Opper-Silezië
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Opper-Silezië is het zuidoostelijke, hoger gelegen gedeelte van Silezië in het zuiden van Polen. Het wordt voor een groot deel in beslag genomen door het grote industriegebied rondom Katowice, waartoe ook steden als Gliwice, Zabrze, Bytom en Chorzów behoren. Het inwonertal van het gebied bedraagt circa 3.487.000 (2001), waarmee het een van de grootste metropolen van Europa is.
[bewerk] Geschiedenis
Opper-Silezië was van 1526 tot 1742 Oostenrijks en van 1742 tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog Pruisisch. Het Verdrag van Versailles onderwiep de provincie Opper-Silezië aan een volksraadpleging, waarbij de bevolking in meerderheid voor Duitsland koos. Op last van de entente werd het gebied toch verdeeld tussen Duitsland en Polen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Oder-Neissegrens als nieuwe Pools-Duitse grens vastgesteld: vanaf nu was geheel Opper-Silezië Pools. De Duitsers vluchtten of werden verdreven. Opper-Silezië had tot de Tweede Wereldoorlog een gemengde bevolking. In 1925 waren er op een totale bevolking van 1.379.408, 822.277 (59,6 %) inwoners Duitstalig, 155.069 (11,2 %) Poolstalig en 387.439 (28,1 %), zowel Duits- als Poolstalig, het kleine restant spraken andere talen (Tsjechisch, Jiddisch). Tegenwoordig woont er alleen rond Opole (Duits: Oppeln) nog een Duitse minderheid.

