Lodewijk II van Beieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over Lodewijk II, koning van Beieren. Zie Lodewijk II van Beieren (1229-1294) voor de gelijknamige hertog.
Lodewijk II
1845-1886
Koning ludwig II van beieren.jpg
Koning van Beieren
Periode 1864-1886
Voorganger Maximiliaan II
Opvolger Otto I
Vader Maximiliaan II van Beieren
Moeder Marie van Pruisen
Dynastie Wittelsbach

Lodewijk Frederik Willem (Duits: Ludwig Friedrich Wilhelm) (Slot Nymphenburg bij München, 25 augustus 1845 – in de Würmsee, tegenwoordig Starnberger See, bij het Slot Berg, Berg, 13 juni 1886), bijgenaamd de Sprookjeskoning, was van 1864 tot 1886 koning van Beieren.

Hij was de oudste zoon van koning Maximiliaan II en prinses Marie van Pruisen. De koning was als kroonprins zeer streng voor de kleine Lodewijk en zijn broer. Hij zag zijn kinderen niet vaker dan twee keer per dag. Maximiliaan geloofde in een harde, Spartaanse opvoeding, hetgeen op den duur desastreus zou uitpakken voor de beide prinsen. Lodewijk groeide op in Slot Hohenschwangau, te midden van neogotiek en oude mythen en onder toezicht van leraren en lakeien.

Jeugd[bewerken]

Lodewijk werd geboren dichtbij München in kasteel Nymphenburg, als oudste zoon van koning Maximiliaan II van Beieren en zijn gemalin koningin Marie van Pruisen. Lodewijk had een jongere broer, prins Otto Willem Luitpold Adalbert.

Hij leefde in een eeuw waarin Europa alleen werd geregeerd door koningen, die de verantwoordelijkheid over bijna heel Europa hadden. Lodewijk kreeg bijna dagelijks te horen wat voor positie hij in de toekomst moest gaan bekleden. Zijn zeer strenge opvoeding was in handen gegeven van leraren terwijl hij zijn ouders nauwelijks zag. Daardoor ontwikkelde hij geen sterke band met zijn ouders. Een veel betere band had hij met zijn grootvader, Koning Lodewijk I.

Lodewijk kende in zijn jeugd gelukkige momenten. Hij woonde voor het grootste deel van die periode in het kasteel Hohenschwangau, een kasteel dat zijn vader had aangekocht en grondig had laten verbouwen, niet ver van het stadje Füssen. Het kasteel was gedecoreerd in neogotische stijl met ontelbare fresco’s van historische Duitse verhalen op de wanden. Hij bezocht met zijn familie ook vaak de Starnberger See, een groot meer in het zuiden van Duitsland. Achttien jaar oud, in 1863, werd Lodewijk beste vrienden met zijn adjudant, de knappe prins Paul Maximiliaan Lamoral von Thurn und Taxis (1843-1879), een lid van de rijke en beroemde Beierse familie Thurn und Taxis. De twee jonge mannen reden paard met elkaar, lazen samen poëzie en ze speelden scènes uit de opera's van Richard Wagner. De relatie - die, naar sommigen menen, ook seksueel was - kwam tot een einde toen Paul geïnteresseerd raakte in een mooie jonge vrouw. Lodewijk had, later, ook een goede relatie met zijn nicht Elisabeth, hertogin in Beieren, de latere Elisabeth, Keizerin van Oostenrijk ("Sisi"). Beiden hielden ze van natuur en poëzie, ze hadden ook een bijnaam voor elkaar “de Adelaar” (Lodewijk) en “de Zeemeeuw” (Elisabeth). Een rimpeling in de relatie ontstond toen de net aangetreden Lodewijk als koning van Beieren de jonge Italiaanse staat erkende. Elisabeth kon zich niet voorstellen dat haar neef zoiets deed, terwijl verschillende leden van de Wittelsbachfamilie (zijzelf als keizerin-echtgenote van de heerser over de Noordelijke Italiaanse provincies, haar zuster Marie als koningin der Beide Siciliën) bezittingen in die gebieden hadden.

Lodewijk op jonge leeftijd

Koning van Beieren[bewerken]

Lodewijk besteeg de troon op achttienjarige leeftijd na de plotselinge dood van zijn vader. Hij was een onervaren monarch, verdwaald in legenden en sagen. Het leger had niet zijn interesse, als aanvoerder liet hij zich vertegenwoordigen door zijn broer, terwijl hij in zijn kasteel zat te mijmeren.

Als jonge koning was hij zeer populair; hij gold als een van de mooiste mannen van zijn tijd. De koning was lang en had in elk kasteel een extra groot bed. Ondanks zijn populariteit was hij echter een eenling, hij vermeed zo veel mogelijk contact met familie en personeel. Als de koning zich verplaatste was het meestal 's nachts, hij was verzot op maanlicht.

