Opper-Silezië (provincie)
| Provinz Oberschlesien | |||||
| Provincie van Pruisen | |||||
|
|||||
|
|
|||||
| Kaart | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Oppeln (1919—1938), Katowice (vanaf 1941) | ||||
| Oppervlakte | 9702 km² | ||||
| Bevolking | 1.379.408 (1925) 1.482.765 (1933) |
||||
Opper-Silezië was een provincie van Pruisen die bestond van 1919 tot 1938 en van 1941 tot 1945 (tevens een gouw van de NSDAP).
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
De provincie ontstond in 1919 door opsplitsing van de provincie Silezië in Opper- en Neder-Silezië. De Regierungsbezirke Kattowitz en Oppeln vormden hierbij Opper-Silezië, dat qua bevolking een overgangsgebied (circa 60% Duitstaligen, 30 % tweetalige Sileziërs en 10 % Poolstaligen) en grotendeels katholiek (88%) was.
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog bepaalde het Verdrag van Versailles dat de bevolking van Opper-Silezië per plebisciet over haar lot zou mogen beslissen. Hoewel in Oost-Opper-Silezië 60% van de bevolking voor Duitsland stemde, kende de Volkenbondscommissie dit rijke oostelijke deel van de provincie in 1921 grotendeels aan de heropgerichte staat Polen toe; vrijwel het gehele Regierungsbezirk Kattowitz (1919) werd aan Polen toegewezen. Het Hultschiner landje kwam zelfs zonder referendum aan de nieuwe staat Tsjecho-Slowakije, ondanks de grote Duitstalige en Poolstalige groepen in het kleine gebied. De overige delen van Opper-Silezië hadden uitslagen als 80,5 % voor Duitsland, of zelfs 99,7 % voor Duitsland (Neiße).
In het plebisciet van 1922 stemde 91,1% tegen de stelling dat Opper-Silezië een zelfstandig land binnen het Duitse Rijk moest vormen; men wilde tot Pruisen blijven behoren, in geval van een Sonderstatus vreesde men meer Poolse aanspraken.
Opper-Silezië werd in 1938 met Neder-Silezië verenigd tot de provincie Silezië, maar in 1941 weer opgedeeld. Na de Duitse inval in Polen werd de gehele landstreek Silezië wederom deel van het Derde Rijk, inclusief Kattowitz. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd Opper-Silezië door het Rode Leger bezet. Grote delen van de bevolking vluchtten, maar de opmars van de Sovjet-legers verliep zo snel, dat vele vluchtelingen overrompeld werden en met massaverkrachtingen te maken kregen. In de loop van juni 1945 keerde de meerderheid van de bevolking terug naar Opper-Silezië, nog onwetend over wat de Potsdam-Conferentie zou besluiten. Men trof er reeds Poolse troepen en kolonisten aan.
Anders dan in het geheel Duitstalige Neder-Silezië (90%) verdreven de nieuwe Poolse machthebbers in Opper-Silezië aanvankelijk "slechts" 40% van de bevolking. Wie slaagde voor een Poolse taaltest, zich onderwierp aan een programma van verpoolsing, communist was geweest of als specialist in de belangrijke industrieën werkte, kreeg verblijfsrecht. Van 1945 tot begin 1946 ging de verdrijving van de uit te wijzen Duitsers gepaard met veel terreur, moord en geweld. De overgebleven Duitsers verlieten vanwege repressie en discriminatie in de lopen van de jaren 50 en 60 alsnog de voormalige provincie Opper-Silezië en hun Heimat.
Opper-Silezië behoort tegenwoordig grotendeels tot de republiek Polen (woiwodschappen Opole en Silezië), Hlučinsko echter tot de Republiek Tsjechië. Met name in Opole (Oppeln) wonen nog circa 150.000 Duitsers, de grootste etnische minderheid van Polen.
Bestuurlijke indeling (1945) [bewerken]
Regierungsbezirk Kattowitz [bewerken]
Stadsdistricten (Stadtkreise) [bewerken]
Districten (Landkreise) [bewerken]
- Bendsburg
- Beuthen-Tarnowitz (zetel: Tarnowitz)
- Bielitz
- Kattowitz
- Krenau
- Ilkenau
- Pleß
- Rybnik
- Saybusch
- Teschen
- Tost-Gleiwitz (zetel: Gleiwitz)
Regierungsbezirk Oppeln [bewerken]
Stadsdistricten (Stadtkreise) [bewerken]
Districten (Landkreise) [bewerken]
- Blachstädt
- Cosel
- Falkenberg O.S.
- Groß Strehlitz
- Grottkau
- Guttentag
- Kreuzburg O.S.
- Leobschütz
- Loben
- Neisse
- Neustadt O.S.
- Oppeln
- Ratibor
- Rosenberg O.S.
- Warthenau
Eerste presidenten (Oberpräsidenten) [bewerken]
- 1919-1922: Joseph Bitta (Zentrum)
- 1923-1929: Alfons Proschke (Zentrum)
- 1929-1933: Hans Lukaschek (Zentrum)
- 1933-1934: Helmuth Brückner (NSDAP)
- 1934-1938: Josef Wagner (NSDAP)
- 1938-1941: deel van de provincie Silezië
- 1941-1945: Fritz Bracht (NSDAP)
| Provincies van Pruisen 1815-1947 | |
|---|---|
|
1815: Brandenburg · Groothertogdom Beneden-Rijn · Gulik-Kleef-Berg · Oost-Pruisen · Pommeren · Posen · Saksen · Silezië · Westfalen · West-Pruisen · 1822: Rijnprovincie · 1829: Pruisen · 1850: Hohenzollernsche Lande · 1867: Hannover · Hessen-Nassau · Sleeswijk-Holstein · 1878: Oost-Pruisen · West-Pruisen · 1919: Neder-Silezië · Opper-Silezië · 1920: Berlijn · 1922: Grensmark Posen-West-Pruisen · 1944: Halle-Merseburg · Keur-Hessen · Magdeburg · Nassau · 1945: Saksen-Anhalt |
|