Conferentie van Potsdam
De Conferentie van Potsdam (eigenlijke naam: Conferentie van Berlijn) werd georganiseerd in Cecilienhof te Potsdam nabij Berlijn, Duitsland van 17 juli tot 2 augustus 1945. De deelnemers van de conferentie waren de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika. Het waren de grootste en machtigste geallieerde landen die de asmogendheden nazi-Duitsland en Italië hadden verslagen in de Tweede Wereldoorlog. De drie naties waren vertegenwoordigd door hun respectievelijke leiders: secretaris-generaal van de communistische partij Jozef Stalin, president van de Verenigde Staten Harry S. Truman en de Britse premier Winston Churchill, die na de politieke overwinning van de Labour-partij werd vervangen door Clement Attlee.
Stalin, Churchill, Truman en Attlee kwamen negen weken na de Duitse capitulatie (8 mei 1945) samen om te beslissen hoe Duitsland moest worden geregeerd.
[bewerken] Primaire resultaten van de conferentie
- Verklaring van het doel van de geallieerde bezetting in Duitsland: de demilitarisatie, de denazificatie en de democratisering van het land.
- Het akkoord van Potsdam, een oproep tot het indelen van Duitsland en Oostenrijk in vier gebieden die bezet zouden worden (reeds beslist op de Conferentie van Jalta; zie Geallieerde bezettingszones in Duitsland en Geallieerde bezettingszones in Oostenrijk) en een gelijkaardige indeling van Berlijn en Wenen in vier zones.
- Overeenkomst tot vervolging van de nazi's in de processen van Neurenberg.
- De instelling van de Oder-Neissegrens die de gebieden onder de bevoegdheid van de Poolse regering aanduidt alsmede die onder bevoegdheid van de Russische SFSR.
- De "repatriëring" onder "humane omstandigheden" van Duitsers die buiten de Duitse grenzen en in de door Polen en de Sovjet-Unie geannexeerde voormalige oostelijke Duitse provincies woonden. Resultaat was grootschalige etnische zuivering in Oost-Europa.
- Akkoord over herstelbetalingen. Het Westen verplichtte Duitsland tot herstelbetalingen in de vorm van Duits eigendom, industriële producten en werkkrachten. Maar door de Koude Oorlog werd een volledige afbetaling onmogelijk. Stalin stelde voor om de Polen geen Duitse herstelbetalingen te geven. Tot 1949 ontmanteling van de Duitse industrie- en productiecentra.
- De geallieerden legden de Verklaring van Potsdam af, welke de voorwaarden van een Japanse overgave beschreef.
- Alle andere zaken zouden zo snel mogelijk worden beslist op een definitieve vredesconferentie. De grens tussen Duitsland en Polen werd op de Conferentie van Potsdam niet definitief vastgelegd, maar was door de gedwongen verdrijving van Duitsers uit de voormalige Ostgebiete door de Sovjet-Unie een feitelijk gegeven. De westelijke geallieerden wilden tijdens de definitieve vredesconferentie de administratieve Oder-Neissegrens in een officiële grens omzetten. Deze vredesconferentie is er na het einde van de Tweede Wereldoorlog nooit gekomen. Dit heeft ertoe geleid dat de Sovjet-Unie een grotere invloed kon krijgen op Duitsland. De Pools-Duitse Oder-Neissegrens is geleidelijk bilateraal erkend door akkoorden gesloten in 1950 (door de DDR), in 1970 door West-Duitsland en 1990 door het herenigde Duitsland.
[bewerken] Nabeschouwingen
De conferentie van Potsdam bleek dan ook de laatste conferentie te zijn tussen de geallieerde landen van de Tweede Wereldoorlog. Op deze conferentie werden ook de Japanse voorwaarden tot overgave bepaald, waarbij Japan het ultimatum kreeg van totale overgave: voldeed het land daaraan niet, dan zou het direct en totaal verwoest worden. Het woord atoombom werd hierbij niet gebruikt, waardoor de Japanners wellicht geen direct vermoeden kregen, van aard en omvang van destructie, die hun te wachten stond. Truman besliste, met een indirecte aanmoediging van Stalin, om het atoomwapen te gebruiken om een snel einde te maken aan de oorlog tegen Japan. Daarop werden twee atoombommen door de Amerikanen op Japan geworpen, respectievelijk op Hiroshima op 6 augustus en Nagasaki op 9 augustus 1945.
De Westerse geallieerde landen - en vooral de Britse leider Winston Churchill - stonden wantrouwig ten opzichte van de reële motieven van de Russische leider, maarschalk Stalin. Zij waren daarom blij, de Russen niet meer nodig te hebben in de laatste strijd tegen Japan.
Stalin had intussen reeds communistische regeringen onder zijn invloed geïnstalleerd in Oost-Europa; door het verdwijnen van Churchill uit de wereldpolitiek als gevolg van diens verkiezingsnederlaag op 25 juli 1945 werd aan Stalin althans in Oost-Europa, nauwelijks meer tegenwicht geboden. Hierna groeide de kloof, of, in een uitdrukking van Churchill het IJzeren Gordijn tussen het Westen en het Oosten geleidelijk aan verder, en mondde zij uiteindelijk uit in de Koude Oorlog.
[bewerken] Zie ook
| Zie de categorie Potsdam Conference van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |