Oost-Pruisen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Provinz Ostpreußen
Vlag Wapen
Vlag Wappen der Provinz Ostpreußen
Kaart

Provincie Oost-Pruisen in Pruisen (1878-1918)

Hoofdstad Koningsbergen
Bestaan 1773-1829/1878-1945
Oppervlakte 62.528,8 km²
Inwoners 1.933.936 (1880)
1.996.626 (1900)
2.488.122 (1939)
Ontstaan uit Hertogdom Pruisen
Opgegaan in Litouwen, RSFSR, Polen
Kenteken I C
Regierungsbezirke

Regierungsbezirke in Oost-Pruisen (1878)

Oost-Pruisen was een provincie van Pruisen in het uiterste noordoosten van het land. Oorspronkelijk was het het stamland van de Baltische Oude Pruisen. Later maakte het deel uit van de staat van de Duitse Orde en sinds 1525 was het een seculier hertogdom Pruisen. In 1618 werd het gebied verenigd met Brandenburg, waaruit het latere koninkrijk Pruisen voortkwam. Van 1871 tot 1945/47 maakte Pruisen deel uit van het Duitse Rijk.

Sinds 1945 behoort het zuiden van het gebied tot Polen (woiwodschap Ermland-Mazurië), het noorden grotendeels tot Rusland (oblast Kaliningrad) en voor een klein deel tot Litouwen (Memelland) (dit laatste sinds 1919 en weer sinds 1945).

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] Middeleeuwen

De oorspronkelijke bewoners van de streek waren Baltische stammen als de Pruisen, de Litouwers en de Koeren. Vanuit de Pruisische nederzetting Truso (het huidige Poolse Elbląg) werd handel gevoerd met Scandinavië. Nadat de Duitse Orde het gebied veroverd had werd de bevolking gekerstend. Op en rond de locatie van een voormalige Pruisische burcht ontstond de stad Koningsbergen. In Koningsbergen en de andere steden woonden overwegend Duitsers terwijl het platteland lange tijd Baltisch bleef.

[bewerken] Hertogdom en Koninkrijk Pruisen

De Duitse Orde moest bij de Vrede van Thorn (1466) Polen als leenheer erkennen. In 1525 werd het gebied geseculariseerd als erfelijk hertogdom (Hertogdom Pruisen) onder Albrecht van Brandenburg-Ansbach. Na de dood van Albrecht Frederik (1618) viel het hertogdom toe aan Johan Sigismund, keurvorst van Brandenburg. Sindsdien waren de twee staten in personele unie verenigd.

In de 17e eeuw roeide de pest grote delen van de plattelandsbevolking uit, waarna de deuren werden opengezet voor protestantse vluchtelingen uit katholieke delen van het Heilige Roomse Rijk om het tekort aan te vullen.

In de 18e eeuw steeg Oost-Pruisen tot grote hoogte. In januari 1701 werd in de Koningsbergse domkerk Frederik I tot eerste koning van Pruisen gekroond, wat Koningsbergen enkele decennia tot hoofdstad van het nieuwe Koninkrijk Pruisen maakte. In het laatste kwart van de 18e eeuw was Koningsbergen de woonplaats van de wereldberoemde filosoof Immanuel Kant die hier ook geboren was.

In 1806 werd het Koninkrijk Pruisen vernietigend door Napoleon verslagen. In het verlengde hiervan trok Napoleons leger in 1807 Oost-Pruisen binnen, en vocht aldaar in twee veldslagen bij Preusisch Eylau en Friedland. Kort daarop sloot Napoleon in de Oost-Pruisische stad Tilsit vrede met de koning van Pruisen en de tsaar van Rusland. Bij die gelegenheid probeerde Koningin Louise van Pruisen de Franse keizer in een gesprek tot mildere vredesvoorwaarden te bewegen, zonder resultaat. Wel heeft dit optreden belangrijk bijgedragen tot Louise's grote populariteit, die tot op de dag van vandaag in Duitsland voortduurt.

[bewerken] Provincie Oost-Pruisen

De naam Oost-Pruisen werd ingevoerd nadat Frederik de Grote, de kleinzoon van Frederik I, bij de Eerste Poolse Deling (1772) Pommerellen en het Kulmerland had verworven. De nieuwe aanwinsten kregen in 1773 de naam West-Pruisen, het oude Pruisen - uitgebreid met het Ermland - werd dientengevolge Oost-Pruisen. Oost- en West-Pruisen waren van 1824 tot 1829 in personele unie en van 1829 tot 1878 in reële unie als provincie Pruisen verenigd. Sinds 1871 maakte de provincie deel uit van het Duitse Keizerrijk. De plaatselijke landadel die grote landerijen bezat, bekend als Junkers, was een belangrijke politieke factie in het Duitse rijk. Door hun goede relaties met het koningshuis konden ze hun conservatieve belangen lang handhaven.

