Albrecht von Wallenstein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Albrecht von Wallenstein
Portret door Anthony van Dyck, 1629
Portret door Anthony van Dyck, 1629
Hertog van Mecklenburg
Regeerperiode 1628 - 1631
Voorganger Johan Albrecht II (Güstrow) en Adolf Frederik I (Schwerin)
Opvolger Johan Albrecht II (Güstrow) en Adolf Frederik I (Schwerin)
Militaire informatie
Land/partij Banner of the Holy Roman Emperor with haloes (1400-1806).svg Keizerlijken
Dienstjaren 1615 - 1630
1632 - 1634
Rang Generalissimus
Slagen/oorlogen Dertigjarige Oorlog
Algemene informatie
Geboren 24 september 1583
Hermanitz
Gestorven 25 februari 1634
Eger
Religie Rooms-katholiek

Albrecht Wenzel Eusebius von Wallenstein of Waldstein (Tsjechisch: Albrecht z Valdštejna) (Hermanitz, Bohemen, 24 september 1583 - Eger, 25 februari 1634), hertog van Friedland en Mecklenburg, vorst van Sagan, was een opperbevelhebber van de keizerlijke troepen tijdens de Dertigjarige Oorlog.

Wallenstein streed aan de kant van de keizer en de Katholieke Liga tegen de Protestantse Unie. Later viel hij echter in ongenade. Hij werd van verraad verdacht en door officieren van de keizer gedood.

Loopbaan[bewerken]

Albrecht Wallenstein kwam uit een Boheemse adellijke familie, genaamd Waldstein, die luthers was. Albrecht zelf echter liet zich in 1604 als jonge man door de jezuïeten tot het katholicisme bekeren. In de Uskokoorlog deed hij voor het eerst van zich spreken bij de verdediging van Gradisca d'Isonzo. Toen de standen van het Koninkrijk Bohemen in 1618 tegen keizer Ferdinand in opstand (de Boheemse opstand, van 1618 tot 1621) kwamen, bleef Wallenstein de keizer trouw en verleende assistentie bij het neerslaan van de opstand. Hij werd daarvoor rijkelijk beloond met geconfisqueerde landgoederen van opstandelingen. Op grond van deze landgoederen kon hij zich vanaf 1624 "Hertog van Friedland" noemen.

Toen de keizer in 1625 in de oorlog opnieuw in moeilijkheden geraakte, bood Wallenstein aan om op eigen kosten een leger van 20.000 man op de been te brengen. De kosten daarvan zou hij, in geval van succes, kunnen terugverdienen door oorlogsbuit. Wallensteins principe was "de oorlog moet de oorlog voeden": de troepen leefden grotendeels van plundering van de landstreken waar ze doorheen trokken.

Op 25 april 1626 behaalt het door Wallenstein aangevoerde keizerlijke leger bij Dessau een verpletterende overwinning op graaf Peter Ernst II van Mansfeld, de opperbevelhebber van het protestantse leger. In hetzelfde jaar liet hij ook één van zijn ondergeschikten, namelijk Juraj V Zrinski, vergiftigen na een verbaal duel. Diens "scherpe tong" en ridderlijkheid waren reeds langer een doorn in het oog van Wallenstein.

In 1627 en 1628 veroveren de legers van Wallenstein grote delen van Noord-Duitsland, waaronder Pommeren en Mecklenburg, op de protestanten. Het doel van Wallenstein was om van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie meer tot een eenheidsstaat te geraken, waar alle vorsten en edelen aan de keizer zouden zijn onderworpen. Zelf werd hij voor zijn prestaties door de keizer beloond met benoeming tot "Hertog van Mecklenburg".

De successen van het keizerlijke leger verontrustten echter enkele buurlanden, zoals Zweden, dat bang was dat het protestantisme in Noord-Duitsland ten onder zou gaan, en Frankrijk, waar Richelieu, ook al was hij zelf een katholiek kardinaal, tot alle prijs de opkomst wilde voorkomen van een sterke, Duitse eenheidsstaat onder Oostenrijkse leiding. De Habsburgers waren weliswaar katholiek, maar toch ook Frankrijks ergste vijanden. Deze verontrusting leidde tot de landing van een sterk Zweeds leger aan de kust van Pommeren.

Door interventie van - zowel katholieke als protestantse - Duitse vorsten, die evenmin van een sterke eenheidsstaat waren gediend, had keizer Ferdinand zich inmiddels genoodzaakt gezien om Wallenstein te ontslaan. Toen de Oostenrijkse bevelhebber Tilly echter in 1631 in de slag bij Breitenfeld verpletterend werd verslagen door Gustaaf II Adolf van Zweden, deed de keizer opnieuw een beroep op Wallenstein, die beloofde op eigen kosten een leger van 50.000 man op de been te zullen brengen, maar daarvoor wel als voorwaarde stelde dat hij als "generalissimus" buitengewoon verreikende volmachten zou krijgen. De keizer kon in zijn benarde positie niet anders dan instemmen met deze voorwaarden.

Inmiddels hadden de Zweden en hun protestantse bondgenoten de katholieke legers verdreven uit heel Noord-Duitsland, inclusief het door de keizer aan Wallenstein beloofde Mecklenburg. Wallenstein probeert de Zweden en hun Saksische bondgenoot tot staan te brengen, maar wordt in 1632 in de Slag bij Lützen verslagen. Een groot verlies voor de Zweden is evenwel dat de begenadigde veldheer Gustaaf Adolf in deze slag sneuvelt.

De moord op Wallenstein

In de strijd tegen de Zweedse en Saksische troepen in Silezië toont Wallenstein zich naar de smaak van de keizer niet doortastend genoeg. Ook laat hij na om een Zweedse invasie in Beieren te keren. Bovendien was Wallenstein - overigens met dekking van de keizer - besprekingen met de Zweden begonnen om te verkennen op welke voorwaarden er vrede zou kunnen worden gesloten.

Lasteraars weten de situatie zo voor te stellen dat de keizer gaat geloven dat Wallenstein verraad in de zin heeft. Of dat werkelijk het geval was, is nooit definitief opgehelderd. De keizer begint in elk geval genoeg te krijgen van deze veldheer, die al te machtig is geworden dankzij zijn vele militaire successen. In 1634 wordt Wallenstein in de Boheemse grensstad Eger in opdracht van de keizer door enkele van zijn officieren vermoord.

Privé-leven[bewerken]

In 1609 trouwde Wallenstein met een rijke weduwe, Lukretia Nikessin von Landek. Als weduwnaar hertrouwde Wallenstein in 1623 met Isabella, een dochter van de graaf Harrach. Haar zuster was reeds met zijn neef getrouwd. In 1627 werd Wallenstein hertog van Friedland in Noord-Bohemen. Hij bezat kasteel Valdštejn in Noord-Bohemen en het barokke paleis Valdštejnsky in Praag.

Literatuur en muziek[bewerken]

De Duitse schrijver Friedrich Schiller heeft in 1800 een als klassiek beschouwd driedelig drama gewijd aan de verwikkelingen die tot de moord op Wallenstein hebben geleid. Deze trilogie wordt in de volksmond ook wel aangeduid als Wallenstein-trilogie. In het stuk komt de frase "Daran erkenn' ich meine Pappenheimer!" waar de Nederlandse uitdrukking "Ik ken mijn Pappenheimers" vandaan komt Ik ken mijn Pappenheimers (herkomst en betekenis) Geraadpleegd op 2013-10-11.

Wallenstein was ook inspiratie voor een aantal componisten:

  • Vincent d'Indy componeerde Wallenstein opus 12 voor orkest (drie thematisch verbonden ouvertures, met een duur van ongeveer 37 minuten);
  • Bedřich Smetana componeerde Valdštýnův tábor (Wallensteins kamp) opus 14 (een ongeveer 15 minuten durend symfonisch gedicht);
  • Josef Rheinberger componeerde Wallenstein opus 10 ‘Sinfonisches Tongemälde für großes Orchester' (55 min.);
  • Franz Schubert componeerde het lied 'Der Wallensteiner Lanzknecht beim Trunk (D931)' waarin een lansier van Wallenstein beschrijft hoe hij al tientallen keren door zijn helm beschermd is en er nu een lekker wijntje uit drinkt.

Een veelgelezen werk over Wallenstein en zijn tijd is de driedelige uitgave van Golo Mann, Fischer Taschenbuch Verlag, Frankfurt am Main 1971. Voorts wordt deze periode uitgebreid beschreven in: The Thirty Years War, J.V. Polisensky, New English Library, 1974.