bad Kissingen
  8. Bad Tölz-Wolfratshausen
  9. Bamberg
  10. Bayreuth
  11. Berchtesgadener Land
  12. Cham
  13. Coburg
  14. Dachau
  15. Deggendorf
  16. Dillingen an der Donau
  17. Dingolfing-Landau
  18. Donau-Ries
  19. Ebersberg
  20. Eichstätt
  21. Erding
  22. Erlangen-Höchstadt
  23. Forchheim
  24. Freising
  1. Freyung-Grafenau
  2. Fürstenfeldbruck
  3. Fürth
  4. Garmisch-Partenkirchen
  5. Günzburg
  6. Haßberge
  7. Hof
  8. Kelheim
  9. Kitzingen
  10. Kronach
  11. Kulmbach
  12. Landsberg am Lech
  13. Landshut
  14. Lichtenfels
  15. Lindau
  16. Main-Spessart
  17. Miesbach
  18. Miltenberg
  19. Mühldorf am Inn
  20. München
  21. Neuburg-Schrobenhausen
  22. Neumarkt in der Oberpfalz
  23. Neustad an der Aisch-BadWindsheim
  24. Neustadt an der Waldnaab
  1. Neu-Ulm
  2. Nürnberger Land
  3. Oberallgäu
  4. Ostallgäu
  5. Passau
  6. Pfaffenhofen an der Ilm
  7. Regen
  8. Regensburg
  9. Rhön-Grabfeld
  10. Rosenheim
  11. Roth
  12. Rottal-Inn
  13. Schwandorf
  14. Schweinfurt
  15. Starnberg
  16. Straubing-Bogen
  17. Tirschenreuth
  18. Traunstein
  19. Unterallgäu
  20. Weilheim-Schongau
  21. Weißenburg-Gunzenhausen
  22. Wunsiedel im Fichtelgebirge
  23. Würzburg

Kreisfreie Städte[bewerken]

  1. Amberg
  2. Ansbach
  3. Aschaffenburg
  4. Augsburg
  5. Bamberg
  6. Bayreuth
  7. Coburg
  8. Erlangen
  9. Freising
  10. Fürth
  1. Hof
  2. Ingolstadt
  3. Kaufbeuren
  4. Kempten im Allgäu
  5. Landshut
  6. Memmingen
  7. München
  8. Neurenberg (Nürnberg)
  9. Passau
  1. Regensburg
  2. Rosenheim
  3. Schwabach
  4. Schweinfurt
  5. Straubing
  6. Weiden
  7. Würzburg

Streken[bewerken]

Natuur[bewerken]

Trivia[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties