Oder-Neissegrens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Oder-Neissegrens. Afgebeeld is de westelijke Neisseoever bij Bahren
In groen, geel, paars en lichtblauw de voormalige delen van Duitsland oostelijk van de Oder-Neissegrens
De verschuiving naar het westen van Polen tussen 1939 (blauwe lijn) en 1945 (rode lijn)
Het resultaat van de Poolse Delingen door Pruisen (blauw), Oostenrijk (geel/oranje) en Rusland (groen)

De Oder-Neissegrens (Duits: Oder-Neiße-Linie/Oder-Neiße-Grenze en Pools: Granica na Odrze i Nysie) is de benaming voor de tegenwoordige grens tussen Duitsland en Polen.

Inleiding[bewerken]

De Oder (Pools: Odra) en de Neisse (Pools: Nysa) zijn de twee rivieren die deze grens vormen. Het verloop van deze grens werd bepaald op de Conferentie van Potsdam aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen Polen op de kaart naar het westen werd verplaatst. De circa 10 miljoen Duitsers ten oosten van deze willekeurig getrokken grens werden, voor zover niet al gevlucht, naar de geallieerde bezettingszones in Duitsland ten westen van Oder en Neisse verdreven; velen van hen kwamen door gewelddadigheden van Polen en Russen om het leven. Dit vond plaats in een uitzonderlijke strenge winter waarin velen onderweg bevroren. Naar schatting 1,5 miljoen Duitsers kwamen om en omdat de meeste mannen militair ingeschakeld waren aan het front waren dat voornamelijk kinderen, vrouwen en bejaarden[1]. In het westen van Duitsland werden de vluchtelingen over het hele land verspreid. Zij vormden weliswaar belangenorganisaties van Heimatvertriebenen, maar verloren hun aanvankelijk politieke zeggingskracht en werden later folkloristische verenigingen.

De Oder-Neissegrens was een voorlopige grens. Tot rond 1970 viel het ideaal van de Duitse Hereniging - ook voor gematigde politieke partijen als de SPD, de CDU, de CSU en de FDP - samen met het streven naar opheffing van deze grens. Tegenwoordig streven alleen nog extreem-rechtse partijen (bijvoorbeeld NPD[2]) nog naar opheffing ervan.

De definitieve bepaling van de grens zou plaatsvinden op een toekomstige vredesconferentie die er nooit kwam. Uiteindelijk is de grens toch definitief geworden met de ondertekening in Moskou op 12 september 1990 van het Twee-plus-vier-verdrag door de beide Duitslanden, de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Voorgeschiedenis 1919-1944[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog werd de nieuwe grens tussen Duitsland en het heropgerichte Polen bepaald in de Vrede van Versailles (1919). Ze liep over het algemeen langs de historische grenzen van Groot-Polen (Wielkopolska) van vóór 1772, maar ze hield hier en daar met de etnische grenzen tussen Duits- en Poolstaligen rekening, die in bepaalde gebieden voorbij die historische grenzen liepen. Naar Polen gingen terug: vrijwel de gehele provincie Posen voor twee derde door Polen bevolkt, en het in meerderheid Poolstalige deel van de provincie West-Pruisen. De hoofdstad van deze provincie Danzig werd met haar omgeving een vrijstaat (Freie Stadt Danzig) onder toezicht van de Volkenbond. De bevolking van de aan Polen afgestane delen van de provincies Posen (Poznan) en van West-Pruisen was overigens voor een derde tot de helft Duitstalig. De provincie Opper-Silezië werd tussen Duitsland en het nieuwe Polen pas verdeeld op grond van de uitslag van een door de Volkenbond in 1920 georganiseerde volksstemming (Silezisch plebisciet), waarin 60% van de Opper-Sileziërs te kennen gaf dat hun provincie bij Duitsland moest blijven behoren. Omdat Polen en Duitsers door elkaar woonden - de Duitsers vooral in de stedelijke agglomeraties en de Polen op het platteland - was een grens moeilijk te trekken. De geallieerden besloten om het economisch belangrijke oost-Opper-Silezische mijnbouwgebied, met een voor een derde Duitstalige bevolking, aan het nieuwe Polen toe te wijzen. De Poolse aanvallen op Duitse regeringsinstellingen en tegenaanvallen van Duitse vrijkorpsen (Grenzschutz) hadden in Opper-Silezië de dreiging versterkt van etnische conflicten en de Volkenbond gedwongen tot deze snelle afhandeling van de verdelingskwestie. Een volksstemming van de Volkenbond in het voor meer dan de helft Poolstalige zuiden van Oost-Pruisen - de landstreek Mazoerië - leverde voor Polen slechts een zeer kleine gebiedswinst van één stad en enkele dorpen op omdat 93% van de bevolking te kennen gaf bij Duitsland te willen blijven. De nieuwe grens was gecompliceerd en geografisch uitzonderlijk lang en creëerde twee exclaves in het noordoosten: Oost-Pruisen en de Vrije Stad Danzig. In totaal moest Duitsland in de jaren 1919-1920 ruim een tiende deel van zijn grondgebied aan Polen afstaan. Waarvan een deel eerder door Pruisen was ingenomen tijdens de Poolse delingen.