Oost-Pruisen, de Vrije Stad Danzig en de Poolse corridor in 1923

[bewerken] Verdrag van Versailles

Na de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog moest het land conform het Verdrag van Versailles (1919) verschillende gebieden afstaan. Van Oost-Pruisen kwam Soldau aan het heropgerichte Polen; het Memelland werd onder geallieerd toezicht geplaatst en in 1923 door Litouwen veroverd. De Litouwse heerschappij werd in 1924 in het Memelstatuut bevestigd.

Aangezien Duitsland West-Pruisen grotendeels aan Polen had moeten afstaan, was Oost-Pruisen sindsdien een exclave die door de Poolse corridor en de Vrije Stad Danzig van de rest van het land was afgescheiden. Op Koningsbergen na was er nooit veel welvaart geweest in het voornamelijk agrarische Oost-Pruisen. Het isolement zorgde dat de economie een nog steilere duik maakte dan in de rest van Duitsland en door de mede hierdoor veroorzaakte onvrede onder de Pruisen kregen de extreem-rechtse partijen hier de wind in de zeilen. Ook de voortdurende grensincidenten met het ondertussen autoritair geregeerde Polen versterkte de roep voor een 'sterke man' die orde op zaken kon stellen. Bij lokale verkiezingen eind jaren '20 kreeg de NSDAP al de absolute meerderheid in Koningsbergen. Hiermee werd Oost-Pruisen een van de eerste bolwerken van Adolf Hitler.

In de aan Polen toegewezen gebieden werd de Duitse bevolking zwaar achtergesteld. Ook in het Memelgebied was sprake van discriminatie van de oorspronkelijke bewoners, al ging de Litouwse overheid hierbij stukken minder ver dan de Poolse. Dit alles was koren op de molen van Adolf Hitler, sinds 1933 dictator van Duitsland, die deze feiten gebruikte om bij zijn bevolking en de internationale gemeenschap enigszins de schijn te wekken dat Duitslands territoriale eisen legitiem waren. In 1939 nam hij het Memelland in.

[bewerken] Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog diende Oost-Pruisen als uitvalsbasis. Later in de oorlog was de provincie belangrijk als voorpost. Bij de val van het Derde Rijk riep Hitler de stad Koningsbergen uit tot vesting, wat hij ook deed voor Berlijn.

Nadat de legers van de Sovjet-Unie in het najaar van 1944 al een klein gedeelte van Oost-Pruisen hadden bezet, liepen zij in januari 1945 Duitslands oostelijkste provincie onder de voet. Dit ondanks heftige Duitse militaire weerstand, die mede werd geïnspireerd omdat de burgerbevolking nog voltallig aanwezig was: de nationaalsocialisten hadden hun vertrek verboden. Volgens Max Hastings behoort Oost-Pruisen samen met West-Nederland tot de zwaarst getroffen gebieden uit het laatste jaar van de Europese Tweede Wereldoorlog.

De plunderingen, massamoorden en massaverkrachtingen door Sovjet-soldaten in Oost-Pruisen en later in andere delen van Duitsland worden vaak als reactie op de onmenselijke bezettingspolitiek van de nationaalsocialisten in de Sovjet-Unie gezien, maar dit soort gedrag vond ook in andere door Sovjet-troepen bezet gebied plaats, zoals Roemenië en Joegoslavië. In Oost-Pruisen werd daarvoor vooral Nemmersdorf als symbool bekend, omdat het al in 1944 werd veroverd en daarna door Duitse troepen terugveroverd. Dit was voer voor de propaganda van Joseph Goebbels.

[bewerken] Annexatie

Zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de oorlog verloor Duitsland de soevereiniteit over Oost-Pruisen en werd het gebied in tweeën verdeeld. Een deel ging naar de Sovjet-Unie en werd onderdeel van de RSFSR als Oblast Kaliningrad (Koningsbergen werd hernoemd tot Kaliningrad) en een deel ging naar Polen ter compensatie van de blijvende annexatie van een deel van Polen door de Sovjet-Unie in 1945 (woiwodschap Ermland-Mazurië).

De oorspronkelijk aanwezige Duitse bevolking was in de laatste dagen van de oorlog al voor het grootste deel naar West-Duitsland gevlucht voor het oprukkende Rode Leger. De achtergebleven Duitsers werden van 1945 tot 1947 bijna allemaal gedeporteerd.