De nieuwe koning was altijd al enigszins mensenschuw en onevenwichtig geweest, en naarmate hij langer aan de macht was, trok Lodewijk zich steeds meer terug in de Alpen, waar hij diverse kostbare sprookjeskastelen liet bouwen. Het beroemdste is het nooit voltooide Slot Neuschwanstein, nu een populaire toeristische attractie. De burcht was een afspiegeling van zijn aanbidding van mythen. Hij had ook veel bewondering voor zijn naamgenoot Lodewijk XIV van Frankrijk en hij liet dan ook een kopie van het kasteel van Versailles, Slot Herrenchiemsee, bouwen op het eiland Herrenchiemsee in de Chiemsee. Dit slot is eveneens nooit voltooid en vormt ook een toeristische trekpleister.

Huwelijk[bewerken]

Ludwig II; Autograph.jpg

Lodewijk was verloofd met zijn nicht Sophie in Beieren, de zuster van keizerin Elisabeth van Oostenrijk ("Sisi"), maar na de trouwdatum een aantal maal te hebben uitgesteld, blies hij het huwelijk in oktober 1867 uiteindelijk af. De Beierse bevolking was verrast, aangezien er al ettelijke gravures en memorabilia werden gemaakt van het koningspaar. Voor Beieren betekende dit een verandering van de erfopvolging. Lodewijk zou nooit huwen, laat staan een opvolger schenken aan de dynastie. De echte reden zal nooit bekend worden, wat bijdraagt tot de legende van de sprookjeskoning.

Lodewijk in zijn overlijdensjaar 1886

Wereldwijd nemen veel historici aan dat Lodewijk homoseksueel was, waarbij zij zich baseren op brieven van de vorst en memoires van leden van het hof.

Het einde van de koning[bewerken]

Op het einde van zijn leven liet de regering de koning onbekwaam verklaren. De officiële reden was dat men vanwege zijn excentrieke gedrag dacht dat hij gek geworden was. In hoeverre deze beschuldiging juist was of gewoon een excuus om de vorst af te kunnen zetten is nog steeds bron van twijfel. Hoe dan ook, Lodewijk werd gevangengezet in het Slot Berg. Hoewel hij een uitstekende zwemmer was verdronk hij op 13 juni 1886 onder mysterieuze omstandigheden in de Starnberger See ten zuiden van München, samen met zijn psychiater Dr. Bernhard von Gudden. De lichamen werden om 10 uur 's avonds gevonden na een zoektocht. Het zakhorloge van Lodewijk was blijven staan op 18.45 u.

Zeven weken na zijn dood werden de kastelen opengesteld voor het publiek. Bij het meer werd een kapelletje gebouwd en elk jaar wordt op de dag van zijn overlijden een ceremonie ter nagedachtenis gehouden. Zijn praalgraf in de Michaelskerk in München is ook een bedevaartsoord, de koning blijft de nationale trots van Beieren.

Lodewijk werd opgevolgd door zijn jongere broer, de geesteszieke Otto I. Omdat Otto niet tot regeren in staat was, nam prins-regent Luitpold de honneurs waar. Door de Beierse bevolking werd dit Luitpold aanvankelijk zeer kwalijk genomen. Men kon niet begrijpen dat de populaire koning Lodewijk het veld had moeten ruimen en dichtte Luitpold persoonlijke ambities toe. Ook keizerin Elisabeth veroordeelde Luitpold en weigerde ieder contact met hem. Dit leidde zelfs tot enige verwijdering tussen Elisabeth en haar moeder, hertogin Ludovika in Beieren omdat Ludovika Luitpold steunde. Ook Elisabeths broer, de oogarts Karel Theodoor, koos de zijde van Luitpold, omdat hij meende dat Lodewijk II terecht als krankzinnig gediagnosticeerd was. Tussen Elisabeth en haar broer kwam het nooit meer goed.[1] Mede doordat de Wittelsbachers hun familiearchief gesloten houden, is zijn dood lang een mysterie gebleven. In 2007 onthulde de kleindochter van een gravin dat zij in het bezit was van de jas van Lodewijk II, die hij droeg toen hij "verdronk". De jas vertoont twee kogelgaten. De vorst zou zijn omgebracht door huurmoordenaars, ingehuurd door samenzwerende leden van de hofhouding. De lijfarts van de koning, Dr. Schleiß, had op zijn sterfbed verklaard, dat hij over de doodsoorzaak van de vorst een valse verklaring had afgelegd.

Lodewijks kastelen[bewerken]

Bouw van het Slot Neuschwanstein

Trivia[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. Brigitte Hamann, Elisabeth. Kaiserin wider Willen. München, 1981, 1997. blz 402. e.v.