De oorlogsconferenties en de voldongen feiten[bewerken]

De volgende stap in de verkleining van Duitsland en zijn terugtrekking tot de huidige Oder-Neisse grens, was het gevolg van de verloren Tweede Wereldoorlog. Op de Conferentie van Teheran van november 1943 besloten de westelijke geallieerden met de Sovjet-Unie om Duitsland aanzienlijk te verkleinen, te beginnen met Oost-Pruisen, Danzig en geheel Opper-Silezië. Op de Conferentie van Jalta werd in februari 1945 de wens van de Sovjet-Unie gehonoreerd om Duitsland nog verder tot de rivieren Oder en Neisse te verkleinen ten gunste van Polen, dat daarmee compensatie zou krijgen voor haar in 1939 door de Sovjet-Unie geannexeerde oostelijke provincies, een annexatie waarvan de Sovjet-Unie nu te kennen gaf dat haar ze niet meer wilde teruggeven. Het precieze nieuwe grensverloop was echter nog steeds niet afgesproken. De Engelsen en de Amerikanen hadden eerst nog de helft van Oost-Pommeren tot aan Kolberg (na 1945 Kołobrzeg) bij Duitsland willen laten en wat Silezië betreft willen uitgaan van de (oostelijke) Glatzer Neiße, wat het grootste deel van Neder-Silezië inclusief de helft van de hoofdstad Breslau (na 1945 Wrocław) ook bij Duitsland gelaten had. Maar er waren twee rivieren van die naam die tweehonderd kilometer van elkaar verwijderd lagen, en de Sovjet-Unie ging, zonder daarover een discussie te willen voeren, uit van de Oder en de westelijke Lausitzer Neiße, waarmee de afstand van het gehele oostelijke deel van Pommeren (Achter Pommeren) en vrijwel geheel Silezië aan Polen een feit zou worden. Men liet de grenskwestie rusten omdat de prioriteit op dit moment lag bij het coördineren van de laatste oorlogsinspanningen. Toen de Sovjet-Unie in maart 1945 het gehele gebied in kwestie bezet had, kon zij haar verdelingsplan een voldongen feit laten worden, en formaliseren door na enkele maanden haar gezag aan het burgerlijk bestuur van Polen over te dragen. Duitsland leverde hiermee uiteindelijk ruim één vijfde van zijn grondgebied in, bestaande uit Oost-Pruisen, Opper zowel als bijna geheel Neder-Silezië en de ten oosten van de Oder gelegen delen van Brandenburg en Pommeren. En zelfs wat meer dan dat, want de aan de westelijke oever van de Oder gelegen belangrijke havenstad Stettin (na 1945 Szczecin) werd met een stuk westelijk voorland, tegen de afspraken met de Engelsen en Amerikanen in, door de Sovjets ook aan de Polen overhandigd in juli 1945. Toen werd het inmiddels geïnstalleerde bestuur van Duitse communisten met de bevolking de stad uitgedreven. Maar overigens werd zo strikt de hand gehouden aan de rivierloop van de Oder en de Neisse, dat de westelijke en oostelijke delen van de steden Frankfurt (Oder), Guben, Forst, en Görlitz, werden gescheiden, en een Saksische enclave ten oosten van Zittau rond het stadje Reichenau (sindsdien Bogatynia) ook aan Polen werd toegewezen. Daarnaast werd Danzig en twee derde van Oost-Pruisen toegewezen aan Polen. In beide wereldoorlogen verloor Duitsland een derde van zijn oorspronkelijke grondgebied.