In de Bondsrepubliek Duitsland ontstonden verenigingen van vluchtelingen uit Oost-Pruisen en andere vroegere Duitse gebieden (zie Bund der Vertriebenen). Deze probeerden de annexatie van hun woongebieden als onrechtmatig zijnde op de politieke agenda te houden. In de loop van de tijd zijn ze gematigder geworden. Verder hielden en houden ze het historisch erfgoed van die gebieden hoog, nu vaak in samenwerking met de huidige bevolking aldaar.

In 1970 deed de Bondsrepubliek Duitsland voorwaardelijk, in 1990 (na de hereniging van Duitsland) definitief afstand van aanspraken op Oost-Pruisen en de andere gebiedsdelen. Er zijn sommige Duitsers, die na de toetreding van Polen tot de EU, voormalig Pruisische landgoederen en bezit opkopen en er zelfs weer gaan wonen, ondanks veelal Poolse en Russische tegenwerking.

[bewerken] Bestuurlijke indeling

Zie ook Lijst van steden in Oost-Pruisen.
31 december 1937 1 januari 1945

[bewerken] Regierungsbezirk Allenstein

[bewerken] Stadsdistricten (Stadtkreise)

  1. Allenstein

[bewerken] Stadsdistricten (Stadtkreise)

  1. Allenstein

[bewerken] Districten (Landkreise)

  1. Allenstein
  2. Johannisburg
  3. Lötzen
  4. Lyck
  5. Neidenburg
  6. Ortelsburg
  7. Osterode i. Ostpr.
  8. Rößel (zetel: Bischofsburg)
  9. Sensburg

[bewerken] Districten (Landkreise)

  1. Allenstein
  2. Johannisburg
  3. Lötzen
  4. Lyck
  5. Neidenburg
  6. Ortelsburg
  7. Osterode i. Ostpr.
  8. Rößel (zetel: Bischofsburg)
  9. Sensburg

[bewerken] Regierungsbezirk Gumbinnen

[bewerken] Stadsdistricten (Stadtkreise)

  1. Insterburg
  2. Tilsit

[bewerken] Stadsdistricten (Stadtkreise)

  1. Memel
  2. Insterburg
  3. Tilsit

[bewerken] Districten (Landkreise)

  1. Angerburg
  2. Darkehmen
  3. Goldap
  4. Gumbinnen
  5. Insterburg
  6. Niederung (zetel: Heinrichswalde)
  7. Pillkallen
  8. Stallupönen
  9. Tilsit-Ragnit (zetel: Tilsit)
  10. Treuburg

[bewerken] Districten (Landkreise)

  1. Angerapp
  2. Angerburg
  3. Ebenrode
  4. Elchniederung (zetel: Heinrichswalde)
  5. Goldap
  6. Gumbinnen
  7. Heydekrug
  8. Insterburg
  9. Memel
  10. Schloßberg (Ostpr.)
  11. Sudauen
  12. Tilsit-Ragnit (zetel: Tilsit)
  13. Treuburg

[bewerken] Regierungsbezirk Koningsbergen

[bewerken] Stadsdistricten (Stadtkreise)

  1. Koningsbergen (Königsberg (Pr))

[bewerken] Stadsdistricten (Stadtkreise)

  1. Koningsbergen (Königsberg (Pr))

[bewerken] Districten (Landkreise)

  1. Bartenstein
  2. Braunsberg
  3. Fischhausen
  4. Gerdauen
  5. Heiligenbeil
  6. Heilsberg
  7. Koningsbergen
  8. Labiau
  9. Mohrungen
  10. Preußisch Eylau
  11. Preußisch Holland
  12. Rastenburg
  13. Wehlau

[bewerken] Districten (Landkreise)

  1. Bartenstein (Ostpr.)
  2. Braunsberg (Ostpr.)
  3. Gerdauen
  4. Heiligenbeil
  5. Heilsberg
  6. Labiau
  7. Mohrungen
  8. Preußisch Eylau
  9. Preußisch Holland
  10. Rastenburg
  11. Samland (zetel: Koningsbergen)
  12. Wehlau

[bewerken] Regierungsbezirk West-Pruisen (zetel: Mariënwerder)

[bewerken] Stadtkreis

  1. Elbing

[bewerken] Districten (Landkreise)

  1. Elbing
  2. Mariënburg (Marienburg (Westpr.))
  3. Mariënwerder (Marienwerder)
  4. Rosenberg i. Westpr.
  5. Stuhm

[bewerken] Regierungsbezirk Zichenau

[bewerken] Districten (Landkreise)

  1. Mackeim
  2. Mielau
  3. Ostenburg
  4. Plöhnen
  5. Praschnitz
  6. Scharfenwiese
  7. Schröttersburg
  8. Sichelberg
  9. Zichenau

[bewerken] Eerste presidenten (Oberpräsidenten)


 
Persoonlijke instellingen
Boek maken