Poolse Delingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Polen-Litouwen voor de delingen
De Eerste Poolse Deling in 1772
Tweede Poolse deling in 1793
Derde Poolse deling in 1795

Met de Poolse Delingen (1772, 1793 en 1795) verdeelden Rusland, Oostenrijk en Pruisen onderling in drie stappen het sterk verzwakte Pools-Litouws Gemenebest, dat daardoor in 1795 van de Europese kaart verdween.

Achtergrond[bewerken]

Polen-Litouwen was sinds de institutionalisering van het liberum veto, volgens welk elk lid van de Sejm (het parlement) vetorecht had, nauwelijks meer tot politieke actie in staat en werd een speelbal van verschillende Poolse adellijke fracties en buitenlandse machten. Na de dood van koning August III (1763) bewerkstelligde tsarina Catharina de Grote dat haar gunsteling Stanislaus August Poniatowski tot koning werd gekozen. Deze probeerde door hervormingen de vrijwel onbeperkte macht van de adel in te perken. Dit stuitte echter op tegenstand van een groot deel van de adel en van de buurlanden Rusland en Pruisen, die vreesden dat een hervormd Polen aan hun invloed zou ontglippen.

De overweldigende Russische overwinningen in de Russisch-Turkse Oorlog van 1768 brachten dit land in conflict met Oostenrijk, dat was verontrust door de Russische opmars bij de Donau. De Pruisische koning Frederik de Grote buitte de situatie uit en stelde zich als bemiddelaar op. Hij stelde voor dat Rusland, om een oorlog met Oostenrijk te vermijden, zou afzien van expansie in het Donaugebied. Het land zou moeten worden "gecompenseerd" met een deel van Polen. Om Oostenrijk tevreden te stellen zou ook dit land een stuk Polen krijgen en ook Pruisen zou moeten meedelen omdat Oostenrijk anders verhoudingsgewijs te groot zou worden.

De drie delingen[bewerken]

Het verdrag dat leidde tot de Eerste Poolse Deling werd gesloten op 17 februari 1772. Met de uitvoering werd officieel begonnen op 5 augustus 1772. Al daarvóór waren buitenlandse troepen Polen binnengevallen. Polen-Litouwen verloor door het delingsverdrag de helft van zijn bevolking en een derde van de totale oppervlakte. Rusland kreeg delen van Litouwen en Wit-Rusland ten oosten van de Westelijke Dvina en de Dnjepr, in totaal circa 93.000 km² met 1,3 miljoen inwoners. Oostenrijk annexeerde Klein-Polen, het westen van Podolië en Galicië, in totaal circa 85.000 km² met 2 miljoen inwoners. Pruisen ten slotte ging er met het economisch meest waardevolle gebied vandoor. Het annexeerde het Netzedistrict, Ermland en West-Pruisen (Pommerellen en Kulmerland), in totaal 36.500 km², maar nog zonder de stad Danzig (Gdańsk), die Catharina de Grote te waardevol vond om aan Pruisen af te staan.

In de decennia die volgden op de Eerste Deling trachtte Stanislaus August door hervormingen zijn staat te versterken. De zeer vooruitstrevende grondwet van 3 mei 1791 leidde echter tot een roep om Russische interventie. Rusland en Pruisen vielen hierop Polen binnen en besloten op 23 januari 1793 tot de Tweede Poolse Deling, die de Poolse Sejm gedwongen goedkeurde. De Tweede Deling bracht Rusland Litouws Wit-Rusland en het westen van Oekraïne met de rest van Podolië en Wolynië. Pruisen kreeg de steden Danzig en Thorn (Toruń), Groot-Polen en een deel van Mazovië (Zuid-Pruisen).

Naar aanleiding van de Tweede Deling brak in 1794 een opstand uit onder Tadeusz Kościuszko. Rusland en Pruisen, en ditmaal ook weer Oostenrijk, grepen deze aan om ook de rest van Polen te annexeren. De Derde Poolse Deling maakte op 24 oktober 1795 een einde aan de Poolse staat. Rusland annexeerde Koerland, de rest van Litouwen ten oosten van de Memel en de rest van Wolynië. Pruisen kreeg met Nieuw-Silezië en Nieuw-Oost-Pruisen de rest van Mazovië en de Poolse hoofdstad Warschau. Oostenrijk kreeg de rest van Klein-Polen (West-Galicië) met Krakau.

Daarmee was er een einde gekomen aan het zelfstandige Polen. Deze zelfstandigheid zou, afgezien van kortstondige (vazal)staten als het Hertogdom Warschau (1807-1813/1815) en de Republiek Krakau (1815-1846), pas in de Eerste Wereldoorlog weer worden hersteld.

Frederik II schreef in een brief over de deelname van de (katholieke) keizerin Maria Theresa in de Eerste Poolse Deling : "Keizerin Catharina en ik zijn eenvoudig rovers. Ik zou alleen graag willen weten hoe de keizerin haar biechtvader kalmeerde? Ze huilde, toen ze nam, hoe meer ze huilde hoe meer nam ze? "

De "vierde deling"[bewerken]

Het begrip Vierde Poolse Deling is niet eenduidig. Er kan mee worden bedoeld de opsplitsing van het Hertogdom Warschau door het Congres van Wenen (1815), maar ook het Molotov-Ribbentroppact van 1939, waarin Duitsland en Rusland besloten Polen onderling te verdelen.