Het verdrag van Potsdam[bewerken]

De voorlopige Conferentie van Potsdam, in juli 1945, stelde, voorafgaand aan een definitief vredesverdrag, geen nieuwe grenzen maar voorlopige bezettingszones vast. De westelijke geallieerden vonden dat de Sovjet-Unie te ver was gegaan maar konden daar niets anders tegen in brengen dan de kwestie op de agenda te zetten voor een toekomstige vredesconferentie. De Engelsen en Amerikanen legden zich dus stilzwijgend neer bij de gestelde feiten zonder deze op voorhand te erkennen als deel van een vredesregeling. De vredesconferentie waarop de grenskwestie geagendeerd zou moeten worden, kwam er echter nooit. Het voorwerk in vijf voorbereidende conferenties liep in 1947 definitief vast en maakte plaats voor de patstelling van de Koude Oorlog. In september 1945 werd tussen de communistische regering van Polen en de Sovjet-Unie onderling een bilateraal verdrag over de nieuwe grens ondertekend. De Poolse regering-in-ballingschap in Londen, die tot dusver als legale vertegenwoordiger van Polen erkend was door de westelijke geallieerden, wilde daar niet mee instemmen omdat de westelijke gebiedswinst ten koste van Duitsland onverbrekelijk gekoppeld werd aan de definitieve afstand van oostelijk Polen aan de Sovjet-Unie. Sindsdien stond zij buitenspel en werd de kwestie in feite geregeld in bilaterale akkoorden tussen de Sovjet-Unie en de communistische regering van Polen.

Nationale en etnische zuivering[bewerken]

De territoriale veranderingen werden gevolgd door bevolkingsverschuivingen op grote schaal, waaronder de verdrijving en uitwijzing van bijna alle etnische en nationale Duitsers van het nieuwe Poolse grondgebied voor zover zij al niet gevlucht waren, en in dat geval mochten zij niet terugkeren. In totaal ging het om negen miljoen mensen afkomstig van het nu Pools geworden grondgebied. Zie hiervoor Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. De één miljoen Duitse staatsburgers die konden aantonen dat zij etnisch Pools waren omdat dat zij ook (een) Pools (dialect) konden spreken, mochten zich aanmelden voor een examinering ten behoeve van het Poolse staatsburgerschap. Voor de herbevolking van de nieuw verworven gebieden werd gebruikgemaakt van teruggekeerde Poolse dwangarbeiders uit Duitsland, en van in 1939 gevluchte Polen die terugkeerden uit de Sovjet-Unie. Maar vooral van Polen uit de oostelijke Poolse provincies die de Sovjet-Unie in 1939 had geannexeerd ten oosten van de Curzonlijn. Pas in 1980 werd het vooroorlogse bevolkingsaantal in de voormalig Duitse gebieden bereikt. Inmiddels hadden deze een grote verandering ondergaan door het opheffen van kleine dorpen en van kleine boerenbedrijven en opruimen van verwoeste stadswijken. Historisch waardevolle binnensteden werden als regel gerestaureerd.

Op 7 juli 1950 kwam tussen de DDR en Polen het Verdrag van Görlitz (Verdrag van Zgorzelec) tot stand waarin de nieuwe grens bilateraal werd erkend, overigens met als aanduiding: Oder en Neiße, en zonder de stad Stettin als uitzondering te noemen. De Bondsrepubliek wees het verdrag af en bleef de afgestane gebieden bestempelen als “tijdelijk onder Pools bestuur“. De westelijke mogendheden namen afstand door het verdrag niet te erkennen omdat zij als contractgerechtigden er niet bij betrokken waren geweest. In 1990 zou de Bondsrepubliek in een verdrag met Polen ook met de nieuwe grens instemmen, als een van de voorwaarden die Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS stelden aan hun erkenning van de Duitse hereniging.

Houding van de Polen[bewerken]

Na de bezetting van Polen herstelde nazi-Duitsland in 1939 de grenzen van voor 1919 en annexeerde het zelfs enkele aansluitende gebieden die voor die datum niet Duits waren geweest. Daarnaast behield de Sovjet-Unie de geannexeerde gebieden die het in 1939 waren veroverd volgens de afspraken in het geheime Molotov-Ribbentroppact. Toen Duitsland twee jaar later de oorlog verklaarde aan de Sovjet-Unie en de betrokken gebieden bezette, gingen zij weer verloren. Echter tijdelijk, want de Sovjet-Unie stelde in de onderhandelingen met de geallieerden de eis dat de territoriale afspraken met Duitsland geldig zouden ook wanneer dat land zou worden verslagen. Dat werd door de Westerse mogendheden ingewilligd op de Conferentie van Teheran eind 1943 en die van Conferentie van Jalta begin 1945. De Poolse regering-in-ballingschap was steeds zeer gekant tegen deze afspraken omdat zij het oosten van Polen niet wilde opgeven en evenmin wilde ruilen tegen een groot deel van Duitsland. Zij kwam echter na de Sovjet-bezetting van Polen en de installatie van een communistische regering buiten spel te staan. De Sovjet-Unie gebruikte als volkenrechtelijk argument dat het territoriale verlies van Polen grote, evenwel merendeels etnisch Oekraïense en Wit-Russische gebieden betrof waarmee de vooroorlogse grenzen van Polen altijd in strijd waren geweest.

