Rijksstad Neurenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reichsstadt Nürnberg (de)
Land in het Heilige Roomse Rijk Wapen Heilige Roomse Rijk
1219 – 1806 Koninkrijk Beieren 
Symbolen
Flag of Nuremberg.svg Großes Wappen von Nürnberg.svg
Kaart
De rijksstad Neurenberg
De rijksstad Neurenberg
Algemene gegevens
Hoofdstad Neurenberg
Oppervlakte 1650 km² (ca. 1800)[1]
Bevolking 70.000 (ca. 1800)[2]
Talen Duitse dialecten
Religie Rooms-katholiek
Lutheraans (vanaf 1525)
Politieke gegevens
Regeringsvorm Rijksstad
Rijksdag 1 stem op de Zwabische Bank in de Raad van Steden
Kreits Frankische Kreits
Zegel Freien Reichsstadt Nürnberg uit 1473

Neurenberg was een tot de Frankische Kreits behorende rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk.

De periode tot het interregnum[bewerken]

De stad Neurenberg (Duits: Nürnberg, afgeleid van nuorenberc = rotsberg) is ontstaan uit de rijksburcht die in 1050 voor het eerst vermeld wordt. De burcht speelt en belangrijke rol, maar het belang wordt echt groot tijdens de regering van Koenraad III (Rooms-koning). Nu zijn er ook burggraven van Neurenberg. Omstreeks 1173 wordt de schout vermeld, wat wijst op een stedelijke rechtspraak. In 1152 is de stad nog familiebezit: keizer Koenraad III schenkt ze aan zijn zoon hertog Frederik van Rothenburg. Na diens dood bouwt keizer Frederik I de burcht uit tot een keizerpalts. In het begin van de dertiende eeuw is de palts het bestuurscentrum voor de rijksgoederen. De aanwezigheid van het keizerlijk hof is een sterke economische impuls voor de burgerlijke nederzetting. Keizer Frederik II verleent de burgers een aantal economische privileges in de grote vrijheidsbrief van 8 november 1219. Politiek blijft de nederzetting echter onderworpen aan de keizerlijke voogd. Pas na de ondergang van de Hohenstaufen kan er een zelfstandige ontstaan. In 1256 is er een stadsraad en begint men met de ommuring. Maar de erfgenamen van de Hohenstaufen blijven Neurenberg als familiebezit zien. Na de terechtstelling van Konradijn van Hohenstaufen in 1268 is de hertog van Beieren zijn erfgenaam. De dreiging om een landstad van Beieren te worden, wordt verhinderd door de politiek van koning Rudolf.

De burggraven[bewerken]

Inmiddels zijn de burggraven een belangrijke machtsfactor geworden. Het burggraafschap was tot het uitsterven in 1191 in handen van het huis Raab. Dit geslacht is in 1191 opgevolgd door de Hohenzollern. Hun macht is in het Interregnum zodanig gegroeid, dat koning Rudolf genoodzaakt is een aantal van de door hun verworven bevoegdheden te erkennen. Hiermee is de kiem gelegd voor de onenigheden die er tot het einde van het Heilige Roomse Rijk zijn geweest tussen de stad en de latere vorstendommen Ansbach en Bayreuth.

Van interregnum tot Reformatie[bewerken]

Nürnberg in 1493

De relatie met keizer Lodewijk de Beier is zeer goed. De stad steunt hem en de keizer verleent de stad belangrijke juridische privileges. De bevolking groeit zodanig dat de stad moet worden uitgebreid door een nieuwe omwalling. Keizer Karel IV beloont de steun van de stad aan hem in de Gouden Bul van 1356. In de bul wordt vastgelegd dat iedere keizer zijn eerste rijksdag in Neurenberg bijeen moet roepen. De macht van de stad groeit, maar ook die van de burggraaf. Het ambt van burggraaf van Neurenberg wordt in 1363 in rang gelijk gesteld aan dat van rijksvorst. De stad gaat tot de tegenaanval over. In 1385 verwerft de stad het ambt van schout in eigendom, in 1388 vervallen de grondcijnsrechten van de burggraaf en in 1391 wordt de invloed van de burggraaf bij de bouw van de stadsmuur en het beheer van de bossen teruggedrongen. In 1400 verwerft de stad zelfs de burcht Lichtenau bij Ansbach, waardoor er druk kan worden uitgeoefend op deze burggrafelijke bezitting. In 1420 lijkt er een eind te komen aan de politieke nachtmerrie als een Beiers leger de burcht in Neurenberg verwoest en de stad de ruïnes kan kopen. Er kan nu ook een stedelijk territorium ontstaan. De verlening van het markgraafschaap Brandenburg met de daaraan verbonden keurvorstelijke waardigheid aan de burggraven doet de macht van deze tegenstander enorm groeien. Tijdens de Eerste Markgravenoorlog (1449-1450) weet de stad de markgraaf te weerstaan.

Keizer Sigismund is de stad zodanig goed gezind dat hij in 1424 besluit dat de kroonjuwelen in de stad moeten worden bewaard. Dit besluit heeft tot 1796 stand gehouden. Door deelname aan de Landshuter Successieoorlog van 1504-1505 verwerft de stad een aantal dorpen.

Van de Reformatie tot het einde van de rijksstad[bewerken]

In 1525 wordt de Reformatie ingevoerd en in 1622 wordt er een universiteit gesticht in Altdorf.

In 1792 en 1796 moet de stad accepteren dat Beieren en Pruisen een deel van haar landelijk gebied annexeren.

In de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 is Neurenberg één van de weinige (zes) rijkssteden, die zijn zelfstandigheid volgens paragraaf 27 bewaart. Bij de andere vijf steden zijn er ook bepalingen opgenomen over het gebied, maar voor Neurenberg wordt de regeling uitgesteld naar een later tijdstip.

Lang duurt de nieuwe situatie niet, want in artikel 17 van de Rijnbondsacte van 12 juli 1806 wordt de inlijving van de rijksstad bij het nieuwe koninkrijk Beieren geregeld.

Grondgebied[bewerken]

Naast de stad zelf bestond het grondgebied uit het Sebalder Wald en het Lorenzer Wald. Verder uit de ambten Wöhrd, Gostenhof, Altdorf, Lauf, Hersbruck, Reicheneck, Engeltahl, Hohenstein, Velden, Betzenstein, Hilpoltstein, Gräfenberg en Lichtenau.

Literatuur[bewerken]

  • K. Bosl, Handbuch der Historischen Stätten Deutschlands, Band 7 Bayern, 1965.

Noten[bewerken]

  1. (en) P. H. Wilson (2004): From Reich to revolution: German history, 1558-1806, eerste druk, Palgrave Macmillan, Basingstoke, blz. 379
  2. Waarvan 30.000 binnen en 40.000 buiten de stadsmuren, (en) P. H. Wilson (2004): From Reich to revolution: German history, 1558-1806, eerste druk, Palgrave Macmillan, Basingstoke, blz. 379