Frederik Willem II van Pruisen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik Willem II
1744-1797
Frederick Wilhelm II.png
Koning van Pruisen
Periode 1786-1797
Voorganger Frederik II
Opvolger Frederik Willem III
Vader August Willem van Pruisen
Moeder Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel
Dynastie Hohenzollern
Stamboom.png Stamboom
Het neoclassicistische Marmerpaleis, gebouwd om afstand te nemen van zijn oom, die van barok en rococo hield.

Frederik Willem II (Berlijn, 25 september 1744Marmerpaleis, Potsdam, 16 november 1797) was van 1786 tot 1797 koning van Pruisen.

Hij was de oudste zoon van August Willem van Pruisen (1722-1758) en Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel (1722-1780). In 1786 volgde hij zijn oom Frederik de Grote op als koning van Pruisen toen die stierf zonder nageslacht.

In september 1787 werd naar aanleiding van de vernederende aanhouding bij Goejanverwellesluis van zijn zuster Wilhelmina, door zijn ingrijpen de macht van de stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hersteld.

Huwelijken en kinderen[bewerken]

Frederik Willem trouwde in 1765 met Elisabeth Christine Ulrike van Brunswijk-Wolfenbüttel (1746-1840), dochter van hertog Karel I van Brunswijk-Wolfenbüttel, met wie hij een dochter kreeg:

Als jongeman had Frederik Willem een voorkeur ontwikkeld voor Franse actrices en balletdanseressen. Om hem in zijn amoureuze escapades te remmen werd hij voorgesteld aan de mooie en spirituele Elisabeth. De beoogde troonopvolger veranderde echter zijn amoureuze leventje niet. Zijn echtgenote nam wraak en richtte haar aandacht op officieren en hofmusici. In april 1769 scheidde hij van Elisabeth, en om te zorgen dat er nooit meer kans zou zijn op buitenechtelijke kinderen, werd ze verbannen naar Stettin.

Drie maanden later trouwde hij, op dwingend advies van zijn oom Frederik de Grote, met Frederika van Hessen-Darmstadt (1751-1805). Met haar kreeg hij de volgende kinderen:

Zijn maîtresse en andere favorieten[bewerken]

De kroonprins was totaal niet in zijn echtgenote geïnteresseerd. Zijn grote liefde was Wilhelmine Enke (1753–1820), de knappe dochter van de plaatselijke herbergier. Hij zorgde voor haar opvoeding, las met haar de klassieken en stuurde haar, toen ze vijftien was, naar Parijs. Hij stelde haar aan als hoorniste in de hofkapel en bezocht haar dagelijks. Het paar kreeg vijf kinderen.

In 1786 sloot hij een morganatisch huwelijk met Julie von Voß, de latere gravin Ingenheim. Na haar dood in 1790 hertrouwde hij opnieuw morganatisch met Sophie von Dönhoff. Uit dit huwelijk werden geboren:

In 1795 is Frederik Willem gedwongen afstand te nemen van zijn maîtresse; Wilhelmine Enke vertrok naar Rome, waar ze contacten legde met Lady Emma Hamilton en Angelika Kauffmann. Toen haar dochter in 1796 zou gaan trouwen, kreeg Wilhelmine Enke met terugwerkende kracht de adellijke titel gravin von Lichtenau. Toen Frederik Willem ziek werd, reisden ze samen naar Bad Pyrmont, maar de kuur bleek niet te helpen. De koning stierf in zijn Marmerpaleis, aan het meer in Potsdam.

Om haar weg te werken beschuldigde zijn opvolger haar van verraad. Wilhelmine Enke werd na wekenlange ondervraging vrijgesproken. Frederik Willem III zou het haar nog jarenlang lastig maken, ze werd verbannen en haar goederen zijn geconfisqueerd. Met de hulp van Napoleon kreeg zij een deel van haar bezittingen terug en vestigde zich Unter den Linden.

Trivia[bewerken]

Het is onduidelijk waar zijn bijnaam der dicke Lüderjahn (de dikke nietsnut) opslaat.[1]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Hans Herzfeld (Hrsg.): Lexikon der Weltgeschichte - Daten und Gestalten. Büchergilde Gutenberg, Frankfurt am Main, Wien, Zürich 1970.