Echter, er waren ook Polen die na 1945 van mening bleven dat de territoriale veranderingen ten koste van Oost-Duitse gebieden en de daarmee gepaard gaande verdrijvingen van Duitsers buitenproportioneel wreed en een humanitaire ramp waren. En dat het annexeren van hun woongebied niet op kon wegen tegen het verlies van de grotendeels etnisch-Poolse steden Vilnius en Lwów in het oosten.

De Poolse katholieke Kerk vroeg in een verklaring van 1963 al aan de Duitse bisschoppen om vergeving voor Poolse daden tegen Duitsers, zoals zij ook de bereidheid uitspraken tot vergeving van de Duitse gruwelen uit de oorlog.

Niettemin werd onder het communisme de mening over de Duitsers als onverbeterlijke nazi's en imperialisten door de media levend gehouden. Ook beweerde men dat de 'westelijke gebieden' die voorheen Duits waren, eigenlijk altijd Pools waren gebleven vanwege hun etnische voorgeschiedenis, die begon met de vestiging van Slavische stammen in de 7de eeuw. De komst van Duitse 'kolonisten' en de germanisering van de bevolking sinds de 13de eeuw werd als onrechtmatig voorgesteld en de Poolse annexatie was niet meer dan een 'hereniging van verloren gebieden' waarin Polen het recht had deze onrechtmatige koers van de geschiedenis terug te buigen naar de oorspronkelijke situatie van acht eeuwen geleden. Na de val van het communisme werden de schoolboeken daaromtrent enigszins aangepast. Echter het historisch nationalisme van de regering Kaczynski wilde onder de Poolse bevolking opnieuw de angst voeden voor de huidige Duitse Bondsrepubliek die nog altijd zou streven naar herannexatie van Silezië, Pommeren en het oude Oost-Pruisen.

Erkenning van de grens door Duitsland[bewerken]

De DDR en Polen ondertekenden in 1950 het Verdrag van Görlitz (Verdrag van Zgorzelec), dat de Oder-Neissegrens als de officiële "Grens van Vrede en Vriendschap" bestempelde. In de Bondsrepubliek Duitsland, waar zich de meerderheid van de 9 miljoen vluchtelingen en verdrevenen (Vertriebenen) vestigde, was de erkenning van de Oder-Neissegrens als de definitieve grens voor lange tijd onaanvaardbaar. De West-Duitse houding veranderde met het beleid van de Neue Ostpolitik van Willy Brandt. In de jaren zeventig ondertekende de Bondsrepubliek met de Sovjet-Unie en met Polen verdragen waarin de bestaande grens als voorlopig feit werd erkend. Daarom mochten sindsdien de verdreven Duitsers uit de voormalige oostgebieden hun geboortegrond weer bezoeken. In Polen gebleven voormalige Duitsers en hun kinderen kregen het recht om te emigreren naar de Bondsrepubliek en in de komende decennia zouden anderhalf miljoen daarvan gebruik maken.

Op 14 november 1990, na de Duitse hereniging, ondertekenden de herenigde Bondsrepubliek en de Republiek Polen een verdrag dat de grens tussen beide landen bevestigt, zoals gevraagd door het Verdrag inzake de afsluitende regeling met betrekking tot Duitsland. Vóór de hereniging weigerde de Duitse kanselier Helmut Kohl aanvankelijk om de Poolse grens te erkennen en serieuze diplomatieke stappen moesten ondernomen worden om Duitsers ertoe te bewegen om een definitieve regeling te bewerkstelligen.[3]

Het Duits-Poolse grensverdrag uit 1990 waarmee de Oder-Neissegrens als de definitieve Pools-Duitse grens werd beschouwd,[4] werd van kracht op 16 januari 1992. Daarnaast werd een tweede verdrag ondertekend op 17 juni 1991. Dit verdrag, dat het Verdrag van de Goede Buren (Deutsch-Polnischen Nachbarschaftsvertrag) wordt genoemd, bepaalt dat de twee landen onder andere fundamentele politieke en culturele rechten voor de Duitse minderheid, voornamelijk wonend in Opper-Silezië, erkennen. Bovendien werd het Duitsers in Polen toegestaan om een dubbel paspoort te verwerven. Deze Poolse Duitsers konden met hun Duitse paspoort als eersten werk gaan zoeken op de arbeidsmarkt in het westen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties