Frederik Willem I van Brandenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik Willem
1620-1688
Kurfürst Friedrich Wilhelm von Brandenburg 3.jpeg
Keurvorst van Brandenburg
Hertog van Pruisen
Periode 1640-1688
Voorganger George Willem
Opvolger Frederik III
Vader George Willem van Brandenburg
Moeder Elisabeth Charlotte van de Palts
Stamboom.png Stamboom

Frederik Willem (Duits: Friedrich Wilhelm) (Cölln, 16 februari 1620Potsdam, 9 mei 1688) was keurvorst van Brandenburg en hertog van Pruisen - en dus de heerser van Brandenburg-Pruisen - van 1640 tot zijn dood. Frederik Willem was een lid van het Huis Hohenzollern en was in de volksmond gekend als "de Grote Keurvorst" (Duits: Der Große Kurfürst) vanwege zijn militaire en politieke dapperheid. Frederik Willem was een fervent aanhanger van het calvinisme, wat in verband werd gebracht met de opkomende commerciële klasse. Hij zag het belang van handel en promootte het hevig. Zijn slimme binnenlandse hervormingen gaven Pruisen een sterke positie in de post-Westfalen politieke orde van Noord-Centraal-Europa, en legden de fundamenten voor het omvormen van het hertogdom naar een koninkrijk. Dit werd uiteindelijk bereikt door zijn opvolger, Frederik I van Pruisen.

Biografie[bewerken]

Frederik Willem was de zoon van keurvorst George Willem en Elisabeth Charlotte van de Palts, dochter van Frederik IV van de Palts. Aangezien Brandenburg geteisterd werd door de verwoestingen door Wallenstein, verbleef hij in de Nederlanden, waar hij tussen 1634-1637 aan de Universiteit van Leiden studeerde. Rond zijn troonsbestijging werd Brandenburg ernstig geteisterd door de Dertigjarige Oorlog (1618–1648). Als reactie hierop voerde hij naar Nederlands voorbeeld hervormingen door: hij centraliseerde het bestuur, hervormde de economie, beperkte de macht van adel en steden en bouwde een efficiënt leger op. Bij de Vrede van Münster (1648) verkreeg hij Achter-Pommeren, Minden, Halberstadt en de voogdij over Maagdenburg.

Frederik Willem stond in de Noordse Oorlog (1655-1660) aanvankelijk aan de zijde van Zweden, maar liep over naar de Pools-keizerlijke partij. De Amsterdamse burgemeester Johan Huydecoper van Maarsseveen (1599-1661) ging in 1655 met een delegatie (oa. met Pieter de Graeff) op bezoek om peetoom te zijn van de vroeg overleden Karel Emil, een bondgenootschap te regelen en een regeling te treffen omtrent een uitstaande schuld. Als pillegift zou Karel Emil elk jaar een kanon krijgen. In de Vrede van Oliva (1660) werd het hertogdom Pruisen geheel onafhankelijk van Polen. In 1666 verkreeg Frederik Willem Gulik en het hertogdom Kleef en spiegelde hij zich aan de kunstzinnige Johan Maurits van Nassau-Siegen, die hij in Nassau-Siegen als stadhouder had benoemd en waarmee hij een intieme band onderhield. Jan Lievens kwam voor twee jaar naar Oranienburg om in het slot decoraties aan te brengen. In 1671 nodigde Frederik Willem vijftig rijke uit Wenen verdreven joden uit om naar Brandenburg te komen en verleende hen handelsvoordelen. Frederik Willem kocht dertien schilderijen van de Amsterdamse kunsthandelaar Gerrit van Uylenburgh. Hij trok de echtheid van de schilderijen in twijfel en stuurde ze weer terug.

Het landhuis in Caputh met 7.500 Delfts blauwe tegels

In de Hollandse Oorlog (1672) steunde hij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tegen Lodewijk XIV. Keizer Leopold I, Spanje en Denemarken sloten zich bij hem aan. Hij ontmoette de keizerlijke troepen onder bevel van Raimondo Montecuccoli bij Halberstadt. Pruisen werd een belangrijke speler in het politieke spel, toen hij de, door Frankrijk gesteunde, Zweden in 1675 bij Fehrbellin versloeg. Met de verovering van Stettin hoopte Frederik Willem een havenstad in zijn bezit te krijgen en daarmee de buitenlandse handel van Brandenburg te bevorderen. Bij de Vrede van Nijmegen moest hij de veroverde gebieden weer aan Zweden afstaan. De schuld van ruim 1,2 miljoen gulden, opgebouwd door zijn vader, werd in 1681 omgezet in de overdracht van de Schenkenschanz. In 1682 startte hij de Brandenburgse Afrikaanse Compagnie. In 1685 werden 15.000 Franse hugenoten naar Pruisen uitgenodigd. Dat was een veel belangrijker impuls voor de economie.

Huwelijken en kinderen[bewerken]

Portret van Friedrich Wilhelm I, keurvorst van Brandenburg en zijn echtgenote Louise Henriette van Nassau. (Gerrit van Honthorst)

Frederik Willem huwde op 7 december 1646 met Louise Henriëtte van Nassau (1627-1667), dochter van Frederik Hendrik van Oranje. Na een aantal miskramen werden uit dit huwelijk zes kinderen geboren, onder wie zijn opvolger Frederik III (1657-1713) en Lodewijk (1666-1687), die huwde met Louisa Charlotte Radziwill (1667-1695).

  • Willem Hendrik (21 mei 1648 - 24 oktober 1649)
  • Karel Emiel, kroonprins van Brandenburg (16 februari 1655 - 7 december 1674)
  • Frederik III (11 juli 1657 - 25 februari 1713), later Frederik I van Pruisen, gehuwd met Elisabeth Henriëtte van Hessen-Kassel
  • Amalia (19 november 1664 - 1 februari 1665)
  • Hendrik (19. November 1664 - 26 november 1664)
  • Lodewijk (8 juli 1666 - 8 april 1687), deze trouwde op 7 januari 1681 in Königsberg met prinses Louise Charlotte Radziwill (1667–1695), enige dochter en erfgename van prins Boguslaw Radziwill. Na zijn huwelijk verbleef Lodewijk voor langere tijd te Utrecht.

Frederik Willem hertrouwde in 1668 met Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg (1636-1689), de weduwe van hertog Christiaan Lodewijk van Brunswijk-Lüneburg. Uit dit huwelijk werden zeven kinderen geboren:

Bron[bewerken]

Tussenbroek, G. van (2005) Grachten in Berlijn. Hollandse bouwers in de Gouden Eeuw.